De printshop: oude foto’s leiden tot bijzondere ontmoetingen

De printshop: oude foto’s leiden tot bijzondere ontmoetingen

Op de locatie Parc Gender van Vitalis WoonZorg Groep in Eindhoven staat een hele grote printer. Fotograaf en kunstenaar Marcel de Buck maakt er levensgrote prints van onder andere oude foto’s uit de fotoalbums van bewoners. Ontmoetingen zijn hierbij het uitgangspunt. “En waar die ontmoetingen toe leiden, is een verrassing”, aldus Marcel. Zo is een klassenfoto uit 1947 te zien met alle meisjes met gesteven strikken in het haar, want kort haar was uit den boze, een prachtig trouwportret maar ook een foto van een bewoner die vroeger motorcoureur was.

Bijzondere momenten
De foto’s laten een prachtig tijdsbeeld zien, geven een inkijkje in het leven van de bewoners voordat zij in het woonzorgcomplex kwamen wonen, en leiden tot bijzondere gesprekken. Ook worden studenten zo geïnspireerd om op een andere manier naar bewoners te kijken. Verder bleek er door corona een behoefte te zijn rondom het zichtbaar maken van de dood en het afscheid nemen. Mooi om te zien hoe kunst een bijdrage kan leveren aan het waardig afscheid nemen.

Achtergrond
Dit fotoprintproject is onderdeel van het kunstprogramma ‘Vitalis geeft zin’ (zie video), dat deel uitmaakt van het landelijke ZonMw-programma Kunst en Cultuur in de Langdurige Zorg en Ondersteuning. Binnen dit programma doen Leyden Academy en Amsterdam UMC onderzoek naar de waarde van kunst in de langdurige zorg door bestaande kunstinitiatieven te beschrijven en de impact te evalueren. Klik hier voor meer informatie.

Leefplezierplan op locatie naar de volgende fase

Leefplezierplan op locatie naar de volgende fase

In juni 2019 is het project Leefplezierplan op locatie van start gegaan bij Stichting Azora en Zorggroep Elde Maasduinen. Het onderzoek wordt uitgevoerd door Leyden Academy in samenwerking met de zorgkantoren van Menzis en VGZ en ondersteund door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Inmiddels zijn bij twee locaties de basistrainingen afgerond, zijn er honderd medewerkers getraind, zijn 25 interne coaches opgeleid en is het elektronisch cliëntendossier aangepast. Nu is het tijd voor het tweede onderdeel van het project: het Leefplezierplan verder borgen binnen de organisatie.

Vier pijlers
Bij Zorggroep Elde Maasduinen krijgt dit vorm aan de hand van vier pijlers, die hierna nader worden toegelicht. Mandy Schouwenaars, projectcoördinator Leefplezierplan bij locatie Vita, is positief: “Het is leuk om te zien dat het Leefplezierplan steeds meer gaat leven. Ik ben heel tevreden! Ik zie dat onze coaches meer positie krijgen en enthousiast aan de slag gaan met het gedachtegoed. De vier pijlers vormen daarbij een mooie houvast. Aan het eind van het jaar hebben we dan een goede basis staan. Ik weet zeker dat dat gaat lukken!”

De vier pijlers zien er als volgt uit:

1. Leefplezierplan voor nieuwe medewerkers, bewoners en naasten
Deze pijler richt zich op de nieuwe mensen die komen wonen of werken op de locatie. Zo krijgen nieuwe medewerkers een scholingsprogramma over het Leefplezierplan aangeboden. Nieuwe bewoners en hun naasten krijgen een welkompakket en er wordt geïnvesteerd in een goede samenwerkingsrelatie in de zorg.

2. Teamsessies
Werken aan leefplezier is teamwork. Binnen deze pijler worden daarom alle teams – van de woongroepen tot Vita-thuis – getraind in de vier thema’s van het Leefplezierplan: het kennen van de persoon, bijdragen aan leefplezier, delen van ervaringen en omgaan met dilemma’s. Inmiddels zijn de eerste sessies online van start gegaan over het eerste thema, het leren kennen van de persoon. Onderdeel van de sessie was elkaar leren kennen aan de hand van een voorwerp (zie foto). Dit bracht meteen mooie gesprekken op gang. Na iedere sessie krijgen de teams de opdracht om zelf invulling te geven aan het besproken thema.

3. Supervisie interne coaches
Werken aan leefplezier is nooit af en dat vraagt om continue aandacht voor de communicatie onderling. Hoe houden we elkaar op de hoogte? Hoe zorgen we dat iedereen betrokken is? Hoe leren we van elkaar? De interne coaches spelen hierbij een cruciale rol. Zij dragen het gedachtegoed uit, signaleren knelpunten en betrekken elkaar in de zoektocht naar oplossingen.

4. Verbinding behandelaren
De behandelaren vormen ten slotte een belangrijke schakel in het werken aan leefplezier. In de vierde pijler worden er daarom verbindingssessies georganiseerd: hoe kunnen er bruggen worden gebouwd tussen de verschillende disciplines?

Doorkijkje naar afronding
Lieke Sips, Sociaal Ondernemer bij Vita, geeft een doorkijkje naar het einde van het project in december 2021: “Eind dit jaar zal het leefplezier-gedachtegoed voor iedereen – onze bewoners, belangrijke anderen en medewerkers – bekend zijn. Het is dan een algehele werkwijze geworden. Daar werken we hard aan! Ik kijk ook uit naar het eindrapport met de veranderkundige lessen. Momenteel is de hoeveelheid Leefplezierplan-trainingen best intensief voor ons. Een kwart van onze medewerkers is geschoold, zij moesten allemaal worden uitgeroosterd. Dus we zoeken naar minder intensieve methodieken om het Leefplezierplan te verspreiden, die toch veel effect hebben. We hebben namelijk het voornemen om het Leefplezierplan ook te verspreiden naar onze andere locaties.”

De komende maanden krijgen de vier pijlers verder vorm, zodat er eind 2021 een fundering staat om verder te bouwen aan het Leefplezierplan.

Heeft u vragen, neem dan gerust contact op met Mandy Schouwenaars van Zorggroep Elde Maasduinen of met Sanne Schweers van Leyden Academy.

Hulpvragen en behoeften van de naoorlogse generatie

Stichting Joods Maatschappelijk Werk, stichting Pelita en stichting de Basis (nu het Nederlands Veteraneninstituut), drie organisaties die samen veel kennis bezitten over context-gebonden zorg en welzijn, hebben een onderzoek geïnitieerd dat de wensen en behoeften van de naoorlogse generatie in kaart brengt. In samenwerking met Leyden Academy wordt er in opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van september 2020 tot mei 2021 een verkennend kwalitatief onderzoek uitgevoerd.

Aanleiding voor het onderzoek is de vraag naar dienstverlening onder deze groep in het aanbod van gespecialiseerd maatschappelijk werk en welzijnsactiviteiten. Uit de ervaringen van de drie organisaties blijkt dat de cultuursensitieve benadering en context-specifieke aansluiting die zij bieden, van belang is om voor deze naoorlogse generatie van betekenis te zijn. Tegelijkertijd is er nog weinig bewijs hiervoor in wetenschappelijke studies omdat er, zeker in Nederland, nog weinig met een bredere blik naar de naoorlogse generatie is gekeken. Deze discrepantie tussen de stand van zaken in de huidige literatuur en de beleving en de signalen van de organisaties vraagt om nader onderzoek.

In een verkennend kwalitatief onderzoek naar de hulpvragen en behoeften van de naoorlogse generatie, wordt naar antwoorden gezocht op vragen als: waar bestaan deze hulpvragen uit? Wat maakt deze hulpvragen specifiek? En hoe zou een passend aanbod eruit zien? De antwoorden worden gezocht door middel van een literatuurstudie, dossieronderzoek, drie focusgroepen (met experts, vertegenwoordigers van de naoorlogse generatie en medewerkers van de betrokken organisaties) en interviews met cliënten van de organisaties.

Na afronding van het onderzoek worden de resultaten gedeeld met de betrokken organisaties en de Tweede Kamer, en op termijn ook met een breder publiek door middel van een publicatie en publiekssymposium.

Neem voor meer informatie contact op met Jolanda Lindenberg.

Zorg- en welzijnsprofessionals werken samen aan betere zorg voor ouderen

Zorg- en welzijnsprofessionals werken samen aan betere zorg voor ouderen

Gezondheid is meer dan een fysieke beperking. Het betekent ook lekker in je vel zitten en in balans zijn. Het zorglandschap is daarmee niet alleen de huisarts, maar bijvoorbeeld ook de fysiotherapie, de welzijnsorganisatie en de ergotherapeut. Voor ouderen kan het soms lastig zijn om hun weg in dit complexe zorglandschap te vinden. Vandaag, op Wereldgezondheidsdag, presenteren verschillende zorg- en welzijnsprofessionals de resultaten van twee pilots met als doel het verbeteren van de zorg voor ouderen in Maarssen Dorp: het geriatrisch spreekuur en het project ‘Kennisdelers’. In een actie-onderzoek samen met de betrokkenen, heeft Leyden Academy onderzocht wat de wensen, verlangens en behoeften zijn van oudere inwoners en zorgprofessionals rondom multidisciplinaire samenwerking in de eerstelijnszorg. Op basis van de positieve resultaten worden beide pilots voortgezet.

Samenwerking zorg en welzijn
Daphne de Vette, adviseur welzijn, vertelt: “De zorg voor ouderen gaat verder dan alleen medische zorg. Het gaat namelijk ook over welbevinden. In een tijd als deze, waarin onzekerheid, angst en eenzaamheid heersen, is een project waar zorg en welzijn samenkomen heel belangrijk.’’ De samenwerking heeft ook een positieve impact op de zorg- en welzijnsprofessionals zelf: ‘’Professionals werken zo efficiënter, doordat je direct met elkaar in contact staat. Je leert elkaar en elkaars werkwijzen beter kennen en daardoor neemt het werkplezier toe!’’, vertelt ergotherapeut Rinske Rebel. Huisarts Eugenie Hodes onderschrijft dat: “We maken nu veel sneller concrete plannen. Het levert een breed beeld op door met verschillende gezondheidsprofessionals te kijken naar het probleem van een patiënt.’’ Corine van Maar, projectleider, vult aan: “Met dit project willen we de samenwerking tussen zorg- en welzijnsprofessionals verder versterken. Ouderen worden hierbij actief betrokken, zodat duidelijk wordt waar hun wensen en behoeften liggen. Het zorgproject is dus voor én door ouderen.’’

Eén spreekuur
Leyden Academy deed onderzoek naar een spreekuur waarin verschillende zorgprofessionals – zoals de huisarts, de fysiotherapeut, de dementieconsulent, de thuiszorg, de praktijkondersteuner en de ergotherapeut – in één consult samen met de patiënt een behandelplan opstellen. Er blijkt onder andere uit dat patiënten zich meer gehoord voelen en daardoor ook meer openstaan voor verdere behandeling. Eén van de deelnemers, een 84-jarige dame, vertelt: “In het spreekuur vertelde ik over mijn lichamelijke beperkingen. Samen met de huisarts, de fysiotherapeut en de ergotherapeut stelde ik een behandelplan op waar ergotherapie deel van uitmaakte. Ik kreeg hulpmiddelen voor in huis, zoals een speciale stoel voor in de keuken. Daardoor kan ik mij weer vrij bewegen. Zonder het spreekuur was ik niet uitgekomen bij ergotherapie!’’

‘Kennisdelers’
De andere pilot is het project ‘Kennisdelers’. Uit onderzoek blijkt dat er bij ouderen de behoefte is om anderen te ontmoeten én ook iets te leren. Kennisdelers bestaat uit een reeks lezingen voor ouderen over onder andere gezondheidsthema’s. Daphne de Vette, adviseur welzijn, vertelt: “Ontmoeten draagt bij aan plezier en zingeving. Zorg en welzijn komen samen in dit project.”

Dit initiatief is een samenwerking van Medisch Centrum Maarssen Dorp, zorgorganisatie Careyn, Welzijn Stichtse Vecht, Centrum voor Fysiotherapie & Manuele Therapie Maarssen, Gemeente Stichtse Vecht en bewoners uit Maarssen Dorp. Het project is mogelijk gemaakt vanuit het ZonMw programma Langdurige zorg en ondersteuning voor ouderen. Het onderzoek is uitgevoerd door Leyden Academy on Vitality and Ageing.

Wilt u op de hoogte blijven, neem dan contact op met Daphne de Vette. Voor meer informatie over het onderzoek van Leyden Academy kunt u contact opnemen met Lucia Thielman.

Vervolgonderzoek: op zoek naar houvast in de tweede coronagolf

Vervolgonderzoek: op zoek naar houvast in de tweede coronagolf

Leiden, 25 maart 2021 – Hoe ervaren ouderen de coronacrisis? Aan het begin van de pandemie (maart-april 2020) hielden wij 59 diepte-interviews met senioren uit heel Nederland, om te horen hoe zij omgaan met de maatregelen en wat de impact van corona is op hun leven. In juni publiceerden we de uitkomsten van dit eerste onderzoek, waaruit bleek dat ouderen de crisis heel verschillend beleven, maar dat er wel patronen zijn te herkennen in de wijze waarop zij grip trachten te houden op de situatie. In oktober 2020, aan het begin van de tweede coronagolf, hebben we 15 deelnemers aan het eerste onderzoek opnieuw geïnterviewd. Waar sommige ouderen erin slaagden om een nieuwe balans te vinden tussen aanvaardbare risico’s nemen en betekenisvolle activiteiten hervatten, zonderden anderen zich juist verder af.

Langere duur
In het voorjaar zagen de onderzoekers dat veel ouderen zich vasthielden aan de gedachte dat de crisis van tijdelijke aard zou zijn. Zij wachtten tot zij hun oude leven weer zouden kunnen oppakken. De coronapandemie bleek echter van langere duur, en in ons onderzoek stellen we vast dat ouderen hier verschillend mee omgaan. Veel van de geïnterviewden leken een persoonlijke afweging te maken tussen hun veiligheid en hun sociale betrokkenheid en betekenisvolle activiteiten, waarbij velen kleine, voor hen acceptabele, risico’s namen om waarde en zin in het leven (terug) te vinden.

“De eerste drie maanden was het echt van: zo moet het en dit mocht niet en dat mocht niet en dan voel je je toch wel een beetje geremd. Ja, gevangen eigenlijk als het ware. Maar nu ben ik eraan gewend geraakt. Ik pas me helemaal aan en dat vind ik wel fijn. Waarschijnlijk is het gewoon het aanvaarden van het feit dat we nu gewoon in deze situatie leven.” (man, 94, weduwnaar)

Anderen ervaarden juist gevoelens van verdriet en somberheid door de langere duur van de crisis, in combinatie met de omslag naar het herfstweer.

“Maar als je nu natuurlijk na al die maanden weer teruggeworpen wordt, terug bij af bent, dan kijk je toch anders tegen de situatie aan. Het is toch wel iets waar je best wel down van kan worden hoor, dat gevoel. Het doet wel wat met me.” (vrouw, 92, weduwe)

Afnemende solidariteit
Een van de thema’s waarin de onderzoekers de grootste verandering zagen tussen de eerste en tweede coronagolf, is die van solidariteit. Voor sommige ouderen leidde het veranderende gedrag in de samenleving ertoe dat ze vaker thuis bleven en drukke plaatsen zoals supermarkten gingen mijden. Terwijl de samenleving als geheel in die periode langzaam leek terug te keren naar het ‘normale’ leven, zonderden sommige oudere deelnemers zich juist meer af. Vooral deze ouderen hadden graag strengere en eenduidigere maatregelen van de overheid gezien, zodat ook zij de dingen konden blijven doen die voor hen het belangrijkst zijn.

“Nou, in het begin zag je dat er saamhorigheid was. Dat zag je enorm. Maar nu, nee dat verdwijnt helemaal. Je krijgt een soort tweestrijd tussen mensen.” (man, 67, getrouwd)

Verloren jaar
De geïnterviewde ouderen gaven aan grote moeite te hebben met leeftijdsgebonden maatregelen, zoals het sluiten van verpleeghuizen tijdens de eerste coronagolf. Ook in het geval van een strengere lockdown zou een meerderheid van de ouderen aparte maatregelen voor verschillende leeftijdsgroepen ongewenst vinden. Zij gaven aan het belangrijk te vinden dat er een focus bleef op de samenleving als geheel.

“Ik vind dat je de maatregelen voor iedereen gelijk moet houden, want de gevoelens die er zijn, zijn voor de jongeren hetzelfde als voor ouderen. Als je nou naar je kinderen verlangt, of naar je kleinkinderen, of je nou 80 bent of 60 of 50 bent, het gevoel blijft hetzelfde.” (man, 94, weduwnaar)

Toch telt de gemiste tijd door corona voor veel ouderen zwaar, aldus onderzoeker dr. Jolanda Lindenberg: “Een van de dames in ons onderzoek, in de negentig, vertelde dat het voor haar extra verdrietig voelt omdat ze nog maar zo weinig tijd voor de boeg heeft. Ze gaf zichzelf nog een paar jaar en daarvan heeft ze er nu eentje verloren, zo voelde het voor haar en waarschijnlijk voor veel van haar generatiegenoten. Toch leken de meeste ouderen in ons onderzoek nog steeds hoop te houden op een betere tijd waarin ze hun leven weer konden oppakken. Hopelijk bieden de vaccinaties nu snel dat gehoopte perspectief.”

De uitkomsten van het vervolgonderzoek ‘Ouderen in de tweede coronagolf’ (oktober 2020) kunt u teruglezen in de publiekssamenvatting. Neem in geval van vragen contact op met Niels Bartels, manager communicatie.

Gelukkig oud worden is zinvol oud worden

Gelukkig oud worden is zinvol oud worden

Wat is de waarde van kunst en cultuur in de langdurige zorg en ondersteuning? En hoe kunnen cultuurdeelname en kunstbeoefening bijdragen aan de kwaliteit van leven van ouderen? Crétien van Kampen en Sanne Scholten, beiden met ruime kennis op dit vlak, delen hun visie vandaag in een e-magazine op de website van ZonMw: ‘Zorg gaat ook om zingeving, om een waardevol leven.’ Met een reflectie van Tineke Abma namens Leyden Academy.

Zorg en kunst kunnen elkaar nog veel meer versterken
De 80-jarige meneer Pamuk brengt zijn dagen veelal alleen door. Echt thuis in deze tijd voelt hij zich niet. Wat mist hij? Hoe krijgt hij meer zin in het leven? Dit is de rode draad in het essay ‘Gelukkig ouder worden in een veranderende samenleving. Een pleidooi voor zingeving en creativiteit’ van Crétien van Campen, wetenschappelijk onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en voorzitter van de ZonMw-programmacommissie Kunst en cultuur in de Langdurige zorg en ondersteuning.

‘Rapporten staan vaak bol van cijfers en trends, terwijl het uiteindelijk gaat om mensen en hun levensverhalen. Om ons daarvan bewust te zijn, heb ik ervoor gekozen deze – weliswaar fictieve, maar gebaseerd op onderzoeksresultaten – meneer Pamuk centraal te stellen’, licht Van Campen zijn keuze toe. In het essay verkent hij welke aspecten van het leven bijdragen aan gelukkig ouder worden.

Kunst en cultuur als motor
Volgens Van Campen zijn drie zaken daarbij van groot belang: ‘Actief blijven, niet alleen fysiek maar ook mentaal en sociaal. Betrokken blijven, jezelf onderdeel voelen van de samenleving dus. En van betekenis zijn, het gevoel hebben dat je ertoe doet. Die aspecten maken dat een mens zin heeft in het leven.’ Kunst en cultuur kunnen op al deze facetten positieve impact hebben. ‘Als een soort motor kan het uitdagen om in actie te komen. Iets creëren of ergens aan bijdragen, wellicht voor een publiek, zorgt voor betrokkenheid en geeft betekenis.’

Toch is er volgens Van Campen nog niet altijd genoeg aandacht voor de rol die kunst en cultuur binnen de langdurige zorg en ondersteuning kan spelen. ‘De verbinding tussen die werelden kan sterker. Er worden nog verschillende talen gesproken. De zorgverlener kan heel goed helpen, maar kijkt nog te vaak vanuit beperkingen. Of heeft een vast protocol om oplossingen te bieden. Voor kunst en cultuur is er geen formule of vast recept. De vorm moet aansluiten bij mensen, hun levenssituatie en biografie. De kunstenaar ziet die persoon en denkt: Hoe kan ik die uitdagen? Hoe kan ik plezier brengen?’

Wereld te winnen
Ook volgens Sanne Scholten, directeur van het LKCA (Landelijk Kennisinstituut voor Cultuureducatie en Amateurkunsten) en vicevoorzitter van de ZonMw-programmacommissie Kunst en cultuur in de Langdurige zorg en ondersteuning, is er nog een wereld te winnen op het gebied van deze verbinding. ‘Decentralisatie maakt een steviger connectie op gemeentelijk niveau mogelijk. Hoe kun je door inzet van kunst en cultuur voorkomen dat zwaardere zorg nodig is?’

Toch komt het nu in de uitvoering vaak neer op losse projecten en subsidies. ‘Enthousiastelingen die ervan zijn doordrongen dat zorg ook gaat om zingeving, om een waardevol leven, zorgen wel dat kunst en cultuur een plek krijgt. Maar daar zou het niet afhankelijk van moeten zijn. Wetenschappelijke onderzoeksresultaten kunnen het inzicht dat dit een levensbehoefte is, nog verder versterken.’

Onderwijs
Scholten hoopt dan ook dat de uitkomst van het participatief actieonderzoek ‘Kunst in de Zorg’ van Leyden Academy on Vitality and Ageing en Amsterdam UMC naar 19 kunstprojecten en programma’s zal bijdragen aan een meer structurele borging van kunst en cultuur in de langdurige zorg en ondersteuning. Daarnaast ziet zij een grotere rol voor het onderwijs. ‘Deze kennis moet niet alleen naar beleidsmakers en instellingen, maar verdient ook een plek in het onderwijs. Professionals moeten weten welke effecten kunst en cultuur hebben op welzijn en gezondheid van ouderen.’

In haar studententijd zag Scholten die effecten voor het eerst met eigen ogen. Tijdens het Smartlappenfestival zongen ouderen in een verzorgingshuis. ‘Het plezier straalde ervan af’, blikt ze terug. ‘Daar heb je eigenlijk geen onderzoek voor nodig. Bij ouderen ligt de nadruk vaak op wat niet meer lukt. Maar bij kunst gaat het om mogelijkheden.’ Ze noemt het voorbeeld van  een project voor mensen met Alzheimer. ‘Een man die altijd muziek maakte, kan dat niet meer. Maar hij kan wel samen zingen met een buddy.’

Wat kan er wél?
Van Campen beaamt het belang van kijken naar wat er wél kan met behulp van kunst en cultuur in langdurige zorg en ondersteuning. ‘Kunstenaars zijn gericht op de eigen kracht van mensen, waar liggen de mogelijkheden? Hoe kan iemand meedoen? Het aanbieden van een rollator is ook belangrijk, maar levert iets heel anders op dan meezingen in een zangkoor.’ Hij ziet creatieve oplossingen voortkomen uit samenwerkingen van kunstenaars met zorgprofessionals. ‘Zij kunnen elkaar aanvullen en helpen vanuit hun eigen kennis. Zo versterken ze elkaar. Deze kruisbestuiving mag nog een stuk intensiever.’

En nee, natuurlijk zijn kunst en cultuur  niet dé oplossingen voor alle problemen. ‘Nee, we zien het niet als het volgende medicijn. Het is juist iets heel anders. Een prikkel, en als je het mij vraagt een levensbehoefte. Niet voor niks hebben 6,4 miljoen Nederlanders er affiniteit mee. Bij eenzaamheid denken we vaak aan een gebrek aan sociale contacten, maar het gaat om betekenisvolle contacten. Kunst en cultuur kan helpen betekenis te vinden en daaruit kunnen die contacten voortkomen.’

Voldoening
Meneer Pamuk komt er in zijn essay achter dat hij het ontzettend leuk vindt weer met techniek bezig te zijn. ‘Het gaat erom iets te vinden dat zin geeft in het leven. Voor meneer Pamuk was dat techniek, voor vele anderen is kunst en cultuur onderdeel van de essentie’, stelt Van Campen. En nee, daarbij moeten we niet alleen maar denken aan het Rijksmuseum of Concertgebouw. ‘Het gaat om alles dat creatieve vaardigheden aanspreekt. Dat kan ook taarten bakken zijn, of stamboomonderzoek, als het maar voldoening geeft.’

Reflectie prof. dr. Tineke Abma, directeur Leyden Academy en hoogleraar Amsterdam UMC: “En niet onbelangrijk: kunst ráákt je”
‘In een participatief actieonderzoek onderzoeken wij – Leyden Academy en Amsterdam UMC – samen met ouderen, kunstenaars, zorgmedewerkers en vrijwilligers sinds maart 2020 de impact van kunst in de zorg op individueel, sociaal en maatschappelijk niveau. De kunstvormen lopen uiteen van theater, tot dans, muziek en beeldend werk. Inmiddels hebben we 472 micro-narratieven (korte verhaalfragmenten) verzameld bij 109 deelnemers, verspreid over 15 kunstinitiatieven en vier programma’s. Uit de eerste analyses blijkt dat kunst bijdraagt aan: a) positieve gevoelens; b) zinvol bezig zijn en blijven leren; en c) de kwaliteit van sociale interacties. Ouderen geven aan dat zij plezier hebben en vrolijk worden, en dat kunst hen helpt om zich beter te voelen. Het bezig zijn met een betekenisvolle activiteit verschaft zin, en stimuleert mensen om zich te blijven ontwikkelen. Een zanger met dementie van een Participatiekoor vertelde hoe hij aanvankelijk dacht dat hij de Erbarme Dich partituur van Bach niet kon zingen, maar vol trots ontdekte dat hij dit weldegelijk in de vingers kreeg. En een ‘mantelzanger’ ervoer zelf ook hoe betekenisvol haar rol als buddy was: ‘Je doet het met zijn allen … Ja de blijheid van de mensen. Ook na afloop! Het kan alleen maar als je verbinding met elkaar hebt.” We kijken nu naar de vraag waarom het bezig zijn met kunst impact heeft. Wat zijn de werkzame principes? Het lijkt erop dat vooral de actieve participatie belangrijk is. En niet onbelangrijk: kunst ráákt je, zoals een traan die opkomt bij een muziekstuk. Dan ervaar je dat je leeft.’

HAN-Centre for Creativity presenteert webinar Tineke Abma

HAN-Centre for Creativity presenteert webinar Tineke Abma

“Je doet het met zijn allen… Ja de blijheid van de mensen. Ook na afloop! Het kan alleen maar als je verbinding met elkaar hebt.”

Ouderen die meedoen aan culturele activiteiten zijn vaak razend enthousiast. Er zijn dan ook veel mooie initiatieven en programma’s, maar het aanbod is versnipperd en de positieve effecten en werkzame principes zijn nog nauwelijks onderzocht. Wat kunnen kunst en cultuur betekenen voor de gezondheid en het welbevinden van ouderen? In een participatief actieonderzoek onderzoeken Leyden Academy on Vitality and Ageing en Amsterdam UMC samen met ouderen, kunstenaars, zorgmedewerkers en vrijwilligers sinds maart 2020 de impact van kunst in de zorg op individueel, sociaal en maatschappelijk niveau. Inmiddels zijn er 472 micro-narratieven (korte verhaalfragmenten) verzameld bij 109 deelnemers, verspreid over vijftien kunstinitiatieven en vier programma’s.

In een webinar deelt hoogleraar Tineke Abma op donderdag 18 maart van 15.00-16.00 uur tussentijdse bevindingen vanuit wetenschappelijk onderzoek, geïllustreerd door aansprekende voorbeelden uit de praktijk. Zoals de Participatiekoren waarin mensen met dementie en ‘mantelzangers’ samen zingen. Klik hier om u in te schrijven voor deze gratis webinar.

Sociale Vraagstukken: ouderenzorg in internationaal perspectief

Sociale Vraagstukken: ouderenzorg in internationaal perspectief

Op 8 februari 2021 publiceerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) de working paper ‘Houdbare ouderenzorg – Ervaringen en lessen uit andere landen’. Deze landenstudie, uitgevoerd door een team van onderzoekers van Leyden Academy, IQ healthcare Radboudumc en Erasmus School of Health Policy & Management, brengt in kaart wat we kunnen leren van de ervaringen uit Engeland, Denemarken, Duitsland en Japan om onze ouderenzorg toekomstbestendig te houden.

Rondgang langs vier landen
Tineke Abma, samen met Elena Bendien namens Leyden Academy betrokken bij het onderzoek, schreef op verzoek van het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken het artikel ‘Hebben Engeland, Japan, Denemarken of Duitsland hun ouderenzorg beter georganiseerd?’. In dit artikel, dat vandaag is verschenen, maakt Abma een rondgang langs de vier onderzochte landen, met achtereenvolgens de Engelse focus op marktwerking, de Deense consistente visie op zorg thuis, het Japanse streven naar ‘re-familisering’ en de Duitse responsiviteit voor sentimenten uit de samenleving. En ten slotte de Hollandse zuinigheid.

Drie lessen voor Nederland
Uiteindelijk destilleert Abma uit deze rondgang drie lessen voor Nederland, met het voorbehoud dat zo’n taai vraagstuk zich niet zomaar laat oplossen: “Onze landenstudie biedt geen quick fixes. Wel laat onze studie zien dat alleen een langetermijnvisie, in een open dialoog met alle partijen besproken en ontwikkeld, voor een stabiel maatschappelijk draagvlak van het ouderenbeleid kan zorgen.”

Het artikel ‘Hebben Engeland, Japan, Denemarken of Duitsland hun ouderenzorg beter georganiseerd?’ is op 26 februari 2021 gepubliceerd op de website van het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken. Het persbericht n.a.v. de WRR working paper vindt u hier.

Omgaan met stress met mindfulness

Omgaan met stress met mindfulness

We weten allemaal dat bewegen, gezond eten, slaap en sociale contacten belangrijk zijn als het gaat om vitaliteit, maar stress is dat ook! Ouder worden brengt de nodige uitdagingen met zich mee. En nu met het heersende coronavirus helemaal. Zijn ouderen gebaat bij technieken van mindfulness om met stress om te gaan? Kan het ouderen weerbaarder maken?

Mindfulness cursus en onderzoek
Deze vragen brachten Berit Lewis ertoe om onderzoek te doen naar de veerkracht van ouderen en om hen coping-strategieën te leren. Wilt u meer leren over mindfulness en het omgaan met stress? Dat kan via de gratis, Engelstalige cursus ‘Thriving life’ die Berit in de veiligheid van uw eigen huis (online) voor een kleine groep ouderen aanbiedt. De cursus zal gebaseerd zijn op Mindfulness Based Stress Reduction, de gouden standaard van mindfulnesscursussen.

Specificaties
Leeftijd: 55+
Tijdsbestek: acht woensdagen van 10.00-11.30 uur, vanaf 17 maart 2021
Taal: Engels
Kosten: gratis
Ervaring: niet nodig, wel enigszins digitaal vaardig zijn (online cursus via Zoom)

Meer informatie
Bekijk de website voor meer informatie of neem contact op met Berit Lewis: tel. 06-54202862, info@thrivinglife.eu. Klik hier voor de flyer (Engelstalig).

De cursus en het onderzoek is in samenwerking met Leyden Academy en is onderdeel van de Master Vitality and Ageing van Universiteit Leiden.

Van gezonde individuen naar gezonde populaties

Van gezonde individuen naar gezonde populaties

Naast een hoog-risicobenadering die gericht is op individuen, zouden we meer moeten inzetten op populatie-interventies gericht op een gezondere leefstijl, om veel voorkomende welvaartsziekten een halt toe te roepen. Daarvoor pleiten onderzoeker Paul van de Vijver en hoogleraar Vitaliteit David van Bodegom deze week in het artikel Van gezonde individuen naar gezonde populaties in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG).

Individu en populatie
In zijn klassieke artikel Sick individuals and sick populations beschreef wijlen Geoffrey Rose al in 1985 het belang om naast de hoog-risicopreventie ook populatiepreventie toe te passen. Ruim dertig jaar later is zijn werk nog steeds relevant. Van de Vijver en Van Bodegom zetten in hun artikel het verschil uiteen tussen determinanten die individuele gevallen van ziekte verklaren, en determinanten van populatie-incidentie die verklaren waarom een ziekte veel of weinig voorkomt in een bepaalde populatie. Zoals de blootstelling aan hoge doses uv-straling in de tropen, die verklaren waarom staar in tropische gebieden vaker voorkomt. Deze determinanten kunnen een aangrijpingspunt zijn voor preventie op populatieniveau, ook wel ‘populatiestrategie’ genoemd.

Inzetten op populatiegerichte aanpak
Aan de hand van een artikel elders in het NTvG over de volksgezondheid op de Caribische eilanden in vergelijking met Nederland, komen Van de Vijver en Van Bodegom tot de conclusie dat Nederland meer zou moeten inzetten op een populatiegerichte aanpak. We proberen immers al jaren tevergeefs om mensen met een hoog risico op ziekte individueel te beïnvloeden. Intussen telt ons land 8,5 miljoen mensen met overgewicht, lijden meer dan 1 miljoen mensen aan diabetes type 2 en behoren hart- en vaatziekten tot onze voornaamste doodsoorzaken.

Tabakverbod en suikertaks
Geoffrey Rose pleitte er al voor om naast de strategie die gericht is op patiënten met een hoog risico, ook een populatiestrategie toe te passen waarin determinanten op populatieniveau worden verminderd. Volgens de auteurs zouden in Nederland het verbieden van de verkoop van tabak of de invoering van een suikertaks voorbeelden zijn van populatiestrategieën die het overwegen waard zijn.

Het artikel Van gezonde individuen naar gezonde populaties van Paul L. van de Vijver en David van Bodegom is op 12 februari 2021 gepubliceerd in het NTvG.