Sociale Vraagstukken: ouderenzorg in internationaal perspectief

Sociale Vraagstukken: ouderenzorg in internationaal perspectief

Op 8 februari 2021 publiceerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) de working paper ‘Houdbare ouderenzorg – Ervaringen en lessen uit andere landen’. Deze landenstudie, uitgevoerd door een team van onderzoekers van Leyden Academy, IQ healthcare Radboudumc en Erasmus School of Health Policy & Management, brengt in kaart wat we kunnen leren van de ervaringen uit Engeland, Denemarken, Duitsland en Japan om onze ouderenzorg toekomstbestendig te houden.

Rondgang langs vier landen
Tineke Abma, samen met Elena Bendien namens Leyden Academy betrokken bij het onderzoek, schreef op verzoek van het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken het artikel ‘Hebben Engeland, Japan, Denemarken of Duitsland hun ouderenzorg beter georganiseerd?’. In dit artikel, dat vandaag is verschenen, maakt Abma een rondgang langs de vier onderzochte landen, met achtereenvolgens de Engelse focus op marktwerking, de Deense consistente visie op zorg thuis, het Japanse streven naar ‘re-familisering’ en de Duitse responsiviteit voor sentimenten uit de samenleving. En ten slotte de Hollandse zuinigheid.

Drie lessen voor Nederland
Uiteindelijk destilleert Abma uit deze rondgang drie lessen voor Nederland, met het voorbehoud dat zo’n taai vraagstuk zich niet zomaar laat oplossen: “Onze landenstudie biedt geen quick fixes. Wel laat onze studie zien dat alleen een langetermijnvisie, in een open dialoog met alle partijen besproken en ontwikkeld, voor een stabiel maatschappelijk draagvlak van het ouderenbeleid kan zorgen.”

Het artikel ‘Hebben Engeland, Japan, Denemarken of Duitsland hun ouderenzorg beter georganiseerd?’ is op 26 februari 2021 gepubliceerd op de website van het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken. Het persbericht n.a.v. de WRR working paper vindt u hier.

Omgaan met stress middels mindfulness

Omgaan met stress middels mindfulness

We weten allemaal dat bewegen, gezond eten, slaap en sociale contacten belangrijk zijn als het gaat om vitaliteit, maar stress is dat ook! Ouder worden brengt de nodige uitdagingen met zich mee. En nu met het heersende coronavirus helemaal. Zijn ouderen gebaat bij technieken van mindfulness om met stress om te gaan? Kan het ouderen weerbaarder maken?

Mindfulness cursus en onderzoek
Deze vragen brachten Berit Lewis ertoe om onderzoek te doen naar de veerkracht van ouderen en om hen coping-strategieën te leren. Wilt u meer leren over mindfulness en het omgaan met stress? Dat kan via de gratis, Engelstalige cursus ‘Thriving life’ die Berit in de veiligheid van uw eigen huis (online) voor een kleine groep ouderen aanbiedt. De cursus zal gebaseerd zijn op Mindfulness Based Stress Reduction, de gouden standaard van mindfulnesscursussen.

Specificaties
Leeftijd: 55+
Tijdsbestek: acht woensdagen van 10.00-11.30 uur, vanaf 17 maart 2021
Taal: Engels
Kosten: gratis
Ervaring: niet nodig, wel enigszins digitaal vaardig zijn (online cursus via Zoom)

Meer informatie
Bekijk de website voor meer informatie of neem contact op met Berit Lewis: tel. 06-54202862, info@thrivinglife.eu. Klik hier voor de flyer (Engelstalig).

De cursus en het onderzoek is in samenwerking met Leyden Academy en is onderdeel van de Master Vitality and Ageing van Universiteit Leiden.

Van gezonde individuen naar gezonde populaties

Van gezonde individuen naar gezonde populaties

Naast een hoog-risicobenadering die gericht is op individuen, zouden we meer moeten inzetten op populatie-interventies gericht op een gezondere leefstijl, om veel voorkomende welvaartsziekten een halt toe te roepen. Daarvoor pleiten onderzoeker Paul van de Vijver en hoogleraar Vitaliteit David van Bodegom deze week in het artikel Van gezonde individuen naar gezonde populaties in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG).

Individu en populatie
In zijn klassieke artikel Sick individuals and sick populations beschreef wijlen Geoffrey Rose al in 1985 het belang om naast de hoog-risicopreventie ook populatiepreventie toe te passen. Ruim dertig jaar later is zijn werk nog steeds relevant. Van de Vijver en Van Bodegom zetten in hun artikel het verschil uiteen tussen determinanten die individuele gevallen van ziekte verklaren, en determinanten van populatie-incidentie die verklaren waarom een ziekte veel of weinig voorkomt in een bepaalde populatie. Zoals de blootstelling aan hoge doses uv-straling in de tropen, die verklaren waarom staar in tropische gebieden vaker voorkomt. Deze determinanten kunnen een aangrijpingspunt zijn voor preventie op populatieniveau, ook wel ‘populatiestrategie’ genoemd.

Inzetten op populatiegerichte aanpak
Aan de hand van een artikel elders in het NTvG over de volksgezondheid op de Caribische eilanden in vergelijking met Nederland, komen Van de Vijver en Van Bodegom tot de conclusie dat Nederland meer zou moeten inzetten op een populatiegerichte aanpak. We proberen immers al jaren tevergeefs om mensen met een hoog risico op ziekte individueel te beïnvloeden. Intussen telt ons land 8,5 miljoen mensen met overgewicht, lijden meer dan 1 miljoen mensen aan diabetes type 2 en behoren hart- en vaatziekten tot onze voornaamste doodsoorzaken.

Tabakverbod en suikertaks
Geoffrey Rose pleitte er al voor om naast de strategie die gericht is op patiënten met een hoog risico, ook een populatiestrategie toe te passen waarin determinanten op populatieniveau worden verminderd. Volgens de auteurs zouden in Nederland het verbieden van de verkoop van tabak of de invoering van een suikertaks voorbeelden zijn van populatiestrategieën die het overwegen waard zijn.

Het artikel Van gezonde individuen naar gezonde populaties van Paul L. van de Vijver en David van Bodegom is op 12 februari 2021 gepubliceerd in het NTvG.

Landenvergelijking: houdbare ouderenzorg vereist langetermijnvisie en maatschappelijk draagvlak

Landenvergelijking: houdbare ouderenzorg vereist langetermijnvisie en maatschappelijk draagvlak

Leiden/Nijmegen/Rotterdam, 8 februari 2021 – Om de langdurige zorg voor ouderen in Nederland toekomstbestendig te maken moet de overheid een realistische langetermijnvisie ontwikkelen, in dialoog met alle belanghebbenden, als voorwaarde voor een stabiel maatschappelijk draagvlak. Dit is de belangrijkste conclusie uit de working paper ‘Houdbare ouderenzorg – Ervaringen en lessen uit andere landen’ dat vandaag is gepubliceerd door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). De landenstudie is uitgevoerd door onderzoekers van Leyden Academy on Vitality and Ageing, IQ healthcare Radboudumc en Erasmus School of Health Policy & Management (ESHPM), en vormt een achtergrondstudie bij het lopende WRR-adviestraject Houdbare Zorg.

Aanleiding en opzet onderzoek
De houdbaarheid van de langdurige zorg voor ouderen staat in Nederland al geruime tijd op de beleidsagenda. Hoe houden we deze zorg betaalbaar (financiële houdbaarheid), hoe zorgen we voor voldoende goed opgeleid personeel, ook om de kwaliteit van zorg te waarborgen (personele houdbaarheid) en hoe behouden we het draagvlak in de samenleving (maatschappelijke houdbaarheid)? Ook andere landen worstelen hiermee en hebben verschillende beleidskeuzes gemaakt om hiermee om te gaan. Door middel van literatuur- en documentonderzoek in combinatie met interviews met experts uit Denemarken, Duitsland, Engeland en Japan, hebben de onderzoekers in het rapport ervaringen uit die landen in kaart gebracht om daaruit lessen te trekken voor Nederland. Deze vier landen kennen vergelijkbare uitdagingen, zoals een vergrijzende bevolking en personeelstekorten in de zorg.

Geen pasklare oplossingen
De onderzoekers concluderen dat geen van de onderzochte landen dé oplossing heeft. Alle landen zoeken naar de ideale balans tussen financiële, personele (en kwaliteit in bredere zin) en maatschappelijke houdbaarheid. Lijken zij het op één of twee vlakken goed te doen, dan belemmert dit tegelijkertijd een andere dimensie van houdbaarheid. Zo hebben de lage lonen in de langdurige zorg in Duitsland, Engeland en Japan geleid tot slechtere kwaliteit van zorg en grotere maatschappelijke onvrede. Het duurzaam organiseren van de langdurige zorg voor ouderen blijkt een complex en taai vraagstuk waarin verschillende belangen, waarden en perspectieven gezien en gewogen moeten worden. Het hangt ook nauw samen met de culturele, historische en normatieve context, aldus onderzoeker Patrick Jeurissen (IQ healthcare): “Wat werkt in Duitsland hoeft bijvoorbeeld niet per se in Nederland te werken, en vice versa. Er zijn geen pasklare oplossingen.”

Eerst draagvlak, dan daadkracht
Uit de landenvergelijking komt naar voren dat het essentieel is om een realistische langetermijnvisie op de langdurige zorg te ontwikkelen. Er moet eerst worden geïnvesteerd in maatschappelijk draagvlak, door beleid te maken dat is geworteld in de culturele en normatieve kaders van de samenleving en daarmee de politieke waan van de dag overstijgt. Die langetermijnvisie zou in een open dialoog met alle belanghebbenden moeten worden besproken en ontwikkeld, ook om samen tot nieuwe oplossingsrichtingen te komen. Onderzoeker Tineke Abma (Leyden Academy): ”De opdracht voor beleidsmakers wordt daarmee: eerst draagvlak, dan daadkracht! En niet omgekeerd, zoals al te vaak gebeurt. We moeten met elkaar in gesprek over wat voor samenleving we met elkaar willen, zeker in de wetenschap dat in de toekomst de betaalbaarheid van de zorg nog verder onder druk komt te staan. Zo’n dialoog kan mensen ook aan het denken zetten over hoe zij zelf eigenlijk oud willen worden. Mensen denken daar nu vaak pas over na als het zover is.”

Verbeter de condities voor mantelzorg
In alle onderzochte landen, en ook in Nederland, is ‘langer thuis wonen’ het streven, zowel vanuit het oogpunt van kwaliteit als het toegankelijk houden van zorg. Hierbij wordt steeds meer inzet verwacht van mantelzorgers. Onderzoeker Iris Wallenburg (ESHPM): “Ook in Nederland hebben we daarop ingezet vanuit het ordeningsprincipe van decentralisatie, maar daar ervaren we op dit moment wel knelpunten, onder andere omdat vrouwen steeds meer zijn gaan werken. We zien dat in Denemarken de condities voor ‘langer thuis’ beter zijn geregeld, daar zouden we als Nederland van kunnen leren. Langer thuis blijft wenselijk, maar dan moeten we er wel de randvoorwaarden voor scheppen. Je kunt dit niet alleen aan de mantelzorgers overlaten.”

De working paper ‘Houdbare ouderenzorg – Ervaringen en lessen uit andere landen’ door Florien Kruse, Patrick Jeurissen (IQ healthcare Radboudumc), Tineke Abma, Elena Bendien (Leyden Academy), Iris Wallenburg en Hester van de Bovenkamp (ESHPM) is op 8 februari 2021 gepubliceerd op de website van de WRR.

Neem voor meer informatie contact op met Niels Bartels, manager communicatie Leyden Academy, via tel. (06) 3461 4817 of via e-mail.

Deelonderzoek Kunst in de zorg: “Ik zing vals, maar ik zing wel”

Deelonderzoek Kunst in de zorg: “Ik zing vals, maar ik zing wel”

Wat is de waarde van actieve kunstparticipatie voor senioren? Dat is één van de vragen die centraal staan in het onderzoek Kunst in de zorg dat wordt uitgevoerd door Leyden Academy en Amsterdam UMC, en gefinancierd door ZonMw. Op 1 februari jl. deelden we met betrokkenen de bevindingen van een deelonderzoek met SenseMaker®. Deze software helpt om de verhalen van ouderen te analyseren op kwantitatief niveau en om patronen te ontdekken. De deelnemers vertellen hun ervaringen en geven hier zelf duiding aan met behulp van een kleine set vragen.

De uitkomsten zijn gepresenteerd aan verschillende betrokkenen bij het onderzoek, zoals kunstenaars en de programmacommissie, met als doel deze te valideren. Ook vergelijken we de uitkomsten met internationale literatuur. U kunt de pdf van de presentatie hier lezen, of bekijk de video van de bijeenkomst zelf.

“Sinds ik Parkinson heb, kon ik niet meer zingen. Er kwam geen geluid meer uit mijn mond. Dus toen heb ik me er op gezet om weer te leren zingen. Elke dag oefenen… Ik heb mezelf wel weer leren zingen eigenlijk. Dus dat is leuk als dat dan is gelukt. Dus dat is een bijkomstigheid die ik niet ingeschat had. Ik zing wel vals, maar ik zing wel.”
Deelnemer Kunst in de zorg (dame, in de zestig)

Belangrijkste bevindingen
Uit het deelonderzoek met SenseMaker blijkt dat actieve kunstparticipatie oudere deelnemers vooral het volgende biedt:

  1. Positiviteit: vrolijk zijn, ontsnappen, genieten, ‘beter voelen’
  2. Zingeving door uitgedaagd worden en een leven lang leren
  3. Kwalitatieve sociale interacties: ‘op een andere manier contact’

“Je komt er altijd blij vandaan en we lachen veel. Als je iets nieuws leert, dan voel je je ook wel weer een beetje kind. Dat is zo leuk eraan ook hè. … Ik voel me heerlijk kinderlijk, speels. Het gaat bijna als vanzelf.”
Deelnemer Kunst in de zorg (dame, in de zeventig)

Tijdens de sessie op 1 februari zijn enkele opvallende bevindingen besproken die voor het onderzoeksteam nog onduidelijk waren, of waar vragen over waren, zoals:

Lichamelijkheid
De verhalen van senioren die deelnemen aan kunstinitiatieven en -programma’s leggen de focus beperkt op lichamelijkheid. Kunstenaars leggen uit dat dit zou kunnen komen omdat ze focussen op wat wél kan en dat de activiteit het lichaam even doet vergeten. Ook zinspelen ze op een verbinding tussen lichaam en geest en het gunstige effect van positiviteit op het lichaam.

Vrijheid ervaren
Ook komt naar voren dat met name senioren die afhankelijk zijn van thuiszorg of in een verpleeghuis wonen, ervaringen delen waarin ‘vrij voelen’ een belangrijke rol speelt. Kunstenaars denken dat dit komt doordat zij een proces van ‘vrije expressie’ faciliteren in hun activiteiten, dat mensen even geen hulp nodig hebben, of niet ‘ziek’ zijn tijdens de activiteit. Daarnaast geven ze aan dat senioren zich vaak gezien en uitgedaagd voelen, en zo ontsnappen aan het dagelijkse ritme en de gang van zaken die soms opgelegd wordt door anderen.

Neem voor meer informatie contact op met Lieke de Kock, neem een kijkje op de website Kunst in de zorg of schrijf u in voor de nieuwsbrief.

Oudere deelnemers en participatief actieonderzoek: van uitvoeren naar initiatief nemen

Oudere deelnemers en participatief actieonderzoek: van uitvoeren naar initiatief nemen

Wat zijn de positieve effecten van participatief actieonderzoek (PAR) voor oudere deelnemers? Elena Bendien, Barbara Groot en Tineke Abma (Leyden Academy en Amsterdam UMC) deden er onderzoek naar in samenwerking met de Zeeuwse vrijwilligersorganisatie Feest van Herkenning. Eind 2020 zijn hun bevindingen gepubliceerd in het artikel Circles of impacts within and beyond participatory action research with older people in wetenschappelijk tijdschrift Ageing & Society. Het artikel focust op de diverse typen impact die het kan hebben op de deelnemende ouderen, en hun onderlinge wisselwerking.

Aanleiding en aanpak
Onderzoekers praten al lang over het positieve effect van PAR op de deelnemers en de gemeenschappen waar zij wonen en werken, maar de impact is lastig te ‘meten’. Een succesvol PAR-project brengt in eerste instantie subtiele verschuivingen teweeg in de levensopvattingen van de deelnemers. Deze verschuivingen zorgen er vervolgens voor dat de deelnemende ouderen geleidelijk aan hun mening durven te uiten, initiatief (over)nemen, van elkaar willen leren en in staat zijn op het eigen handelen als team te reflecteren. Wanneer een PAR-project succesvol is, wordt de verandering ten slotte de norm; de ouderen voeren zelfstandig acties. Dit betekent dat na het vertrek van de onderzoeker het proces van actieve participatie doorgaat.

Er zijn voorbeelden van PAR-projecten in de literatuur, maar slechts in weinig projecten waren ouderen als co-onderzoekers betrokken. Het artikel in Ageing & Society beschrijft en analyseert een project in Zeeland dat door en met ouderen is geïnitieerd en uitgevoerd. De analyse is gericht op het identificeren van de verschillende vormen van impact, namelijk de impact op het persoonlijke niveau, de impact op het teamniveau en ten slotte op het niveau van de gemeenschap waar het project is uitgevoerd.

Feest van Herkenning
Het artikel is gebaseerd op een onderzoeksproject dat in 2017 en 2018 in de provincie Zeeland werd uitgevoerd, met behulp van een subsidie van vermogensfonds FNO. De vrijwilligersorganisatie Feest van Herkenning was de onderzoekspartner. Zij zijn al zeven jaar bezig met ‘reminiscentiewerk’: met voorwerpen uit het verleden gaan vrijwilligers, vrijwel altijd oudere mensen, naar instellingen waar mensen met dementie wonen. Aan de hand van deze koffertjes met voorwerpen, zoals ouderwetse schoolspullen of kledingstukken, komen ze met mensen in gesprek, zelfs met mensen die nog maar moeizaam kunnen praten. Bekijk deze video voor een introductie. Feest van Herkenning benaderde de onderzoekers met de vraag hoe het de duurzaamheid van de organisatie kan waarborgen door meer vrijwilligers te betrekken en meer reminiscentiesessies te organiseren, ook voor thuiswonende ouderen.

Van uitvoeren naar initiatief nemen
Dankzij het participatief onderzoeksproject ontstond binnen deze organisatie een hecht team van ouderen dat in anderhalf jaar een indrukwekkend proces heeft doorgemaakt. Van de positie van voornamelijk uitvoerende vrijwilligers, groeiden zij in de rol van initiatiefnemers van projecten die vandaag in de hele provincie Zeeland bekend zijn. Zo zijn er herinneringssessies voor alle ouderen in alle regio’s van Zeeland georganiseerd, zijn nieuwe verbanden opgebouwd met andere vrijwilligersorganisaties en is de gratis herinneringskrant Zeeuws Weerzien in de provincie geïntroduceerd, een initiatief dat volledig door de vrijwilligers van dit project is ontwikkeld en uitgevoerd.

Impact op drie niveaus
In het artikel in Ageing & Society is de ontwikkeling van dit project op twee manieren gevolgd. Er wordt een narratief account gegeven van de belangrijkste fasen, vergezeld van een analyse van de impact die PAR heeft op de individuele deelnemers, op het team als geheel en op de gemeenschap waar het vrijwilligerswerk wordt uitgevoerd. In elke fase geven we voorbeelden van de complexe interactie tussen de deelnemers, het onderlinge leerproces, de kracht van een individueel voorbeeld en de co-creatie die naar aanleiding van de groeiende betrokkenheid en het gevoel van verantwoordelijkheid tot bloei is gekomen. In de discussie wordt stilgestaan bij de wijze waarop deze typen van impact elkaar kruisen en versterken, maar ook bij de hindernissen die de deelnemende ouderen ondervinden, waaronder de aangeleerde genderrollen en de fragiele gezondheid.

“De ultieme burgerparticipatie”
Onze analyse toont aan dat de impact van PAR zowel op individueel niveau als op gemeenschappelijk niveau plaatsvindt, maar belangrijker nog, dat de diverse typen impact niet los van elkaar staan en elkaar zelfs beïnvloeden. Het feit dat de impact op diverse niveaus plaatsvindt, waarborgt tevens de duurzaamheid van de positieve veranderingen. Onderzoeker Elena Bendien: “Het uitvoeren van PAR projecten met oudere co-onderzoekers vraagt veel tijd, maar het is zeer de moeite waard. De co-onderzoekers nemen op den duur de rol van community-leiders op zich. Dit is de hoogst mogelijke stap in burgerparticipatie en de allermooiste beloning voor ons als onderzoekers.”

Het artikel Circles of impacts within and beyond participatory action research with older people door Elena Bendien, Barbara Groot en Tineke Abma is op 26 oktober 2020 verschenen in het wetenschappelijke tijdschrift Ageing & Society.

Neem voor meer informatie contact op met Elena Bendien.

Succesvolle Vitality Club in elke wijk op te zetten

Succesvolle Vitality Club in elke wijk op te zetten

Leiden, 17 december 2020 – In de Vitality Club sporten oudere buurtgenoten samen in de buitenlucht, en coachen elkaar. Dit blijkt te werken: de deelnemers blijven terugkomen en voelen zich fysiek en mentaal gezonder. Maar kun je dit soort clubs in elke wijk helpen opzetten, en weer loslaten zo gauw de groep op eigen benen staat? Uit onderzoek van Leyden Academy on Vitality and Ageing blijkt dat dit mogelijk is. De onderzoekers publiceren hun bevindingen in het decembernummer van wetenschappelijk tijdschrift Preventive Medicine Reports.

Drie beweegclubs opgericht
In eerder onderzoek werd vastgesteld dat de Vitality Club een effectieve en veelbelovende interventie is: het is immers relatief goedkoop (geen betaalde krachten) en schaalbaar (het zou in elke wijk moeten kunnen). De eerste beweegclub die werd onderzocht in het Gelderse Ulft, was door ouderen zelf opgericht. Maar kun je als beleidsmaker of zorg- en welzijnsprofessional ook zelf een Vitality Club helpen opzetten? Als experiment hebben onderzoekers van Leyden Academy drie Vitality Clubs opgericht en in de opzetfase begeleid: in Leiden Noord (sinds oktober 2016), de Professoren- en Burgemeesterswijk (augustus 2017) en Stevenshof (november 2017). De onderzoekers hebben de clubs gevolgd, beschreven hoe deze zijn opgezet, welke elementen werken en welke niet.

Op eigen benen
Inmiddels draaien in de Leidse wijken drie geheel zelfstandige Vitality Clubs, waarin tientallen ouderen elkaar elke doordeweekse dag coachen en samen aan hun fitheid werken. Ook in dit onderzoek blijkt de conditie van de deelnemers verbeterd en geven ze zelf aan dat ze een hogere kwaliteit van leven ervaren. De investering van de onderzoekers om deze Vitality Clubs in de beginfase te begeleiden, was gering: 81 tot 187 uur voor de ondersteuning bij het opstarten, en gemiddeld 170 euro voor sportmaterialen. Na 114 tot 263 dagen stond de groep op eigen benen.

Enorm potentieel
Volgens David van Bodegom, onderzoeker bij Leyden Academy en hoogleraar Vitaliteit aan het LUMC, bieden de Vitality Clubs een enorm potentieel voor de samenleving: “Vooral voor oudere mensen is voldoende beweging heel belangrijk, gezien het risico op aandoeningen zoals gewrichtsklachten, hoge bloeddruk en ouderdomssuiker. Toch lukt het maar weinig mensen om de beweegnorm te halen. Dat het deelnemers van de Vitality Club lukt om samen in beweging te blijven, was al geweldig nieuws. Maar we kunnen het ons als samenleving niet veroorloven om rustig af te wachten tot deze clubs spontaan worden opgestart. Eigenlijk zou elke wijk in Nederland een Vitality Club moeten hebben. Ons onderzoek was erop gericht om te zien of we de clubs een handje kunnen helpen – en ook snel weer loslaten, zo gauw deze levensvatbaar zijn. Dat blijkt dus goed te werken. Het is een model dat navolging verdient, om meer mensen te helpen om gezonder en plezierig ouder te worden.”

Over de Vitality Club
De Vitality Club is een beweegclub voor en door senioren. Deelnemers sporten op doordeweekse dagen samen buiten, waarbij de trainingen worden verzorgd door ‘peer coaches’, mensen uit de eigen groep die vrijwillig als trainer fungeren. Deelnemers hebben geen abonnement, ze komen als ze zin hebben. Er zijn inmiddels 17 Vitality Clubs actief in Nederland. In juni 2020 is de Vitality Club door het RIVM en haar partners erkend als beweeginterventie.

Het artikel Self-organizing peer coach groups to increase daily physical activity in community dwelling older adults door Paul van de Vijver, Frank Schalkwijk, Mattijs Numans, Joris Slaets en David van Bodegom is in december 2020 gepubliceerd in wetenschappelijk tijdschrift Preventive Medicine Reports.

In geval van vragen kunt u contact opnemen met Niels Bartels, manager communicatie, tel. (06) 3461 4817 of via e-mail.

Oproep: vul onze vragenlijst in over zorg in coronatijd

Oproep: vul onze vragenlijst in over zorg in coronatijd

De coronacrisis had en heeft veel impact op de zorg voor ouderen. Om beter zicht te krijgen op deze impact, zijn we op zoek naar ervaringen van senioren (die zorg ontvangen), mantelzorgers en zorgprofessionals in tijden van COVID-19. Het onderzoek bestaat uit een korte vragenlijst, met open en gesloten vragen. U krijgt eerst de vraag om kort uw ervaring te beschrijven. Vervolgens wordt er een aantal vragen over uw ervaring gesteld.

Via dit project willen wij beter in kaart brengen of en hoe corona de zorg die u ontvangt of verleent, heeft veranderd. Met deze informatie hopen wij bij te dragen aan de ontwikkeling van trainingen voor zorgverleners en mantelzorgers, waarbij de persoonlijke ervaringen van senioren centraal staan. Het uiteindelijke doel is om zorgverleners meer inzicht te geven in de wensen en verlangens van senioren rondom hun gezondheid en welzijn en hen te ondersteunen in het verlenen van persoonsgerichte zorg, ook in tijden van corona.

Het onderzoek maakt deel uit van het Europese project ‘A Narrative Approach to Improve Citizens’ Ageing and Well-being’, gefinancierd door EIT Health. We werken hierin samen met de Universiteit van Barcelona, Universiteit van Copenhagen, Universiteit van Newcastle, Erasmus Universiteit Rotterdam, Achmea and E-Seniors.

De resultaten van dit onderzoek worden anoniem verwerkt. Meer informatie over het onderzoek vindt u op deze website. Heeft u hulp nodig bij het invullen van de vragenlijst, neem dan gerust contact op met Lucia Thielman (e-mail thielman@leydenacademy.nl) of Miriam Verhage (e-mail verhage@leydenacademy.nl). U kunt ons ook bellen: tel. (071) 524 0960.

Klik hier om naar de vragenlijst te gaan

Embrace: door muziek je persoonlijkheid weer tot leven gebracht

Embrace: door muziek je persoonlijkheid weer tot leven gebracht

Leden van de onderzoeksgroep Kunst in de Zorg zijn de afgelopen weken in gesprek gegaan met kunstenaars om werkzame elementen van hun werk te analyseren, zo ook met projectleiders en musici van Embrace Nederland. Door het maken van muziek haal je niet alleen herinneringen op, maar ook een stukje van het ‘zijn’ van die persoon. Vooral bij mensen met dementie is dit een belangrijke waarde, omdat het idee heerst dat de persoonlijkheid van iemand met dementie langzaam verdwijnt naarmate de hersenen steeds verder beschadigen. Dit idee is gebaseerd op de gedachte dat lichaam en geest van elkaar gescheiden zijn. ‘Wie iemand is’ zou dan puur gebaseerd zijn op cognitie, het kunnen uitspreken of benoemen van emotie en het verbaal ophalen van herinneringen.

Er zijn voorbeelden uit de praktijk en literatuur die hier een tegengeluid over laten horen. Zo heeft Pia Kontos, onderzoeker aan de universiteit van Toronto, veel geschreven over embodied personhood bij mensen met dementie. Zij onderzoekt het idee dat ‘wie je bent’ ook opgeslagen zit in het lichaam. Ons lichaam en niet alleen onze geest is aanwezig bij alle ervaringen en sociale interacties in ons leven. Sommige aspecten van onze persoonlijkheid zijn onderdeel van ons lichaam, en blijven dus bestaan, ondanks cognitieve achteruitgang. Denk bijvoorbeeld aan de manier van bewegen van iemand die altijd yoga les heeft gegeven, het gevoel wat je iedere keer weer krijgt wanneer je de muziek van je geboortegrond hoort, het ritme van een leven lang werken in een fabriek, allemaal dingen die zijn opgeslagen in het lichaam. Muziek, en andere vormen van kunst, kunnen hier wellicht een aanspraak op doen: door bijvoorbeeld het ritme of de dynamiek van iemands manier van bewegen te volgen, wordt de persoonlijkheid van diegene als het ware ter plekke tot leven gebracht. Zo is het misschien mogelijk om weer even iets te zien van wie zo iemand was, of wie hij of zij op dit moment is.

Kontos benoemt dat kunstzinnige activiteiten een beroep doen op emotie en non-verbale communicatie en dus juist gericht zijn op manieren waarop iemand zich door zijn of haar lichaam nog kan uitdrukken. Het geeft mensen de kans een stukje van hun persoon te laten zien. Gezien en gekend worden is een behoefte die iedereen heeft, ook mensen met dementie. Gezien worden betekent ertoe doen, er nog mogen zijn: Ik ben ik, omdat jij mij kent.

Literatuur
Kontos P,  Martin W. Embodiment and dementia: exploring critical narratives of selfhood, surveillance, and dementia care. Dementia (London, England) 2013;12(3):288-302. https://doi.org/10.1177/1471301213479787

Het project Muziek en Dementie van Embrace Nederland maakt onderdeel uit van het onderzoeksproject Kunst in de Zorg. De foto’s zijn gemaakt door Bob de Boer.

‘Dankzij design je beperkingen even op de achtergrond’

‘Dankzij design je beperkingen even op de achtergrond’

Ons lichaam verandert tijdens ons leven. Welke impact heeft die verandering en wat kunnen andere generaties hiervan leren? De Embassy of Health presenteert deze week tijdens de Dutch Design Week een uitgebreid online programma over de toekomst van de zorg. Met onder meer aandacht voor ENCOUNTER, een bijzonder project van social designer Joost van Wijmen die zintuigelijke werkvormen ontwikkelt om persoonlijke verhalen op te halen. Bijvoorbeeld door met mensen in gesprek te gaan over hun littekens en deze te borduren (ENCOUNTER #6). Van Wijmen vertelt er vandaag over in een interview op zorgblog Skipr, samen met Tineke Abma van Leyden Academy: “Kunst kan mensen laten ervaren dat ze meer kunnen dan ze voor mogelijk hielden. Je beperkingen zijn dan even op de achtergrond.”

Ouderen als veranderexperts
Een ander project van Van Wijmen is mensen vragen hun veranderende lichaam op een tijdslijn te verbeelden (ENCOUNTER #7). Het team van Leyden Academy oefende er al eerder mee in het kader van onze verkenning van de levensloop. Van Wijmen ziet ouderen als de ultieme veranderexperts en zoekt nadrukkelijk de samenwerking met wetenschap (Leyden Academy) en de zorgpraktijk (Vitalis). De partners vertellen erover in deze video. Zo stelt Tineke Abma de vraag: “Wat kan kunst betekenen voor de (ouderen)zorg? In de zorg is men heel erg gericht op het handelen en interveniëren, wat Joost doet is de intieme ruimte en nabijheid opzoeken.” Projectleider Maaike Mul van Vitalis: “Bij ons gaat het niet alleen over zorg maar ook over welzijn, creatief denken, sociale contacten, verbinding met jezelf en anderen, het gaat misschien soms zelfs over zingeving. Allemaal dingen die ook in het project van Joost zitten.”

Chronic Health: Happily ever after?
ENCOUNTER komt vanmiddag ten slotte ook aan bod in het Embassy of Health-journaal, met aandacht voor bijzondere projecten uit de expositie ‘Chronic Health: Happily ever after?’. Uitgangspunt van deze expositie is dat de toekomst van de zorg intiem is. De coronacrisis laat ons zien dat contact en intimiteit cruciaal zijn voor onze kwaliteit van leven. Curator Gjilke Keuning is in het journaal lovend over ENCOUNTER (vanaf 8:30): “We hebben de neiging om bij oudere mensen te kijken naar fysieke beperkingen en van alles wat niet meer lukt. Maar hier spreken we ze echt aan op hun leven en op hun kracht.”