Coronamaatregelen vergroten kans op eenzaamheid migrantenouderen

Coronamaatregelen vergroten kans op eenzaamheid migrantenouderen

Van de talloze spontane, hartverwarmende initiatieven voor oudere mensen tijdens de coronacrisis, is er maar een handjevol gericht op ouderen met een migratieachtergrond. Terwijl dit een kwetsbare groep is die relatief hard wordt geraakt door de maatregelen, zo betogen Tineke Fokkema en Nina Conkova in vakblad Sociale Vraagstukken. Zij onderscheiden vijf factoren waarom de gevolgen van de corona-uitbraak en de genomen maatregelen om deze te beteugelen, anders voor hen uitpakken dan voor ouderen die in Nederland zijn geboren.

Dr. Nina Conkova is senior onderzoeker bij Leyden Academy on Vitality and Ageing. Tineke Fokkema is senior onderzoeker bij het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut en bijzonder hoogleraar ‘Ageing, Families and Migration’ aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

U kunt het artikel in Sociale Vraagstukken hier lezen.

Kwalitatief onderzoek ouderen en corona

De uitbraak van het coronavirus en de maatregelen die worden getroffen om de verspreiding te beperken, raken ook (zo niet vooral) ouderen. Ondanks dat er regelmatig over ouderen wordt gesproken in de media, zijn er nog altijd weinig senioren zelf aan het woord. Ouderen worden beschreven als ‘kwetsbaar’, ‘eigenwijs’ of ‘eenzaam’. Maar hoe ervaren zij deze tijd eigenlijk zelf? Om dit te onderzoeken, interviewden we in april 2020 senioren per telefoon over de impact van de coronamaatregelen op hun leven, hun sociale contacten en vitaliteit. We deden dit aan de hand van semi-gestructureerde interviews, dat wil zeggen interviews waarbij er een thematische leidraad is. In het onderzoek zijn 59 senioren geïnterviewd, waarbij we hebben gestreefd naar een zo divers mogelijke afspiegeling qua leeftijd en achtergrond.

Op 18 juni 2020 hebben we de uitkomsten van dit kwalitatieve onderzoek gedeeld via een persbericht op basis waarvan De Telegraaf op 27 juni het artikel ‘Aan ouderen wordt niets gevraagd’ publiceerde. De uitkomsten zijn ook verwerkt in een uitgebreide publiekssamenvatting die we met de geïnterviewden hebben gedeeld, en in een korte animatievideo. Ten slotte worden de uitkomsten verwerkt in een Engelstalig wetenschappelijk artikel.

Bekijk ook de toelichting van dr. Jolanda Lindenberg op het onderzoek en de uitkomsten in de webinar ‘Beleving ouderen in corona’ op 29 juni 2020 of beluister het interview met onderzoeker Miriam Verhage in de podcast Wijzijnnico. De onderzoekers schreven in augustus 2020 de blog It takes two to tango voor The Association for Anthropology and Gerontology, and the Life Course (AAGE).

Meer weten over dit onderzoek? Neem contact op met Jolanda Lindenberg.

Geluk in het verpleeghuis in Gerōn

Geluk in het verpleeghuis in Gerōn

De nieuwste editie van Gerōn, tijdschrift over ouder worden & samenleving, staat in het teken van het begrip ‘geluk’. Geluk is kwetsbaar, dat blijkt nu eens te meer. In het tijdschrift, dat elk kwartaal verschijnt, wordt geluk vanuit verschillende invalshoeken bekeken. Hoe gelukkig zijn ouderen en welke factoren dragen bij aan hun geluksgevoel?

In de uitgave wordt ook aandacht besteed aan geluk bij oudere mensen die afhankelijk zijn van zorg, in het artikel Samen werken aan leefplezier in het verpleeghuis door Josanne Huijg en Niels Bartels. Zij vertellen over het pilot-project Leefplezierplan voor de zorg, gericht op het beter leren kennen van bewoners en inspelen op hun wensen en verlangens, om zo het welbevinden te vergroten. Uiteindelijk doel is dat het leefplezier van bewoners centraal staat in het dagelijks leven in het verpleeghuis en in het handelen van de zorgmedewerkers, en een belangrijke indicator is van de kwaliteit van de geleverde zorg.

U kunt het artikel hier teruglezen.

Gezocht: deelnemers voor gesprek over ‘ouder worden’

Gezocht: deelnemers voor gesprek over ‘ouder worden’

Leyden Academy is op zoek naar mensen van 55 jaar en ouder voor een groepsgesprek. Het gesprek gaat over ouder worden.

Wat gaan we doen?
Bent u 55 jaar of ouder? En heeft u moeite met lezen en schrijven? Vraagt u weleens iemand om een formulier in te vullen? Of vindt u het lastig om formulieren en sommige brieven te lezen? Dan nodigen wij u graag uit. Tijdens het groepsgesprek gaan wij praten met u en 7 andere mensen. Over hoe u het vindt om ouder te worden en over uw wensen voor de toekomst. Wat vindt u belangrijk? Het gesprek duurt 2,5 uur. Wij zorgen voor koffie en iets lekkers. Als u meedoet aan het gesprek krijgt u een vergoeding van 20 euro.

Belangrijk om te weten
Dit groepsgesprek is onderdeel van een onderzoek. Het onderzoek wordt uitgevoerd door Leyden Academy. Ons doel is om te onderzoeken hoe mensen denken over ouder worden. Uw deelname helpt ons hierbij. Alles wat u ons in het gesprek vertelt, blijft geheim. We vragen u wel om toestemming voor uw deelname en een geluidsopname. De onderzoeker zal u hier meer over vertellen.

Wilt u meedoen?
Als u mee wilt doen, dan kunt u bellen naar telefoonnummer (071) 524 0960. Vraag naar Miriam Verhage of Jolanda Lindenberg. De onderzoeker zal u meer vertellen over de gespreksgroep. Zoals de datum en plaats van het gesprek. U kunt zich ook aanmelden door een mailtje te sturen naar verhage@leydenacademy.nl. Zet in uw e-mail alstublieft ook uw naam, leeftijd, woonplaats en telefoonnummer zodat we contact met u kunnen opnemen.

Jonge dokters op de bres voor beter onderwijs over levenseindezorg

Jonge dokters op de bres voor beter onderwijs over levenseindezorg

Op 27 december jl. verscheen in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG) het artikel Toekomstige artsen beter voorbereiden op levenseindezorg. De auteurs Josefien de Bruin, Mary-Joanne Verhoef, Joris Slaets en David van Bodegom roepen hierin de medische beroepsgroep op om ervoor te zorgen dat jonge artsen goede levenseindezorg kunnen verlenen, onder meer door dit te verankeren in de medische curricula en het Raamplan Artsopleiding dat op dit moment wordt herzien.

Een goed slot aan het leven
Voor De Bruin en Verhoef is het pleidooi persoonlijk gemotiveerd. Tijdens hun bijbanen in een verpleeghuis en hospice leerden zij hoe de laatste levensfase voor veel mensen verloopt en wat daarbij komt kijken. Deze leermomenten waren afwezig in hun geneeskundeopleiding, die is gericht op ziekten genezen en het leven verlengen. Verhoef: “Ook tijdens de coschappen was er nauwelijks aandacht voor, met als gevolg dat slechtnieuwsgesprekken op de werkvloer voor het eerst geoefend werden, dat ik coassistenten eronderdoor zag gaan vanwege de heftige eerste confrontatie met het levenseinde en dat zorgbehoeften niet werden herkend en dus ook niet behandeld.”
De Bruin: “In onze studie ontbrak een wezenlijk onderdeel: een goed slot aan het leven. Iedere patiënt sterft uiteindelijk en iedere arts krijgt hiermee te maken. Onbeantwoorde vragen waren voor ons onder meer: hoe sterft een mens? Hoe zorg ik voor een patiënt die niet meer beter wordt of niet meer behandeld wil worden? En hoe denk ik zelf eigenlijk over de dood en goede levenseindezorg?” Eenmaal afgestudeerd, besloten de twintigers in het kader van hun masteropleiding Vitality and Ageing te onderzoeken in hoeverre en op welke wijze de zorg rond het einde van het leven van patiënten aan bod komt in de Nederlandse geneeskundeopleidingen. De onderzoekers concludeerden dat het aanbod niet voldoet aan internationale criteria, dat de invulling sterk verschilt tussen de acht medische faculteiten en dat het onderwerp over de gehele linie onderbelicht blijft. Zij publiceerden hun bevindingen in september 2018 in het wetenschappelijke tijdschrift Perspectives on Medical Education.

Levenseindezorg in het Raamplan
Om te zorgen dat jonge dokters met vertrouwen passende levenseindezorg kunnen verlenen, is goed onderwijs cruciaal. In het Raamplan Artsopleiding 2009, dat op dit moment wordt herzien, wordt het levenseinde slechts summier benoemd. In hun artikel in het NTvG roepen de auteurs de commissies achter het nieuwe Raamplan dan ook op om alle vijf de domeinen van goed onderwijs over levenseindezorg expliciet in het verplichte curriculum op te nemen: psychologische, sociale, culturele en spirituele aspecten; communicatie en gespreksvaardigheden; pathofysiologie en behandeling van symptomen; juridische en ethische aspecten; en zelfreflectie op persoonlijke en professionele ervaringen met de dood en verlies. De Bruin: “We zijn ervan overtuigd dat al deze vaardigheden je sowieso een betere dokter maken. We moeten ons ook in de opleiding afvragen: als genezing niet (meer) aan de orde is, wat kun je dan nog voor de patiënt betekenen? Hoe zorg je voor een goed levenseinde? Ik heb als kind van dichtbij meegemaakt hoe heftig een sterfbed kan zijn en dat een arts in deze fase heel veel voor patiënten en hun naasten kan betekenen. Dit was voor mij de voornaamste reden om geneeskunde te studeren.”

Meer aandacht voor én na het genezen
Volgens mede-onderzoeker David van Bodegom, arts en verouderingswetenschapper bij Leyden Academy, is de geneeskundeopleiding nu vooral gericht op het genezen van zieke mensen. Maar wat erna én ervoor gebeurt, blijft in de studie onderbelicht: “We pleiten voor beter onderwijs over goede zorg als mensen niet meer beter worden. Maar ook de fase vóór de ziekte is nog onderbelicht in de geneeskundeopleidingen. De helft van de Nederlanders heeft overgewicht en dat aandeel zal nog verder stijgen. Dit is een van de voornaamste redenen waarom meer dan een miljoen Nederlanders diabetes type 2 hebben en we massaal pillen slikken tegen kwalen als hoge bloeddruk en hoog cholesterol. We bekwamen onze jonge dokters in het behandelen van deze symptomen, maar geven hen nauwelijks handvatten om mensen te helpen deze ziekten te voorkomen of vertragen door hun leefstijl te veranderen. In de politiek en het publieke domein is hier steeds meer aandacht voor, neem bijvoorbeeld het Nationale Preventieakkoord dat eind 2018 is gesloten en de leefstijlcoach die sinds dit jaar in het basispakket zit. Naast levenseindezorg zou dus ook preventie een prominentere plek moeten krijgen in het medische onderwijs.”

Het artikel ‘Toekomstige artsen beter voorbereiden op levenseindezorg’ door Josefien de Bruin, Mary-Joanne Verhoef, Joris P.J. Slaets en David van Bodegom is op 27 december 2019 gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde: https://www.ntvg.nl/artikelen/toekomstige-artsen-beter-voorbereiden-op-levenseindezorg

Neem voor meer informatie contact op met Niels Bartels, manager communicatie, via tel. (071) 524 0960 / (06) 3461 4817 of via e-mail.

Leyden Academy en Amsterdam UMC onderzoeken waarde kunst in de zorg

Leyden Academy en Amsterdam UMC onderzoeken waarde kunst in de zorg

Dans, tekenen, muziek, zang, poëzie, theater en beeldende vorming samen met een kunstenaar en andere senioren. Welke waarde heeft dat op individueel, sociaal en maatschappelijk niveau? Vanuit het programma Kunst en Cultuur in de Langdurige Zorg en Ondersteuning heeft ZonMw besloten een subsidie toe te kennen aan Leyden Academy en Amsterdam UMC om samen onderzoek te doen naar de waarde van kunst in de langdurige zorg. De onderzoekers gaan bestaande kunstinitiatieven in de zorg beschrijven, de impact evalueren en op zoek naar de onderliggende werkzame principes. Met als uiteindelijk doel deze voor een breder publiek inzichtelijk en bruikbaar te maken, om de zorgpraktijk te versterken én bij te dragen aan de kwaliteit van leven van oudere mensen. Het project sluit aan op een wereldwijde beweging voor meer kunst in de zorg, ondersteund door de Wereld Gezondheidsorganisatie.

Waarde van kunst en creativiteit
De programmacommissie van ZonMw ontving zes subsidieaanvragen, waarbij de aanvragers de gelegenheid kregen om hun voorstel te pitchen. De keuze viel op de inzending ‘Art for Senior Positive Health and Well-Being. Capturing the Impact of Art(s)- based Initiatives and Arts-based Program’ onder leiding van Tineke Abma, directeur van Leyden Academy en tevens hoogleraar Participatie & Diversiteit in Amsterdam UMC. Abma is verheugd met de toekenning: “Er zijn in Nederland veel kunstinitiatieven in de langdurige zorg en ook binnen zorgorganisaties zijn er diverse programma’s ontwikkeld. We voelen allemaal dat kunst en creativiteit in de zorg heel waardevol kunnen zijn: om jezelf te kunnen uiten, je verbonden te voelen met anderen, even je te beperkingen vergeten en benaderd te worden vanuit wat je nog wél kunt. Maar die waarde is best lastig om goed te meten. We willen ons graag inzetten om die waarde wetenschappelijk te onderbouwen en bestaande en nieuwe kunstprojecten in de zorg zo een steviger fundament te geven.”

Unieke samenwerking
Leyden Academy en Amsterdam UMC starten in 2020 met een participatief actieonderzoek waarbij wordt gezocht naar verhalen en beelden over de waarde van kunst in de zorg. Daarnaast biedt het onderzoek de mogelijkheid om samen te leren met betrokkenen in de diverse bestaande initiatieven en programma’s, wat direct kan leiden tot concrete acties met een positieve impact. Het team bestaat uit onderzoekers vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines en senioren die er als co-onderzoekers op toezien dat het perspectief van ouderen in alle fasen wordt meegenomen. Ook maakt kunstenares Janine Schrijver (Stichting B.a.d. Rotterdam) deel uit van het team, waarbij zij ook haar netwerk zal inzetten. De Hogeschool van Amsterdam en het Verwey-Jonker Instituut maken deel uit van het bredere consortium. Een unieke samenwerking, volgens Abma: “De directe betrokkenheid van ouderen en een ‘scholarly artist’, al vanaf de aanvraag, is heel bijzonder. Voor mij persoonlijk is de samenwerking tussen Leyden Academy en Amsterdam UMC speciaal, gezien mijn verbondenheid met beide instituten, maar deze combinatie is ook onmisbaar om dit project goed te kunnen doen. We hadden dit afzonderlijk nooit gekund.”

Veel enthousiasme
Betrokkenen vanuit de initiatieven en programma’s zijn enthousiast om mee te werken aan het project. Abma signaleert: “Mensen staan te popelen om te beginnen, liever gisteren dan vandaag. Ook ouderen met een passie voor kunst melden zich al bij ons, omdat ze een bijdrage willen leveren. Zo sprak ik gisteren met een oud-docente Kunst en Cultuur die na haar pensioen weer met glaskunst is begonnen en graag met ons meedenkt. We gaan in gesprek hoe deze betrokkenheid vorm te geven, zodat we ouderen een stem kunnen geven.”

Meer informatie over dit projectonderzoek? Bezoek de website van Kunst in de Zorg of neem contact op met Jolanda Lindenberg.

Ervaringen in de praktijk

Het project ‘Ervaringen in de praktijk’ vindt plaats binnen drie zorgorganisaties die ook deelnamen aan de eerste pilot Leefplezierplan voor de zorg: ActiVite, Respect Zorg en Topaz. We ontdekten in het pilot-project hoe belangrijk de reflectie op ervaringen is voor het denken over en het bevorderen van kwaliteit van zorg. Door positieve en negatieve ervaringen over gebeurtenissen in de zorg vast te leggen, met elkaar te delen en er samen lessen uit te trekken, kunnen we de ervaren kwaliteit van zorg in kaart brengen. Bij deze ervaringen gaat het vaak om kleine persoonlijke gebeurtenissen die mensen raken.

Doel van het project ‘Ervaringen in de praktijk’ is te ontdekken hoe organisaties in hun kwaliteitsdenken ruimte kunnen maken voor de ervaringen van zorgverleners, bewoners en belangrijke anderen. En om samen met medewerkers zorg en welzijn een proces op te zetten waarbij zij ervaringen delen in hun dagelijkse zorgpraktijk en daar vervolgens ook naar handelen. Samen met de drie locaties van Activite, RespectZorg en Topaz hebben we sinds het najaar van 2018 verschillende manieren gevonden om te werken met ervaringen. Hieronder vindt u een samenvatting van de resultaten.

Het belang van ervaringen
Allereerst de basisvraag: wat zijn ervaringen en waarom zijn ze belangrijk in de ouderenzorg? Om deze vraag te beantwoorden, zetten we eerst uiteen op welke twee manieren gekeken kan worden naar ‘goede zorg’, en hoe dit verantwoord kan worden.

Het normatieve kader
In de zorg kan tot een zekere hoogte informatie gemeten worden. Zo kunnen er cijfers bijgehouden worden van algemeenheden die voor iedereen van toepassing zijn. Zoals veiligheid (incidenten of risico’s), hygiëne (vuil en bacteriën) of biologie (werking van het lichaam). Het is duidelijk dat cijfers de dagelijkse realiteit in de zorg maar deels kunnen beschrijven. Ze zeggen vooral iets over algemene zaken en zorgen voor een bepaalde uniformiteit: iedereen krijgt dezelfde zorg. Om dit te waarborgen, zijn er protocollen en richtlijnen ontwikkeld waar toezichthouders op controleren. Dit geheel van meten in algemeenheden noemen we ook wel het normatieve kader. Dit kader is vaak overheersend in de zorg, ook omdat organisaties daar vaak streng op worden gecontroleerd door de toezichthouders.

Het normatieve kader heeft veel opgeleverd, maar het heeft ook een schaduwzijde. Wanneer er veel naar het algemene en de groep gekeken wordt, is er automatisch minder ruimte voor het individu. Je hoort hier dan ook een tegenreactie op. Mensen zeggen: ‘ik voel me een nummer, word ik wel gezien?’. Het normatieve kader wist eigenlijk iedere vorm van persoonlijke identiteit uit met daarmee het feit dat mensen verschillend van elkaar (willen) zijn. Dit stelt de zorg voor een uitdaging: hoe kan deze persoonlijke stem weer terugkomen in de zorg? Hoe kan er weer ruimte gemaakt worden voor diversiteit onder bewoners, de uniekheid van elk individu en voor creativiteit van medewerkers om af te wijken van richtlijnen en protocollen?

Het narratieve kader
In het Leefplezierplan hebben we daarom het narratieve kader geïntroduceerd. Ieders dagen zijn een optelsom van gebeurtenissen (ervaringen). Deze zijn voor iedereen uniek. Wanneer ze met anderen gedeeld worden, ontstaat er een vertelde ervaring van deze gebeurtenis. We geven er woorden aan, passen het aan, interpreteren het en geven er betekenis aan. Door de ervaring te delen, vormen ook anderen zich een beeld. Het is daarmee fundamenteel verbonden met onze identiteit: wie wil ik zijn, wie was ik, hoe wil ik dat anderen mij zien? Ervaringen zijn altijd uniek, ze passen bij die personen en bij dat moment. Het narratieve kader is fundamenteel anders dan het normatieve kader, waar elk subjectief aandeel zo klein mogelijk wordt gehouden.

Door aandacht te geven aan ervaringen wordt er automatisch aandacht gegeven aan het persoonlijke. Ze zeggen iets over hoe bijvoorbeeld een bewoner of een medewerker de zorg ervaart en daarmee de ervaren kwaliteit van zorg. Daarnaast kan de ervaring alleen bestaan wanneer een ander daar aandacht aan besteedt. Het legt daarmee de focus op de relatie en reflectie. Ervaringen van anderen helpen ons nadenken over onze eigen gebeurtenissen. Daarmee is er een duidelijke toegevoegde waarde in het gebruiken van ervaringen: het brengt de mate van persoonsgerichte zorg in kaart en het stimuleert ons om aandacht te geven aan iemands leefplezier. Het delen van ervaringen wordt daarom in het Leefplezierplan de ‘motor van leefplezier’ genoemd. Wat betekent dit voor de zorgpraktijk op afdelingsniveau?

Meerwaarde van het delen van ervaringen
Het delen van ervaringen lijkt op twee manieren een meerwaarde te geven. Ten eerste kunnen medewerkers via ervaringen aan anderen laten zien wat hun bijdrage is aan leefplezier (verantwoording). Zo vertelde een zorgmedewerker: “We hebben vanmiddag samen naar het WK vrouwenvoetbal gekeken. Daar hoorde natuurlijk ook een lekker drankje en bitterballen bij.” De uitdaging hierbij is dat leefplezier en positief welbevinden zich een stuk lastiger laten meten en vastleggen dan regels en protocollen.

Ten tweede kunnen medewerkers door ervaringen met elkaar te bespreken van elkaar leren. Zo deelde een zorgmedewerker het volgende voorbeeld: “Mevrouw heeft moeite om uit bed te komen. Als ik een muziekje opzet dan gaat het voor haar een stuk makkelijker.” Ook hierin zit een uitdaging. Vergadermomenten zoals overdracht, MDO of teamvergadering zijn vaak taakgericht en minder ervaringsgericht.

De meerwaarde van het delen van ervaringen op afdelingsniveau lijkt daarmee vooral te liggen in het elkaar inspireren en van elkaar leren. Hoe gaan de zorgpraktijken van Activite, Respectzorg en Topaz daarmee om?

Praktijkvoorbeelden vastleggen, delen en bespreken van ervaringen
Ruimte vinden voor ervaringen in de dagelijkse zorgpraktijk is niet altijd makkelijk. De belangrijkste momenten dat er informatie wordt vastgelegd en gedeeld – bijvoorbeeld in het ECD, tijdens de overdracht of in de teamvergaderingen –  zijn grotendeels normatief. Het ECD vraagt vooral om algemene informatie, de overdracht is taakgericht en de teamvergaderingen worden doorgaans gestuurd door een agenda. De medewerkers van de drie organisaties en hun teamleiders hebben met begeleiding van Leyden Academy nagedacht over wat voor hun de beste manier was om met ervaringen aan de slag te gaan. Welke ervaringen vinden we belangrijk? Wanneer en met wie kunnen we deze delen? Dit maakt dat er een grote diversiteit is ontstaan in de uitvoering.

Ervaringen kunnen zowel in beeld (foto’s) als in tekst (rapportage in het ECD) worden gebruikt. Foto’s worden vooral gebruikt wanneer het (positieve) ervaringen rondom leefplezier betreft. In het ECD worden ook negatieve ervaringen vastgelegd met als doel om met elkaar te blijven leren. We noemen hier enkele voorbeelden van het vastleggen, delen en bespreken van ervaringen:

  • In een van de organisaties bestond sterk de behoefte om ervaringen via beeld vast te leggen. Zo werd er een fotoworkshop georganiseerd waarin fotografen de zorgverleners leerden hoe ze goede foto’s kunnen maken van alledaagse ervaringen. Er werden tips gegeven om bijvoorbeeld op ooghoogte te fotograferen, dicht bij het licht te staan en te kijken naar de compositie. De bewoners genoten van de extra aandacht en bij sommigen kwam een waar fotomodel naar boven. De foto’s waren erg mooi geworden dus er werd nagedacht over hoe deze te delen. Intussen hangen de gemaakte foto’s ingelijst door het hele huis. Ook is er een fotoprinter aangeschaft zodat zorgverleners in de toekomst ervaringen kunnen blijven afdrukken. Het bespreken van de ervaringen gebeurt voornamelijk door middel van de fotolijsten. Wanneer bijvoorbeeld familieleden langslopen en vragen naar de ervaring.
  • In een andere organisatie is besloten een afdelingstelefoon aan te schaffen. Wanneer een medewerker een mooie ervaring spot, kan deze vastgelegd worden via de camera van de telefoon waarna deze via Whatsapp gedeeld wordt met de contactpersoon. Bijvoorbeeld het visje die een zorgverlener samen met een bewoner is gaan halen bij de lokale visboer. Hier komen mooie reacties op binnen van vrienden en familie waardoor het gesprek op gang komt over leefplezier.
  • De derde organisatie heeft een ervaringenmuur gemaakt in de woning. Mooie ervaringen worden vastgelegd via foto of tekst en vervolgens gedeeld via deze muur. Bij binnenkomst is deze gelijk zichtbaar dus het is een mooi gespreksinstrument tussen zorgverlener, belangrijke andere en bewoner.

Deze voorbeelden laten zien dat het gebruik van foto’s een goede manier is om aan anderen te laten zien hoe er binnen de locatie wordt gewerkt aan leefplezier. Dit inspireert dan weer om nog meer te werken aan leefplezier, daarom ook de uitspraak van ervaringen als ‘motor voor leefplezier’.

Ook hebben twee van de drie organisaties het ECD zodanig aangepast dat er ruimte is om ervaringen vast te leggen in de rapportage. Zo is er terug te lezen: “Bewoner houdt enorm van Rummikub dus we hebben een spelletje gespeeld vandaag, ze heeft ervan genoten”. Een collega heeft deze ervaring gelezen en de bewoner gelinkt met een andere bewoner die toevallig ook van Rummikub houdt. Door deze ervaring te delen wordt de bewoners benaderd op zijn of haar leefplezier. De mogelijkheid om ervaringen op te schrijven in het ECD stimuleert medewerkers om meer naar leefplezier van de bewoner te kijken.

Wat betreft het bespreken van ervaringen hebben we zien gebeuren dat teamleiders en medewerkers het als toegevoegde waarde zien om hiervoor tijd in te ruimen in de teamvergaderingen. Dit draagt bij aan een meer centrale rol voor reflectie en de aandacht van leefplezier binnen de dagelijkse zorg. Zo bespreekt een van de organisaties in het eerste half uur van de vergadering belangrijke ervaringen van de afgelopen periode. Positief, bijvoorbeeld dat een nieuwe medewerker zich zo welkom voelde op de afdeling. Maar ook negatief, bijvoorbeeld dat een bewoner zich buitengesloten voelde toen een groepje zorgverleners in een hoekje van de woonkamer koffie ging drinken. Juist in dit gesprek zit een lerend vermogen en het is daarmee heel waardevol. In overdrachtsmomenten kan het delen van ervaringen op een eenvoudige manier worden gestimuleerd door een vraag te stellen als: ‘wat heb je meegemaakt vandaag?’ te stellen. Dit doet ook een van de organisaties via een LEAN bord.

Deze voorbeelden laten zien dat er veel manieren mogelijk zijn om ervaringen vast te leggen, te delen en te bespreken. Hierdoor kunnen medewerkers hun bijdrage aan iemands leefplezier laten zien, zoals in de voorbeelden van de fotolijsten, de ervaringenmuur en WhatsApp. Hiermee kunnen anderen geïnspireerd worden en zich een beeld vormen van het leven in huis, in het geval van foto’s is dat vaak positief. Het delen van foto’s zorgt in de meeste gevallen voor waardering, een meerwaarde die gelijk voelbaar is voor de zorgverlener. Dit motiveert om vaker ervaringen van leefplezier te delen. Daarnaast laten de resultaten zien dat medewerkers van elkaars ervaringen kunnen leren. Dit is te zien in de voorbeelden van de overdracht bij het LEAN bord of tijdens de teamvergadering. Door ervaringen in groepsverband te bespreken, ontstaat er ruimte voor reflectie, zodat men zich kan blijven aanpassen aan de steeds veranderende werk- en zorgcontext.

Hoe nu verder?
Medewerkers vinden vooral het creatief bezig zijn met het vastleggen en delen van (positieve) ervaringen een leuk proces. Niet alleen om er zelf mee bezig te zijn, maar ook door de positieve reacties en de waardering die ze hierop krijgen van hun collega’s, belangrijke anderen en bewoners. Het bespreken van positieve ervaringen is om dezelfde reden vaak een leuke exercitie.

Uitdagingen
Hoewel ‘Ervaringen in de praktijk’ vooral veel positieve initiatieven heeft opgeleverd, zowel rond het vastleggen, delen en bespreken van ervaringen als rond het creëren van kansen voor leefplezier, zijn er ook uitdagingen te noemen.

Allereerst worden vooral positieve ervaringen vastgelegd en gedeeld. Dit is ook logisch, omdat het vastleggen en delen van positieve ervaringen direct iets oplevert, zoals positieve reacties en waardering. De uitdaging is om ook negatieve ervaringen vast te leggen en te delen. De verwachting omtrent het delen van negatieve ervaringen is misschien dat je naast het ervaren van een gebeurtenis ook nog een reactie krijgt die negatief is. Van het bespreken van negatieve ervaringen kunnen we natuurlijk heel veel leren, maar het bespreken gebeurt vaak pas op een later moment.

Ten tweede kost het vastleggen, delen en bespreken van ervaringen tijd. Tijd die bovenop de andere werkzaamheden komt. Tijd die er niet altijd is. De uitdaging is daarom om na te denken over welke dingen zouden kunnen worden vervangen door het werken met ervaringen: wat gaan we niet meer doen? Medewerkers geven aan dat het vastleggen, delen en bespreken van ervaringen weinig prioriteit heeft in tijden van drukte en stress. In deze gevallen valt men snel weer terug in de taakgerichte modus.

Nog veel te ontdekken
In het project ‘Ervaringen in de praktijk’ hebben we pionierswerk verricht en veel geleerd. Er zijn veel kleine stappen gezet, zo dicht als mogelijk op de dagelijkse zorgpraktijk, die grote veranderingen in perspectief hebben opgeleverd. Er is nog veel om te ontdekken omtrent het werken met ervaringen. Het proces van vastleggen, delen en bespreken van ervaringen is wellicht wel nooit af. Wat we in de teams hebben gezien is dat de grote meerwaarde zit in het delen van ervaringen. Leyden Academy moedigt u aan om dat te blijven doen. Samen weten we namelijk veel meer dan alleen.

Neem voor meer informatie contact op met Sanne Schweers.

Narratieve verantwoording in de praktijk

In januari 2020 is het 2-jarige project ‘Narratieve verantwoording in de praktijk’ van start gegaan bij zorgorganisaties Respect Zorg en ZZG Nijmegen. Het project, dat mede mogelijk wordt gemaakt door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, heeft als doel een concept-methode te ontwikkelen om vanuit talloze positieve en negatieve ervaringen in de dagelijkse zorgpraktijk te komen tot een betrouwbaar beeld van de kwaliteit van zorg.

Het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg uit 2017 benadrukt het belang van het ervaren welbevinden van bewoners, belangrijke anderen en zorgmedewerkers bij het in kaart brengen van de kwaliteit van zorg. Deze vorm van kwaliteit zit verborgen in de verhalen (narratieven) van deze mensen over hun ervaringen. Het Kwaliteitskader moedigt aan om deze ervaringen mee te wegen, maar omschrijft niet hoe dit moet gebeuren. We hebben een basis voor het werken met narratieven gelegd in de eerste pilot Leefplezierplan voor de zorg. In het vervolgproject ‘Narratieve verantwoording in de praktijk’ willen we een methode valideren en toepasbaar maken voor de werkvloer waarmee ervaringen structureel deel gaan uitmaken van de dagelijkse routine van zorgmedewerkers en het kwaliteitsbeleid van een locatie of organisatie.

Op 28 en 29 september 2020 zijn we in het kader van dit project in gesprek gegaan met zorgmedewerkers en managers van Respect Zorg. Welke kwaliteit schuilt er in dagelijkse ervaringen in de verpleeghuiszorg? Hoe leg je die ervaringen effectief vast, hoe kun je er betekenis aan geven en er met elkaar van leren? Lees onze tussentijdse bevindingen en achtergronden bij het project hier.

Neem voor meer informatie contact op met Josanne Huijg.

Leefplezierplan op locatie


Wat gebeurt er als je het leefplezier van bewoners als vertrekpunt neemt in de ouderenzorg? En hoe zorg je ervoor dat persoonlijke ervaringen een plek krijgen in de verantwoording van kwaliteit? Deze vragen stonden centraal in het project Leefplezierplan voor de zorg dat in april 2019 succesvol is geëvalueerd. Na deze eerste positieve ervaringen op teamniveau, is het vervolgproject ‘Leefplezierplan op locatie’ gestart, een experiment om ook op locatieniveau zo te werken en met de betrokken partijen te komen tot een werkbare verantwoording van kwaliteit waarbij leefplezier centraal staat. Het onderzoek wordt uitgevoerd door Leyden Academy in samenwerking met de zorgkantoren van Menzis en VGZ en ondersteund door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

Actieonderzoek op twee locaties
Van juni 2019 tot juni 2021 wordt het Leefplezierplan op twee complete locaties ingevoerd: bij verpleeghuis Den Es in Varsseveld (Gelderland) van Stichting Azora en locatie Vita in Rijen (Noord-Brabant) van Zorggroep Elde Maasduinen. Onderzoekers van Leyden Academy verzorgen tot de zomer van 2020 trainingen op deze locaties, om medewerkers vertrouwd te maken met het werken met het Leefplezierplan. Vervolgens wordt deze werkwijze in beide locaties doorgevoerd. Vragen die hierbij aan de orde kunnen komen, zijn bijvoorbeeld: hoe ziet een elektronisch cliëntendossier (ECD) eruit als je leefplezier centraal stelt? Welke gevolgen heeft deze werkwijze voor de aansturing van medewerkers, de zorginkoop en de besteding van middelen?

Alle relevante belanghebbenden aan tafel
Tijdens het actieonderzoek gaan de meest relevante belanghebbenden – naast het ministerie en de zorgkantoren ook de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en het Zorginstituut Nederland (ZIN) – samen op zoek naar de consequenties van een zorgverlening die uitgaat van leefplezier voor de in- en externe verantwoording van kwaliteit. Bij alle betrokken partijen leeft de overtuiging dat deze kwaliteit in de ouderenzorg niet alleen zit in goede medische zorg en een veilige en hygiënische leefomgeving, maar juist ook in het creëren van waardevolle ervaringen en betekenisvolle ontmoetingen voor bewoners in de laatste fase van hun leven. De vraag is alleen hoe je deze narratieve kwaliteit, die zich niet zomaar laat meten of tellen, kunt vastleggen en aantonen. Het Leefplezierplan doet een eerste aanzet.

Naar een werkwijze die in alle zorgorganisaties kan worden toegepast
Bijzonder aan het project Leefplezierplan op locatie is dat alle partijen meedoen die toezien op de kwaliteit van zorg. Elke instantie is vertegenwoordigd in de stuurgroep waarin uitdagingen die op de werkvloer boven water komen, worden besproken en waar mogelijk opgelost. Door samen na te denken over normatieve en narratieve verantwoordingskaders, wordt toegewerkt naar een werkwijze die in alle zorgorganisaties kan worden toegepast en waar een onmiskenbare stimulans vanuit gaat voor persoonsgerichte zorg met een focus op leefplezier. Het streven is hierbij om het voor zorgmedewerkers zo eenvoudig mogelijk te houden en de narratieve verantwoording niet te ‘stapelen’ bovenop de huidige registratielast.

Lees ook de artikelen die in oktober 2019 over het project verschenen op de websites van Zorgvisie en Waardigheid en Trots.

In oktober 2020 publiceerden we op basis van onze eerste ervaringen bij Zorggroep Elde Maasduinen en Stichting Azora een 10-stappenplan van zaken die belangrijk zijn om in ogenschouw te nemen bij het tot ontwikkeling brengen van leefplezier op een locatie of in een organisatie. Zeker niet bedoeld als blauwdruk, maar ter inspiratie en overdenking.

Neem voor meer informatie contact op met Jan Ravensbergen.

Benaderen van ouderen en intergenerationele steun

In het onderzoek naar intergenerationele verhoudingen doet Jolanda Lindenberg vanuit een linguïstisch-antropologische invalshoek veldonderzoek in een verzorgingshuis en een buurthuis in Amsterdam. Hierbij worden de zorgvragen, de zorgverlening, het zorgnetwerk van ouderen, de sociale positie en de sociale identiteit van ouderen in kaart gebracht. Vragen als ‘Wat verstaan ouderen onder zorg?’, ‘Hoe vragen ouderen om steun en zorg?’ en ‘Bij wie doen ze dit dan het liefst?’ staan centraal. De antwoorden zullen duiding geven aan conceptualisering van ouder worden, zorg, zorgvragen en intergenerationele steun.

Meer weten over dit onderwerp? Neem contact op met Jolanda Lindenberg.