Samen werken aan liefdevolle zorg


Als iemand in het verpleeghuis komt wonen, staan medewerkers klaar om de zorg van de naasten over te nemen. Om dit zo goed mogelijk te kunnen doen, is het belangrijk om de behoeften, wensen en verlangens van de bewoner goed te leren kennen. De naasten – familie, vrienden of andere belangrijke anderen – zijn onmisbaar als bron van informatie én in het streven naar leefplezier. Want voor elk mens zijn liefdevolle relaties een belangrijke bron van welbevinden. Aandacht voor de (veranderende) relatie tussen bewoners en hun naasten is dan ook voor beiden van groot belang. In de praktijk blijkt echter dat veel zorgmedewerkers nog weinig gericht zijn op de (samenwerkings)relatie met de naasten, en dat zij zich onvoldoende toegerust voelen om hiermee aan de slag te gaan.

Onder de noemer ‘Samen werken aan liefdevolle zorg’ doen Leyden Academy en zorgorganisatie Topaz gezamenlijk onderzoek naar liefdevolle zorg in de ‘driehoek’ tussen bewoners met dementie, hun naasten en zorgmedewerkers. Dit praktijkonderzoek wordt van juni 2021 tot juni 2023 uitgevoerd binnen de locatie Zuydtwijck en bestaat uit interviews en focusgroepen. Doel is de onderlinge wisselwerking en interactie beter te begrijpen en zo de kwaliteit van zorg te kunnen verbeteren. Uit ervaringen van zorgmedewerkers blijkt namelijk dat goede afstemming en samenwerking met naasten kan bijdragen aan het welbevinden van de bewoner én van de naasten. Bovendien dragen een fijne samenwerking en goede afspraken met naasten bij aan het werkplezier van de zorgmedewerkers zelf.

“Als we iemand opnemen in het verpleeghuis, vind ik het belangrijk om de mantelzorger uit de rol van hulpverlener te halen en weer ‘naaste’ te laten zijn. Dat is moeilijk, de mantelzorger had voorheen vaak 24 uur per dag zorg. Beiden hebben we andere verwachtingen. Het is belangrijk om die uit te spreken, want soms hebben we een ander oordeel over goede zorg.”
(teamleider)

Onderzoek in en met de praktijk
Het betreft een participatief actieonderzoek, uitgevoerd in de zorgpraktijk en in nauwe samenwerking met de mensen over wie het gaat. Op basis van ervaringen van en gesprekken met zorgmedewerkers, naasten en bewoners gaan we aan de slag met de onderzoeksvraag: Hoe kunnen zorgmedewerkers en naasten samen werken aan liefdevolle zorg voor de bewoner? We onderzoeken hoe zorgmedewerkers en naasten de huidige (samenwerkings)relatie ervaren en hoe zij de gewenste situatie zien. Bewoners worden gevraagd naar hun perspectief op de zorg en de relatie met de zorgmedewerkers en hun naasten. Vervolgens zullen we zorgmedewerkers en naasten begeleiden in het gezamenlijk ontwikkelen van manieren om de samenwerking te verbeteren en werkwijzen om dit te ondersteunen. Hiermee is het onderzoek een lerend proces in de praktijk, waarbij zorgmedewerkers en naasten tijdens het onderzoek al samen werken aan verbeteringen van de (samenwerkings)relatie. Bovendien wordt in een klankbordgroep met vertegenwoordigers vanuit bewoners, naasten en zorgmedewerkers, maar ook geïnteresseerden van andere locaties van Topaz, regionale en landelijke partners en het onderwijs, een lerend proces op gang gebracht.

“Ik heb het gevoel dat ik een verschil kan maken als mantelzorger. Maar ik ben bang om irritatiepunten te benoemen richting de zorg, ik ben bang dat het zijn weerslag heeft op de zorg.”
(naaste van bewoner)

Praktijkgericht
Het onderzoek ‘Samen werken aan liefdevolle zorg’ wordt mede mogelijk gemaakt door het Zorgondersteuningsfonds, dat de toekenning van de subsidie als volgt toelichtte: “De programmacommissie vindt dit een zinvolle, sympathieke aanvraag. Er is sprake van co-creatie en het is zeer praktijkgericht. Door de gekozen methodologie implementeer je direct de resultaten uit het onderzoek. Goed aspect vindt de commissie dat de onderzoeker gespecialiseerd verzorgende is, die de gelegenheid krijgt om haar onderzoeksvaardigheden te ontwikkelen.” Binnen het onderzoek wordt ook samengewerkt met het CIV Welzijn & Zorg en Radicale Vernieuwing Waarde-vol Onderwijs, om te zorgen dat de geleerde lessen ook hun weg vinden naar het onderwijs van toekomstige zorgmedewerkers.

Neem voor meer informatie contact op met Marleen Dohmen.

Verantwoorden of deelgenoot maken?

Naar aanleiding van twee indringende en inspirerende bijeenkomsten met de stuurgroep van het project Leefplezierplan op locatie in juni 2021, schreef projectleider Annet van Harten deze reflectie voor de nieuwsbrief Leefplezier voor de ouderenzorg. Centraal stond de vraag hoe we omgaan met de druk om kwaliteit te verantwoorden vanuit wettelijke kaders, vooral wanneer die knellen en schuren met het streven naar persoonsgerichte zorg en het werken met het Leefplezierplan. Annet: “Mensen deelgenoot maken en open de dialoog aangaan, gaan hand in hand bij het inzicht krijgen in of er goede zorg verleend is. Doel is hierbij niet primair verantwoording afleggen, maar anderen actief betrekken bij het creëren van goede zorg. Daarmee wint een locatie vertrouwen en creëert zij partners en meedenkers.”

Sinds juni 2019 werkt Leyden Academy met Stichting Azora en Zorggroep Elde Maasduinen aan het project Leefplezierplan op locatie, in samenwerking met de zorgkantoren van Menzis en VGZ. We onderzoeken hoe een gehele zorglocatie kan werken volgens het leefplezier-gedachtegoed, wat dit oplevert en welke barrières je mogelijk tegenkomt. Een belangrijke rol is in dit project weggelegd voor de stuurgroep [zie kader], met daarin vertegenwoordigers vanuit instanties die betrokken zijn bij de inrichting van de verantwoording van de kwaliteit van de zorg, zoals de zorgkantoren, de inspectie en het Ministerie van VWS. De stuurgroep buigt zich over vragen als: in hoeverre zit de verantwoordingsinformatie die wordt gevraagd vanuit het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg, het werken volgens de Leefplezierplan-benadering op de locaties in de weg? En als dat zo is, kunnen we daar iets aan doen? Eenvoudige vragen, waar een hele denkwereld en historie achter schuilgaan.

Kwaliteitskader en leefplezier
De ouderenzorgorganisaties hebben al veel bereikt in het verleggen van de focus op fysieke zorg, naar het leefplezier, welbevinden en thuisgevoel van bewoners. Die verschuiving heeft volgens Stichting Azora en Zorggroep Elde Maasduinen plaatsgevonden ondanks de verantwoordingsplichten zoals zij die ervaren vanuit het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg. Zij ervaren die plichten als belastend omdat het verzamelen van de vereiste informatie veel tijd kost en omdat die inspanning door de zorgverleners als weinig zinvol wordt ervaren. Want wie kan er wat mee, en wie doet er wat mee? Bovendien gaat er volgens de zorgorganisaties een verkeerd signaal vanuit, namelijk: we willen controleren of jullie zorg voldoet aan de kwaliteitsnorm en zo niet, dan willen we daar sancties op kunnen zetten. De verleiding ligt dan op de loer om vooral te voldoen aan de normatieve, voor iedereen gelijke, indicatoren in plaats van zelf te blijven nadenken en de vraag te blijven stellen: “Wat is in deze situatie, voor deze persoon goede zorg?”

Kwaliteit is meervoudig en contextgebonden
Elke organisatie en zelfs locatie heeft haar eigen sterke punten: zoals veel saamhorigheid en contact, veel privacy, een nieuwe, mooie en grote persoonlijke ruimte, veel gezamenlijke voorzieningen, lekker eten en drinken, veel activiteiten, veel ruimte voor naasten, veel aandacht voor fysieke veiligheid, aparte afdelingen voor bewoners van gelijke identiteit (qua afkomst, levensovertuiging, opleiding, beroep of seksuele geaardheid), om maar wat voorbeelden te noemen. Gelukkig maar, want zo is er voor elk wat wils. Maar een dergelijke variëteit staat op gespannen voet met een uniform kader – gelijk voor iedereen. En op microniveau kunnen er ook nog verschillende ideeën bestaan bij bewoner, familielid, verzorgende of zorgkantoor over wat het goede is om te doen in de specifieke situatie van die ene cliënt. Dit maakt kwaliteit ook ongrijpbaar: het is subjectief, altijd afhankelijk van de context, en laat zich niet altijd ‘tellen’ of normeren.

Kwaliteitskader als overgangsdocument
Kwaliteit is dus meervoudig en laat zich niet zomaar vangen in cijfers en afvinklijstjes. En toch is ooit in gezamenlijkheid besloten om allerlei normatieve informatie te verzamelen. Waarom eigenlijk? Hier helpt enige historisch context. Verpleeghuizen zijn ooit ontstaan als plekken voor vanuit het ziekenhuis verplaatste zorg en hebben van daaruit de gewoontes van de ziekenhuiszorg meegenomen. Als je het huidige Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg vergelijkt met de verplichte indicatoren voor ziekenhuizen, dan worden er nog maar heel weinig indicatoren uitgevraagd en zijn er dus al grote stappen gezet. Maar vergeleken met de gehandicaptenzorg, die een meer agogische ontstaansgeschiedenis heeft, zijn het er nog steeds méér dan waarschijnlijk nodig en wenselijk is. Het Kwaliteitskader kan dan ook worden beschouwd als een overgangsdocument naar een andere zienswijze, waarin (nog) minder nadruk ligt op tellen en verantwoorden en meer op vertellen en verantwoordelijkheid op lokaal niveau.

‘Ruimtevrees’
Tegelijkertijd is er aan de kant van de zorgorganisaties sprake van ‘ruimtevrees’. Zij hebben veel meer ruimte om de verantwoordingslast te beperken, dan ze in de praktijk benutten. Die ruimte opzoeken, vraagt moed van bestuurders: moed om de onzekerheid te verdragen dat de inspectie of het zorgkantoor misschien een tik op de vingers geeft of financiële kortingen oplegt. De vraag is hoe de informatievragende partijen hierin meer comfort kunnen bieden. Een vergelijkbaar mechanisme zien we overigens binnen de hiërarchie van de eigen organisatie, waarin interne regels en verantwoording ontstaan en medewerkers ruimtevrees ervaren. Steeds opnieuw moeten zij zichzelf de vragen stellen: “Waarom moet dat eigenlijk? Van wie moet dat? En wat zou er gebeuren er als we het niet doen?”

Deelgenoot maken en dialoog aangaan
Interessant genoeg zien wij dat zorgorganisaties heel veel informatie delen die niet verplicht is, maar die ze wel zinvol vinden. Ze doen dit bijvoorbeeld door foto’s en verhalen te delen met familie en omwonenden, door nieuwsbrieven te versturen en informatieavonden te organiseren. Of door het zorgkantoor uit te nodigen om locaties te bezoeken en kennis te nemen van mooie resultaten op projecten, nieuwbouw en innovaties. Maar informatie wordt ook onbedoeld gedeeld doordat betrokkenen ter plekke zien hoe het personeel met elkaar omgaat, wat het voorzieningenniveau is, in welke staat het gebouw en de tuin verkeren, en doordat naasten ervaren dat zij betrokken worden bij de zorg. Dergelijke informatie helpt om cliënten, naasten, bestuurders en toezichthouders deelgenoot te maken van de goede zorg die op de locaties verleend wordt. Daarmee weet een ieder wat hij of zij vanuit de eigen rol kan doen om die zorg goed te houden, aan te passen aan veranderende omstandigheden en waar mogelijk nog verder te verbeteren. Het aangaan van een dialoog over wat je waarneemt, heeft hierbij een belangrijke meerwaarde. Informatie moet immers worden geduid en juist door met verschillende partijen in gesprek te gaan over wat je waarneemt, ontstaat zicht op de meervoudigheid en het ongrijpbare karakter van kwaliteit. Mensen deelgenoot maken en open de dialoog aangaan, gaan dan ook hand in hand bij het inzicht krijgen in of er goede zorg verleend is. Doel is hierbij dus niet primair verantwoording afleggen (normerend en sanctionerend), maar anderen actief betrekken bij het creëren van goede zorg. Daarmee wint een locatie vertrouwen en creëert zij partners en meedenkers.

Neem voor meer informatie contact op met Annet van Harten.

 

In de stuurgroep van het project Leefplezierplan op locatie zijn vertegenwoordigd:

  • Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ)
  • Leyden Academy on Vitality and Ageing
  • Menzis Zorgkantoor
  • Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)
  • Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)
  • Stichting Azora
  • VGZ Zorgkantoor
  • Zorggroep Elde Maasduinen
  • Zorginstituut Nederland (ZIN)

 

 

Vraag het onze wetenschappers: over betekenisvol leven in het verpleeghuis

Vraag het onze wetenschappers: over betekenisvol leven in het verpleeghuis

In de videoserie Vraag het onze wetenschappers beantwoorden we ingezonden vragen over vitaal en betekenisvol ouder worden. In de zesde en laatste aflevering geeft onderzoeker en medisch antropoloog Sanne Schweers antwoord op de vraag die Geert Froyen ons stuurde: ‘Hoe geef je betekenis aan het leven als je in een verpleeghuis woont?’.

U kunt de video (4 minuten) bekijken op YouTube. Hieronder vindt u achtergrondinformatie en lees- en kijktips.

Leren kennen van de bewoner
Sanne vertelt in de video dat een betekenisvol leven voor iedereen anders is. Daarom is het belangrijk om de behoeften, verlangens, gewoonten en rituelen van de cliënt goed te leren kennen. In onze onderzoeken noemen we dat ook wel aandacht voor ‘leefplezier’ en hebben we het Leefplezierplan als werkwijze ontwikkeld: u leest er meer over in dit artikel in tijdschrift Geron (2020). Voor het beter leren kennen van de bewoner zijn verschillende methodieken beschikbaar. Kennisplein Zorg voor Beter biedt een handig overzicht met diverse instrumenten en tips.

Het belang van persoonlijke relaties
Voor bijna iedereen zijn persoonlijke relaties het allerbelangrijkste in het leven. Zeker in het verpleeghuis zijn warme relaties tussen bewoner, naasten en de zorgprofessionals onmisbaar. Dat stelt ons voor een uitdaging: hoe kan de zorg zich zoveel mogelijk inzetten voor betekenisvolle ontmoetingen? Voor antwoorden op deze vraag moeten we ons niet zozeer wenden tot de medische wetenschappen; we komen dan eerder uit bij de sociale wetenschappen, bij geestelijk verzorgers en bij filosofen. Hoogleraar Diversiteit en Integratie Halleh Ghorashi (VU Amsterdam) vertelt over het werk van filosoof Emmanuel Levinas als bron van inspiratie.

Het is daarbij belangrijk om je te realiseren hoe verstorend ziekte en aandoeningen kunnen zijn voor de relaties om je heen. Dit komt indringend tot uiting in dit artikel op De Correspondent (2017) waarin mensen met dementie hun ervaringen delen.

In de zorg voor iemand die in een verpleeghuis woont is het dus belangrijk om continu die relaties centraal te zetten. Maar een goede samenwerking tussen naasten, zorgverlener en bewoner is nog niet zo eenvoudig, weten we uit het promotieonderzoek van Antoinette Bolscher naar samenwerking vanuit moreel perspectief aan de Universiteit voor Humanistiek (2018).

Leefplezier in alledaagse dingen
Een betekenisvol leven hoeft niet altijd groots en meeslepend te zijn. Dat leefplezier soms in kleine, alledaagse dingen zit, maakt Sanne in de video duidelijk aan de hand van het voorbeeld van mevrouw Uijen die graag naar kleine beestjes (en pluisjes) kijkt. In onze videoreeks Liefdevolle zorg in de praktijk komen ook mooie voorbeelden langs, zoals bewoner Henk die stapelgek is op bloemen of een spontaan dansje in de huiskamer (zie foto, met dank aan zorgorganisatie Topaz).

Zorgen kan soms ook zingen zijn, zo blijkt uit dit artikel op de Correspondent (januari 2021).

Er zijn bij rouw en verdriet
Dat wat van betekenis is, hoeft niet alleen maar positief te zijn. Juist bij mensen aan het einde van hun leven, zijn er vaak gevoelens van rouw en verdriet. Longarts Sander de Hosson schrijft mooi over hoe hij met zijn team streeft naar de beste kwaliteit van leven en sterven voor de patiënt. Zijn columns zijn gebundeld in het boek Slotcouplet (2018) en u kunt ook zijn TEDx lezing bekijken uit 2017.

Er simpelweg met aandacht zijn voor iemand, is vaak al voldoende. Dit vormt de kern van de presentietheorie van theoloog en filosoof Andries Baart. Deze benadering draait om liefdevolle aandacht voor wat mensen eigenlijk vragen, voor wat echt belangrijk is voor hen. Het gaat hierbij om erkenning van hun waardigheid als mens, en om een menslievende benadering die onvoorwaardelijk is. Lees onder meer zijn artikel Presentie en palliatieve zorg in het tijdschrift Sociale Interventie (2007).

Een complimentje doet wonderen
Als afsluitende tip geeft Sanne het advies om te investeren in de relatie met mensen die u kent in het verpleeghuis, door een praatje te maken of een complimentje te geven. Dit is fijn voor de bewoner, maar ook voor u. Studies laten zien dat iets doen voor een ander, ook een positief effect heeft op het eigen geluksgevoel. Hoe dit werkt, werd in mei 2021 treffend verwoord door komiek Jochem Myjer in de Volkskrant: maak jezelf blij door anderen voorrang te geven.

Heeft u nog vragen of suggesties? Neem dan gerust contact op met Sanne Schweers.

U kunt de gehele serie van zes video’s hier terugvinden of als afspeellijst bekijken op ons YouTube-kanaal.

De Telegraaf: Wie wil nog naar een verpleeghuis?

De Telegraaf: Wie wil nog naar een verpleeghuis?

Hoe kijken ouderen naar een overstap naar het verpleeghuis? En is dit beeld veranderd door de coronacrisis? In dagblad De Telegraaf worden deze vragen vandaag verkend.

Margreet (81) uit Leiden en Cor (87) uit Den Haag wonen beiden nog zelfstandig en zien zo’n verhuizing absoluut niet zitten: “Ik ben heel erg gehecht aan mijn vrijheid”. Ervaringsdeskundige Wouter van Fessem (97) woont in woonzorgcentrum Roomburgh en zorgt voor een positief tegengeluid: “Ik had wel in mijn huis kunnen blijven, niet zo ver hier vandaan. Maar ik wilde toch liever hier naartoe, waar ik niet alleen ben.”

Hoogleraar Tineke Abma legt namens Leyden Academy uit dat de beeldvorming over wonen in het verpleeghuis al langer negatief is, mede door enkele incidenten die breed werden uitgemeten in de media. Maar er is in de sector al jarenlang een brede beweging gaande gericht op het leefplezier van bewoners en persoonsgerichte zorg: “Er is meer aandacht voor de bewoners en hun familie, voor persoonlijk contact, een praatje en leuke activiteiten zoals een muziekavond. De individuele wensen en verlangens van de bewoner en een betekenisvol einde van het leven staan nu voorop.”

Het Telegraaf-artikel ‘Wie wil nog naar een verpleeghuis?’ is geschreven door Arianne Mantel en Chris Ververs. U kunt het artikel lezen op de website van de Telegraaf of via deze link.

Cor deelde eerder zijn ervaringen in coronatijd op ons verhalenplatform Wij & corona. Wouter komt ook aan het woord in onze videoserie Vraag het onze wetenschappers. En wellicht herkent u Margreet als het ‘gezicht’ van Leyden Academy in 2021?

Eén van de initiatieven gericht op het verleggen van de aandacht van de medische behoeften van verpleeghuisbewoners naar hun wensen en verlangens, is ons onderzoek Leefplezierplan voor de zorg. U leest er hier meer over.

Gratis videoreeks Thuisgeluk

In het najaar van 2021 verschijnt een educatieve videoreeks voor thuiszorgmedewerkers, praktijkondersteuners en mantelzorgers. De korte films kunnen als gesprekinstrument benut worden, en de kijkers prikkelen tot nieuwsgierigheid, creativiteit en lef, om samen de kwaliteit van zorg te verbeteren.

In de ouderenzorg is er steeds meer aandacht voor geluk, zinvol en waardevol leven, sociale relaties, kwaliteit van leven en welbevinden. Thuiszorgmedewerkers en mantelzorgers spelen hierin een belangrijke rol. Zij hebben dagelijks te maken met diversiteit onder thuiswonende ouderen, hun wensen en verlangens en de daarbij horende keuzes en afwegingen. Iedereen heeft immers andere wensen en verlangens. Hoe gaan verzorgers om met deze diversiteit? De reeks videoportretten van thuiswonende ouderen die gebruik maken van thuiszorg laten voorbeelden zien over hoe zorgmedewerkers en mantelzorgers ruimte (kunnen) maken voor de unieke verlangens en identiteit van hun cliënt.

De ca. 20 korte video’s brengen elk een herkenbare praktijksituatie in beeld, die inspireert en aanzet tot een gesprek over goede zorg. Filmen start in het najaar van 2021, na een verkennend onderzoek bij thuiszorgorganisaties en -medewerkers, thuiswonende ouderen en hun naasten. De inhoud is dus nog niet vastomlijnd, maar we schetsen een aantal mogelijke onderwerpen:

  • Leren kennen van de cliënt: wat maakt dat iemand zich thuis voelt, graag thuis woont en wat zorgt voor welbevinden en leefplezier?
  • Welke anderen dragen bij aan thuisgeluk en leefplezier? Hoe doen zij dat en wat is belangrijk in de leefomgeving?
  • Hoe kunnen ouderen, hun mantelzorger(s) en thuiszorgmedewerker(s) samen optrekken en leren van elkaar?
  • Omgaan met dilemma’s: bijvoorbeeld het wel of niet langer thuis kunnen blijven wonen. Hoe kan bij een overgang naar een verpleeghuis dat toch als thuis voelen?

Microlearning als gespreksinstrument 
We kiezen voor microlearning, een manier om lesmateriaal aan te bieden in korte, hapklare leereenheden van maximaal 1,5 minuut. Microlearning gaat vaak hand-in-hand met mobiel en video-based leren en sluit daarbij naadloos aan bij de tijdsgeest en media-ervaringen van de doelgroep. Microlearning leent zich bij uitstek voor diverse leerdoelen en toepassingen, zoals instrueren, informeren, oefenen, etc. In dit geval laat iedere video een echte situatie zien uit de dagelijkse praktijk, een illustratie van liefdevol contact tussen bewoner, familie en zorgverlener. Ieder filmpje eindigt met een vraag die mantelzorgers en thuiszorgmedewerkers uitnodigt om ermee aan de slag te gaan, met elkaar in gesprek te gaan en te leren van elkaars ervaringen.

Gratis te gebruiken
Mede dankzij de financiële steun van het Jo Visser fonds, Fonds SGS (gelieerd aan zorgverzekeraar Zilveren Kruis) en Stichting Het R.C. Maagdenhuis kunnen we de video’s ontwikkelen en gratis beschikbaar stellen. Opleiders kunnen de complete afspeellijst gebruiken of losse filmpjes als lesmateriaal inbedden in bestaande curricula, trainingen en portfolio’s (door bijvoorbeeld de video’s in het eigen leerplatform te plaatsen). Denk bij opleiders bijvoorbeeld aan:

  • thuiszorgorganisaties;
  • onderwijsinstellingen, (zelfstandige) trainers en coaches in de zorgsector;
  • mantelzorgorganisaties;
  • educatieve uitgevers in zorgonderwijs.

Eerder maakte Leyden Academy de videoreeks ‘Liefdevolle zorg in de praktijk’ over o.a. leefplezier, omgaan met dilemma’s en het leren kennen van de bewoner in het verpleeghuis. Hier vindt u de afspeellijst op YouTube.

Heeft u suggesties of wilt u meer informatie? Of wilt u worden geïnformeerd als als de videoreeks gepubliceerd wordt? Neem dan contact op met Marie-Louise Kok via tel. (071) 524 0964 of via e-mail.

Leyden Academy en CIV Welzijn & Zorg slaan handen ineen

Leyden Academy en CIV Welzijn & Zorg slaan handen ineen

Leyden Academy on Vitality and Ageing en het Centrum voor Innovatief Vakmanschap (CIV) Welzijn & Zorg hebben vandaag een samenwerkingsovereenkomst gesloten. Beide partijen onderstrepen het belang van vakmanschap in zorg en welzijn dat hoofd, hart en handen omvat. Ze willen dit gezamenlijk ontwikkelen via participatief actieonderzoek met docenten, studenten en medewerkers in zorg en welzijn, om zo bij te dragen aan de kwaliteit van leven van cliënten en hun mantelzorgers. Namens Leyden Academy tekende directeur Tineke Abma de samenwerkingsovereenkomst; Otto Jelsma, voorzitter College van Bestuur mboRijnland, zette zijn handtekening namens het CIV Welzijn & Zorg.

Bevlogen en bewogen professionals
Beide organisaties zien volop mogelijkheden om elkaar te versterken, met name rondom het practoraat Welzijn en Zorg. Er zijn raakvlakken in het onderzoek naar thema’s als werkplek leren, (normatieve) professionalisering en beroepsidentiteit. Onderwerpen die naast meer methodisch-technische aspecten, aandacht vragen voor de moreel-ethische kwaliteit van zorg en welzijn. We werken daarbij vanuit de overtuiging dat het leren reflecteren en ontwikkelen van een moreel kompas de professional als mens raakt, en willen juist die kwaliteiten ontwikkelen. In het onderwijs, maar ook in de beroepspraktijk. We hopen zo bij te dragen aan het urgente vraagstuk hoe we de zorg op een goede manier kunnen (blijven) bemensen met bevlogen en bewogen professionals, en hoe jonge mensen tot vakbekwame zorgprofessionals  kunnen worden opgeleid.

Vakmanschap onderzoeken met de praktijk
De missie van Leyden Academy is het verbeteren van de kwaliteit van leven van oudere mensen. De onderzoekers hechten er veel waarde aan dat kennis gezamenlijk wordt gegenereerd met betrokkenen in de onderwijs- en beroepspraktijk zelf , en zijn weg vindt naar beleidsmakers en het grote publiek. De samenwerking met het CIV Welzijn & Zorg sluit hier goed bij aan, aldus Tineke Abma: “Wij voeren op dit moment diverse studies uit in de verpleeghuiszorg, waarbij leef- en werkplezier het uitgangspunt vormen. Dialoog en wederzijds leren staan voorop: we verrichten onderzoek in nauwe samenwerking met zorgmedewerkers op de werkvloer, met bewoners, hun naasten en met het management. In de langdurige zorg werken veel medewerkers die op mbo-niveau zijn opgeleid. Waarom zouden we hun ervaringen en kennis niet nog veel actiever benutten in het opzetten en doen van onderzoek naar vakmanschap? Naast onze bestaande relaties met universiteiten en de lectoraten van hogescholen, is de samenwerking met het practoraat via het CIV Welzijn & Zorg dus heel waardevol.”

Brug tussen wetenschap en praktijk
Het CIV Welzijn & Zorg is ziet de komst van Leyden Academy als een toegevoegde waarde. Otto Jelsma: “We zijn blij met de toetreding van Leyden Academy als partner van het CIV Welzijn & Zorg. We gaan vooral samenwerken op onderzoeksgebied en de brug tussen wetenschappelijk en praktijkgericht onderzoek verder versterken.”

Neem voor meer informatie contact op met Susan Woelders.

Leefplezierplan op locatie naar de volgende fase

Leefplezierplan op locatie naar de volgende fase

In juni 2019 is het project Leefplezierplan op locatie van start gegaan bij Stichting Azora en Zorggroep Elde Maasduinen. Het onderzoek wordt uitgevoerd door Leyden Academy in samenwerking met de zorgkantoren van Menzis en VGZ en ondersteund door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Inmiddels zijn bij twee locaties de basistrainingen afgerond, zijn er honderd medewerkers getraind, zijn 25 interne coaches opgeleid en is het elektronisch cliëntendossier aangepast. Nu is het tijd voor het tweede onderdeel van het project: het Leefplezierplan verder borgen binnen de organisatie.

Vier pijlers
Bij Zorggroep Elde Maasduinen krijgt dit vorm aan de hand van vier pijlers, die hierna nader worden toegelicht. Mandy Schouwenaars, projectcoördinator Leefplezierplan bij locatie Vita, is positief: “Het is leuk om te zien dat het Leefplezierplan steeds meer gaat leven. Ik ben heel tevreden! Ik zie dat onze coaches meer positie krijgen en enthousiast aan de slag gaan met het gedachtegoed. De vier pijlers vormen daarbij een mooie houvast. Aan het eind van het jaar hebben we dan een goede basis staan. Ik weet zeker dat dat gaat lukken!”

De vier pijlers zien er als volgt uit:

1. Leefplezierplan voor nieuwe medewerkers, bewoners en naasten
Deze pijler richt zich op de nieuwe mensen die komen wonen of werken op de locatie. Zo krijgen nieuwe medewerkers een scholingsprogramma over het Leefplezierplan aangeboden. Nieuwe bewoners en hun naasten krijgen een welkompakket en er wordt geïnvesteerd in een goede samenwerkingsrelatie in de zorg.

2. Teamsessies
Werken aan leefplezier is teamwork. Binnen deze pijler worden daarom alle teams – van de woongroepen tot Vita-thuis – getraind in de vier thema’s van het Leefplezierplan: het kennen van de persoon, bijdragen aan leefplezier, delen van ervaringen en omgaan met dilemma’s. Inmiddels zijn de eerste sessies online van start gegaan over het eerste thema, het leren kennen van de persoon. Onderdeel van de sessie was elkaar leren kennen aan de hand van een voorwerp (zie foto). Dit bracht meteen mooie gesprekken op gang. Na iedere sessie krijgen de teams de opdracht om zelf invulling te geven aan het besproken thema.

3. Supervisie interne coaches
Werken aan leefplezier is nooit af en dat vraagt om continue aandacht voor de communicatie onderling. Hoe houden we elkaar op de hoogte? Hoe zorgen we dat iedereen betrokken is? Hoe leren we van elkaar? De interne coaches spelen hierbij een cruciale rol. Zij dragen het gedachtegoed uit, signaleren knelpunten en betrekken elkaar in de zoektocht naar oplossingen.

4. Verbinding behandelaren
De behandelaren vormen ten slotte een belangrijke schakel in het werken aan leefplezier. In de vierde pijler worden er daarom verbindingssessies georganiseerd: hoe kunnen er bruggen worden gebouwd tussen de verschillende disciplines?

Doorkijkje naar afronding
Lieke Sips, Sociaal Ondernemer bij Vita, geeft een doorkijkje naar het einde van het project in december 2021: “Eind dit jaar zal het leefplezier-gedachtegoed voor iedereen – onze bewoners, belangrijke anderen en medewerkers – bekend zijn. Het is dan een algehele werkwijze geworden. Daar werken we hard aan! Ik kijk ook uit naar het eindrapport met de veranderkundige lessen. Momenteel is de hoeveelheid Leefplezierplan-trainingen best intensief voor ons. Een kwart van onze medewerkers is geschoold, zij moesten allemaal worden uitgeroosterd. Dus we zoeken naar minder intensieve methodieken om het Leefplezierplan te verspreiden, die toch veel effect hebben. We hebben namelijk het voornemen om het Leefplezierplan ook te verspreiden naar onze andere locaties.”

De komende maanden krijgen de vier pijlers verder vorm, zodat er eind 2021 een fundering staat om verder te bouwen aan het Leefplezierplan.

Heeft u vragen, neem dan gerust contact op met Mandy Schouwenaars van Zorggroep Elde Maasduinen of met Sanne Schweers van Leyden Academy.

Geef de verpleeghuiszorg weer die “warme omarming”

Geef de verpleeghuiszorg weer die “warme omarming”

In de week van 16 t/m 20 november jl. stond ons verhalenplatform Wij & corona geheel in het teken van de ouderenzorg. We spraken met verpleegkundigen, verzorgenden, medewerkers welzijn, teamleiders en locatiemanagers uit de verpleeghuiszorg en thuiszorg, maar ook met mantelzorgers, familieleden en bewoners zelf. Mede op basis van deze openhartige en indringende verhalen schreef Josanne Huijg een blog die op 16 december 2020 is gepubliceerd op zorgblog Skipr.

Hieronder vindt u de tekst van deze blog.

 

Geef de verpleeghuiszorg weer die “warme omarming”

Ik sprak laatst met Mariët, regiomanager in de verpleeghuiszorg, toen zij verzuchtte: “In de media en de politiek gaat het vooral over het oplopen van het aantal besmettingen en het tekort aan personeel. We vallen zo weer in de valkuil van alles met cijfers te bekijken. Maar het gaat niet over het wel of niet hebben van beschermingsmiddelen, het gaat erom hoe het voelt dat je continu op je hoede moet zijn voor een virus wat binnen kan komen. De druk die door corona continu bij onze medewerkers ligt is groot en de buitenwereld is zich daar, denk ik, te weinig van bewust.”

De verpleeghuizen staan weer volop in de belangstelling, en helaas zelden positief. Bewoners raken besmet, personeel valt uit. En er was nog zo beloofd dat dit nooit meer zou gebeuren, is de teneur in veel berichten in de media. Er komen experts aan het woord die een verklaring zoeken in de mate van veiligheid van de beschermende materialen, omdat uit bron- en contactonderzoek zou blijken dat medewerkers het virus binnen brengen. Ook geven zij aan dat het toelaten van bezoekers in het verpleeghuis riskant is, zeker wanneer het aantal besmettingen in de ‘buitenwereld’ zo groot is. Tot slot zou er in de verpleeghuizen veel vaker en ‘agressiever’ moeten worden getest.

Actie is geboden, lijkt de boodschap. Maar de vraag is of de voorgestelde maatregelen gaan helpen. Herhaaldelijk testen is zeer ingrijpend voor bewoners, zeker als zij niet begrijpen waarom dit gebeurt. En het virus buiten de deur houden is een illusie, want een verpleeghuis is geen ziekenhuis. De bewoners zijn geen patiënten; het is hun thuis, en daar hoort ook het contact met geliefden bij. En de zorgmedewerkers gaan ook weer naar huis, wat onvermijdelijk risico’s met zich meebrengt. Ook al leven de meesten als kluizenaars om de kans op besmetting, thuis en op het werk, zoveel mogelijk te beperken. Corona in huis krijgen is soms ook botte pech, hoe goed je de zaken ook op orde hebt.

Zoals altijd, vertellen de cijfers maar een deel van het verhaal. In onze onderzoeken binnen de ouderenzorg zoeken we dan ook altijd een combinatie van zowel normatieve (zoals checklists, statistieken) als narratieve informatie (de verhalen van betrokkenen). Wat kunnen de zorgmedewerkers, bewoners en hun naasten ons vertellen over hoe het nu gaat in de verpleeghuizen?

In hun verhalen horen we dat medewerkers ook in deze tweede golf keihard werken om corona buiten de deur te houden en alles binnen hun mogelijkheden doen voor de kwaliteit van leven van bewoners en hun naasten. Verzorgende Dennis: “Het is een race tegen de klok om alle mensen te helpen. Dat is de laatste tijd nog erger geworden omdat er ook collega’s ziek zijn.” Welzijnsmedewerker Wendy: “Je voelt je verantwoordelijk voor besmettingen, voor de kwaliteit van leven van bewoners, voor het contact met naasten, voor de gezondheid van het team en dat is veel. Je kan het niet allemaal alleen dragen.”

In het verpleeghuis is de impact van de eerste coronagolf bovendien nog voelbaar. Medewerkers zijn moe en verdrietig als ze praten over wat ze hebben meegemaakt. Na een korte zomer is de werkdruk weer flink toegenomen. Op plekken waar nog geen besmettingen zijn, heerst spanning en strijdlust om het virus buiten de deur te houden. Waar wel corona wordt vastgesteld, is er soms geen weg terug en wordt een groot deel van de bewoners en medewerkers ziek. Welzijnsmedewerker Annette: “De bezorgdheid om de bewoners laat mijn hart de hele dag in mijn keel kloppen.”

In de verhalen beluisteren we dat er grote verschillen zijn tussen zorgorganisaties, locaties en soms zelfs tussen woningen binnen een locatie. Maar overal wordt getracht om een evenwicht te bewaren tussen de veiligheid van bewoners en hun kwaliteit van leven. Medewerkers maken er het beste van, onder uiterst moeilijke omstandigheden. Ze troosten mensen in hun laatste momenten. En zorgen voor momenten van leefplezier. Zoals verzorgende Roelien ons vertelde: “Er wordt gedanst en gekookt. Laatst zag ik mijn collega’s zwetend in hun pak poffertjes bakken.”

Moeten we dan maar niks doen? Nee, zeker niet. Wat we heel veel terug horen, is het gebrek aan waardering dat de medewerkers nu ervaren. Binnenshuis is er vaak steun van psychologen en managers voor de teams, van collega’s onder elkaar en van familieleden. Maar de steun van de buitenwacht ontbreekt; het applaus is verstomd. Dit gaat over kleine gebaren zoals die hand op je schouder, of de vraag van de buurvrouw: ‘hoe gaat het met jou?’ Verzorgende Lies: “In de eerste golf konden we geen vazen meer vinden; de scholen maakten tekeningen, er kwam taart voor ons en voor de bewoners. Nu zie je niks meer, terwijl juist nu onze energie een beetje opraakt.” Deze aandacht en attenties voor de mensen die wonen en werken in de verpleeghuizen, kunnen zorgen voor die broodnodige erkenning. Steun zit ook in het bieden van ruimte en vertrouwen aan medewerkers om zorg te (blijven) bieden gericht op de wensen en verlangens van bewoners. En hierover op een andere, narratieve manier verantwoording af te leggen.

Laten we niet op zoek gaan naar strengere ingrepen of zondebokken, maar de mensen in de ouderenzorg steunen om hun moeilijke werk vol te houden. Geef de zorg die “warme omarming” die Lies zo zegt te missen. En sluit je aan bij de oproep van teamleider Ineke: “Kijk om naar de mensen in de zorg, ga achter ze staan. Met steun van eenieder, op welk niveau dan ook, wordt de coronatijd in het verpleeghuis een stukje mooier.”

dr. Josanne Huijg is senior onderzoeker bij Leyden Academy on Vitality and Ageing

Lees de volledige interviews met Mariët, Dennis, Wendy, Annette, Roelien, Lies, Ineke, Astrid, Miranda, Murielle en nog meer dan 300 verhalen van ouderen, hun naasten en zorgmedewerkers op Wij & corona. Een initiatief van Leyden Academy en stichting GetOud, mede mogelijk gemaakt door Jo Visser fonds, stichting RCOAK, fonds Sluyterman van Loo en Fonds 1818.

 

Kijk terug: online conferentie Een nieuwe generatie ouderen langer thuis

Kijk terug: online conferentie Een nieuwe generatie ouderen langer thuis

De online conferentie ‘Een nieuwe generatie ouderen langer thuis’ op woensdag 25 november jl. was een doorslaand succes. Maar liefst 3.200 ouderen, medewerkers in zorg en welzijn, mantelzorgers, onderzoekers, bestuurders en beleidsmakers namen deel aan dit virtuele evenement, dat een keuze bood uit meer dan 60 inspirerende lezingen, workshops en panelgesprekken.

Op de event website kunt u tot 1 januari a.s. alle sessies terugzien. U hoeft alleen maar in te loggen met uw e-mailadres. Bekijk bijvoorbeeld de videospeech van minister Hugo de Jonge, de lezing van professor Erik Scherder (“daag uw hersenen uit!”) of het interessante afsluitende gesprek met oud-politicus Jan Terlouw en zijn dochter Sanne, over zingeving en de kijk op ouder worden.

Als kennispartner van de conferentie was Leyden Academy betrokken bij diverse sessies, die alle in zijn geheel zijn opgenomen. U kunt de video’s (elk ca. 45 minuten) hieronder direct terugzien:

Hoe geven we ouderen echt een stem?
Hoe zorgen we dat ouderen een volwaardige stem krijgen in beleid, onderzoek en zorg? Tineke Abma vertelde in deze sessie dat er steeds meer behoefte ontstaat aan nieuwe, directe vormen van zeggenschap. Dit kwam vervolgens mooi tot uiting in een vraaggesprek met zorgbestuurder Anke Huppertz en bewoner Broeder Gait (83) van De Beyart in Maastricht, die de innovatieve oplossing Tante Co in gebruik hebben genomen. Marilyn Haimé deelde openhartig haar ervaringen als lid van de Raad van Ouderen én als mantelzorger van haar moeder.
-> bekijk deze sessie via deze link

Leefplezierplan op locatie: van theorie naar praktijk
In deze talkshow onder leiding van Josanne Huijg deelden projectleider Jan Ravensbergen, sociaal ondernemer Lieke Sips van Zorggroep Elde Maasduinen en locatiemanager Mariët Tonen van Stichting Azora hun ervaringen met de implementatie van het Leefplezierplan op twee locaties voor de verpleeghuiszorg. Wat gebeurt er als je het leefplezier van bewoners in de zorgpraktijk als uitgangspunt neemt: wat komt erbij kijken, wat levert het op en waar loop je tegenaan?
-> bekijk deze sessie via deze link

Samen oud worden: hebben woongemeenschappen de toekomst?
In deze sessie werd een overzicht gepresenteerd van de laatste trends rond het wonen van ouderen. Welke gemeenschappelijke woonvormen zijn er? Welke woonwensen hebben ouderen? En hoe betrek je ouderen bij de vormgeving van gemeenschappelijk woonvormen? Aan het woord kwamen Yvonne Witter van platform ZorgSaamWonen, Lex van Delden en Coen van den Heuvel namens de Raad van Ouderen.
-> bekijk deze sessie via deze link

Kunst in langdurige zorg en ondersteuning
Er is steeds meer bewijs voor de positieve effecten van kunst en cultuur op de gezondheid en het welbevinden van ouderen en de mensen om hen heen. Kunstinitiatieven zijn echter nog vaak incidenteel van aard en het aanbod is versnipperd. Presentator Judith de Bruijn ging in gesprek met initiatiefnemer Erik Zwiers en deelnemer Franc Janssen van de Participatiekoren, met Machteld van der Meij van de Gruitpoort (initiatief Kunst door de brievenbus) en zorgbestuurder Marie-Claire van Hek (AxionContinu), en ten slotte met Tineke Abma en Sanne Scholten (LKCA). De sprekers bedachten ter plekke samen het ‘6 B-model’, om kunst en cultuur een duurzame plek geven in de langdurige zorg.
-> bekijk deze sessie via deze link. Het rapport Kunst in tijden van corona vindt u hier

Leren in de zorgpraktijk
Hoe leren medewerkers in de ouderenzorg het liefst? Sanne Schweers en Marie-Louise Kok deelden hun ervaringen met ‘microlearning’, hapklare leereenheden van maximaal 1,5 minuut, aan de hand van de videoreeks Liefdevolle zorg in de praktijk die vorig jaar is ontwikkeld. Kort en krachtig lesmateriaal dat goed past bij de doelgroep, zo blijkt onder meer uit een onderzoek onder 200 zorgverleners.
-> bekijk deze sessie via deze link

Bereiken en betrekken van ouderen, hoe doe je dat?
Onder leiding van Lea Bouwmeester sprak Lucia Thielman samen met Els Hofman (Movisie), Nelly van Maar (De Schrijversbuurt), huisarts Sandra Snoeren en Leonieke Schouwenburg (stichting Inclusia) over het beter bereiken en betrekken van ouderen. Beeldtekenaar Rolf Resink zorgde voor een mooi beeldverslag.
-> bekijk deze sessie via deze link

 

Kijk voor meer informatie over de conferentie, de diverse partners en de editie van 2021 op de website van Een nieuwe generatie ouderen(zorg).

Manifest: doe verpleeghuizen niet opnieuw op slot

Manifest: doe verpleeghuizen niet opnieuw op slot

De kwaliteit van leven van ouderen dreigt in de tweede coronagolf opnieuw onder te sneeuwen. De angst voor het virus mag niet leiden tot een nieuwe isolatie van verpleeghuishuisbewoners, zo waarschuwen 70 bestuurders in de ouderenzorg en thuiszorg, hoogleraren en prominenten, in een manifest dat vandaag via dagblad Trouw naar buiten is gebracht. Initiatiefnemers zijn bijzonder hoogleraar Langdurige Zorg en Dementie Anne-Mei The en zorgbestuurder Gijsbert van Herk van Stichting Humanitas. Namens Leyden Academy is Tineke Abma een van de ondertekenaars.

Kwaliteit van leven is leidend
Strekking van het manifest is dat de kwaliteit van leven van bewoners het uitgangspunt moet zijn. Het beschermen van bewoners tegen een besmetting met corona is daar onderdeel van, maar niet zaligmakend. Om het virus buiten de deur te houden zonder de bewoners te isoleren, moeten de verpleeghuizen de beschikking hebben over voldoende beschermende middelen en coronatests voor hun medewerkers en bezoekers. Daarnaast roept het manifest op om bewoners en hun naasten te betrekken bij de besluitvorming en om met elkaar in gesprek te blijven, ook als het moeilijk wordt.

Onderteken ook!
Bekijk hier het manifest Isoleer het virus, niet de mensen. Bent u het met deze oproep eens, teken dan ook en help ons het manifest verder te verspreiden. Hoe meer mensen ondertekenen, hoe krachtiger ons signaal dat we in de tweede coronapiek oog moeten houden voor veiligheid én kwaliteit van leven.

Lees ook het manifest Ouderen en corona – vier lessen en kansen van Leyden Academy van mei 2020, waarin we onder meer oproepen om ouderen te betrekken bij het ontwikkelen van het coronabeleid en het in balans benaderen van de medische behoeften én persoonlijke verlangens van verpleeghuisbewoners.