Drie dilemma’s bij persoonsgerichte verpleeghuiszorg

Drie dilemma’s bij persoonsgerichte verpleeghuiszorg

“Ik begon met deze meneer te praten, écht te communiceren. Dat had ik nog niet eerder gedaan. Ik ben naast hem gaan zitten en heb een uur met hem gekletst. Ik heb hem zo anders leren kennen, hij zit nu helemaal in mijn hart. Hij is een prachtige man en ik denk dat we hem echt tekort hebben gedaan. Daar moeten we echt wat mee,” vertelde een zorgmedewerker.

We vinden persoonsgerichte zorg steeds belangrijker. Toch gaat het niet altijd vanzelf, het betrekken van patiënten of cliënten. In het afgelopen jaar onderzochten we samen met bewoners en zorgmedewerkers in het verpleeghuis waarom dit zo’n uitdaging is. We vonden drie belangrijke dilemma’s en verkenden hoe ICT ons zou kunnen helpen om duurzaam met deze dilemma’s om te gaan:

  1. Autonomie versus afhankelijkheid
    Zowel bewoners als medewerkers vinden eigen regie belangrijk. Maar is dit wel realistisch? En als bewoners autonomie missen, betekent dit dan dat de medewerkers de regie hebben, of zijn ook zij afhankelijk?
  2. Persoonlijk versus privacy
    Het is belangrijk om elkaar te leren kennen en zo elkaars wensen en behoeften beter te begrijpen. Maar wat als het iemands persoonlijke behoefte is om niets persoonlijks te delen, respecteren we dat dan ook?
  3. Mooie momenten versus eerlijk beeld
    Het is een prachtige ontwikkeling dat er in verpleeghuizen steeds meer aandacht is voor welzijn in bredere zin. Samen leuke dingen doen en genieten van mooie momenten. Maar is er ook oog voor pijn en verdriet?

Lees meer in het artikel Older Adults’ Engagement in Residential Care: Pitfalls, Potentials, and the Role of ICTs door Marije Blok, Barbara Groot, Josanne Huijg en Alice de Boer, dat deze week is gepubliceerd in het International Journal of Environmental Research and Public Health.

Opinie: benut verhalen voor kwaliteitsverbetering verpleeghuis

Opinie: benut verhalen voor kwaliteitsverbetering verpleeghuis

In de afgelopen jaren is er steeds meer aandacht gekomen voor leefplezier en liefdevolle zorg in het verpleeghuis. Zorg waarin de nadruk ligt op het welbevinden van bewoners, het beter leren kennen van en tegemoetkomen aan hun wensen en verlangens en ruimte maken voor betekenisvolle relaties. Deze benadering vraagt ook om een andere manier van kijken naar kwaliteit: minder tellen, meer vertellen. Leyden Academy doet sinds 2017 onderzoek naar leefplezier in de verpleeghuiszorg en inmiddels vinden er door het hele land veelbelovende onderzoeksprojecten en programma’s plaats, gericht op de ontwikkeling van narratieve methoden die inzicht geven in de complexe en persoonlijke beleving van kwaliteit door bewoners, hun naasten en zorgmedewerkers.

Acht betrokken hoogleraren en onderzoekers vanuit Leyden Academy, Academische Werkplaats Ouderenzorg Zuid-Limburg (Maastricht University), Academische Werkplaats Ouderen, Tranzo (Tilburg University), Erasmus School of Health Policy & Management en Universiteit Twente hebben hun visie gezamenlijk verwoord in het opinieartikel ‘Maak gebruik van verhalen voor kwaliteitsverbetering in het verpleeghuis’ dat vandaag is verschenen op de website van Zorgvisie.

Hieronder vindt u de integrale tekst van dit artikel:

Maak gebruik van verhalen voor kwaliteitsverbetering in het verpleeghuis

Bij de evaluatie van kwaliteit van zorg ligt de focus op dit moment nog vooral op informatie die we in maat en getal kunnen rapporteren. Belangrijk, maar daarnaast zijn narratieve methoden nodig om inzicht te geven in de complexe en persoonlijke beleving van kwaliteit door cliënten, naasten en medewerkers.

Onlangs vertelde een medewerker trots: “Wij leveren persoonsgerichte zorg, want mevrouw mag altijd zo lang als ze wil uitslapen.” Op het eerste gezicht klinkt dit positief; het leveren van zorg wordt aangepast aan de wensen en behoeften van de bewoner, in plaats van aan de routines van het verpleeghuis. De bewoner zelf vertelde echter het volgende: “Ze laten me in de ochtend altijd zo lang liggen, omdat ik vroeger een uitslaper was. Maar ik heb zoveel pijn… Ik weet dat ze druk zijn, maar ik zou zo graag eerder uit bed worden gehaald.”

Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg
Dit voorbeeld laat zien dat het persoonlijk ervaren welbevinden van bewoners niet altijd overeenkomt met de perspectieven van medewerkers op goede zorg. Het laat ook zien dat het in kaart brengen van verhalende informatie kan bijdragen aan het verbeteren van kwaliteit van zorg. In het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg heeft het gebruik van persoonlijke ervaringen voor leren en verbeteren dan ook een belangrijke plek. Verspreid door het land werken verschillende onderzoeksgroepen in én samen met de praktijk aan de ontwikkeling van concrete methoden ten behoeve van het gebruik van verhalende informatie voor kwaliteitsverbetering.

Persoonlijke behoeften, voorkeuren en ervaringen
Bij de evaluatie van kwaliteit van zorg ligt de focus op dit moment nog vooral op informatie die we in maat en getal kunnen rapporteren: medicatieveiligheid, decubituspreventie, aandacht voor eten en drinken en cliënttevredenheid. Deze vooraf vastgestelde indicatoren zijn belangrijk, maar missen essentiële aspecten van kwaliteit: de persoonlijke behoeften, voorkeuren en ervaringen van bewoners, naasten en medewerkers. Kwantitatieve vragenlijsten schieten tekort om deze aspecten goed in kaart te brengen. Verhalen bieden wél inzicht in de complexe en persoonlijke beleving van kwaliteit. Daarbij biedt het concrete aanknopingspunten om te leren en verbeteren.

Van tellen naar vertellen
Met ons wetenschappelijk onderzoek naar het gebruik van verhalen als informatiebron voor de evaluatie van kwaliteit willen we de verpleeghuissector met betrouwbare en valide methoden ondersteunen in de beweging van tellen naar vertellen. We ontwikkelen daarvoor ieder op onze eigen manier, maar in nauw contact met elkaar en met de verpleeghuiszorg, narratieve methoden om kwaliteit van zorg in kaart te brengen. Al onze methoden hebben als doel narratieven (verhalen in tekst en beeld) te verzamelen die recht doen aan de ervaringen van de diverse betrokkenen in de verpleeghuiszorg: bewoners, hun naasten en medewerkers. Deze narratieven geven inzicht in de rijke, complexe werkelijkheid van de zorg, omdat er ruimte is voor ervaringen, context en duiding vanuit verschillende perspectieven. Het gebruik van narratieve informatie geeft hiermee een completer beeld van kwaliteit van zorg.

Evaluatie van binnenuit
Onze methoden bieden ieder een procesbeschrijving voor het verzamelen en analyseren van de verhalende informatie, het gezamenlijk reflecteren op die informatie en het gebruik ervan voor kwaliteitsverbetering. Kwaliteit wordt in de methoden van binnenuit geëvalueerd, samen met de mensen om wie het gaat. Door zorgmedewerkers een rol te geven in het gesprek met bewoners en hun naasten over wat voor hen belangrijk is en hier een gezamenlijk leerproces van te maken, wordt werken aan kwaliteit iets waarvan op de werkvloer de meerwaarde wordt ervaren. Vervolgens komt ook het gesprek over kwaliteit met het management tot stand en kunnen de narratieven gebruikt worden voor kwaliteitsbeleid en verantwoording.

Volwaardige plek
Het gebruik van verhalende informatie voor kwaliteitsverbetering is essentieel voor persoonsgerichte zorg en het samen werken aan goede zorg. Een belangrijke uitdaging is om het werken met verhalende informatie een volwaardige plek te geven in de uitvoering, verbetering, beleidsvorming en verantwoording van de verpleeghuiszorg. Zorgorganisaties en toezichthoudende partijen, zoals zorgkantoren en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), zoeken hierin de samenwerking op, om naast de kwaliteitsverbetering binnen zorgorganisaties ook in beoordeling en toezicht de omslag te maken naar meer ruimte voor narratieve methoden.

Het goede doen
Het is tijd voor meer aandacht voor de persoonlijke beleving van kwaliteit vanuit het perspectief van bewoners, naasten en medewerkers en om hiermee binnen zorgorganisaties aan de slag te gaan. Op deze wijze kan daadwerkelijk worden achterhaald of de goede dingen goed worden gedaan voor diegenen die het betreft. En de mevrouw die elke ochtend tegen haar wens in lang in bed lag? Dankzij haar verhaal bieden de medewerkers nu de verzorging die bij haar past.

Katya Sion, postdoc onderzoeker, Academische Werkplaats Ouderenzorg Zuid-Limburg, Maastricht University
Josanne Huijg, senior onderzoeker betekenisvol ouder worden, Leyden Academy on Vitality and Ageing
Aukelien Scheffelaar, senior onderzoeker en onderzoeksmakelaar, Academische Werkplaats Ouderen, Tranzo, Tilburg University
Marjolijn Heerings, universitair docent kwaliteit van zorg, Erasmus School of Health Policy & Management
Jan Hamers, hoogleraar Ouderenzorg, Academische Werkplaats Ouderenzorg Zuid-Limburg, Maastricht University
Anne Margriet Pot, hoogleraar Toezicht op persoonsgerichte en geïntegreerde langdurige zorg, Erasmus School of Health Policy and Management, Erasmus Universiteit Rotterdam
Katrien Luijkx, hoogleraar Ouderenzorg, Academische Werkplaats Ouderen, Tranzo, Tilburg University
Gerben Westerhof, hoogleraar Narratieve psychologie en technologie, Universiteit Twente


Meer informatie:

Inspiratiesessie Leefplezierplan bij online congres Waardigheid en trots

Inspiratiesessie Leefplezierplan bij online congres Waardigheid en trots

Op maandag 15 november 2021 vond het eerste van vier Waardigheid en trots-congressen plaats, met als thema ‘Persoonsgerichte zorg’. In het online programma kwamen sprekers aan het woord als Teun Toebes die onlangs zijn eerste boek ‘VerpleegThuis’ presenteerde, en hoogleraar Anne-Mei The over de sociale benadering van dementie.

Namens Leyden Academy verzorgde Josanne Huijg een inspiratiesessie over het Leefplezierplan als methode om het leefplezier van bewoners structureel onderdeel te maken van de manier van werken in het verpleeghuis. Hoe doe je dat als organisatie, wat betekent dit voor het welbevinden van bewoners en naasten en voor het werkplezier van zorgmedewerkers? Josanne vertelde over onze bevindingen vanuit onderzoek, aangevuld door Dayenne Versleijen (ZZG Zorggroep) en Alice van Leur (ActiVite) die hun ervaringen deelden vanuit de praktijk.

U kunt deze sessie hieronder in zijn geheel (59 min.) terugzien. Een uitgebreid verslag van het congres vindt u op de website van Waardigheid en trots. De volgende congressen in deze serie staan gepland op 22 november in Zwolle (thema Werken met plezier), op 29 november in Rotterdam (Innoveren en leren) en ten slotte op 6 december in Den Bosch (Toekomst verpleeghuiszorg) met onder meer een bijdrage van Tineke Abma.

Blog Marjet Woudenberg: In kringen rondom de bewoner

Het project Leefplezierplan op locatie nadert de afrondende fase. Voor het projectteam tijd om alle ervaringen, lessen, bevindingen en aanbevelingen op een rij te zetten. Dit is ook een fase van creatieve gedachtevorming en om af en toe te dagdromen over zorg voor ouderen in een ideale wereld.

Zo begon het brein van trainer Marjet Woudenberg te borrelen toen zij onlangs een klassiek, piramidevormig organogram van een zorgorganisatie onder ogen kreeg. Waar waren de bewoners en zorgmedewerkers? Zou de bewoner niet in het hart van het schema moeten staan? Ze schreef er deze blog over voor de nieuwsbrief Leefplezier in de ouderenzorg (oktober 2021). “Leefplezier gaat uiteindelijk over een organisatiestructuur waar men elkaar draagt en in dialoog met elkaar optrekt.”

 

In kringen rondom de bewoner

Vandaag kreeg ik een organogram te zien van een zorgorganisatie. Tot mijn verwondering was het een schema waar noch de bewoner, noch de zorgmedewerker in benoemd was. U weet wel, zo’n top-down structuur.

Dit zette me aan het denken. Als we met leefplezier bezig zijn, als we willen stimuleren dat de bewoner in al het handelen het uitgangspunt is, hoe zou je dat dan ook op organisatieniveau tot uitdrukking kunnen laten komen? Hoe kan een hele organisatie om de bewoner heen komen te staan, waarin er geen onder en boven is, maar samen optrekken?

Met leefplezier gaat het voor de verpleegkundige en verzorgende om het zijn en handelen in het hier en nu. Om het inspelen op de behoeften en verlangens van bewoners. Dat kan alleen door tijd te nemen om te kijken en te luisteren. Door vervolgens creatief met de situatie om te gaan en te denken in mogelijkheden. Het vraagt om een houding waarin alle conventies losgelaten kunnen worden. Het vraagt om lef hebben en af en toe lastige keuzes maken. Door het leefplezier van de bewoner als uitgangspunt te nemen, vragen we van de zorgmedewerker om min of meer in een chaotische structuur te opereren. Steeds maar weer ‘omdenken’ en reflecteren waarom je de dingen doet zoals je ze doet.

Dat is niet gering.

Het omgaan met de naasten van bewoners, een meer ‘verborgen’ taak van een zorgmedewerker, laat ik dan nog buiten beschouwing. Maar ook deze taak vereist de nodige vaardigheden.

Om dit allemaal te realiseren, heeft een verpleegkundige of verzorgende ondersteuning nodig. Hij of (meestal) zij heeft nodig dat er echt naar haar geluisterd wordt. Dat zij met haar ervaringen en dilemma’s bij haar collega’s terecht kan. Dat zij met al haar pogingen om aan te sluiten bij de bewoner, gehoord en gezien wordt. Met alle positieve krachten en met alle beperkingen van dien. De zorgmedewerker die in haar hele mens-zijn gezien wordt.

Ondersteuning ook in de zin van: samen leren, in een open sfeer. Met collega’s kijken naar de vraag: hoe willen wij de dingen doen en waarom doen we ze op deze manier? Samen optrekken en reflecteren om zo het beste voor de bewoner te kunnen bieden.

Om dit mogelijk te maken, heeft een team op haar beurt ondersteuning nodig. Een luisterend oor en ogen die zien wat het team nodig heeft om leefplezier optimaal mogelijk te maken. Een begeleider die ruimte kan geven aan de chaos, maar ook vanuit visie sturing kan geven door steeds weer met het team in gesprek te gaan. Die het vertellen van verhalen stimuleert en uitnodigt tot het delen en bespreken van dilemma’s. Een begeleider die de moed heeft om lastige knellende situaties aan te gaan. Die denkt vanuit mogelijkheden.

Ook deze begeleider heeft collega’s nodig met wie ze haar successen en onzekerheden kan bespreken. Aan wie ze kan vertellen over al haar ervaringen zonder daar direct op beoordeeld te worden. Bij wie ze kan leren van de ervaringen van anderen.

Dit team van begeleiders heeft een manager nodig die dit organisatorisch mogelijk maakt. Iemand die ontvankelijk is voor de verhalen en de keuzes die gemaakt zijn. Die nieuwsgierig is naar de antwoorden op de vraag: waarom doen we dit zo? Die het maken van eigen afwegingen stimuleert. Dat vraagt om een manager met ruimte en energie om met het ‘oncontroleerbare’, met de ‘chaos’ om te gaan. Een manager die vertrouwen aan haar medewerkers geeft, en steeds weer open staat en oog heeft voor haar personeel.

Ook deze manager heeft sparringpartners nodig. Een veilige plek waar ze kan leren door met collega’s bevindingen te delen en dilemma’s te bespreken.

Deze manager heeft ten slotte een bestuur nodig dat oog heeft voor en luistert naar haar vraagstukken. Een bestuur dat het geduld heeft om soms op de handen te gaan zitten en te luisteren naar de verhalen die gaan over alles wat erbij komt kijken om leefplezier bij een bewoner mogelijk te maken. Dat weet welke grote en kleinere dilemma’s zich gedurende het jaar hebben voorgedaan in de organisatie. Dat het lef heeft om buiten de kaders mee te denken over wat die verhalen zeggen over waar behoefte aan is.

Leefplezier gaat uiteindelijk over een organisatiestructuur waar men elkaar draagt en in dialoog met elkaar optrekt.

Dat klinkt misschien wollig, maar voor alle duidelijkheid: soms moet een bewoner begrensd worden. Soms moet een zorgmedewerker aangesproken worden. Soms moet een team geconfronteerd worden. Soms moet een begeleider scherp gehouden worden. Soms moet een manager op haar vingers getikt worden. En soms moet een bestuur door elkaar geschud worden.

Maar altijd met hetzelfde doel voor ogen: hoe laten we de bewoner optimaal tot zijn recht komen?

 

Er is nog zomer

Er is nog zomer en genoeg

wat zou het loodzwaar

tillen zijn wat een gezwoeg

als iedereen niet iedereen terwille

was als iedereen niet iedereen

op handen droeg.

Judith Herzberg (1994)

 

 

 

WRR: kiezen voor houdbare (ouderen)zorg

WRR: kiezen voor houdbare (ouderen)zorg

De Nederlandse zorg presteert over het algemeen goed, maar de financiële, personele en maatschappelijke houdbaarheid staan onder druk door ontwikkelingen als de vergrijzing, de opkomst van nieuwe zorgtechnologie en de toename van het aantal chronisch zieken. Het ontbreekt aan scherpe en duidelijke keuzes van de overheid, concludeert de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) vandaag in het rapport Kiezen voor Houdbare Zorg. Mensen, middelen en maatschappelijk draagvlak. Om verdere groei van de zorg te begrenzen, moeten volgens de WRR prioriteiten worden gesteld vanuit twee uitgangspunten: waar kunnen we de meeste gezondheidswinst behalen? En in welke delen van de zorg moeten kwaliteit en toegankelijkheid versterkt worden?

Houdbare ouderenzorg
Om de inzichten en analyses in dit rapport te ondersteunen, is een aantal achtergrondstudies uitgevoerd die eerder als zelfstandige publicaties zijn verschenen. Een van deze studies betreft het rapport Houdbare ouderenzorg – Ervaringen en lessen uit andere landen, dat in februari 2021 is gepubliceerd. Deze landenstudie, die de ervaringen en geleerde lessen in kaart brengt in Denemarken, Duitsland, Engeland en Japan, is uitgevoerd door onderzoekers van Leyden Academy on Vitality and Ageing, IQ Healthcare Radboudumc en Erasmus School of Health Policy & Management (ESHPM).

Wensen en verlangens verpleeghuisbewoners
In het WRR-rapport wordt ook ingegaan op de houdbaarheid van de ouderenzorg. Als verbeterpunt wordt het systematisch bewaken en verbeteren van de kwaliteit van de zorg genoemd, met als kanttekening dat de veiligheidsnormen die op de gehele zorg worden toegepast, wellicht te rigide zijn voor verpleeg- en verzorgingshuizen. Het project Leefplezierplan voor de zorg van Leyden Academy ondersteund door het Ministerie van VWS, wordt in dit kader genoemd als voorbeeld om de wensen en verlangens van de verpleeghuisbewoners als uitgangspunt te nemen.

U vindt het rapport Kiezen voor Houdbare Zorg. Mensen, middelen en maatschappelijk draagvlak op de website van de WRR.

Samen werken aan liefdevolle zorg


Als iemand in het verpleeghuis komt wonen, staan medewerkers klaar om de zorg van de naasten over te nemen. Om dit zo goed mogelijk te kunnen doen, is het belangrijk om de behoeften, wensen en verlangens van de bewoner goed te leren kennen. De naasten – familie, vrienden of andere belangrijke anderen – zijn onmisbaar als bron van informatie én in het streven naar leefplezier. Want voor elk mens zijn liefdevolle relaties een belangrijke bron van welbevinden. Aandacht voor de (veranderende) relatie tussen bewoners en hun naasten is dan ook voor beiden van groot belang. In de praktijk blijkt echter dat veel zorgmedewerkers nog weinig gericht zijn op de (samenwerkings)relatie met de naasten, en dat zij zich onvoldoende toegerust voelen om hiermee aan de slag te gaan.

Onder de noemer ‘Samen werken aan liefdevolle zorg’ doen Leyden Academy en zorgorganisatie Topaz gezamenlijk onderzoek naar liefdevolle zorg in de ‘driehoek’ tussen bewoners met dementie, hun naasten en zorgmedewerkers. Dit praktijkonderzoek wordt van juni 2021 tot juni 2023 uitgevoerd binnen de locatie Zuydtwijck en bestaat uit interviews en focusgroepen. Doel is de onderlinge wisselwerking en interactie beter te begrijpen en zo de kwaliteit van zorg te kunnen verbeteren. Uit ervaringen van zorgmedewerkers blijkt namelijk dat goede afstemming en samenwerking met naasten kan bijdragen aan het welbevinden van de bewoner én van de naasten. Bovendien dragen een fijne samenwerking en goede afspraken met naasten bij aan het werkplezier van de zorgmedewerkers zelf.

“Als we iemand opnemen in het verpleeghuis, vind ik het belangrijk om de mantelzorger uit de rol van hulpverlener te halen en weer ‘naaste’ te laten zijn. Dat is moeilijk, de mantelzorger had voorheen vaak 24 uur per dag zorg. Beiden hebben we andere verwachtingen. Het is belangrijk om die uit te spreken, want soms hebben we een ander oordeel over goede zorg.”
(teamleider)

Onderzoek in en met de praktijk
Het betreft een participatief actieonderzoek, uitgevoerd in de zorgpraktijk en in nauwe samenwerking met de mensen over wie het gaat. Op basis van ervaringen van en gesprekken met zorgmedewerkers, naasten en bewoners gaan we aan de slag met de onderzoeksvraag: Hoe kunnen zorgmedewerkers en naasten samen werken aan liefdevolle zorg voor de bewoner? We onderzoeken hoe zorgmedewerkers en naasten de huidige (samenwerkings)relatie ervaren en hoe zij de gewenste situatie zien. Bewoners worden gevraagd naar hun perspectief op de zorg en de relatie met de zorgmedewerkers en hun naasten. Vervolgens zullen we zorgmedewerkers en naasten begeleiden in het gezamenlijk ontwikkelen van manieren om de samenwerking te verbeteren en werkwijzen om dit te ondersteunen. Hiermee is het onderzoek een lerend proces in de praktijk, waarbij zorgmedewerkers en naasten tijdens het onderzoek al samen werken aan verbeteringen van de (samenwerkings)relatie. Bovendien wordt in een klankbordgroep met vertegenwoordigers vanuit bewoners, naasten en zorgmedewerkers, maar ook geïnteresseerden van andere locaties van Topaz, regionale en landelijke partners en het onderwijs, een lerend proces op gang gebracht.

“Ik heb het gevoel dat ik een verschil kan maken als mantelzorger. Maar ik ben bang om irritatiepunten te benoemen richting de zorg, ik ben bang dat het zijn weerslag heeft op de zorg.”
(naaste van bewoner)

Praktijkgericht
Het onderzoek ‘Samen werken aan liefdevolle zorg’ wordt mede mogelijk gemaakt door het Zorgondersteuningsfonds. Binnen het onderzoek wordt samengewerkt met het CIV Welzijn & Zorg en Radicale Vernieuwing Waarde-vol Onderwijs, om te zorgen dat de geleerde lessen ook hun weg vinden naar het onderwijs van toekomstige zorgmedewerkers.

Lees ook het interview over het onderzoeksproject met gespecialiseerd verzorgende psychogeriatrie Ilse Haasnoot van Topaz op de website van het Zorgondersteuningsfonds (november 2021).

Neem voor meer informatie contact op met Marleen Dohmen.

Verantwoorden of deelgenoot maken?

Naar aanleiding van twee indringende en inspirerende bijeenkomsten met de stuurgroep van het project Leefplezierplan op locatie in juni 2021, schreef projectleider Annet van Harten deze reflectie voor de nieuwsbrief Leefplezier voor de ouderenzorg. Centraal stond de vraag hoe we omgaan met de druk om kwaliteit te verantwoorden vanuit wettelijke kaders, vooral wanneer die knellen en schuren met het streven naar persoonsgerichte zorg en het werken met het Leefplezierplan. Annet: “Mensen deelgenoot maken en open de dialoog aangaan, gaan hand in hand bij het inzicht krijgen in of er goede zorg verleend is. Doel is hierbij niet primair verantwoording afleggen, maar anderen actief betrekken bij het creëren van goede zorg. Daarmee wint een locatie vertrouwen en creëert zij partners en meedenkers.”

Sinds juni 2019 werkt Leyden Academy met Stichting Azora en Zorggroep Elde Maasduinen aan het project Leefplezierplan op locatie, in samenwerking met de zorgkantoren van Menzis en VGZ. We onderzoeken hoe een gehele zorglocatie kan werken volgens het leefplezier-gedachtegoed, wat dit oplevert en welke barrières je mogelijk tegenkomt. Een belangrijke rol is in dit project weggelegd voor de stuurgroep [zie kader], met daarin vertegenwoordigers vanuit instanties die betrokken zijn bij de inrichting van de verantwoording van de kwaliteit van de zorg, zoals de zorgkantoren, de inspectie en het Ministerie van VWS. De stuurgroep buigt zich over vragen als: in hoeverre zit de verantwoordingsinformatie die wordt gevraagd vanuit het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg, het werken volgens de Leefplezierplan-benadering op de locaties in de weg? En als dat zo is, kunnen we daar iets aan doen? Eenvoudige vragen, waar een hele denkwereld en historie achter schuilgaan.

Kwaliteitskader en leefplezier
De ouderenzorgorganisaties hebben al veel bereikt in het verleggen van de focus op fysieke zorg, naar het leefplezier, welbevinden en thuisgevoel van bewoners. Die verschuiving heeft volgens Stichting Azora en Zorggroep Elde Maasduinen plaatsgevonden ondanks de verantwoordingsplichten zoals zij die ervaren vanuit het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg. Zij ervaren die plichten als belastend omdat het verzamelen van de vereiste informatie veel tijd kost en omdat die inspanning door de zorgverleners als weinig zinvol wordt ervaren. Want wie kan er wat mee, en wie doet er wat mee? Bovendien gaat er volgens de zorgorganisaties een verkeerd signaal vanuit, namelijk: we willen controleren of jullie zorg voldoet aan de kwaliteitsnorm en zo niet, dan willen we daar sancties op kunnen zetten. De verleiding ligt dan op de loer om vooral te voldoen aan de normatieve, voor iedereen gelijke, indicatoren in plaats van zelf te blijven nadenken en de vraag te blijven stellen: “Wat is in deze situatie, voor deze persoon goede zorg?”

Kwaliteit is meervoudig en contextgebonden
Elke organisatie en zelfs locatie heeft haar eigen sterke punten: zoals veel saamhorigheid en contact, veel privacy, een nieuwe, mooie en grote persoonlijke ruimte, veel gezamenlijke voorzieningen, lekker eten en drinken, veel activiteiten, veel ruimte voor naasten, veel aandacht voor fysieke veiligheid, aparte afdelingen voor bewoners van gelijke identiteit (qua afkomst, levensovertuiging, opleiding, beroep of seksuele geaardheid), om maar wat voorbeelden te noemen. Gelukkig maar, want zo is er voor elk wat wils. Maar een dergelijke variëteit staat op gespannen voet met een uniform kader – gelijk voor iedereen. En op microniveau kunnen er ook nog verschillende ideeën bestaan bij bewoner, familielid, verzorgende of zorgkantoor over wat het goede is om te doen in de specifieke situatie van die ene cliënt. Dit maakt kwaliteit ook ongrijpbaar: het is subjectief, altijd afhankelijk van de context, en laat zich niet altijd ‘tellen’ of normeren.

Kwaliteitskader als overgangsdocument
Kwaliteit is dus meervoudig en laat zich niet zomaar vangen in cijfers en afvinklijstjes. En toch is ooit in gezamenlijkheid besloten om allerlei normatieve informatie te verzamelen. Waarom eigenlijk? Hier helpt enige historisch context. Verpleeghuizen zijn ooit ontstaan als plekken voor vanuit het ziekenhuis verplaatste zorg en hebben van daaruit de gewoontes van de ziekenhuiszorg meegenomen. Als je het huidige Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg vergelijkt met de verplichte indicatoren voor ziekenhuizen, dan worden er nog maar heel weinig indicatoren uitgevraagd en zijn er dus al grote stappen gezet. Maar vergeleken met de gehandicaptenzorg, die een meer agogische ontstaansgeschiedenis heeft, zijn het er nog steeds méér dan waarschijnlijk nodig en wenselijk is. Het Kwaliteitskader kan dan ook worden beschouwd als een overgangsdocument naar een andere zienswijze, waarin (nog) minder nadruk ligt op tellen en verantwoorden en meer op vertellen en verantwoordelijkheid op lokaal niveau.

‘Ruimtevrees’
Tegelijkertijd is er aan de kant van de zorgorganisaties sprake van ‘ruimtevrees’. Zij hebben veel meer ruimte om de verantwoordingslast te beperken, dan ze in de praktijk benutten. Die ruimte opzoeken, vraagt moed van bestuurders: moed om de onzekerheid te verdragen dat de inspectie of het zorgkantoor misschien een tik op de vingers geeft of financiële kortingen oplegt. De vraag is hoe de informatievragende partijen hierin meer comfort kunnen bieden. Een vergelijkbaar mechanisme zien we overigens binnen de hiërarchie van de eigen organisatie, waarin interne regels en verantwoording ontstaan en medewerkers ruimtevrees ervaren. Steeds opnieuw moeten zij zichzelf de vragen stellen: “Waarom moet dat eigenlijk? Van wie moet dat? En wat zou er gebeuren er als we het niet doen?”

Deelgenoot maken en dialoog aangaan
Interessant genoeg zien wij dat zorgorganisaties heel veel informatie delen die niet verplicht is, maar die ze wel zinvol vinden. Ze doen dit bijvoorbeeld door foto’s en verhalen te delen met familie en omwonenden, door nieuwsbrieven te versturen en informatieavonden te organiseren. Of door het zorgkantoor uit te nodigen om locaties te bezoeken en kennis te nemen van mooie resultaten op projecten, nieuwbouw en innovaties. Maar informatie wordt ook onbedoeld gedeeld doordat betrokkenen ter plekke zien hoe het personeel met elkaar omgaat, wat het voorzieningenniveau is, in welke staat het gebouw en de tuin verkeren, en doordat naasten ervaren dat zij betrokken worden bij de zorg. Dergelijke informatie helpt om cliënten, naasten, bestuurders en toezichthouders deelgenoot te maken van de goede zorg die op de locaties verleend wordt. Daarmee weet een ieder wat hij of zij vanuit de eigen rol kan doen om die zorg goed te houden, aan te passen aan veranderende omstandigheden en waar mogelijk nog verder te verbeteren. Het aangaan van een dialoog over wat je waarneemt, heeft hierbij een belangrijke meerwaarde. Informatie moet immers worden geduid en juist door met verschillende partijen in gesprek te gaan over wat je waarneemt, ontstaat zicht op de meervoudigheid en het ongrijpbare karakter van kwaliteit. Mensen deelgenoot maken en open de dialoog aangaan, gaan dan ook hand in hand bij het inzicht krijgen in of er goede zorg verleend is. Doel is hierbij dus niet primair verantwoording afleggen (normerend en sanctionerend), maar anderen actief betrekken bij het creëren van goede zorg. Daarmee wint een locatie vertrouwen en creëert zij partners en meedenkers.

Neem voor meer informatie contact op met Annet van Harten.

 

In de stuurgroep van het project Leefplezierplan op locatie zijn vertegenwoordigd:

  • Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ)
  • Leyden Academy on Vitality and Ageing
  • Menzis Zorgkantoor
  • Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)
  • Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)
  • Stichting Azora
  • VGZ Zorgkantoor
  • Zorggroep Elde Maasduinen
  • Zorginstituut Nederland (ZIN)

 

 

Vraag het onze wetenschappers: over betekenisvol leven in het verpleeghuis

Vraag het onze wetenschappers: over betekenisvol leven in het verpleeghuis

In de videoserie Vraag het onze wetenschappers beantwoorden we ingezonden vragen over vitaal en betekenisvol ouder worden. In de zesde en laatste aflevering geeft onderzoeker en medisch antropoloog Sanne Schweers antwoord op de vraag die Geert Froyen ons stuurde: ‘Hoe geef je betekenis aan het leven als je in een verpleeghuis woont?’.

U kunt de video (4 minuten) bekijken op YouTube. Hieronder vindt u achtergrondinformatie en lees- en kijktips.

Leren kennen van de bewoner
Sanne vertelt in de video dat een betekenisvol leven voor iedereen anders is. Daarom is het belangrijk om de behoeften, verlangens, gewoonten en rituelen van de cliënt goed te leren kennen. In onze onderzoeken noemen we dat ook wel aandacht voor ‘leefplezier’ en hebben we het Leefplezierplan als werkwijze ontwikkeld: u leest er meer over in dit artikel in tijdschrift Geron (2020). Voor het beter leren kennen van de bewoner zijn verschillende methodieken beschikbaar. Kennisplein Zorg voor Beter biedt een handig overzicht met diverse instrumenten en tips.

Het belang van persoonlijke relaties
Voor bijna iedereen zijn persoonlijke relaties het allerbelangrijkste in het leven. Zeker in het verpleeghuis zijn warme relaties tussen bewoner, naasten en de zorgprofessionals onmisbaar. Dat stelt ons voor een uitdaging: hoe kan de zorg zich zoveel mogelijk inzetten voor betekenisvolle ontmoetingen? Voor antwoorden op deze vraag moeten we ons niet zozeer wenden tot de medische wetenschappen; we komen dan eerder uit bij de sociale wetenschappen, bij geestelijk verzorgers en bij filosofen. Hoogleraar Diversiteit en Integratie Halleh Ghorashi (VU Amsterdam) vertelt over het werk van filosoof Emmanuel Levinas als bron van inspiratie.

Het is daarbij belangrijk om je te realiseren hoe verstorend ziekte en aandoeningen kunnen zijn voor de relaties om je heen. Dit komt indringend tot uiting in dit artikel op De Correspondent (2017) waarin mensen met dementie hun ervaringen delen.

In de zorg voor iemand die in een verpleeghuis woont is het dus belangrijk om continu die relaties centraal te zetten. Maar een goede samenwerking tussen naasten, zorgverlener en bewoner is nog niet zo eenvoudig, weten we uit het promotieonderzoek van Antoinette Bolscher naar samenwerking vanuit moreel perspectief aan de Universiteit voor Humanistiek (2018).

Leefplezier in alledaagse dingen
Een betekenisvol leven hoeft niet altijd groots en meeslepend te zijn. Dat leefplezier soms in kleine, alledaagse dingen zit, maakt Sanne in de video duidelijk aan de hand van het voorbeeld van mevrouw Uijen die graag naar kleine beestjes (en pluisjes) kijkt. In onze videoreeks Liefdevolle zorg in de praktijk komen ook mooie voorbeelden langs, zoals bewoner Henk die stapelgek is op bloemen of een spontaan dansje in de huiskamer (zie foto, met dank aan zorgorganisatie Topaz).

Zorgen kan soms ook zingen zijn, zo blijkt uit dit artikel op de Correspondent (januari 2021).

Er zijn bij rouw en verdriet
Dat wat van betekenis is, hoeft niet alleen maar positief te zijn. Juist bij mensen aan het einde van hun leven, zijn er vaak gevoelens van rouw en verdriet. Longarts Sander de Hosson schrijft mooi over hoe hij met zijn team streeft naar de beste kwaliteit van leven en sterven voor de patiënt. Zijn columns zijn gebundeld in het boek Slotcouplet (2018) en u kunt ook zijn TEDx lezing bekijken uit 2017.

Er simpelweg met aandacht zijn voor iemand, is vaak al voldoende. Dit vormt de kern van de presentietheorie van theoloog en filosoof Andries Baart. Deze benadering draait om liefdevolle aandacht voor wat mensen eigenlijk vragen, voor wat echt belangrijk is voor hen. Het gaat hierbij om erkenning van hun waardigheid als mens, en om een menslievende benadering die onvoorwaardelijk is. Lees onder meer zijn artikel Presentie en palliatieve zorg in het tijdschrift Sociale Interventie (2007).

Een complimentje doet wonderen
Als afsluitende tip geeft Sanne het advies om te investeren in de relatie met mensen die u kent in het verpleeghuis, door een praatje te maken of een complimentje te geven. Dit is fijn voor de bewoner, maar ook voor u. Studies laten zien dat iets doen voor een ander, ook een positief effect heeft op het eigen geluksgevoel. Hoe dit werkt, werd in mei 2021 treffend verwoord door komiek Jochem Myjer in de Volkskrant: maak jezelf blij door anderen voorrang te geven.

U kunt de gehele serie van zes video’s hier terugvinden of als afspeellijst bekijken op ons YouTube-kanaal.

De Telegraaf: Wie wil nog naar een verpleeghuis?

De Telegraaf: Wie wil nog naar een verpleeghuis?

Hoe kijken ouderen naar een overstap naar het verpleeghuis? En is dit beeld veranderd door de coronacrisis? In dagblad De Telegraaf worden deze vragen vandaag verkend.

Margreet (81) uit Leiden en Cor (87) uit Den Haag wonen beiden nog zelfstandig en zien zo’n verhuizing absoluut niet zitten: “Ik ben heel erg gehecht aan mijn vrijheid”. Ervaringsdeskundige Wouter van Fessem (97) woont in woonzorgcentrum Roomburgh en zorgt voor een positief tegengeluid: “Ik had wel in mijn huis kunnen blijven, niet zo ver hier vandaan. Maar ik wilde toch liever hier naartoe, waar ik niet alleen ben.”

Hoogleraar Tineke Abma legt namens Leyden Academy uit dat de beeldvorming over wonen in het verpleeghuis al langer negatief is, mede door enkele incidenten die breed werden uitgemeten in de media. Maar er is in de sector al jarenlang een brede beweging gaande gericht op het leefplezier van bewoners en persoonsgerichte zorg: “Er is meer aandacht voor de bewoners en hun familie, voor persoonlijk contact, een praatje en leuke activiteiten zoals een muziekavond. De individuele wensen en verlangens van de bewoner en een betekenisvol einde van het leven staan nu voorop.”

Het Telegraaf-artikel ‘Wie wil nog naar een verpleeghuis?’ is geschreven door Arianne Mantel en Chris Ververs. U kunt het artikel lezen op de website van de Telegraaf of via deze link.

Cor deelde eerder zijn ervaringen in coronatijd op ons verhalenplatform Wij & corona. Wouter komt ook aan het woord in onze videoserie Vraag het onze wetenschappers. En wellicht herkent u Margreet als het ‘gezicht’ van Leyden Academy in 2021?

Eén van de initiatieven gericht op het verleggen van de aandacht van de medische behoeften van verpleeghuisbewoners naar hun wensen en verlangens, is ons onderzoek Leefplezierplan voor de zorg. U leest er hier meer over.

Gratis videoreeks Thuisgeluk

In het najaar van 2022 verschijnt een educatieve videoreeks voor thuiszorgmedewerkers, praktijkondersteuners en mantelzorgers. De korte films kunnen als gesprekinstrument benut worden, en de kijkers prikkelen tot nieuwsgierigheid, creativiteit en lef, om samen de kwaliteit van zorg te verbeteren.

In de ouderenzorg is er steeds meer aandacht voor geluk, zinvol en waardevol leven, sociale relaties, kwaliteit van leven en welbevinden. Thuiszorgmedewerkers en mantelzorgers spelen hierin een belangrijke rol. Zij hebben dagelijks te maken met diversiteit onder thuiswonende ouderen, hun wensen en verlangens en de daarbij horende keuzes en afwegingen. Iedereen heeft immers andere wensen en verlangens. Hoe gaan verzorgers om met deze diversiteit? De reeks videoportretten van thuiswonende ouderen die gebruik maken van thuiszorg laten voorbeelden zien over hoe zorgmedewerkers en mantelzorgers ruimte (kunnen) maken voor de unieke verlangens en identiteit van hun cliënt.

De ca. 20 korte video’s brengen elk een herkenbare praktijksituatie in beeld, die inspireert en aanzet tot een gesprek over goede zorg. Filmen start in het najaar van 2021, na een verkennend onderzoek bij thuiszorgorganisaties en -medewerkers, thuiswonende ouderen en hun naasten. De inhoud is dus nog niet vastomlijnd, maar we schetsen een aantal mogelijke onderwerpen:

  • Leren kennen van de cliënt: wat maakt dat iemand zich thuis voelt, graag thuis woont en wat zorgt voor welbevinden en leefplezier?
  • Welke anderen dragen bij aan thuisgeluk en leefplezier? Hoe doen zij dat en wat is belangrijk in de leefomgeving?
  • Hoe kunnen ouderen, hun mantelzorger(s) en thuiszorgmedewerker(s) samen optrekken en leren van elkaar?
  • Omgaan met dilemma’s en eigen regie: bijvoorbeeld het wel of niet langer thuis kunnen blijven wonen?

Microlearning als gespreksinstrument 
We kiezen voor microlearning, een manier om lesmateriaal aan te bieden in korte, hapklare leereenheden van maximaal 1,5 minuut. Microlearning gaat vaak hand-in-hand met mobiel en video-based leren en sluit daarbij naadloos aan bij de tijdsgeest en media-ervaringen van de doelgroep. Microlearning leent zich bij uitstek voor diverse leerdoelen en toepassingen, zoals instrueren, informeren, oefenen, etc. In dit geval laat iedere video een echte situatie zien uit de dagelijkse praktijk, een illustratie van liefdevol contact tussen bewoner, familie en zorgverlener. Ieder filmpje eindigt met een vraag die mantelzorgers en thuiszorgmedewerkers uitnodigt om ermee aan de slag te gaan, met elkaar in gesprek te gaan en te leren van elkaars ervaringen.

Gratis te gebruiken
Mede dankzij de financiële steun van het Jo Visser fonds, Fonds SGS (gelieerd aan zorgverzekeraar Zilveren Kruis) en Stichting Het R.C. Maagdenhuis en Stichting Brentano’s Steun des Ouderdoms kunnen we de video’s ontwikkelen en gratis beschikbaar stellen. Opleiders kunnen de complete afspeellijst gebruiken of losse filmpjes als lesmateriaal inbedden in bestaande curricula, trainingen en portfolio’s (door bijvoorbeeld de video’s in het eigen leerplatform te plaatsen). Denk bij opleiders bijvoorbeeld aan:

  • thuiszorgorganisaties;
  • onderwijsinstellingen, (zelfstandige) trainers en coaches in de zorgsector;
  • mantelzorgorganisaties;
  • educatieve uitgevers in zorgonderwijs.

Eerder maakte Leyden Academy de videoreeks ‘Liefdevolle zorg in de praktijk’ over o.a. leefplezier, omgaan met dilemma’s en het leren kennen van de bewoner in het verpleeghuis. Hier vindt u de afspeellijst op YouTube.

Heeft u suggesties of wilt u meer informatie? Of wilt u worden geïnformeerd als de videoreeks gepubliceerd wordt? Neem dan contact op met Marie-Louise Kok via tel. (071) 524 0964 of via e-mail.