Conclusie over effect bezoekverbod slaat de plank mis

Conclusie over effect bezoekverbod slaat de plank mis

Op zaterdag 26 september jl. verscheen in de Volkskrant het artikel ‘Onderzoek: bezoekverbod geen slag voor verpleeghuisbewoner’. Een opmerkelijke conclusie waar dan ook veel op valt af te dingen, vinden Tineke Abma en Josanne Huijg. Zij reageren hieronder op het artikel.

Bewoners die in eenzaamheid stierven omdat familie er niet bij kon zijn. Partners die hun geliefden op afstand zagen wegkwijnen. Een oudere heer die uit het raam wilde springen, zo van streek was hij omdat zijn broer niet meer dagelijks mocht langskomen. We kennen talloze schrijnende voorbeelden van hoe corona en het bezoekverbod hard ingrepen in de verpleeghuizen. Toch verscheen afgelopen weekend in de Volkskrant het artikel ‘Onderzoek: bezoekverbod geen slag voor verpleeghuisbewoner’. De betrokken onderzoekers van Amsterdam UMC waren zelf ook verrast, zij hadden het tegenovergestelde verwacht.

Er valt ook wel wat op deze conclusie af te dingen. De onderzoekers baseren zich op data van zorgmedewerkers die zaken als stemming, gedrag en cognitieve vaardigheden van bewoners vastleggen in standaard rapportages. Dit gaat om zaken die zich in zekere mate laten meten en kwantificeren. Maar wat te denken van waarden als welbevinden, vrijheid, waardigheid, het belang van fysieke aanraking? Minstens zo belangrijk, maar heel persoonlijk en niet zomaar in cijfers te vatten.

Neem als voorbeeld de meneer die uit het raam wilde springen. Hoe reduceer je zijn wanhoop en machteloosheid tot een cijfer voor zijn stemming en gedrag? En waar blijft het persoonlijke verhaal dat achter dit cijfer schuilgaat, in de grote bak ‘geanonimiseerde data’ waarop de onderzoekers hun conclusies hebben gebaseerd?

Uit onze onderzoeken blijkt dat het belangrijk is om zowel het normatieve als het narratieve kader te gebruiken. Het normatieve gaat vaak over behoeftegerichte zorg: is de medicatie op tijd verstrekt, hoe vaak is mevrouw ’s nachts uit bed geweest. Narratieve kwaliteit gaat over wensen en verlangens, over ervaringen en dilemma’s, uitgedrukt in verhalen. Die kun je niet zomaar meten en kwantificeren, maar zeggen wel veel over de werkelijkheid. Beide perspectieven zijn onmisbaar als je je een goed beeld wilt vormen. Dat wat je kunt tellen én vertellen.

Daar komt bij dat het onderzoek is gebaseerd op waarnemingen van professionals, vanuit hun medisch-verpleegkundig perspectief op bewoners en daarmee samenhangende checklists en protocollen. Aan de bewoners zelf, en aan hun familieleden, is niets gevraagd. Rechtvaardigt dit een generaliserende uitspraak over hoe ‘de verpleeghuisbewoner’ de coronacrisis heeft beleefd? Mogen zij hier zelf ook iets van vinden?

Er zijn zeker bewoners die opknapten door de rust, reinheid en regelmaat op de afdeling. Maar daar tegenover staan veel traumatische ervaringen die bewoners, hun naasten en zorgmedewerkers hebben doorgemaakt. Elke individuele beleving is anders. Het beeld dat uit het artikel rijst doet geen recht aan die verscheidenheid en aan de beleefde ervaringen en het perspectief van bewoners, en zou de indruk kunnen wekken dat het “allemaal best meeviel” in de verpleeghuizen. Niets is minder waar. Dat wat zich niet laat meten, doet er wel degelijk toe.

Nieuw: gratis mini doe-cursus ‘Liefdevolle zorg in de praktijk’

Nieuw: gratis mini doe-cursus ‘Liefdevolle zorg in de praktijk’

In de ouderenzorg is een omslag gaande naar meer persoonsgerichte zorg, met ruimte en aandacht voor de persoonlijke wensen en verlangens van bewoners. Om hierbij te ondersteunen, start Leyden Academy op woensdag 7 oktober a.s. met de gratis mini doe-cursus ‘Liefdevolle zorg in de praktijk’, voor zorg- en welzijnmedewerkers in de ouderenzorg. De cursus omvat vijf wekelijkse e-mail nieuwsbrieven die inspiratie, verdieping en praktische handvatten bieden voor leefplezier en liefdevolle zorg.

Hoe ziet de mini doe-cursus eruit?
De gratis mini doe-cursus ondersteunt medewerkers met informatie en praktische opdrachten die alleen of in teamverband kunnen worden uitgevoerd. Zo bevat iedere editie een korte video, een doe-opdracht (bijvoorbeeld je dagelijkse werkroutine onder de loep nemen of creatief foto’s maken), een bespreekopdracht (met collega’s, team of (naasten van) bewoners) en diverse verwijzingen naar verdiepende literatuur, video’s en podcasts.

In de vijf edities komen de volgende onderwerpen aan bod, die ook de basis vormen voor het Leefplezierplan voor de zorg:

  • Aandacht voor liefdevolle zorg
  • Het leren kennen van de bewoner
  • Het bijdragen aan leefplezier
  • Het delen van ervaringen
  • Het omgaan met dilemma’s

Voor wie is de cursus bedoeld?
Bent u zorgverlener of teammanager in een verpleeghuis of zorginstelling? Deelname is gratis, inschrijven gaat heel eenvoudig via een aanmeldformulier (onderaan de pagina). U ontvangt dan op woensdag 7 oktober 2020 de eerste editie in uw mailbox en na vijf weken stopt de cursus automatisch. Ook kunt u zich in oktober vrijblijvend aansluiten bij de besloten Facebookgroep, om te zien hoe vakgenoten omgaan met dit thema. U bent van harte welkom om deze gratis cursus onder de aandacht te brengen binnen uw organisatie en netwerk. Graag zelfs!

De gratis mini doe-cursus ‘Liefdevolle zorg in de praktijk’ is ontwikkeld door Leyden Academy en wordt mede mogelijk gemaakt door het Jo Visser fonds.

Mini doe-cursus Liefdevolle zorg in de praktijk

Mini doe-cursus Liefdevolle zorg in de praktijk

Veel organisaties in de ouderenzorg maken momenteel de omslag naar persoonsgerichte zorg, met meer ruimte en aandacht voor de persoonlijke wensen en verlangens van bewoners. Om hierbij te ondersteunen, ontwikkelden we een mini doe-cursus ‘Liefdevolle zorg in de praktijk’ voor medewerkers zorg en welzijn in de ouderenzorg. Met praktische kijk- en doe-opdrachten die zorgverleners alleen of samen met hun team kunnen doen.

Wat en wanneer?
Per e-mail ontvangt u 5 wekelijkse edities over de volgende onderwerpen, die ook de basis vormen voor het Leefplezierplan voor de zorg:

  1. Inleiding ‘Liefdevolle zorg’, verschijnt op woensdag 7 oktober 2020
  2. Leren kennen van de bewoner, verschijnt op woensdag 14 oktober 2020
  3. Bijdragen aan leefplezier, verschijnt op woensdag 21 oktober 2020
  4. Delen van ervaringen, verschijnt op woensdag 28 oktober 2020
  5. Omgaan met dilemma’s, verschijnt op woensdag 4 november 2020

Hierna stopt uw abonnement automatisch. Iedere editie, met een studiebelasting van circa 1 uur per week, bevat een:

  • kijkopdracht (een korte video van circa 1,5 minuut);
  • doe-opdracht (bijvoorbeeld je dagelijkse werkroutine onder de loep nemen of creatief foto’s maken);
  • bespreekopdracht (met collega, naaste, team) en
  • verwijzing naar verdiepende literatuur, video of podcast.

Voor wie?
Bent u zorgverlener of teammanager in een verpleeghuis of zorginstelling? Meedoen kan gratis na aanmelding via onderstaand aanmeldformulier. U ontvangt dan op woensdag 7 oktober 2020 de eerste editie van de mini doe-cursus. Na vijf weken/e-mails stopt de mailcursus automatisch. Wilt u meer informatie? Neem dan contact op met Jacqueline Leijs via e-mail of tel. (071) 524 0960.

De gratis mini doe-cursus ‘Liefdevolle zorg in de praktijk’ is ontwikkeld door Leyden Academy en wordt mede mogelijk gemaakt door het Jo Visser fonds.

Aanmeldformulier mini doe-cursus Liefdevolle zorg in de praktijk

* verplicht veld





Met het verzenden van dit formulier ga ik ermee akkoord dat Leyden
Academy mij over deze mini doe-cursus e-mailt.

 



 

‘Persoonlijke aandacht in verpleeghuizen nu belangrijker dan ooit’

‘Persoonlijke aandacht in verpleeghuizen nu belangrijker dan ooit’

“Met het leefplezierplan laten we zien dat mensen ook best heel gelukkig kunnen zijn in het verpleeghuis. Ondanks alle lichamelijke en psychische ongemakken, ondanks dat ze zelf niet alles meer kunnen doen. En ondanks het coronavirus.’’ Vandaag in Leidsch Dagblad vertellen projectleider Josanne Huijg van Leyden Academy en teamleider Ineke Westerik van zorgorganisatie Topaz over het Leefplezierplan-project.

Verpleeghuis Zuydtwijck van Topaz in Leiden is één van de locaties die experimenteren met het Leefplezierplan, een werkwijze met als doel de wensen en verlangens van bewoners centraal te stellen en op een andere manier kwaliteit te verantwoorden. Leefplezier zit in bijzondere activiteiten, zoals het mooie voorbeeld in het artikel van de bewoner die graag nog eens naar de bowlingbaan wilde. Maar ook in kleine alledaagse wensen, gewoontes en rituelen: “Juist nu zijn de kleine geluksmomenten van essentieel belang om aandacht te hebben voor de kwaliteit van leven en sterven. Zorgmedewerkers zijn nu de enigen in de nabijheid van bewoners die dit kunnen bieden.’’

U vindt het volledige artikel op de website van Leidsch Dagblad.

Tineke Abma in de Volkskrant over bezoekverbod verpleeghuizen

Tineke Abma in de Volkskrant over bezoekverbod verpleeghuizen

Heel voorzichtig gaan de deuren in de ouderenzorg weer van het slot. Vanaf maandag 11 mei a.s. gaan de eerste 25 verpleeghuizen open voor bezoekers, zij het met mate en onder strikte voorwaarden. Voor veel familieleden, mantelzorgers en bewoners kan het niet snel genoeg gaan. Bij de afweging tussen veiligheid en kwaliteit van leven is het betrekken van familie en bewoners ver te zoeken, stelt Tineke Abma vandaag in De Volkskrant: ‘Het zijn heel moeilijke dilemma’s die je het liefst open zou bespreken. Pas dan kun je tot maatwerk komen, tot een afweging wat voor welke bewoner goede zorg is.’

De echtgenoot die al 65 jaar is getrouwd en niets liever doet dan knuffelen met zijn vrouw, snakt naar een versoepeling van het bezoekverbod. Er zijn ook bewoners voor wie het anders uitpakt. Zo vertelt Annemarie Zirkzee in het Volkskrant-artikel dat haar 90-jarige vader juist baat lijkt te hebben bij de rust op de afdeling: “De ‘triggers’ die agressie op konden roepen zijn verdwenen.” Ze deelde eerder haar verhaal op platform Wij & corona. Een herkenbare situatie voor Monique Cremers, bestuurder van De Zorgcirkel: “Ik begrijp heel goed dat de overheid kaders moet geven, maar ik hoop dat aan ons wordt toevertrouwd dat we die op maat toepassen.”

U vindt het volledige artikel op de website van de Volkskrant.

Geluk in het verpleeghuis in Gerōn

Geluk in het verpleeghuis in Gerōn

De nieuwste editie van Gerōn, tijdschrift over ouder worden & samenleving, staat in het teken van het begrip ‘geluk’. Geluk is kwetsbaar, dat blijkt nu eens te meer. In het tijdschrift, dat elk kwartaal verschijnt, wordt geluk vanuit verschillende invalshoeken bekeken. Hoe gelukkig zijn ouderen en welke factoren dragen bij aan hun geluksgevoel?

In de uitgave wordt ook aandacht besteed aan geluk bij oudere mensen die afhankelijk zijn van zorg, in het artikel Samen werken aan leefplezier in het verpleeghuis door Josanne Huijg en Niels Bartels. Zij vertellen over het pilot-project Leefplezierplan voor de zorg, gericht op het beter leren kennen van bewoners en inspelen op hun wensen en verlangens, om zo het welbevinden te vergroten. Uiteindelijk doel is dat het leefplezier van bewoners centraal staat in het dagelijks leven in het verpleeghuis en in het handelen van de zorgmedewerkers, en een belangrijke indicator is van de kwaliteit van de geleverde zorg.

U kunt het artikel hier teruglezen.

Leefplezier in tijden van corona

Leefplezier in tijden van corona

Veiligheid en leefplezier kunnen schuren in de praktijk. Dit komt nu ingrijpend tot uiting in de coronacrisis, zo schrijft Josanne Huijg in het voorwoord van de nieuwsbrief Leefplezier in de ouderenzorg. De terechte maatregelen om het virus in te dammen grijpen in op de relaties van kwetsbare ouderen, die onmisbaar zijn voor hun kwaliteit van leven. Hoe kun je toch vormen van betekenisvol contact tot stand brengen? Laten we goede ideeën met elkaar delen, zoals het voorbeeld van zorgorganisatie Topaz waar op elke afdeling een smartphone beschikbaar is gesteld om te kunnen videobellen en via WhatsApp foto’s en filmpjes te sturen naar de familie.

Zoals gebruikelijk bevat de nieuwsbrief ook inspirerende praktijkvoorbeelden van leefplezier, zoals Ilona van ActiVite die een romantisch nachtje mogelijk maakte voor twee bewoners. Of Cindy van Azora, die vertelt hoe zij met haar team van alles probeerde om een onrustige bewoner te bereiken – en daar uiteindelijk in slaagde: “Vroeger was deze vrouw waarschijnlijk aan de onrustmedicatie gezet. Ze wordt nu meer gezien, er wordt gekeken hoe we rust kunnen brengen in haar lijf en hoofd.”

U kunt de nieuwsbrief hier teruglezen. Wilt u deze voortaan elk kwartaal ontvangen, klik dan bovenaan op ‘Subscribe’. Heeft u ideeën voor de volgende editie, laat het ons vooral weten. Lees hier meer over ons project Leefplezierplan voor de zorg.

Amerikaanse verpleegkundestudenten aan de slag met leefplezier

Amerikaanse verpleegkundestudenten aan de slag met leefplezier

Vandaag kregen we bezoek van zestien verpleegkundestudenten en twee docenten van Saginaw Valley State University in Michigan, Verenigde Staten. Zij maken een studiereis door Nederland om kennis te maken met ons zorgstelsel en dit te vergelijken met het Amerikaanse systeem, zowel de uitgangspunten als de uitwerking in de praktijk. De studenten bezoeken onder meer ziekenhuizen, verpleeghuizen, de GGD en kennisinstituten als Leyden Academy on Vitality and Ageing.

Senior onderzoeker Josanne Huijg verwelkomde de studenten met een presentatie over het wetenschappelijke werk van Leyden Academy, met bijzondere aandacht voor het project Leefplezierplan voor de zorg. Dit onderzoek is erop gericht om in verpleeghuizen het leefplezier van bewoners als vertrekpunt te nemen. Wat levert deze aanpak op voor de ouderen, hun belangrijke anderen en de verpleegkundigen en verzorgenden? En hoe maak je deze ‘narratieve’ kwaliteit van zorg zichtbaar voor externe partijen?

De studenten waren zeer geïnteresseerd in deze positieve, persoonsgerichte benadering en stelden veel vragen. Ze werden ook uitgedaagd om na te denken over wat zij zelf belangrijk vinden in hun leven, en om drie dingen op te schrijven. Vrijwel iedereen noemde familie en vrienden. Volgens Josanne laat onderzoek ook zien dat betekenisvolle relaties het belangrijkst zijn voor het welbevinden van mensen. Andere voorbeelden die de studenten opschreven waren natuur, religie, muziek en dansen, mijn honden en “mijn kopje koffie ’s ochtends”.

We vroegen de jonge Amerikanen vervolgens om hun kaartjes te ruilen met hun buren en een willekeurig ding door te strepen. Hoe voelt dat? “Heel triest”, vonden de studenten. Doel van deze oefening was om te ervaren hoe het voelt als je iets moet achterlaten wat belangrijk voor je is, als je verhuist naar een verpleeghuis. Zoals je geliefde waar je al zo lang mee samenwoont, je huisdier of bepaalde hobby’s en rituelen waar je aan gehecht bent. Dit is dan ook een belangrijk doel van het Leefplezierplan-project: bewoners van verpleeghuizen helpen om zoveel mogelijk hun leven te leiden zoals zij dat zelf het liefst willen en de persoon te zijn die ze graag willen zijn.

Vervolgens vertelde arts-onderzoeker Paul van de Vijver over Leyden Academy’s visie op en onderzoek naar vitaal verouderen. De studenten konden ten slotte het slijten van ledematen en zintuigen aan den lijve ervaren door het ‘verouderingspak’ uit te proberen.

Collegereeks voor senioren: Vitaal en betekenisvol leven

Collegereeks voor senioren: Vitaal en betekenisvol leven

Bijna iedereen kan zich wel verplaatsen in de uitdrukking ‘Iedereen wil oud worden, maar niemand wil oud zijn’. De vraag is dan ook: hoe blijf je zo lang mogelijk vitaal, scherp en sociaal actief? Leyden Academy on Vitality and Ageing heeft wetenschappelijke inzichten op het gebied van gezond en gelukkig oud worden gekoppeld aan praktische tips en adviezen. Vanaf 10 maart zal de collegereeks ‘Vitaal en betekenisvol leven’ tijdens zeven dinsdagochtenden in het Poortgebouw in Leiden plaatsvinden.

Wat?
De invulling van de collegereeks zal grotendeels anders zijn dan die van voorgaande jaren, en zal er als volgt uit zien:

  • 10 maart – Biologie van veroudering en vitaal verouderen met minder pillen, door verouderingswetenschapper dr. David van Bodegom
  • 17 maart – Kunst in de langdurige zorg, door hoogleraar Participatie & Diversiteit prof. dr. Tineke Abma en kunstenaar Janine Schrijver
  • 24 maart – Participatie, mantelzorg en familierelaties, door hoogleraar Participatie & Diversiteit prof. dr. Tineke Abma, sociologe dr. Nina Conkova en auteur en columnist Mohammed Benzakour
  • 31 maart – Leef- en woonplezier, door klinisch psychologe dr. Josanne Huijg en neurowetenschapper dr. Lex van Delden
  • 7 april – Leven lang leren, pensioen en financiën, door digital learning expert Marie-Louise Kok en programmadirecteur van het AEGON Center for Longevity and Retirement Mike Mansfield
  • 14 april – Beeldvorming van ouderen en sociaal welbevinden, door sociaal antropologe dr. Jolanda Lindenberg
  • 21 april – Veroudering van het brein, door neurowetenschapper Lex van Delden

Wie?
De collegereeks staat open voor iedereen, maar is primair gericht op 55-plussers. Een vooropleiding of voorkennis is niet vereist. De kosten bedragen 199 euro, en is inclusief lesmateriaal, koffie/thee en een certificaat. Het lesmateriaal bevat een syllabus met achtergrondmateriaal en verwijzingen, een samenvatting per e-mail met video en artikelen en de boeken ‘Oud worden in de praktijk’ van prof. dr. Rudi Westendorp en dr. David van Bodegom en ‘Het geheim van de schildpad’ van dr. David van Bodegom.

“Ouder worden is sterker aan leefstijl gerelateerd dan ik had verwacht. Met preventie kan er veel gezondheid en welbevinden worden gewonnen en kosten worden bespaard.” – deelnemer aan de collegereeks ‘Vitaal verouderen’ in 2019

Waarom?
Als academisch kennisinstituut zet Leyden Academy wetenschappelijk onderzoek, onderwijs en ontwikkeling in om invulling te geven aan haar missie: het verbeteren van de kwaliteit van leven van oudere mensen verbeteren door het scheppen van kansen voor een vitaal en betekenisvol leven, hecht verbonden binnen de gemeenschap. Hierbij is het perspectief van de oudere persoon zelf altijd leidend. We benaderen vraagstukken multidisciplinair en combineren hierbij biologische, sociologische, antropologische, psychologische, economische en/of medische invalshoeken.

Neem voor meer informatie, of om aan te melden contact op met Jacqueline Leijs: leijs@leydenacademy.nl, 071-5240960.

 

Ervaringen in de praktijk

Het project ‘Ervaringen in de praktijk’ vindt plaats binnen drie zorgorganisaties die ook deelnamen aan de eerste pilot Leefplezierplan voor de zorg: ActiVite, Respect Zorg en Topaz. We ontdekten in het pilot-project hoe belangrijk de reflectie op ervaringen is voor het denken over en het bevorderen van kwaliteit van zorg. Door positieve en negatieve ervaringen over gebeurtenissen in de zorg vast te leggen, met elkaar te delen en er samen lessen uit te trekken, kunnen we de ervaren kwaliteit van zorg in kaart brengen. Bij deze ervaringen gaat het vaak om kleine persoonlijke gebeurtenissen die mensen raken.

Doel van het project ‘Ervaringen in de praktijk’ is te ontdekken hoe organisaties in hun kwaliteitsdenken ruimte kunnen maken voor de ervaringen van zorgverleners, bewoners en belangrijke anderen. En om samen met medewerkers zorg en welzijn een proces op te zetten waarbij zij ervaringen delen in hun dagelijkse zorgpraktijk en daar vervolgens ook naar handelen. Samen met de drie locaties van Activite, RespectZorg en Topaz hebben we sinds het najaar van 2018 verschillende manieren gevonden om te werken met ervaringen. Hieronder vindt u een samenvatting van de resultaten.

Het belang van ervaringen
Allereerst de basisvraag: wat zijn ervaringen en waarom zijn ze belangrijk in de ouderenzorg? Om deze vraag te beantwoorden, zetten we eerst uiteen op welke twee manieren gekeken kan worden naar ‘goede zorg’, en hoe dit verantwoord kan worden.

Het normatieve kader
In de zorg kan tot een zekere hoogte informatie gemeten worden. Zo kunnen er cijfers bijgehouden worden van algemeenheden die voor iedereen van toepassing zijn. Zoals veiligheid (incidenten of risico’s), hygiëne (vuil en bacteriën) of biologie (werking van het lichaam). Het is duidelijk dat cijfers de dagelijkse realiteit in de zorg maar deels kunnen beschrijven. Ze zeggen vooral iets over algemene zaken en zorgen voor een bepaalde uniformiteit: iedereen krijgt dezelfde zorg. Om dit te waarborgen, zijn er protocollen en richtlijnen ontwikkeld waar toezichthouders op controleren. Dit geheel van meten in algemeenheden noemen we ook wel het normatieve kader. Dit kader is vaak overheersend in de zorg, ook omdat organisaties daar vaak streng op worden gecontroleerd door de toezichthouders.

Het normatieve kader heeft veel opgeleverd, maar het heeft ook een schaduwzijde. Wanneer er veel naar het algemene en de groep gekeken wordt, is er automatisch minder ruimte voor het individu. Je hoort hier dan ook een tegenreactie op. Mensen zeggen: ‘ik voel me een nummer, word ik wel gezien?’. Het normatieve kader wist eigenlijk iedere vorm van persoonlijke identiteit uit met daarmee het feit dat mensen verschillend van elkaar (willen) zijn. Dit stelt de zorg voor een uitdaging: hoe kan deze persoonlijke stem weer terugkomen in de zorg? Hoe kan er weer ruimte gemaakt worden voor diversiteit onder bewoners, de uniekheid van elk individu en voor creativiteit van medewerkers om af te wijken van richtlijnen en protocollen?

Het narratieve kader
In het Leefplezierplan hebben we daarom het narratieve kader geïntroduceerd. Ieders dagen zijn een optelsom van gebeurtenissen (ervaringen). Deze zijn voor iedereen uniek. Wanneer ze met anderen gedeeld worden, ontstaat er een vertelde ervaring van deze gebeurtenis. We geven er woorden aan, passen het aan, interpreteren het en geven er betekenis aan. Door de ervaring te delen, vormen ook anderen zich een beeld. Het is daarmee fundamenteel verbonden met onze identiteit: wie wil ik zijn, wie was ik, hoe wil ik dat anderen mij zien? Ervaringen zijn altijd uniek, ze passen bij die personen en bij dat moment. Het narratieve kader is fundamenteel anders dan het normatieve kader, waar elk subjectief aandeel zo klein mogelijk wordt gehouden.

Door aandacht te geven aan ervaringen wordt er automatisch aandacht gegeven aan het persoonlijke. Ze zeggen iets over hoe bijvoorbeeld een bewoner of een medewerker de zorg ervaart en daarmee de ervaren kwaliteit van zorg. Daarnaast kan de ervaring alleen bestaan wanneer een ander daar aandacht aan besteedt. Het legt daarmee de focus op de relatie en reflectie. Ervaringen van anderen helpen ons nadenken over onze eigen gebeurtenissen. Daarmee is er een duidelijke toegevoegde waarde in het gebruiken van ervaringen: het brengt de mate van persoonsgerichte zorg in kaart en het stimuleert ons om aandacht te geven aan iemands leefplezier. Het delen van ervaringen wordt daarom in het Leefplezierplan de ‘motor van leefplezier’ genoemd. Wat betekent dit voor de zorgpraktijk op afdelingsniveau?

Meerwaarde van het delen van ervaringen
Het delen van ervaringen lijkt op twee manieren een meerwaarde te geven. Ten eerste kunnen medewerkers via ervaringen aan anderen laten zien wat hun bijdrage is aan leefplezier (verantwoording). Zo vertelde een zorgmedewerker: “We hebben vanmiddag samen naar het WK vrouwenvoetbal gekeken. Daar hoorde natuurlijk ook een lekker drankje en bitterballen bij.” De uitdaging hierbij is dat leefplezier en positief welbevinden zich een stuk lastiger laten meten en vastleggen dan regels en protocollen.

Ten tweede kunnen medewerkers door ervaringen met elkaar te bespreken van elkaar leren. Zo deelde een zorgmedewerker het volgende voorbeeld: “Mevrouw heeft moeite om uit bed te komen. Als ik een muziekje opzet dan gaat het voor haar een stuk makkelijker.” Ook hierin zit een uitdaging. Vergadermomenten zoals overdracht, MDO of teamvergadering zijn vaak taakgericht en minder ervaringsgericht.

De meerwaarde van het delen van ervaringen op afdelingsniveau lijkt daarmee vooral te liggen in het elkaar inspireren en van elkaar leren. Hoe gaan de zorgpraktijken van Activite, Respectzorg en Topaz daarmee om?

Praktijkvoorbeelden vastleggen, delen en bespreken van ervaringen
Ruimte vinden voor ervaringen in de dagelijkse zorgpraktijk is niet altijd makkelijk. De belangrijkste momenten dat er informatie wordt vastgelegd en gedeeld – bijvoorbeeld in het ECD, tijdens de overdracht of in de teamvergaderingen –  zijn grotendeels normatief. Het ECD vraagt vooral om algemene informatie, de overdracht is taakgericht en de teamvergaderingen worden doorgaans gestuurd door een agenda. De medewerkers van de drie organisaties en hun teamleiders hebben met begeleiding van Leyden Academy nagedacht over wat voor hun de beste manier was om met ervaringen aan de slag te gaan. Welke ervaringen vinden we belangrijk? Wanneer en met wie kunnen we deze delen? Dit maakt dat er een grote diversiteit is ontstaan in de uitvoering.

Ervaringen kunnen zowel in beeld (foto’s) als in tekst (rapportage in het ECD) worden gebruikt. Foto’s worden vooral gebruikt wanneer het (positieve) ervaringen rondom leefplezier betreft. In het ECD worden ook negatieve ervaringen vastgelegd met als doel om met elkaar te blijven leren. We noemen hier enkele voorbeelden van het vastleggen, delen en bespreken van ervaringen:

  • In een van de organisaties bestond sterk de behoefte om ervaringen via beeld vast te leggen. Zo werd er een fotoworkshop georganiseerd waarin fotografen de zorgverleners leerden hoe ze goede foto’s kunnen maken van alledaagse ervaringen. Er werden tips gegeven om bijvoorbeeld op ooghoogte te fotograferen, dicht bij het licht te staan en te kijken naar de compositie. De bewoners genoten van de extra aandacht en bij sommigen kwam een waar fotomodel naar boven. De foto’s waren erg mooi geworden dus er werd nagedacht over hoe deze te delen. Intussen hangen de gemaakte foto’s ingelijst door het hele huis. Ook is er een fotoprinter aangeschaft zodat zorgverleners in de toekomst ervaringen kunnen blijven afdrukken. Het bespreken van de ervaringen gebeurt voornamelijk door middel van de fotolijsten. Wanneer bijvoorbeeld familieleden langslopen en vragen naar de ervaring.
  • In een andere organisatie is besloten een afdelingstelefoon aan te schaffen. Wanneer een medewerker een mooie ervaring spot, kan deze vastgelegd worden via de camera van de telefoon waarna deze via Whatsapp gedeeld wordt met de contactpersoon. Bijvoorbeeld het visje die een zorgverlener samen met een bewoner is gaan halen bij de lokale visboer. Hier komen mooie reacties op binnen van vrienden en familie waardoor het gesprek op gang komt over leefplezier.
  • De derde organisatie heeft een ervaringenmuur gemaakt in de woning. Mooie ervaringen worden vastgelegd via foto of tekst en vervolgens gedeeld via deze muur. Bij binnenkomst is deze gelijk zichtbaar dus het is een mooi gespreksinstrument tussen zorgverlener, belangrijke andere en bewoner.

Deze voorbeelden laten zien dat het gebruik van foto’s een goede manier is om aan anderen te laten zien hoe er binnen de locatie wordt gewerkt aan leefplezier. Dit inspireert dan weer om nog meer te werken aan leefplezier, daarom ook de uitspraak van ervaringen als ‘motor voor leefplezier’.

Ook hebben twee van de drie organisaties het ECD zodanig aangepast dat er ruimte is om ervaringen vast te leggen in de rapportage. Zo is er terug te lezen: “Bewoner houdt enorm van Rummikub dus we hebben een spelletje gespeeld vandaag, ze heeft ervan genoten”. Een collega heeft deze ervaring gelezen en de bewoner gelinkt met een andere bewoner die toevallig ook van Rummikub houdt. Door deze ervaring te delen wordt de bewoners benaderd op zijn of haar leefplezier. De mogelijkheid om ervaringen op te schrijven in het ECD stimuleert medewerkers om meer naar leefplezier van de bewoner te kijken.

Wat betreft het bespreken van ervaringen hebben we zien gebeuren dat teamleiders en medewerkers het als toegevoegde waarde zien om hiervoor tijd in te ruimen in de teamvergaderingen. Dit draagt bij aan een meer centrale rol voor reflectie en de aandacht van leefplezier binnen de dagelijkse zorg. Zo bespreekt een van de organisaties in het eerste half uur van de vergadering belangrijke ervaringen van de afgelopen periode. Positief, bijvoorbeeld dat een nieuwe medewerker zich zo welkom voelde op de afdeling. Maar ook negatief, bijvoorbeeld dat een bewoner zich buitengesloten voelde toen een groepje zorgverleners in een hoekje van de woonkamer koffie ging drinken. Juist in dit gesprek zit een lerend vermogen en het is daarmee heel waardevol. In overdrachtsmomenten kan het delen van ervaringen op een eenvoudige manier worden gestimuleerd door een vraag te stellen als: ‘wat heb je meegemaakt vandaag?’ te stellen. Dit doet ook een van de organisaties via een LEAN bord.

Deze voorbeelden laten zien dat er veel manieren mogelijk zijn om ervaringen vast te leggen, te delen en te bespreken. Hierdoor kunnen medewerkers hun bijdrage aan iemands leefplezier laten zien, zoals in de voorbeelden van de fotolijsten, de ervaringenmuur en WhatsApp. Hiermee kunnen anderen geïnspireerd worden en zich een beeld vormen van het leven in huis, in het geval van foto’s is dat vaak positief. Het delen van foto’s zorgt in de meeste gevallen voor waardering, een meerwaarde die gelijk voelbaar is voor de zorgverlener. Dit motiveert om vaker ervaringen van leefplezier te delen. Daarnaast laten de resultaten zien dat medewerkers van elkaars ervaringen kunnen leren. Dit is te zien in de voorbeelden van de overdracht bij het LEAN bord of tijdens de teamvergadering. Door ervaringen in groepsverband te bespreken, ontstaat er ruimte voor reflectie, zodat men zich kan blijven aanpassen aan de steeds veranderende werk- en zorgcontext.

Hoe nu verder?
Medewerkers vinden vooral het creatief bezig zijn met het vastleggen en delen van (positieve) ervaringen een leuk proces. Niet alleen om er zelf mee bezig te zijn, maar ook door de positieve reacties en de waardering die ze hierop krijgen van hun collega’s, belangrijke anderen en bewoners. Het bespreken van positieve ervaringen is om dezelfde reden vaak een leuke exercitie.

Uitdagingen
Hoewel ‘Ervaringen in de praktijk’ vooral veel positieve initiatieven heeft opgeleverd, zowel rond het vastleggen, delen en bespreken van ervaringen als rond het creëren van kansen voor leefplezier, zijn er ook uitdagingen te noemen.

Allereerst worden vooral positieve ervaringen vastgelegd en gedeeld. Dit is ook logisch, omdat het vastleggen en delen van positieve ervaringen direct iets oplevert, zoals positieve reacties en waardering. De uitdaging is om ook negatieve ervaringen vast te leggen en te delen. De verwachting omtrent het delen van negatieve ervaringen is misschien dat je naast het ervaren van een gebeurtenis ook nog een reactie krijgt die negatief is. Van het bespreken van negatieve ervaringen kunnen we natuurlijk heel veel leren, maar het bespreken gebeurt vaak pas op een later moment.

Ten tweede kost het vastleggen, delen en bespreken van ervaringen tijd. Tijd die bovenop de andere werkzaamheden komt. Tijd die er niet altijd is. De uitdaging is daarom om na te denken over welke dingen zouden kunnen worden vervangen door het werken met ervaringen: wat gaan we niet meer doen? Medewerkers geven aan dat het vastleggen, delen en bespreken van ervaringen weinig prioriteit heeft in tijden van drukte en stress. In deze gevallen valt men snel weer terug in de taakgerichte modus.

Nog veel te ontdekken
In het project ‘Ervaringen in de praktijk’ hebben we pionierswerk verricht en veel geleerd. Er zijn veel kleine stappen gezet, zo dicht als mogelijk op de dagelijkse zorgpraktijk, die grote veranderingen in perspectief hebben opgeleverd. Er is nog veel om te ontdekken omtrent het werken met ervaringen. Het proces van vastleggen, delen en bespreken van ervaringen is wellicht wel nooit af. Wat we in de teams hebben gezien is dat de grote meerwaarde zit in het delen van ervaringen. Leyden Academy moedigt u aan om dat te blijven doen. Samen weten we namelijk veel meer dan alleen.

Neem voor meer informatie contact op met Sanne Schweers.