Geef de verpleeghuiszorg weer die “warme omarming”

Geef de verpleeghuiszorg weer die “warme omarming”

In de week van 16 t/m 20 november jl. stond ons verhalenplatform Wij & corona geheel in het teken van de ouderenzorg. We spraken met verpleegkundigen, verzorgenden, medewerkers welzijn, teamleiders en locatiemanagers uit de verpleeghuiszorg en thuiszorg, maar ook met mantelzorgers, familieleden en bewoners zelf. Mede op basis van deze openhartige en indringende verhalen schreef Josanne Huijg een blog die op 16 december 2020 is gepubliceerd op zorgblog Skipr.

Hieronder vindt u de tekst van deze blog.

 

Geef de verpleeghuiszorg weer die “warme omarming”

Ik sprak laatst met Mariët, regiomanager in de verpleeghuiszorg, toen zij verzuchtte: “In de media en de politiek gaat het vooral over het oplopen van het aantal besmettingen en het tekort aan personeel. We vallen zo weer in de valkuil van alles met cijfers te bekijken. Maar het gaat niet over het wel of niet hebben van beschermingsmiddelen, het gaat erom hoe het voelt dat je continu op je hoede moet zijn voor een virus wat binnen kan komen. De druk die door corona continu bij onze medewerkers ligt is groot en de buitenwereld is zich daar, denk ik, te weinig van bewust.”

De verpleeghuizen staan weer volop in de belangstelling, en helaas zelden positief. Bewoners raken besmet, personeel valt uit. En er was nog zo beloofd dat dit nooit meer zou gebeuren, is de teneur in veel berichten in de media. Er komen experts aan het woord die een verklaring zoeken in de mate van veiligheid van de beschermende materialen, omdat uit bron- en contactonderzoek zou blijken dat medewerkers het virus binnen brengen. Ook geven zij aan dat het toelaten van bezoekers in het verpleeghuis riskant is, zeker wanneer het aantal besmettingen in de ‘buitenwereld’ zo groot is. Tot slot zou er in de verpleeghuizen veel vaker en ‘agressiever’ moeten worden getest.

Actie is geboden, lijkt de boodschap. Maar de vraag is of de voorgestelde maatregelen gaan helpen. Herhaaldelijk testen is zeer ingrijpend voor bewoners, zeker als zij niet begrijpen waarom dit gebeurt. En het virus buiten de deur houden is een illusie, want een verpleeghuis is geen ziekenhuis. De bewoners zijn geen patiënten; het is hun thuis, en daar hoort ook het contact met geliefden bij. En de zorgmedewerkers gaan ook weer naar huis, wat onvermijdelijk risico’s met zich meebrengt. Ook al leven de meesten als kluizenaars om de kans op besmetting, thuis en op het werk, zoveel mogelijk te beperken. Corona in huis krijgen is soms ook botte pech, hoe goed je de zaken ook op orde hebt.

Zoals altijd, vertellen de cijfers maar een deel van het verhaal. In onze onderzoeken binnen de ouderenzorg zoeken we dan ook altijd een combinatie van zowel normatieve (zoals checklists, statistieken) als narratieve informatie (de verhalen van betrokkenen). Wat kunnen de zorgmedewerkers, bewoners en hun naasten ons vertellen over hoe het nu gaat in de verpleeghuizen?

In hun verhalen horen we dat medewerkers ook in deze tweede golf keihard werken om corona buiten de deur te houden en alles binnen hun mogelijkheden doen voor de kwaliteit van leven van bewoners en hun naasten. Verzorgende Dennis: “Het is een race tegen de klok om alle mensen te helpen. Dat is de laatste tijd nog erger geworden omdat er ook collega’s ziek zijn.” Welzijnsmedewerker Wendy: “Je voelt je verantwoordelijk voor besmettingen, voor de kwaliteit van leven van bewoners, voor het contact met naasten, voor de gezondheid van het team en dat is veel. Je kan het niet allemaal alleen dragen.”

In het verpleeghuis is de impact van de eerste coronagolf bovendien nog voelbaar. Medewerkers zijn moe en verdrietig als ze praten over wat ze hebben meegemaakt. Na een korte zomer is de werkdruk weer flink toegenomen. Op plekken waar nog geen besmettingen zijn, heerst spanning en strijdlust om het virus buiten de deur te houden. Waar wel corona wordt vastgesteld, is er soms geen weg terug en wordt een groot deel van de bewoners en medewerkers ziek. Welzijnsmedewerker Annette: “De bezorgdheid om de bewoners laat mijn hart de hele dag in mijn keel kloppen.”

In de verhalen beluisteren we dat er grote verschillen zijn tussen zorgorganisaties, locaties en soms zelfs tussen woningen binnen een locatie. Maar overal wordt getracht om een evenwicht te bewaren tussen de veiligheid van bewoners en hun kwaliteit van leven. Medewerkers maken er het beste van, onder uiterst moeilijke omstandigheden. Ze troosten mensen in hun laatste momenten. En zorgen voor momenten van leefplezier. Zoals verzorgende Roelien ons vertelde: “Er wordt gedanst en gekookt. Laatst zag ik mijn collega’s zwetend in hun pak poffertjes bakken.”

Moeten we dan maar niks doen? Nee, zeker niet. Wat we heel veel terug horen, is het gebrek aan waardering dat de medewerkers nu ervaren. Binnenshuis is er vaak steun van psychologen en managers voor de teams, van collega’s onder elkaar en van familieleden. Maar de steun van de buitenwacht ontbreekt; het applaus is verstomd. Dit gaat over kleine gebaren zoals die hand op je schouder, of de vraag van de buurvrouw: ‘hoe gaat het met jou?’ Verzorgende Lies: “In de eerste golf konden we geen vazen meer vinden; de scholen maakten tekeningen, er kwam taart voor ons en voor de bewoners. Nu zie je niks meer, terwijl juist nu onze energie een beetje opraakt.” Deze aandacht en attenties voor de mensen die wonen en werken in de verpleeghuizen, kunnen zorgen voor die broodnodige erkenning. Steun zit ook in het bieden van ruimte en vertrouwen aan medewerkers om zorg te (blijven) bieden gericht op de wensen en verlangens van bewoners. En hierover op een andere, narratieve manier verantwoording af te leggen.

Laten we niet op zoek gaan naar strengere ingrepen of zondebokken, maar de mensen in de ouderenzorg steunen om hun moeilijke werk vol te houden. Geef de zorg die “warme omarming” die Lies zo zegt te missen. En sluit je aan bij de oproep van teamleider Ineke: “Kijk om naar de mensen in de zorg, ga achter ze staan. Met steun van eenieder, op welk niveau dan ook, wordt de coronatijd in het verpleeghuis een stukje mooier.”

dr. Josanne Huijg is senior onderzoeker bij Leyden Academy on Vitality and Ageing

Lees de volledige interviews met Mariët, Dennis, Wendy, Annette, Roelien, Lies, Ineke, Astrid, Miranda, Murielle en nog meer dan 300 verhalen van ouderen, hun naasten en zorgmedewerkers op Wij & corona. Een initiatief van Leyden Academy en stichting GetOud, mede mogelijk gemaakt door Jo Visser fonds, stichting RCOAK, fonds Sluyterman van Loo en Fonds 1818.

 

Kijk terug: online conferentie Een nieuwe generatie ouderen langer thuis

Kijk terug: online conferentie Een nieuwe generatie ouderen langer thuis

De online conferentie ‘Een nieuwe generatie ouderen langer thuis’ op woensdag 25 november jl. was een doorslaand succes. Maar liefst 3.200 ouderen, medewerkers in zorg en welzijn, mantelzorgers, onderzoekers, bestuurders en beleidsmakers namen deel aan dit virtuele evenement, dat een keuze bood uit meer dan 60 inspirerende lezingen, workshops en panelgesprekken.

Op de event website kunt u tot 1 januari a.s. alle sessies terugzien. U hoeft alleen maar in te loggen met uw e-mailadres. Bekijk bijvoorbeeld de videospeech van minister Hugo de Jonge, de lezing van professor Erik Scherder (“daag uw hersenen uit!”) of het interessante afsluitende gesprek met oud-politicus Jan Terlouw en zijn dochter Sanne, over zingeving en de kijk op ouder worden.

Als kennispartner van de conferentie was Leyden Academy betrokken bij diverse sessies, die alle in zijn geheel zijn opgenomen. U kunt de video’s (elk ca. 45 minuten) hieronder direct terugzien:

Hoe geven we ouderen echt een stem?
Hoe zorgen we dat ouderen een volwaardige stem krijgen in beleid, onderzoek en zorg? Tineke Abma vertelde in deze sessie dat er steeds meer behoefte ontstaat aan nieuwe, directe vormen van zeggenschap. Dit kwam vervolgens mooi tot uiting in een vraaggesprek met zorgbestuurder Anke Huppertz en bewoner Broeder Gait (83) van De Beyart in Maastricht, die de innovatieve oplossing Tante Co in gebruik hebben genomen. Marilyn Haimé deelde openhartig haar ervaringen als lid van de Raad van Ouderen én als mantelzorger van haar moeder.
-> bekijk deze sessie via deze link

Leefplezierplan op locatie: van theorie naar praktijk
In deze talkshow onder leiding van Josanne Huijg deelden projectleider Jan Ravensbergen, sociaal ondernemer Lieke Sips van Zorggroep Elde Maasduinen en locatiemanager Mariët Tonen van Stichting Azora hun ervaringen met de implementatie van het Leefplezierplan op twee locaties voor de verpleeghuiszorg. Wat gebeurt er als je het leefplezier van bewoners in de zorgpraktijk als uitgangspunt neemt: wat komt erbij kijken, wat levert het op en waar loop je tegenaan?
-> bekijk deze sessie via deze link

Samen oud worden: hebben woongemeenschappen de toekomst?
In deze sessie werd een overzicht gepresenteerd van de laatste trends rond het wonen van ouderen. Welke gemeenschappelijke woonvormen zijn er? Welke woonwensen hebben ouderen? En hoe betrek je ouderen bij de vormgeving van gemeenschappelijk woonvormen? Aan het woord kwamen Yvonne Witter van platform ZorgSaamWonen, Lex van Delden en Coen van den Heuvel namens de Raad van Ouderen.
-> bekijk deze sessie via deze link

Kunst in langdurige zorg en ondersteuning
Er is steeds meer bewijs voor de positieve effecten van kunst en cultuur op de gezondheid en het welbevinden van ouderen en de mensen om hen heen. Kunstinitiatieven zijn echter nog vaak incidenteel van aard en het aanbod is versnipperd. Presentator Judith de Bruijn ging in gesprek met initiatiefnemer Erik Zwiers en deelnemer Franc Janssen van de Participatiekoren, met Machteld van der Meij van de Gruitpoort (initiatief Kunst door de brievenbus) en zorgbestuurder Marie-Claire van Hek (AxionContinu), en ten slotte met Tineke Abma en Sanne Scholten (LKCA). De sprekers bedachten ter plekke samen het ‘6 B-model’, om kunst en cultuur een duurzame plek geven in de langdurige zorg.
-> bekijk deze sessie via deze link. Het rapport Kunst in tijden van corona vindt u hier

Leren in de zorgpraktijk
Hoe leren medewerkers in de ouderenzorg het liefst? Sanne Schweers en Marie-Louise Kok deelden hun ervaringen met ‘microlearning’, hapklare leereenheden van maximaal 1,5 minuut, aan de hand van de videoreeks Liefdevolle zorg in de praktijk die vorig jaar is ontwikkeld. Kort en krachtig lesmateriaal dat goed past bij de doelgroep, zo blijkt onder meer uit een onderzoek onder 200 zorgverleners.
-> bekijk deze sessie via deze link

Bereiken en betrekken van ouderen, hoe doe je dat?
Onder leiding van Lea Bouwmeester sprak Lucia Thielman samen met Els Hofman (Movisie), Nelly van Maar (De Schrijversbuurt), huisarts Sandra Snoeren en Leonieke Schouwenburg (stichting Inclusia) over het beter bereiken en betrekken van ouderen. Beeldtekenaar Rolf Resink zorgde voor een mooi beeldverslag.
-> bekijk deze sessie via deze link

 

Kijk voor meer informatie over de conferentie, de diverse partners en de editie van 2021 op de website van Een nieuwe generatie ouderen(zorg).

Manifest: doe verpleeghuizen niet opnieuw op slot

Manifest: doe verpleeghuizen niet opnieuw op slot

De kwaliteit van leven van ouderen dreigt in de tweede coronagolf opnieuw onder te sneeuwen. De angst voor het virus mag niet leiden tot een nieuwe isolatie van verpleeghuishuisbewoners, zo waarschuwen 70 bestuurders in de ouderenzorg en thuiszorg, hoogleraren en prominenten, in een manifest dat vandaag via dagblad Trouw naar buiten is gebracht. Initiatiefnemers zijn bijzonder hoogleraar Langdurige Zorg en Dementie Anne-Mei The en zorgbestuurder Gijsbert van Herk van Stichting Humanitas. Namens Leyden Academy is Tineke Abma een van de ondertekenaars.

Kwaliteit van leven is leidend
Strekking van het manifest is dat de kwaliteit van leven van bewoners het uitgangspunt moet zijn. Het beschermen van bewoners tegen een besmetting met corona is daar onderdeel van, maar niet zaligmakend. Om het virus buiten de deur te houden zonder de bewoners te isoleren, moeten de verpleeghuizen de beschikking hebben over voldoende beschermende middelen en coronatests voor hun medewerkers en bezoekers. Daarnaast roept het manifest op om bewoners en hun naasten te betrekken bij de besluitvorming en om met elkaar in gesprek te blijven, ook als het moeilijk wordt.

Onderteken ook!
Bekijk hier het manifest Isoleer het virus, niet de mensen. Bent u het met deze oproep eens, teken dan ook en help ons het manifest verder te verspreiden. Hoe meer mensen ondertekenen, hoe krachtiger ons signaal dat we in de tweede coronapiek oog moeten houden voor veiligheid én kwaliteit van leven.

Lees ook het manifest Ouderen en corona – vier lessen en kansen van Leyden Academy van mei 2020, waarin we onder meer oproepen om ouderen te betrekken bij het ontwikkelen van het coronabeleid en het in balans benaderen van de medische behoeften én persoonlijke verlangens van verpleeghuisbewoners.

Leefplezierplan op locatie: 10 stappen (om van af te wijken)

Het project Leefplezierplan op locatie heeft als doel om te ontdekken wat er gebeurt als je het werken met het Leefplezierplan op een hele locatie invoert. We experimenteren hiermee bij verpleeghuis Den Es in Varsseveld van Stichting Azora en locatie Vita in Rijen van Zorggroep Elde Maasduinen. Er komen allerlei vragen aan de orde: hoe kunnen medewerkers bijvoorbeeld het beste worden getraind? Hoe kan een elektronisch cliëntendossier (ECD) eruit zien als je het leefplezier van bewoners centraal stelt?

Sinds de start in juni 2019 hebben we hier samen met Stichting Azora en Zorggroep Elde Maasduinen ervaringen mee opgedaan, die we graag breder delen. Hieronder staan tien stappen die wat ons betreft belangrijk zijn om te doorlopen bij het tot ontwikkeling brengen van leefplezier op een hele locatie of zelfs organisatie. Dit is zeker geen standaard recept: kern van onze aanpak is nu juist dat elke bewoner, locatie en organisatie uniek is en om maatwerk vraagt. De stappen hieronder zijn dan ook vooral bedoeld ter inspiratie en overdenking.

1. Contractering met de bestuurder. Als de top van de organisatie het Leefplezier-gedachtengoed niet steunt, zijn de kansen op succes erg klein. Met alle strubbelingen die je onderweg kunt tegenkomen, is een stevige roerganger onmisbaar. Daarnaast is de gehele leidinggevende structuur op een locatie natuurlijk van meet af aan betrokken.

2. Goede randvoorwaarden vooraf. Denk hierbij aan een op het leefplezier gebaseerde inrichting van het ECD. Aan teams die kwalitatief en kwantitatief goed op orde zijn. Er is voldoende tijd voor medewerkers om hierin te investeren, er lopen bijvoorbeeld geen andere grote energieslurpende trajecten zoals fusies en verbouwingen. Ten slotte zijn de medewerkers gericht op, of ten minste bereid tot, het leren over en verbeteren van hun gedrag en manier van werken.

3. Kick-off bijeenkomst voor alle medewerkers van de locatie. Ook cliënten, familie, vrijwilligers en behandelaars en ondersteuners van de organisatie zijn welkom. In deze bijeenkomst wordt vanuit de leiding van de organisatie betekenis gegeven aan de slag die we met elkaar willen maken.

4. Trainingen. Ongeveer een kwart van de medewerkers zorg en welzijn wordt in 11 sessies getraind in het beter (narratief) leren kennen van de persoon en het werken met Leefplezier(plan). Een enkeling heeft een functie als leidinggevende, behandelaar of opleider. Dit laatste met het oog op een breed gedeeld begrip van de beweging die is ingezet en de continuïteit van opleiden en ontwikkelen binnen de locatie (bijv. bij de komst van nieuwe medewerkers).

5. Opschaling via inspiratoren of leefpleziercoaches. Ook weer een kwart van de bovenstaande groep krijgt een extra training in vaardigheden die nodig zijn om het gedachtengoed over te brengen naar de collega’s in de teams. Later kan deze groep, eventueel aangevuld met anderen, helpen om op te schalen naar andere locaties binnen de organisatie.

6. Een werkgroep ECD/werkprocessen werkt aan het aanpassen en vereenvoudigen van dossier en werkwijze in de teams, zodat deze ondersteunend worden aan het leef- en werkplezier en de nieuwe routine in het handelen kunnen borgen. De voorstellen worden op het laagst mogelijke verantwoordelijkheidsniveau afgehandeld, maar kunnen binnen de organisatie worden beslecht tot aan het niveau van de bestuurder en buiten de organisatie zelfs tot aan partijen als het zorgkantoor en de Inspectie.

7. Communicatie. Het is belangrijk om iedereen cyclisch te informeren over de bedoeling en de voortgang. Met bijzondere aandacht voor behandelaren, de medewerkers zorg en welzijn die niet direct in de basistraining zitten, de Cliëntenraad en de Raad van Toezicht.

8. De teams hebben eigenaarschap en maken samen met hun leidinggevende en coach/inspirator een eigen ontwikkelplan. De focus ligt op het verbeteren van leefplezier én werkplezier.

9. Houd vol! Houd de energie en beweging vast door het borgen van de nieuwe werkwijze met aandacht voor cyclische reflectie en het blijven leren van ervaringen en dilemma’s.

10. Interne en externe verantwoording over de geleverde kwaliteit. Deze stap zijn we nog aan het uitwerken met elkaar, dit is zo belangrijk omdat de verantwoordingsvragen richting geven aan het dagelijks handelen. Een belangrijk element hierin is verantwoording via het delen van (het geleerde van) ervaringen en dilemma’s in de zorgpraktijk.

Neem voor meer informatie contact op met Josanne Huijg.

Aan de slag met vastgelegde ervaringen in het verpleeghuis

Aan de slag met vastgelegde ervaringen in het verpleeghuis

Op 28 en 29 september jl. zijn we in het Poortgebouw in Leiden in gesprek gegaan met zorgmedewerkers en managers over het project Narratieve verantwoording in de praktijk. Welke kwaliteit schuilt er in dagelijkse ervaringen in de verpleeghuiszorg? Hoe leg je deze effectief vast, hoe kun je er betekenis aan geven en er met elkaar van leren, en hoe geeft het totaal aan ervaringen inzicht in de kwaliteit van de zorg?

Achtergrond
Om bij het begin te beginnen: in het Leefplezierplan-gedachtengoed staan het verhaal en het leefplezier van individuele verpleeghuisbewoners centraal. In het eerste project Leefplezierplan voor de zorg hebben we samen met medewerkers van elf zorgorganisaties het ‘Leefplezierplan’ ontwikkeld; een hulpmiddel om in de dagelijkse praktijk, structureel, op een narratieve (verhalende) manier aandacht te hebben voor de zorg en ondersteuning van bewoners en er ook op deze manier verantwoording over af te leggen. In het tweede project Leefplezierplan op locatie staat de implementatie van het Leefplezierplan op twee locaties voor de verpleeghuiszorg centraal. De vier elementen van het Leefplezierplan – kennen, doen, ervaringen en dilemma’s – komen terug in trainingen voor medewerkers, een vernieuwd (en versimpeld) elektronisch cliënten dossier (ECD) en vereenvoudigde werkprocessen.

Leren van ervaringen
Een belangrijk aspect van het Leefplezierplan-gedachtengoed is het leren van ervaringen. Naast een standaard rapportage van feitelijke informatie over een bewoner worden volgens de Leefplezierplan-methode ervaringen van bewoners vastgelegd (bijv. in het ECD en Familienet) en gedeeld (bijv. in de overdracht en bewonersbesprekingen). Deze ervaringen dragen bij aan het leren op microniveau, dat wil zeggen rondom de zorg en ondersteuning van een individuele bewoner. Zo kan een medewerker ontdekken dat een bewoner die iedere avond onrustig is, gerust kan worden gesteld door haar uit te leggen dat het huis goed op slot zit voor de nacht en dat zij zich hier geen zorgen over hoeft te maken. Als dit mevrouw helpt om rustig te slapen, dan is het belangrijk om deze ervaring te delen. Het leren van ervaringen draagt bij aan een cyclisch proces van werken met het Leefplezierplan, omdat ervaringen steeds weer nieuwe informatie aan de elementen ‘kennen’ en ‘doen’ toevoegen, zodat een team nog beter kan bijdragen aan het leefplezier van de bewoner.

Van leefplezier naar werkplezier
Voor de borging op macroniveau – de zorg en ondersteuning die alle bewoners van een locatie of organisatie ontvangen – kunnen ook kwaliteitsmanagers en bestuurders leren van ervaringen. De verhalende informatie, in tekst of beeld, geeft veel inzicht in wat er in de organisatie gebeurt en kan worden gebruikt om in- en extern verantwoording af te leggen. Waar ervaringen op microniveau inzicht bieden in het ‘kennen’ van bewoners en handvatten geeft voor zorg en ondersteuning, bieden ervaringen op macroniveau inzicht in het ‘kennen’ van medewerkers en geven ze handvatten voor het faciliteren van ‘goed werk’. Zo draagt het werken volgens het Leefplezierplan-gedachtengoed niet alleen bij aan betere kwaliteit van zorg, maar ook aan meer werkplezier. Bovendien geeft het opleiders zicht op wat medewerkers nodig hebben om hun werk goed te kunnen doen.

Betekenis geven aan ervaringen
Wanneer medewerkers elke dag, van iedere bewoner, ervaringen gaan vastleggen leidt dit al snel tot zoveel verhalen dat ze niet meer allemaal gelezen kunnen worden. In het project Narratieve verantwoording in de praktijk experimenteren we samen met zorgorganisaties Respect Zorg en ZZG Nijmegen met een oplossing voor dit probleem. Door medewerkers over elke ervaring een paar korte (duidings)vragen te laten invullen, kan er betekenis aan worden gegeven. Denk aan vragen als: geef een passende titel aan je ervaring; welke emotie ervoer je hierbij; wiens belang stond er in de ervaring centraal; is deze ervaring relevant voor de individuele bewoner of voor de hele organisatie; etc. Doel is om een methode te ontwikkelen waarmee ervaringen structureel deel gaan uitmaken van de dagelijkse routine van zorgmedewerkers en het kwaliteitsbeleid van een locatie of organisatie. Om dat te realiseren, willen we samen met de praktijk werken aan de inhoudelijke ontwikkeling, organisatorische inpassing en technische realisatie van een concept ‘methode voor narratieve verantwoording’.

Samen aan de slag
Op maandag 28 en dinsdag 29 september jl. hebben we samen met vijf zorgmedewerkers en twee managers van Respect Zorg van gedachten gewisseld over het project. Door de ontwikkelingen rond corona konden de zorgmedewerkers en managers van ZZG Zorggroep helaas niet aanwezig zijn. In de sessie zijn de zorgmedewerkers en managers allereerst aan de slag gegaan met eerder zelf vastgelegde ervaringen. Door het lezen van de verhalen en bekijken van de foto’s kregen zij een beeld van de thema’s die in hun ervaringen een rol spelen, zoals het belang van leefplezier, de impact van corona, de rol van familie, de samenwerking in het team, ervaren emoties en afscheid nemen. Naar aanleiding van deze thema’s werd gesproken over de kwaliteit van de zorg. Vervolgens hebben we aan de hand van nieuw ontwikkelde software gekeken hoe de bij de ervaringen ingevulde ‘duidingsvragen’ kunnen helpen bij het navigeren door en het betekenis geven aan de ervaringen, en het vormen van een oordeel over de kwaliteit. Het gebruik van de software door de aanwezigen gaf veel aanwijzingen voor hoe deze verder kan worden verbeterd. Tot slot hebben we samen nagedacht over de organisatorische inpassing aan de hand van de vraag: hoe kun je ervoor zorgen dat het werken met ervaringen routine wordt? Een expliciete koppeling tussen leefplezier en het werken met ervaringen voor een grotere groep medewerkers, lijkt een belangrijke richting waar we in de komende maanden actief mee aan de slag gaan.

Neem voor meer informatie contact op met Josanne Huijg.

Conclusie over effect bezoekverbod slaat de plank mis

Conclusie over effect bezoekverbod slaat de plank mis

Op zaterdag 26 september jl. verscheen in de Volkskrant het artikel ‘Onderzoek: bezoekverbod geen slag voor verpleeghuisbewoner’. Een opmerkelijke conclusie waar dan ook veel op valt af te dingen, vinden Tineke Abma en Josanne Huijg. Zij reageren hieronder op het artikel.

Bewoners die in eenzaamheid stierven omdat familie er niet bij kon zijn. Partners die hun geliefden op afstand zagen wegkwijnen. Een oudere heer die uit het raam wilde springen, zo van streek was hij omdat zijn broer niet meer dagelijks mocht langskomen. We kennen talloze schrijnende voorbeelden van hoe corona en het bezoekverbod hard ingrepen in de verpleeghuizen. Toch verscheen afgelopen weekend in de Volkskrant het artikel ‘Onderzoek: bezoekverbod geen slag voor verpleeghuisbewoner’. De betrokken onderzoekers van Amsterdam UMC waren zelf ook verrast, zij hadden het tegenovergestelde verwacht.

Er valt ook wel wat op deze conclusie af te dingen. De onderzoekers baseren zich op data van zorgmedewerkers die zaken als stemming, gedrag en cognitieve vaardigheden van bewoners vastleggen in standaard rapportages. Dit gaat om zaken die zich in zekere mate laten meten en kwantificeren. Maar wat te denken van waarden als welbevinden, vrijheid, waardigheid, het belang van fysieke aanraking? Minstens zo belangrijk, maar heel persoonlijk en niet zomaar in cijfers te vatten.

Neem als voorbeeld de meneer die uit het raam wilde springen. Hoe reduceer je zijn wanhoop en machteloosheid tot een cijfer voor zijn stemming en gedrag? En waar blijft het persoonlijke verhaal dat achter dit cijfer schuilgaat, in de grote bak ‘geanonimiseerde data’ waarop de onderzoekers hun conclusies hebben gebaseerd?

Uit onze onderzoeken blijkt dat het belangrijk is om zowel het normatieve als het narratieve kader te gebruiken. Het normatieve gaat vaak over behoeftegerichte zorg: is de medicatie op tijd verstrekt, hoe vaak is mevrouw ’s nachts uit bed geweest. Narratieve kwaliteit gaat over wensen en verlangens, over ervaringen en dilemma’s, uitgedrukt in verhalen. Die kun je niet zomaar meten en kwantificeren, maar zeggen wel veel over de werkelijkheid. Beide perspectieven zijn onmisbaar als je je een goed beeld wilt vormen. Dat wat je kunt tellen én vertellen.

Daar komt bij dat het onderzoek is gebaseerd op waarnemingen van professionals, vanuit hun medisch-verpleegkundig perspectief op bewoners en daarmee samenhangende checklists en protocollen. Aan de bewoners zelf, en aan hun familieleden, is niets gevraagd. Rechtvaardigt dit een generaliserende uitspraak over hoe ‘de verpleeghuisbewoner’ de coronacrisis heeft beleefd? Mogen zij hier zelf ook iets van vinden?

Er zijn zeker bewoners die opknapten door de rust, reinheid en regelmaat op de afdeling. Maar daar tegenover staan veel traumatische ervaringen die bewoners, hun naasten en zorgmedewerkers hebben doorgemaakt. Elke individuele beleving is anders. Het beeld dat uit het artikel rijst doet geen recht aan die verscheidenheid en aan de beleefde ervaringen en het perspectief van bewoners, en zou de indruk kunnen wekken dat het “allemaal best meeviel” in de verpleeghuizen. Niets is minder waar. Dat wat zich niet laat meten, doet er wel degelijk toe.

Nieuw: gratis mini doe-cursus ‘Liefdevolle zorg in de praktijk’

Nieuw: gratis mini doe-cursus ‘Liefdevolle zorg in de praktijk’

In de ouderenzorg is een omslag gaande naar meer persoonsgerichte zorg, met ruimte en aandacht voor de persoonlijke wensen en verlangens van bewoners. Om hierbij te ondersteunen, start Leyden Academy op woensdag 7 oktober a.s. met de gratis mini doe-cursus ‘Liefdevolle zorg in de praktijk’, voor zorg- en welzijnmedewerkers in de ouderenzorg. De cursus omvat vijf wekelijkse e-mail nieuwsbrieven die inspiratie, verdieping en praktische handvatten bieden voor leefplezier en liefdevolle zorg.

Hoe ziet de mini doe-cursus eruit?
De gratis mini doe-cursus ondersteunt medewerkers met informatie en praktische opdrachten die alleen of in teamverband kunnen worden uitgevoerd. Zo bevat iedere editie een korte video, een doe-opdracht (bijvoorbeeld je dagelijkse werkroutine onder de loep nemen of creatief foto’s maken), een bespreekopdracht (met collega’s, team of (naasten van) bewoners) en diverse verwijzingen naar verdiepende literatuur, video’s en podcasts.

In de vijf edities komen de volgende onderwerpen aan bod, die ook de basis vormen voor het Leefplezierplan voor de zorg:

  • Aandacht voor liefdevolle zorg
  • Het leren kennen van de bewoner
  • Het bijdragen aan leefplezier
  • Het delen van ervaringen
  • Het omgaan met dilemma’s

Voor wie is de cursus bedoeld?
Bent u zorgverlener of teammanager in een verpleeghuis of zorginstelling? Deelname is gratis, inschrijven gaat heel eenvoudig via een aanmeldformulier (onderaan de pagina). U ontvangt dan op woensdag 7 oktober 2020 de eerste editie in uw mailbox en na vijf weken stopt de cursus automatisch. Ook kunt u zich in oktober vrijblijvend aansluiten bij de besloten Facebookgroep, om te zien hoe vakgenoten omgaan met dit thema. U bent van harte welkom om deze gratis cursus onder de aandacht te brengen binnen uw organisatie en netwerk. Graag zelfs!

De gratis mini doe-cursus ‘Liefdevolle zorg in de praktijk’ is ontwikkeld door Leyden Academy en wordt mede mogelijk gemaakt door het Jo Visser fonds.

Minicursus Liefdevolle zorg in de praktijk

Minicursus Liefdevolle zorg in de praktijk

Veel organisaties in de ouderenzorg maken momenteel de omslag naar persoonsgerichte zorg, met meer ruimte en aandacht voor de persoonlijke wensen en verlangens van bewoners. Aandacht voor leefplezier is echter een stuk moeilijker te borgen dan ‘tastbare’ activiteiten rondom gezondheid, veiligheid en hygiëne. Terwijl het minstens zo belangrijk is! Liefdevolle zorg is niet iets wat je via theorie in een boek kan leren. Dat leer je door te ervaren en te doen. Leyden Academy heeft daarom de gratis minicursus Liefdevolle zorg in de praktijk ontwikkeld voor medewerkers zorg en welzijn in de ouderenzorg. Met praktische kijk- en doe-opdrachten die zorgverleners alleen of samen met hun team kunnen doen.

Een nieuwe reeks in 2021
Na de eerste zeer geslaagde editie eind vorig jaar, waar ruim 300 zorgmedewerkers aan deelnamen, bieden we in maart 2021 de geüpdatete minicursus weer aan. “Ik vond de filmpjes en opdrachten fijn. Het zorgde voor zelfreflectie en bevestiging.” “Ik zou wel meer van zulke minicursussen willen!” en  “Ik vind het een mooie en concrete cursus. En raad het alle zorgmedewerkers aan!” zijn een greep uit de enthousiaste reacties van de deelnemers van vorig jaar.

Wat en wanneer?
De minicursus bestaat uit vijf wekelijkse edities per e-mail, en behandelen de volgende onderwerpen:

  1. Inleiding ‘Liefdevolle zorg’
  2. Leren kennen van de bewoner (u ontvangt deze e-mail een week na nr. 1)
  3. Bijdragen aan leefplezier (u ontvangt deze e-mail een week na nr. 2)
  4. Delen van ervaringen (u ontvangt deze e-mail een week na nr. 3)
  5. Omgaan met dilemma’s (u ontvangt deze laatste e-mail een week na nr. 4)

Iedere editie, met een studiebelasting van circa 1 uur per week, bevat een:

  • kijkopdracht (een korte video van circa 1,5 minuut);
  • doe-opdracht (bijvoorbeeld je dagelijkse werkroutine onder de loep nemen of creatief foto’s maken);
  • bespreekopdracht (met collega, naaste, team) en
  • verwijzing naar verdiepende literatuur, video of podcast.

Voor wie?
Deze cursus is met name bedoeld voor zorgverleners en teammanagers in verpleeghuizen of zorginstellingen. Per half maart 2021 is de minicursus weer beschikbaar. Heeft u interesse om deel te nemen? Laat het ons vooral weten en neem contact op met Jacqueline Leijs via e-mail of tel. (071) 524 0960.  U ontvangt direct na inschrijving de eerste editie, waarna de cursus na vijf weken automatisch stopt.

De gratis minicursus ‘Liefdevolle zorg in de praktijk’ vormt de basis voor het Leefplezierplan voor de zorg en is ontwikkeld door Leyden Academy in samenwerking met het Jo Visser fonds.

‘Persoonlijke aandacht in verpleeghuizen nu belangrijker dan ooit’

‘Persoonlijke aandacht in verpleeghuizen nu belangrijker dan ooit’

“Met het leefplezierplan laten we zien dat mensen ook best heel gelukkig kunnen zijn in het verpleeghuis. Ondanks alle lichamelijke en psychische ongemakken, ondanks dat ze zelf niet alles meer kunnen doen. En ondanks het coronavirus.’’ Vandaag in Leidsch Dagblad vertellen projectleider Josanne Huijg van Leyden Academy en teamleider Ineke Westerik van zorgorganisatie Topaz over het Leefplezierplan-project.

Verpleeghuis Zuydtwijck van Topaz in Leiden is één van de locaties die experimenteren met het Leefplezierplan, een werkwijze met als doel de wensen en verlangens van bewoners centraal te stellen en op een andere manier kwaliteit te verantwoorden. Leefplezier zit in bijzondere activiteiten, zoals het mooie voorbeeld in het artikel van de bewoner die graag nog eens naar de bowlingbaan wilde. Maar ook in kleine alledaagse wensen, gewoontes en rituelen: “Juist nu zijn de kleine geluksmomenten van essentieel belang om aandacht te hebben voor de kwaliteit van leven en sterven. Zorgmedewerkers zijn nu de enigen in de nabijheid van bewoners die dit kunnen bieden.’’

U vindt het volledige artikel op de website van Leidsch Dagblad.

Tineke Abma in de Volkskrant over bezoekverbod verpleeghuizen

Tineke Abma in de Volkskrant over bezoekverbod verpleeghuizen

Heel voorzichtig gaan de deuren in de ouderenzorg weer van het slot. Vanaf maandag 11 mei a.s. gaan de eerste 25 verpleeghuizen open voor bezoekers, zij het met mate en onder strikte voorwaarden. Voor veel familieleden, mantelzorgers en bewoners kan het niet snel genoeg gaan. Bij de afweging tussen veiligheid en kwaliteit van leven is het betrekken van familie en bewoners ver te zoeken, stelt Tineke Abma vandaag in De Volkskrant: ‘Het zijn heel moeilijke dilemma’s die je het liefst open zou bespreken. Pas dan kun je tot maatwerk komen, tot een afweging wat voor welke bewoner goede zorg is.’

De echtgenoot die al 65 jaar is getrouwd en niets liever doet dan knuffelen met zijn vrouw, snakt naar een versoepeling van het bezoekverbod. Er zijn ook bewoners voor wie het anders uitpakt. Zo vertelt Annemarie Zirkzee in het Volkskrant-artikel dat haar 90-jarige vader juist baat lijkt te hebben bij de rust op de afdeling: “De ‘triggers’ die agressie op konden roepen zijn verdwenen.” Ze deelde eerder haar verhaal op platform Wij & corona. Een herkenbare situatie voor Monique Cremers, bestuurder van De Zorgcirkel: “Ik begrijp heel goed dat de overheid kaders moet geven, maar ik hoop dat aan ons wordt toevertrouwd dat we die op maat toepassen.”

U vindt het volledige artikel op de website van de Volkskrant.