Geef de verpleeghuiszorg weer die “warme omarming”

Geef de verpleeghuiszorg weer die “warme omarming”

In de week van 16 t/m 20 november jl. stond ons verhalenplatform Wij & corona geheel in het teken van de ouderenzorg. We spraken met verpleegkundigen, verzorgenden, medewerkers welzijn, teamleiders en locatiemanagers uit de verpleeghuiszorg en thuiszorg, maar ook met mantelzorgers, familieleden en bewoners zelf. Mede op basis van deze openhartige en indringende verhalen schreef Josanne Huijg een blog die op 16 december 2020 is gepubliceerd op zorgblog Skipr.

Hieronder vindt u de tekst van deze blog.

 

Geef de verpleeghuiszorg weer die “warme omarming”

Ik sprak laatst met Mariët, regiomanager in de verpleeghuiszorg, toen zij verzuchtte: “In de media en de politiek gaat het vooral over het oplopen van het aantal besmettingen en het tekort aan personeel. We vallen zo weer in de valkuil van alles met cijfers te bekijken. Maar het gaat niet over het wel of niet hebben van beschermingsmiddelen, het gaat erom hoe het voelt dat je continu op je hoede moet zijn voor een virus wat binnen kan komen. De druk die door corona continu bij onze medewerkers ligt is groot en de buitenwereld is zich daar, denk ik, te weinig van bewust.”

De verpleeghuizen staan weer volop in de belangstelling, en helaas zelden positief. Bewoners raken besmet, personeel valt uit. En er was nog zo beloofd dat dit nooit meer zou gebeuren, is de teneur in veel berichten in de media. Er komen experts aan het woord die een verklaring zoeken in de mate van veiligheid van de beschermende materialen, omdat uit bron- en contactonderzoek zou blijken dat medewerkers het virus binnen brengen. Ook geven zij aan dat het toelaten van bezoekers in het verpleeghuis riskant is, zeker wanneer het aantal besmettingen in de ‘buitenwereld’ zo groot is. Tot slot zou er in de verpleeghuizen veel vaker en ‘agressiever’ moeten worden getest.

Actie is geboden, lijkt de boodschap. Maar de vraag is of de voorgestelde maatregelen gaan helpen. Herhaaldelijk testen is zeer ingrijpend voor bewoners, zeker als zij niet begrijpen waarom dit gebeurt. En het virus buiten de deur houden is een illusie, want een verpleeghuis is geen ziekenhuis. De bewoners zijn geen patiënten; het is hun thuis, en daar hoort ook het contact met geliefden bij. En de zorgmedewerkers gaan ook weer naar huis, wat onvermijdelijk risico’s met zich meebrengt. Ook al leven de meesten als kluizenaars om de kans op besmetting, thuis en op het werk, zoveel mogelijk te beperken. Corona in huis krijgen is soms ook botte pech, hoe goed je de zaken ook op orde hebt.

Zoals altijd, vertellen de cijfers maar een deel van het verhaal. In onze onderzoeken binnen de ouderenzorg zoeken we dan ook altijd een combinatie van zowel normatieve (zoals checklists, statistieken) als narratieve informatie (de verhalen van betrokkenen). Wat kunnen de zorgmedewerkers, bewoners en hun naasten ons vertellen over hoe het nu gaat in de verpleeghuizen?

In hun verhalen horen we dat medewerkers ook in deze tweede golf keihard werken om corona buiten de deur te houden en alles binnen hun mogelijkheden doen voor de kwaliteit van leven van bewoners en hun naasten. Verzorgende Dennis: “Het is een race tegen de klok om alle mensen te helpen. Dat is de laatste tijd nog erger geworden omdat er ook collega’s ziek zijn.” Welzijnsmedewerker Wendy: “Je voelt je verantwoordelijk voor besmettingen, voor de kwaliteit van leven van bewoners, voor het contact met naasten, voor de gezondheid van het team en dat is veel. Je kan het niet allemaal alleen dragen.”

In het verpleeghuis is de impact van de eerste coronagolf bovendien nog voelbaar. Medewerkers zijn moe en verdrietig als ze praten over wat ze hebben meegemaakt. Na een korte zomer is de werkdruk weer flink toegenomen. Op plekken waar nog geen besmettingen zijn, heerst spanning en strijdlust om het virus buiten de deur te houden. Waar wel corona wordt vastgesteld, is er soms geen weg terug en wordt een groot deel van de bewoners en medewerkers ziek. Welzijnsmedewerker Annette: “De bezorgdheid om de bewoners laat mijn hart de hele dag in mijn keel kloppen.”

In de verhalen beluisteren we dat er grote verschillen zijn tussen zorgorganisaties, locaties en soms zelfs tussen woningen binnen een locatie. Maar overal wordt getracht om een evenwicht te bewaren tussen de veiligheid van bewoners en hun kwaliteit van leven. Medewerkers maken er het beste van, onder uiterst moeilijke omstandigheden. Ze troosten mensen in hun laatste momenten. En zorgen voor momenten van leefplezier. Zoals verzorgende Roelien ons vertelde: “Er wordt gedanst en gekookt. Laatst zag ik mijn collega’s zwetend in hun pak poffertjes bakken.”

Moeten we dan maar niks doen? Nee, zeker niet. Wat we heel veel terug horen, is het gebrek aan waardering dat de medewerkers nu ervaren. Binnenshuis is er vaak steun van psychologen en managers voor de teams, van collega’s onder elkaar en van familieleden. Maar de steun van de buitenwacht ontbreekt; het applaus is verstomd. Dit gaat over kleine gebaren zoals die hand op je schouder, of de vraag van de buurvrouw: ‘hoe gaat het met jou?’ Verzorgende Lies: “In de eerste golf konden we geen vazen meer vinden; de scholen maakten tekeningen, er kwam taart voor ons en voor de bewoners. Nu zie je niks meer, terwijl juist nu onze energie een beetje opraakt.” Deze aandacht en attenties voor de mensen die wonen en werken in de verpleeghuizen, kunnen zorgen voor die broodnodige erkenning. Steun zit ook in het bieden van ruimte en vertrouwen aan medewerkers om zorg te (blijven) bieden gericht op de wensen en verlangens van bewoners. En hierover op een andere, narratieve manier verantwoording af te leggen.

Laten we niet op zoek gaan naar strengere ingrepen of zondebokken, maar de mensen in de ouderenzorg steunen om hun moeilijke werk vol te houden. Geef de zorg die “warme omarming” die Lies zo zegt te missen. En sluit je aan bij de oproep van teamleider Ineke: “Kijk om naar de mensen in de zorg, ga achter ze staan. Met steun van eenieder, op welk niveau dan ook, wordt de coronatijd in het verpleeghuis een stukje mooier.”

dr. Josanne Huijg is senior onderzoeker bij Leyden Academy on Vitality and Ageing

Lees de volledige interviews met Mariët, Dennis, Wendy, Annette, Roelien, Lies, Ineke, Astrid, Miranda, Murielle en nog meer dan 300 verhalen van ouderen, hun naasten en zorgmedewerkers op Wij & corona. Een initiatief van Leyden Academy en stichting GetOud, mede mogelijk gemaakt door Jo Visser fonds, stichting RCOAK, fonds Sluyterman van Loo en Fonds 1818.

 

Kijk terug: online conferentie Een nieuwe generatie ouderen langer thuis

Kijk terug: online conferentie Een nieuwe generatie ouderen langer thuis

De online conferentie ‘Een nieuwe generatie ouderen langer thuis’ op woensdag 25 november jl. was een doorslaand succes. Maar liefst 3.200 ouderen, medewerkers in zorg en welzijn, mantelzorgers, onderzoekers, bestuurders en beleidsmakers namen deel aan dit virtuele evenement, dat een keuze bood uit meer dan 60 inspirerende lezingen, workshops en panelgesprekken.

Op de event website kunt u tot 1 januari a.s. alle sessies terugzien. U hoeft alleen maar in te loggen met uw e-mailadres. Bekijk bijvoorbeeld de videospeech van minister Hugo de Jonge, de lezing van professor Erik Scherder (“daag uw hersenen uit!”) of het interessante afsluitende gesprek met oud-politicus Jan Terlouw en zijn dochter Sanne, over zingeving en de kijk op ouder worden.

Als kennispartner van de conferentie was Leyden Academy betrokken bij diverse sessies, die alle in zijn geheel zijn opgenomen. U kunt de video’s (elk ca. 45 minuten) hieronder direct terugzien:

Hoe geven we ouderen echt een stem?
Hoe zorgen we dat ouderen een volwaardige stem krijgen in beleid, onderzoek en zorg? Tineke Abma vertelde in deze sessie dat er steeds meer behoefte ontstaat aan nieuwe, directe vormen van zeggenschap. Dit kwam vervolgens mooi tot uiting in een vraaggesprek met zorgbestuurder Anke Huppertz en bewoner Broeder Gait (83) van De Beyart in Maastricht, die de innovatieve oplossing Tante Co in gebruik hebben genomen. Marilyn Haimé deelde openhartig haar ervaringen als lid van de Raad van Ouderen én als mantelzorger van haar moeder.
-> bekijk deze sessie via deze link

Leefplezierplan op locatie: van theorie naar praktijk
In deze talkshow onder leiding van Josanne Huijg deelden projectleider Jan Ravensbergen, sociaal ondernemer Lieke Sips van Zorggroep Elde Maasduinen en locatiemanager Mariët Tonen van Stichting Azora hun ervaringen met de implementatie van het Leefplezierplan op twee locaties voor de verpleeghuiszorg. Wat gebeurt er als je het leefplezier van bewoners in de zorgpraktijk als uitgangspunt neemt: wat komt erbij kijken, wat levert het op en waar loop je tegenaan?
-> bekijk deze sessie via deze link

Samen oud worden: hebben woongemeenschappen de toekomst?
In deze sessie werd een overzicht gepresenteerd van de laatste trends rond het wonen van ouderen. Welke gemeenschappelijke woonvormen zijn er? Welke woonwensen hebben ouderen? En hoe betrek je ouderen bij de vormgeving van gemeenschappelijk woonvormen? Aan het woord kwamen Yvonne Witter van platform ZorgSaamWonen, Lex van Delden en Coen van den Heuvel namens de Raad van Ouderen.
-> bekijk deze sessie via deze link

Kunst in langdurige zorg en ondersteuning
Er is steeds meer bewijs voor de positieve effecten van kunst en cultuur op de gezondheid en het welbevinden van ouderen en de mensen om hen heen. Kunstinitiatieven zijn echter nog vaak incidenteel van aard en het aanbod is versnipperd. Presentator Judith de Bruijn ging in gesprek met initiatiefnemer Erik Zwiers en deelnemer Franc Janssen van de Participatiekoren, met Machteld van der Meij van de Gruitpoort (initiatief Kunst door de brievenbus) en zorgbestuurder Marie-Claire van Hek (AxionContinu), en ten slotte met Tineke Abma en Sanne Scholten (LKCA). De sprekers bedachten ter plekke samen het ‘6 B-model’, om kunst en cultuur een duurzame plek geven in de langdurige zorg.
-> bekijk deze sessie via deze link. Het rapport Kunst in tijden van corona vindt u hier

Leren in de zorgpraktijk
Hoe leren medewerkers in de ouderenzorg het liefst? Sanne Schweers en Marie-Louise Kok deelden hun ervaringen met ‘microlearning’, hapklare leereenheden van maximaal 1,5 minuut, aan de hand van de videoreeks Liefdevolle zorg in de praktijk die vorig jaar is ontwikkeld. Kort en krachtig lesmateriaal dat goed past bij de doelgroep, zo blijkt onder meer uit een onderzoek onder 200 zorgverleners.
-> bekijk deze sessie via deze link

Bereiken en betrekken van ouderen, hoe doe je dat?
Onder leiding van Lea Bouwmeester sprak Lucia Thielman samen met Els Hofman (Movisie), Nelly van Maar (De Schrijversbuurt), huisarts Sandra Snoeren en Leonieke Schouwenburg (stichting Inclusia) over het beter bereiken en betrekken van ouderen. Beeldtekenaar Rolf Resink zorgde voor een mooi beeldverslag.
-> bekijk deze sessie via deze link

 

Kijk voor meer informatie over de conferentie, de diverse partners en de editie van 2021 op de website van Een nieuwe generatie ouderen(zorg).

Conclusie over effect bezoekverbod slaat de plank mis

Conclusie over effect bezoekverbod slaat de plank mis

Op zaterdag 26 september jl. verscheen in de Volkskrant het artikel ‘Onderzoek: bezoekverbod geen slag voor verpleeghuisbewoner’. Een opmerkelijke conclusie waar dan ook veel op valt af te dingen, vinden Tineke Abma en Josanne Huijg. Zij reageren hieronder op het artikel.

Bewoners die in eenzaamheid stierven omdat familie er niet bij kon zijn. Partners die hun geliefden op afstand zagen wegkwijnen. Een oudere heer die uit het raam wilde springen, zo van streek was hij omdat zijn broer niet meer dagelijks mocht langskomen. We kennen talloze schrijnende voorbeelden van hoe corona en het bezoekverbod hard ingrepen in de verpleeghuizen. Toch verscheen afgelopen weekend in de Volkskrant het artikel ‘Onderzoek: bezoekverbod geen slag voor verpleeghuisbewoner’. De betrokken onderzoekers van Amsterdam UMC waren zelf ook verrast, zij hadden het tegenovergestelde verwacht.

Er valt ook wel wat op deze conclusie af te dingen. De onderzoekers baseren zich op data van zorgmedewerkers die zaken als stemming, gedrag en cognitieve vaardigheden van bewoners vastleggen in standaard rapportages. Dit gaat om zaken die zich in zekere mate laten meten en kwantificeren. Maar wat te denken van waarden als welbevinden, vrijheid, waardigheid, het belang van fysieke aanraking? Minstens zo belangrijk, maar heel persoonlijk en niet zomaar in cijfers te vatten.

Neem als voorbeeld de meneer die uit het raam wilde springen. Hoe reduceer je zijn wanhoop en machteloosheid tot een cijfer voor zijn stemming en gedrag? En waar blijft het persoonlijke verhaal dat achter dit cijfer schuilgaat, in de grote bak ‘geanonimiseerde data’ waarop de onderzoekers hun conclusies hebben gebaseerd?

Uit onze onderzoeken blijkt dat het belangrijk is om zowel het normatieve als het narratieve kader te gebruiken. Het normatieve gaat vaak over behoeftegerichte zorg: is de medicatie op tijd verstrekt, hoe vaak is mevrouw ’s nachts uit bed geweest. Narratieve kwaliteit gaat over wensen en verlangens, over ervaringen en dilemma’s, uitgedrukt in verhalen. Die kun je niet zomaar meten en kwantificeren, maar zeggen wel veel over de werkelijkheid. Beide perspectieven zijn onmisbaar als je je een goed beeld wilt vormen. Dat wat je kunt tellen én vertellen.

Daar komt bij dat het onderzoek is gebaseerd op waarnemingen van professionals, vanuit hun medisch-verpleegkundig perspectief op bewoners en daarmee samenhangende checklists en protocollen. Aan de bewoners zelf, en aan hun familieleden, is niets gevraagd. Rechtvaardigt dit een generaliserende uitspraak over hoe ‘de verpleeghuisbewoner’ de coronacrisis heeft beleefd? Mogen zij hier zelf ook iets van vinden?

Er zijn zeker bewoners die opknapten door de rust, reinheid en regelmaat op de afdeling. Maar daar tegenover staan veel traumatische ervaringen die bewoners, hun naasten en zorgmedewerkers hebben doorgemaakt. Elke individuele beleving is anders. Het beeld dat uit het artikel rijst doet geen recht aan die verscheidenheid en aan de beleefde ervaringen en het perspectief van bewoners, en zou de indruk kunnen wekken dat het “allemaal best meeviel” in de verpleeghuizen. Niets is minder waar. Dat wat zich niet laat meten, doet er wel degelijk toe.

‘Persoonlijke aandacht in verpleeghuizen nu belangrijker dan ooit’

‘Persoonlijke aandacht in verpleeghuizen nu belangrijker dan ooit’

“Met het leefplezierplan laten we zien dat mensen ook best heel gelukkig kunnen zijn in het verpleeghuis. Ondanks alle lichamelijke en psychische ongemakken, ondanks dat ze zelf niet alles meer kunnen doen. En ondanks het coronavirus.’’ Vandaag in Leidsch Dagblad vertellen projectleider Josanne Huijg van Leyden Academy en teamleider Ineke Westerik van zorgorganisatie Topaz over het Leefplezierplan-project.

Verpleeghuis Zuydtwijck van Topaz in Leiden is één van de locaties die experimenteren met het Leefplezierplan, een werkwijze met als doel de wensen en verlangens van bewoners centraal te stellen en op een andere manier kwaliteit te verantwoorden. Leefplezier zit in bijzondere activiteiten, zoals het mooie voorbeeld in het artikel van de bewoner die graag nog eens naar de bowlingbaan wilde. Maar ook in kleine alledaagse wensen, gewoontes en rituelen: “Juist nu zijn de kleine geluksmomenten van essentieel belang om aandacht te hebben voor de kwaliteit van leven en sterven. Zorgmedewerkers zijn nu de enigen in de nabijheid van bewoners die dit kunnen bieden.’’

U vindt het volledige artikel op de website van Leidsch Dagblad.

Manifest Leyden Academy: Ouderen en corona – vier lessen en kansen

Manifest Leyden Academy: Ouderen en corona – vier lessen en kansen

Onze missie is het verbeteren van de kwaliteit van leven van oudere mensen. Die staat sinds het uitbreken van de corona-pandemie ernstig onder druk. Ouderen vormen de belangrijkste risicogroep en de maatregelen om het virus in te dammen, grijpen diep in op het (sociale) leven van ons allen en van senioren in het bijzonder. De waardigheid van ouderen in al hun diversiteit, en de zorg voor kwetsbare ouderen in verpleeghuizen vragen meer dan ooit om onze aandacht.

De crisis legt pijnpunten en misvattingen bloot in de wijze waarop wij als samenleving, en zeker als beleidsmakers, kijken naar ouderen en hun positie in en bijdrage aan de maatschappij. Die zijn niet nieuw maar worden nu, onder hoogspanning, verder uitvergroot. We kunnen hier lessen uit trekken, en vooral ook de kansen benutten die deze periode ons aanreikt:

1. Er wordt veel over ouderen gesproken. Maar waar is hun eigen perspectief, bijvoorbeeld bij het bepalen van de coronamaatregelen? Neem de stem van ouderen serieus en betrek hen actiever bij het ontwikkelen van beleid en maatregelen, die tenslotte vooral henzelf (be)treffen. Waardeer hun kennis en ervaring en bouw met hen aan een duurzaam, gelijkwaardig partnerschap. Schat ook de ouderenzorg op waarde: niet omdat het economisch rendabel is, maar omdat deze zorg bijdraagt aan de waardigheid van ouderen en een goede laatste levensfase.

2. Ook in deze tijd hebben we de neiging om oudere mensen in hokjes in te delen, zoals ‘kwetsbaar’ of ‘eigenwijs’. Dit doet geen recht aan de grote diversiteit onder ouderen en het beperkt mensen in hun vrijheid en mogelijkheden. Deel ouderen niet langer in hokjes in en zie en waardeer ieder mens als een uniek individu, met eigen kracht en kwetsbaarheid. Laten we de bijzondere solidariteit van deze coronatijd vasthouden en ons best doen om ons meer in elkaar te verdiepen, beter naar elkaar te luisteren en niet te snel te oordelen.

3. Op latere leeftijd hechten mensen vooral veel waarde aan betekenisvolle relaties, en juist die zijn door de coronamaatregelen doorkruist. Geef zorgmedewerkers ruimte voor maatwerk, geef hen het vertrouwen om dilemma’s rondom behoeften en verlangens af te wegen. Ook in crisistijd geldt dat de medische behoeften en persoonlijke verlangens van verpleeghuisbewoners twee verschillende dingen zijn die in balans moeten worden benaderd. En dat betekenisvolle relaties onmisbaar zijn voor hun kwaliteit van leven.

4. Ongezonde mensen worden onevenredig hard door de crisis getroffen. Dat is niet hun eigen schuld, maar te wijten aan hoe we onze samenleving hebben ingericht. Pas de omgeving zo aan dat deze uitnodigt tot een gezondere leefstijl. We hebben bewezen dat we bereid en in staat zijn om winkels, kantoren, het openbaar vervoer en de publieke ruimte in korte tijd om te bouwen om de corona-epidemie het hoofd te bieden. We kunnen eenzelfde krachtsinspanning leveren om de stille epidemie van welvaartsziekten aan te pakken.

Laten we de handen ineenslaan om alle Nederlanders te helpen vitaler, betekenisvoller en in verbondenheid oud te worden, met oog voor de grote kansenongelijkheid die corona ook weer zichtbaar maakt. Laten we hoop putten uit de ongekende creativiteit en solidariteit die aan de oppervlakte zijn gekomen.

We zien een geweldige bereidheid om iets voor elkaar te betekenen: een vruchtbare basis om met elkaar onze samenleving vitaler, veerkrachtiger en inclusiever te maken. De kansen liggen er: dit is het moment om ze te grijpen.

Lees hier ons complete manifest Ouderen en corona, vier lessen en kansen.

Josanne Huijg: Kwaliteit van leven in het verpleeghuis vereist ruimte voor maatwerk en betekenisvolle relaties

“Wat geeft het leven kleur en betekenis? Dat is voor ieder mens anders. Wel weten we vanuit wetenschappelijk onderzoek dat betekenisvolle relaties onmisbaar zijn voor ons welbevinden. Onze identiteit krijgt vorm in relatie tot anderen. Wanneer we senioren vragen hoe zij de coronamaatregelen ervaren, vertellen ze dan ook vooral over het gemis van hun naasten. Zo mist de 84-jarige Omi haar klein- en achterkleinkinderen: “Als je eenmaal Omi bent, word je zo gelukkig van die kleine kinderen”. Aliya (60) mist de vrouwen van de dagbesteding: “Lekker samen koken, bidden, lezen, maar dat kan nu niet. Nu bidden we alleen.”

We zoeken alternatieven om contact te houden, zoals beeldbellen. Maar niet iedereen is even digitaal vaardig en bovendien kan dit het échte contact niet vervangen. Als risicogroep wordt van ouderen nog meer verwacht dat zij thuis blijven en contacten mijden, en ook de omgeving drukt dit hen op het hart. Jeltje (82): “Mijn buurvrouw durft niet meer samen te wandelen. Mijn wekelijkse bezoek aan mijn verstandelijk beperkte kleindochter is nu ook al verboden! Ik voel me geremd in mijn doen en laten.”

In het verpleeghuis geldt dit gemis van contact nog eens extra, nu het contact tussen bewoners en hun naasten radicaal is doorsneden. De deur ging dicht, zonder uitzonderingen. Bewoners met dementie snappen vaak niet waarom hun naasten niet meer langskomen. Familieleden die gewend waren soms meerdere keren per dag op bezoek te komen, staan nu te zwaaien achter het hek. Alle zorg en liefdevolle aandacht ligt nu op de schouders van de zorgmedewerkers. Zij halen alles uit de kast om het contact met bewoners en hun naasten op andere manieren tot stand te brengen: er wordt wat af gebeeldbeld en geappt, er worden speciale ruimtes en karren gebouwd waarin mensen toch dicht bij elkaar kunnen zijn. Er komt ongelofelijk veel creativiteit los, maar ook hier geldt dat dit het persoonlijke contact niet kan vervangen. Fysieke nabijheid, een knuffel, een troostende aanraking: het zijn onmisbare onderdelen van een relatie. Zeker bij mensen die zich niet meer goed in woorden kunnen uitdrukken. Zorgbestuurder Linda: “Ik geloof dat ik dat nog het moeilijkste vind. Het ontbreken van fysiek contact tussen vaders, moeders, kinderen en partners. Juist zij die het zo nodig hebben. Het voelt heel dubbel dat jij op zo’n moment je armen om een bewoner heen slaat. Dat is mooi en droevig tegelijkertijd.”

De coronamaatregelen zijn, zoals veel andere regels en protocollen in de zorg, ontwikkeld vanuit een normatief perspectief. Hierin voeren waarden als rechtvaardigheid, gelijkheid en uniformiteit de boventoon. Daarnaast staat het narratieve perspectief, waarin het individu, de relatie en responsiviteit belangrijke waarden zijn. De laatste jaren is het besef gegroeid dat voor goede zorg een balans nodig is tussen de normatieve en de narratieve benadering. Oftewel: kwetsbare mensen beschermen en narigheid voorkomen door uniforme richtlijnen, maar zeker ook oog houden voor hun individuele wensen en verlangens en ruimte maken voor maatwerk om recht te doen aan de verschillen tussen mensen. Binnen die wensen en verlangens hechten mensen op latere leeftijd vooral waarde aan betekenisvolle relaties: nog een oma kunnen zijn voor de kleinkinderen, of een partner voor je geliefde.

In de uitbraakfase van corona werd de balans tussen richtlijnen en persoonlijke wensen en verlangens even terzijde geschoven. De overheid en deskundigen keken vooral met een medische bril en troffen harde maatregelen om verdere besmetting te voorkomen. Met normatieve regels en protocollen die golden voor alle bewoners, alle naasten en alle zorgmedewerkers. Dit gaf van meet af aan wrijving bij alle betrokkenen, zo ook bij dochter Jenneke: “Sinds eergisteren mag mijn moeder van 93 haar kamer niet meer uit. Voor haar is dat echt een ramp. Het huis ligt midden in de bossen en ze gaat zo graag naar buiten, bloemetjes plukken. Nu gaat de veiligheid voor alles, maar ten koste waarvan?” Ook zorgmedewerkers voelen die spanning. Persoonlijk begeleider Monique: “Ik wil met heel mijn hart uitzonderingen maken maar het kan gewoon niet. Als we ook maar één besmetting binnen krijgen dan wordt het een sneeuwbaleffect. Maar mensen hun sociale contacten ontzeggen is het laatste wat je wilt.”

Vanuit het narratieve perspectief is ‘zorgen voor elkaar’ in essentie een relationele activiteit. In het verpleeghuis speelt dit zich voornamelijk af in de driehoek zorgverlener, bewoner en naasten. De coronamaatregelen zetten deze relaties onder hoogspanning, doordat ze letterlijk het contact tussen bewoners en naasten doorkruisen. Maar ook figuurlijk, doordat ze voor de zorgverleners ingrijpende dilemma’s veroorzaken. Laat je naasten binnen die boos en verdrietig voor de deur staan? Hoe waarborg je de privacy van een bewoner, als je helpt bij het beeldbellen met de familie? En welke regels hanteer je zodra een bewoner in de laatste levensfase terecht komt?

Het coronavirus stelt zorgmedewerkers voor meer ingrijpende dilemma’s. Zo is er een tekort aan beschermende kleding en is het onmogelijk om mensen te verzorgen op anderhalve meter afstand. Zorgmedewerkers willen hun bewoners niet ziek maken, maar zelf ook niet ziek worden. Velen zijn zelf mantelzorger en willen hun geliefden thuis niet in gevaar brengen. Tegelijkertijd beseffen zij dat bewoners nu volledig van hen afhankelijk zijn voor liefdevolle zorg. Linda: “Onze medewerkers leven privé als kluizenaars, want niemand wil degene zijn die corona het huis binnen haalt. Voor de bewoners proberen ze het gemis van bezoek zoveel mogelijk te compenseren.”

Het bezoekverbod heeft ook een andere kant. Zo geven veel zorgmedewerkers aan dat het door het bezoekverbod rustiger is op de afdeling. Verpleegkundige Corry: “Ik heb anders contact met bewoners. Veel diepgaander. Voorheen zat ik met een aantal bewoners te kletsen en dan kwam de leverancier binnen of kwamen familieleden met vragen. Het klinkt cru maar omdat er niemand meer op de afdeling kan komen, is het veel rustiger nu.” Ook lijken sommige bewoners hier baat te hebben. Zoals de 90-jarige vader van Annemarie, die onrustig en agressief was: “Sinds corona gaat het héél goed met hem. Hij doet actief mee, maakt grapjes en gedraagt zich prettig naar de zorgmedewerkers en naar zijn medebewoners.”

De voorbeelden illustreren dat elke persoon en elke situatie anders is. De dilemma’s die zorgmedewerkers ervaren, zijn dan ook niet op te lossen met uniforme regels en protocollen. Alle relaties in de driehoek zorgverlener, bewoner en naasten zijn verschillend, hebben een andere context en een andere betekenis. De ruimte voor zorgverleners om in ieder dilemma, groot en klein, persoonsgerichte oplossingen te bedenken en toe te passen, is daarom van groot belang.

De deur van het verpleeghuis gaat nu weer voorzichtig van het slot. De belangrijkste les voor de volgende crisis is wat mij betreft dat we ons blijven realiseren dat de medische behoeften en persoonlijke verlangens van bewoners twee verschillende dingen zijn die in balans moeten worden benaderd. Dat we zorgmedewerkers ook in tijden van crisis het vertrouwen en de ruimte moeten geven om dilemma’s rondom behoeften en verlangens af te wegen en voor ieder individu persoonsgerichte keuzes te maken. En dat betekenisvolle relaties onmisbaar zijn voor kwaliteit van leven. Zoals Han (83) het verwoordde: “Eenzaamheid is nu een nog groter probleem voor vele ouderen. Op hoge leeftijd zou waardig sterven zwaarder moeten wegen dan formele zorg.” Als maatregelen vooral als doel hebben de meest kwetsbare ouderen te beschermen, dan moeten we ons afvragen wat het betekent om veilig en virusvrij te zijn als je leven verder geen betekenis meer heeft.”

dr. Josanne Huijg is senior onderzoeker bij Leyden Academy en leidt de activiteiten binnen het speerpunt Betekenisvol. Deze tekst maakt onderdeel uit van ons manifest Ouderen en corona – vier lessen en kansen uit mei 2020.

Geluk in het verpleeghuis in Gerōn

Geluk in het verpleeghuis in Gerōn

De nieuwste editie van Gerōn, tijdschrift over ouder worden & samenleving, staat in het teken van het begrip ‘geluk’. Geluk is kwetsbaar, dat blijkt nu eens te meer. In het tijdschrift, dat elk kwartaal verschijnt, wordt geluk vanuit verschillende invalshoeken bekeken. Hoe gelukkig zijn ouderen en welke factoren dragen bij aan hun geluksgevoel?

In de uitgave wordt ook aandacht besteed aan geluk bij oudere mensen die afhankelijk zijn van zorg, in het artikel Samen werken aan leefplezier in het verpleeghuis door Josanne Huijg en Niels Bartels. Zij vertellen over het pilot-project Leefplezierplan voor de zorg, gericht op het beter leren kennen van bewoners en inspelen op hun wensen en verlangens, om zo het welbevinden te vergroten. Uiteindelijk doel is dat het leefplezier van bewoners centraal staat in het dagelijks leven in het verpleeghuis en in het handelen van de zorgmedewerkers, en een belangrijke indicator is van de kwaliteit van de geleverde zorg.

U kunt het artikel hier teruglezen.

Leefplezierplan op locatie


Wat gebeurt er als je het leefplezier van bewoners als vertrekpunt neemt in de ouderenzorg? En hoe zorg je ervoor dat persoonlijke ervaringen een plek krijgen in de verantwoording van kwaliteit? Deze vragen stonden centraal in het project Leefplezierplan voor de zorg dat in april 2019 succesvol is geëvalueerd. Na deze eerste positieve ervaringen op teamniveau, is het vervolgproject ‘Leefplezierplan op locatie’ gestart, een experiment om ook op locatieniveau zo te werken en met de betrokken partijen te komen tot een werkbare verantwoording van kwaliteit waarbij leefplezier centraal staat. Het onderzoek wordt uitgevoerd door Leyden Academy in samenwerking met de zorgkantoren van Menzis en VGZ en ondersteund door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

Actieonderzoek op twee locaties
Van juni 2019 tot juni 2021 wordt het Leefplezierplan op twee complete locaties ingevoerd: bij verpleeghuis Den Es in Varsseveld (Gelderland) van Stichting Azora en locatie Vita in Rijen (Noord-Brabant) van Zorggroep Elde Maasduinen. Onderzoekers van Leyden Academy verzorgen tot de zomer van 2020 trainingen op deze locaties, om medewerkers vertrouwd te maken met het werken met het Leefplezierplan. Vervolgens wordt deze werkwijze in beide locaties doorgevoerd. Vragen die hierbij aan de orde kunnen komen, zijn bijvoorbeeld: hoe ziet een elektronisch cliëntendossier (ECD) eruit als je leefplezier centraal stelt? Welke gevolgen heeft deze werkwijze voor de aansturing van medewerkers, de zorginkoop en de besteding van middelen?

Alle relevante belanghebbenden aan tafel
Tijdens het actieonderzoek gaan de meest relevante belanghebbenden – naast het ministerie en de zorgkantoren ook de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en het Zorginstituut Nederland (ZIN) – samen op zoek naar de consequenties van een zorgverlening die uitgaat van leefplezier voor de in- en externe verantwoording van kwaliteit. Bij alle betrokken partijen leeft de overtuiging dat deze kwaliteit in de ouderenzorg niet alleen zit in goede medische zorg en een veilige en hygiënische leefomgeving, maar juist ook in het creëren van waardevolle ervaringen en betekenisvolle ontmoetingen voor bewoners in de laatste fase van hun leven. De vraag is alleen hoe je deze narratieve kwaliteit, die zich niet zomaar laat meten of tellen, kunt vastleggen en aantonen. Het Leefplezierplan doet een eerste aanzet.

Naar een werkwijze die in alle zorgorganisaties kan worden toegepast
Bijzonder aan het project Leefplezierplan op locatie is dat alle partijen meedoen die toezien op de kwaliteit van zorg. Elke instantie is vertegenwoordigd in de stuurgroep waarin uitdagingen die op de werkvloer boven water komen, worden besproken en waar mogelijk opgelost. Door samen na te denken over normatieve en narratieve verantwoordingskaders, wordt toegewerkt naar een werkwijze die in alle zorgorganisaties kan worden toegepast en waar een onmiskenbare stimulans vanuit gaat voor persoonsgerichte zorg met een focus op leefplezier. Het streven is hierbij om het voor zorgmedewerkers zo eenvoudig mogelijk te houden en de narratieve verantwoording niet te ‘stapelen’ bovenop de huidige registratielast.

Lees ook de artikelen die in oktober 2019 over het project verschenen op de websites van Zorgvisie en Waardigheid en Trots.

In oktober 2020 publiceerden we op basis van onze eerste ervaringen bij Zorggroep Elde Maasduinen en Stichting Azora een 10-stappenplan van zaken die belangrijk zijn om in ogenschouw te nemen bij het tot ontwikkeling brengen van leefplezier op een locatie of in een organisatie. Zeker niet bedoeld als blauwdruk, maar ter inspiratie en overdenking.

Neem voor meer informatie contact op met Sanne Schweers.

Leefplezierplan: sturen op positieve ervaringen in de ouderenzorg

Leefplezierplan: sturen op positieve ervaringen in de ouderenzorg

Leiden, 4 april 2019 – Vandaag zijn tijdens een conferentie in Leiden de bevindingen gepresenteerd van het 2-jarige pilotproject Leefplezierplan voor de zorg. In het project heeft Leyden Academy met ondersteuning van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) in elf ouderenzorgorganisaties verkend wat er gebeurt als je het leefplezier van individuele bewoners als vertrekpunt neemt. Gedurende het project is het ‘Leefplezierplan’ ontwikkeld dat niet is gebaseerd op protocollen en afvinklijstjes, maar op wat er voor mensen echt toe doet en wat hen raakt in de laatste fase van hun leven. Het Leefplezierplan en de bijbehorende trainingen zijn in het project geëvalueerd in zeer uiteenlopende organisaties en omstandigheden. Zowel de bewoners zelf, hun belangrijke anderen (zoals familie, vrienden en mantelzorgers) als de betrokken verpleegkundigen en verzorgden zijn zeer enthousiast. Het project krijgt dan ook een vervolg.

Van incidentele pareltjes naar dagelijkse praktijk
Er is steeds meer aandacht voor persoonsgerichte zorg. Zorgorganisaties tonen graag hun ‘pareltjes’, maar die voorbeelden kenmerken zich vaak door hun eenmalige karakter. In het Leefplezierplan-project hebben wij met medewerkers zorg en welzijn verkend hoe we duurzaam de aandacht kunnen verleggen naar het leefplezier van individuele bewoners. Door de bewoners beter te leren kennen, en door de verantwoording van kwaliteit van zorg te baseren op wat daadwerkelijk is gedaan om hun leefplezier te vergroten. Van april 2017 tot april 2019 heeft Leyden Academy in elf zorgorganisaties door heel Nederland teams getraind, zijn circa 200 bijeenkomsten georganiseerd en 80 interviews afgenomen met teamleden, leidinggevenden, bewoners en belangrijke anderen. Ook is kwantitatief onderzoek verricht.

Positieve ervaringen op de voorgrond
Het nieuw ontwikkelde Leefplezierplan is een handzaam model dat bruikbaar is als minimale standaard voor alle gegevens die nodig zijn om bewoners van het verpleeghuis goede zorg te bieden. Werken met het Leefplezierplan spoort medewerkers aan tot een meer persoonlijke ondersteuning, in plaats van zich vooral te richten op medische en behoeftegerichte zorg. Wie positieve ervaringen op de voorgrond plaatst en daar dagelijks iets mee probeert te doen, staat telkens stil bij wat echt van betekenis is voor iemand. Projectleider Joris Slaets: “Kwaliteit van zorg zit vooral in kleine dingen, in betekenisvolle ervaringen en in het contact tussen mensen. Dit kan onderdeel zijn van de dagelijkse zorg, zoals extra aandacht voor het samen kleding uitzoeken bij een bewoonster die er graag piekfijn uitziet. Maar we hebben ook veel voorbeelden gezien van diep gekoesterde verlangens die werden vervuld. Zoals de dame met ernstige Parkinson die niets liever wilde dan haar kleinkinderen nog eens zien. Het contact was door scheidingsperikelen verbroken. Na bemiddeling van de zorgverlener stond de kleinzoon uiteindelijk aan haar bed en haalden zij samen mooie herinneringen op. Een paar dagen later stierf mevrouw. Het team had hier écht iets betekend voor haar en haar echtgenoot. Maar deze ‘zachte’ dimensie van kwaliteit rekenen we nu vaak niet tot de verantwoordelijkheid van de zorg en we weten niet goed hoe we die kwaliteit zichtbaar kunnen maken. Het Leefplezierplan helpt hierbij.”

Actiever inspelen op wensen en verlangens
Inspelen op de verlangens van bewoners begint met elkaar beter leren kennen. Waar medewerkers voor aanvang van het project steevast zeiden dat zij hun bewoners al goed kenden, zegt 87 procent van de deelnemers na afloop de bewoners (veel) beter te kennen. Ook is een ruime meerderheid aan het eind van het project meer bezig met het bevorderen van leefplezier en het vastleggen daarvan, dan voorheen. Alle elf zorgorganisaties zijn veel actiever geworden om aan de wensen en verlangens van bewoners tegemoet te komen en proberen het organisatieaanbod niet langer als uitgangspunt te nemen. Aandacht voor en bespreking van dilemma’s en ervaringen, is bij de meeste teams onderdeel geworden van het eigen kwaliteitsbeleid.

Leefplezier leidt tot werkplezier
Medewerkers hebben voor de zorg gekozen om aan de kwaliteit van leven van oudere mensen bij te dragen. Zij geven aan dat het Leefplezierplan hen hierbij helpt en dat het beter bij hun wensen aansluit dan het huidige zorgleefplan. We hebben in het onderzoek kunnen vaststellen dat het beter leren kennen van bewoners, het bijdragen aan hun leefplezier en het werken met het Leefplezierplan, leidt tot meer werkplezier. Zoals een medewerker het verwoordde: “Ik zou willen dat al mijn collega’s het enthousiasme konden voelen dat ik van het project krijg. Het wakkert dat waakvlammetje aan dat een ieder heeft die in de zorg werkt.” Werken met het Leefplezierplan kan de ouderenzorg aantrekkelijker maken in een tijd van toenemende krapte op de arbeidsmarkt.

Opschaling naar twee complete locaties
De succesvolle pilot krijgt een vervolg. Zo wordt het Leefplezierplan van juni 2019 tot juni 2021 op twee complete locaties ingevoerd, elk van een andere zorginstelling, met ondersteuning van het ministerie van VWS en de zorgkantoren Menzis en VGZ. Tijdens dit actieonderzoek gaan alle belangrijke belanghebbenden in de zorg, waaronder de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Nederlandse Zorgautoriteit, samen op zoek naar de consequenties van een zorgverlening die uitgaat van leefplezier voor bijvoorbeeld de in- en externe verantwoording van kwaliteit, de aansturing van medewerkers, de zorginkoop en de besteding van middelen. Het streven is een werkwijze die in alle Nederlandse zorgorganisaties toepasbaar is en die leidt tot een verantwoording waar een onmiskenbare stimulans vanuit gaat voor persoonsgerichte zorg met een focus op leefplezier. Joris Slaets: “Nu de vergrijzing naar een hoogtepunt gaat, is het hoog tijd om met elkaar grote aandacht aan kleine dingen te schenken. Investeren in betere ouderenzorg betekent investeren in aandacht en relaties, in reflecteren en leren, en in het vertrouwen dat medewerkers met hun onschatbare kennis en ervaring het goede doen.”

Lees hier het eindrapport Langer leefplezier ervaren. Handreiking narratief kwaliteitskader verpleeghuiszorg.

Aan het pilot-project Leefplezierplan voor de zorg namen deel:

  1. ActiVite, locatie Hof van Alkemade, Roelofarendsveen
  2. De Hoven, locatie Vliethoven, Delfzijl
  3. De Oude Pastorie, Huizen
  4. La Providence, Grubbenvorst
  5. Respect Zorggroep, locatie Quintus, Den Haag
  6. Schakelring, locatie Zandley, Drunen
  7. Woonzorgcentrum Sint Anna, Boxmeer
  8. Topaz, locatie Zuydtwijck, Leiden
  9. Wonen bij September, Woonhuis September Wageningen
  10. Zorggroep Elde, Zorgexpertisehuis Liduina, Boxtel
  11. ZZG Zorggroep, locatie Campanula, Nijmegen

In geval van vragen kunt u contact opnemen met Niels Bartels, manager communicatie, via tel. (071) 524 0960 of via e-mail.

Het leefplezierplan krijgt vorm

Het leefplezierplan krijgt vorm

De wensen en verlangens van verpleeghuisbewoners als vertrekpunt nemen van de dagelijkse zorg en ondersteuning, dat doen we in het pilot-project Leefplezierplan voor de zorg. Leyden Academy is in april 2017 gestart met dit experiment in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Gedurende twee jaar doen in totaal tien zorgorganisaties mee, verspreid over heel Nederland. In elke organisatie trainen we een team om hun bewoners beter te leren kennen en om naast de medische en praktische behoeften vooral ook ruimte te maken voor individuele wensen – van vertrouwde dagelijkse rituelen tot diep gekoesterde verlangens. En als je de dagelijkse zorg meer dan nu afstemt op de persoonlijke wensen en verlangens van mensen, kun je dan als zorgmedewerker ook laten zien wat je toevoegt aan hun kwaliteit van leven?

We zijn inmiddels halverwege het experiment: vijf instellingen hebben alle trainingen doorlopen, de volgende vijf zijn komend jaar aan de beurt. Wat kunnen we al vertellen over onze ervaringen?

1. We zien de kwaliteit van zorg echt verbeteren
Hier is het ons en VWS om te doen: meer leefplezier voor de bewoners, tevreden familieleden en naasten, medewerkers die met meer plezier hun werk doen. Merken zij al verschil? We durven te stellen dat dit zo is. We proeven het enthousiasme in de teams en zien talloze mooie voorbeelden van persoonsgerichte zorg op basis van een (door medewerkers zelf ontwikkeld) leefplezierplan. Geen incidentele ervaringen, maar een brede positieve beweging. Dit valt niet te staven met harde cijfers; het gaat hier om een andere dimensie van kwaliteit. Niet de kwaliteit zoals je die terugziet in lijstjes, op basis van indicatoren die je kunt tellen, meten en afvinken (het normatieve kader). Wij kijken juist naar de kwaliteit die blijkt uit de ervaringen en verhalen van de betrokkenen die meestal ontstaan in relaties met anderen (het narratieve kader). Kwaliteit maak je in dit kader bijvoorbeeld zichtbaar met een persoonlijk verhaal over een ervaring die bewoner, naaste en medewerker met elkaar delen of een foto van een bowlingavondje: het team ontdekte dat een bewoner dit altijd zo graag deed, waarop ze weer eens met hem naar de bowlingbaan gingen. Dit is de kwaliteit van zorg die we in de pilot zichtbaar willen maken.

2. Het leefplezierplan krijgt vorm
We hebben in het afgelopen jaar een concept-leefplezierplan ontwikkeld dat een eenvoudig format kent van zes onderdelen. Het omvat het kennen van de persoon aan de normatieve kant (beperkingen, behoeften, zorg) en aan de narratieve kant (wie is deze persoon, wat is nu belangrijk en wie zijn nu belangrijk voor hem of haar?). En wat deze kennis betekent voor wat je nu wel en niet (meer) doet. Ten slotte is er ruimte in het leefplezierplan voor de dilemma’s die je in de praktijk kunt tegenkomen, als (normatieve en narratieve) waarden met elkaar botsen. En voor het vastleggen van ervaringen die iets zeggen over kwaliteit van zorg. De deelnemende zorgorganisaties hebben het plan mede vormgegeven zodat het nu al goed blijkt te werken. Het is ook handzaam: zes compacte onderdelen in plaats van een dossier of zorgleefplan dat bestaat uit 64 vellen. Het staat ook de volgende vijf instellingen vrij om het format van het leefplezierplan aan te passen, we hopen dat deze basis ook voor hun plezierig blijkt te werken.

3. De trainingen staan inhoudelijk goed in de steigers
De trainingen worden door de teams tot dusver als waardevol en nuttig ervaren, zo blijkt uit de feedback. Dit geldt zowel voor de trainingen die de teams krijgen in het beter leren kennen van de bewoners, het werken met het leefplezierplan en het betrekken van de belangrijke anderen van de bewoners, als voor de groepstrainingen die we geven om het gedachtegoed te verbreden in de organisatie. Er kunnen in het komende jaar bij de volgende vijf instellingen ongetwijfeld nog blokken bij komen en accenten worden verschoven, maar de trainingen staan inhoudelijk goed in de steigers. Het hoe kan nog wel veranderen, zeker als straks grote groepen zorgprofessionals de trainingen gaan volgen. Hoe kunnen we die effectief trainen? Kunnen we bepaalde modules online aanbieden? Wat we al wel merken, is dat het goed bevalt om meteen met de teams aan de slag te gaan. We steken al vanaf de eerste sessie de handen uit de mouwen, in plaats van de nadruk te leggen op kennisoverdracht.

4. Met dingen stoppen is moeilijker dan nieuwe dingen starten
Wat we ook ervaren in de pilot tot dusver, is dat het niet zo eenvoudig blijkt om ruimte te bevechten voor activiteiten die aansluiten bij de wensen en verlangens van bewoners. Dit komt deels omdat we dit experiment uitvoeren terwijl zorgmedewerkers ook nog de bestaande procedures volgen. Hun reactie is vaak dat zij meer tijd of personeel nodig hebben als zij uitgaan van de verlangens van bewoners in hun dagelijkse zorg. Dat is begrijpelijk vanuit het gevoel dat onze werkwijze bovenop de huidige werkwijze komt. Wij hebben echter ook gezien dat er ruimte vrij kan komen wanneer zorgmedewerkers minder tijd besteden aan werkzaamheden die niet bijdragen aan het leefplezier van bewoners. Alleen blijkt het in de praktijk veel moeilijker om dingen niet meer te doen dan nieuwe dingen te ondernemen.

Hoe nu verder?
In april organiseren we een besloten conferentie in Leiden voor de deelnemende organisaties en direct betrokkenen en in mei een kleinschalig overleg met beleidsmatig betrokkenen over de toekomst van het leefplezierplan. Het pilot-project zetten we voort bij de volgende vijf zorgorganisaties, dit wordt naar verwachting begin 2019 afgerond. Beoogd eindproduct is een minimale standaard leefplezierplan, dat volgens alle deelnemende organisaties geschikt is voor een brede implementatie. In een eindrapport delen we onze bevindingen over de randvoorwaarden voor een succesvolle invoering van het werken aan het leefplezier van bewoners. Voor de toekomst zetten we in op zowel een opschaalbaar trainings- en implementatietraject als een nieuwe methodiek van verantwoording van kwaliteit.

Wilt u op de hoogte blijven van het pilot-project Leefplezierplan voor de zorg? Stuur een e-mail naar Ellen Plasmeijer.