Wetenschappelijke publicatie over onderzoek kunst in de zorg

Wetenschappelijke publicatie over onderzoek kunst in de zorg

Wat is de impact van actieve kunstparticipatie op de kwaliteit van leven van ouderen? Op 29 juni jl. deelden we de resultaten van de landelijke studie die wij hiernaar uitvoerden in samenwerking met Amsterdam UMC en met ondersteuning van ZonMw. In augustus 2021 is het eerste wetenschappelijke artikel gepubliceerd naar aanleiding van deze studie, in een special issue van het wetenschappelijke tijdschrift International Journal of Environmental Research and Public Health. Het artikel ‘The Value of Active Arts Engagement on Health and Well-Being of Older Adults: A Nation-Wide Participatory Study’ kunt u hier lezen.

Aanleiding voor de studie was dat steeds meer onderzoek uitwijst dat actieve kunstparticipatie de gezondheid en het welbevinden van ouderen kan verbeteren, maar dat het wetenschappelijk bewijs hiervoor nog gefragmenteerd was. Het ontbrak nog aan inzicht in de waarde van kunst vanuit het perspectief van ouderen en een holistische kijk op gezondheid en welzijn. Ons onderzoek had tot doel de bredere waarde te onderzoeken vanuit de perceptie van ouderen zelf, maar ook van kunstenaars, zorgmedewerkers en beleidsmakers. We bestudeerden hiertoe 18 participatieve kunstprojecten (dans, muziek, zang, theater, beeldende kunst, video en spoken word) voor thuiswonende ouderen en bewoners van verpleeghuizen. In deze studie hebben we een participatief design gevolgd met op verhalen en kunst gebaseerde methoden. We verzamelden microverhalen van ouderen en hun (in)formele verzorgers (n = 470).

De bevindingen tonen aan dat kunstparticipatie volgens de deelnemers resulteerde in (1) positieve gevoelens, (2) persoonlijke en artistieke groei, en (3) meer betekenisvolle sociale interacties. Hiermee is aangetoond dat op kunst gebaseerde praktijken het welbevinden en de kwaliteit van leven van ouderen bevorderen. Deze studie benadrukt de intrinsieke waarde van kunstparticipatie en heeft implicaties voor onderzoek en evaluatie.

Het artikel ‘The Value of Active Arts Engagement on Health and Well-Being of Older Adults: A Nation-Wide Participatory Study’ door Barbara de Groot, Lieke de Kock, Yosheng Liu, Christine Dedding, Janine Schrijver, Truus Teunissen, Margo van Hartingsveldt, Jan Menderink, Yvonne Lengams, Jolanda Lindenberg en Tineke Abma verscheen in augustus 2021 in het International Journal of Environmental Research and Public Health.

Bezoek voor meer informatie de website www.kunstindezorg.com en abonneer u op de nieuwsbrief.

Nieuwe hoogleraar wil perspectief ouderen laten meetellen in zorg en samenleving

Nieuwe hoogleraar wil perspectief ouderen laten meetellen in zorg en samenleving

Er valt nog veel te verbeteren wat betreft de bijdrage aan en deelname van ouderen in de zorg en de samenleving, aldus directeur van Leyden Academy on Vitality and Ageing Tineke Abma. “Dit kunnen we bevorderen door ruimte te maken voor de stem en het perspectief van ouderen.“ Abma is per 1 juli 2021 benoemd tot Leidse hoogleraar Ouderenparticipatie.

“We worden steeds ouder, en krijgen er ook meer vitale jaren bij”, vertelt Abma. “Daarom zitten veel ouderen nog vol levenslust als ze met pensioen gaan.” Uit onderzoek weet Abma dat deze groep graag met de samenleving verbonden wil blijven en hun stem wil laten horen. “Daar wordt alleen niet altijd naar geluisterd.” Zo sprak ze een vrouw van in de tachtig die nog graag vrijwilligerswerk wilde doen, maar dat dit door haar omgeving werd afgeraden omdat het te belastend zou zijn. “Terwijl het ouderen juist veel vreugde en zelfvertrouwen kan geven.” Volgens Abma een typisch voorbeeld van dat er vaak voor in plaats van met ouderen wordt gedacht.

Wat is goede zorg?
Het onderzoek van Abma focust zich op de participatie van ouderen in de zorg, bij organisaties en in het onderzoek. “In de zorg zien we dat verpleeghuizen steeds meer bezig zijn met persoonsgerichte zorg. Er wordt dan met de bewoner, familie en professional gekeken naar wat voor die persoon belangrijk was en is, en hoe dat nog kan worden gerealiseerd.” Toch wijst de praktijk uit dat professionals zich nog vaak laten leiden door algemene standaarden.” Participatie in de zorg is dan ook een grote uitdaging, meent Abma. “Hoofdzakelijk omdat er meerdere perspectieven bij elkaar komen en betrokkenen uiteenlopende opvattingen kunnen hebben over wat goede zorg is.”

Ouderen betrekken
Samen met haar team wil Abma het onderzoek naar participatie in verpleeghuizen uitbreiden. De hoogleraar vindt het daarbij belangrijk dat er niet alleen onderzoek naar ouderen wordt gedaan, maar juist ook mét ouderen. “Wij zouden zoveel mogelijk op een inclusieve manier onderzoek moeten doen”, aldus Abma. Zo bestaat het onderzoeksteam dat de impact van kunstactiviteiten op de gezondheid en het welbevinden van ouderen bestudeert, naast onderzoekers vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines en kunstenaars ook uit ouderen die erop toezien dat hun perspectief centraal staat. “Het zit in het DNA van Leyden Academy om in onze onderzoeken en projecten de stem en het perspectief van ouderen als vertrekpunt te nemen. Dat heeft mij ook altijd gedreven in mijn wetenschappelijke werk.”

Mantelzangers
Waar Abma’s onderzoek zich deels richt op vitale ouderen, is er ook een grote groep die zich om verschillende redenen verbaal minder goed kunnen uitdrukken. Bijvoorbeeld mensen met dementie of afasie. “We dreigen hun perspectief te missen omdat het moeilijk is om toegang tot hun belevingswereld te krijgen. Door gebruik te maken van creatieve onderzoeksmethodes kunnen we de ‘stem’ van deze groep mogelijk wel laten horen. Daar wil ik me de komende jaren graag voor inzetten.”
Binnenkort start Abma met een onderzoek naar de impact van zogenoemde participatiekoren op de gezondheid en het welbevinden van ouderen met dementie. Samen met ‘mantelzangers’ zingen ouderen een klassiek repertoire en oefenen ze voor een optreden. “Tijdens een pilot hebben we al gezien dat dit een verdiepend contact en positieve gevoelens teweegbrengt, en zorgt voor persoonlijke en artistieke ontwikkeling.”

Zorg verbeteren
Abma hoopt haar participatieve onderzoeksmethode te stimuleren onder andere onderzoekers. “Hiertoe heb ik de School for Participation opgezet. We bieden PhD-studenten cursussen over het verrichten van onderzoek mét mensen.” In deze lijn heeft Abma samen met hoogleraar Medische Besliskunde Anne Stiggelbout een groep bestaande uit patiënten, verpleegkundigen en artsen uit het LUMC bijeengebracht om de inbreng en ervaringsdeskundigheid van patiënten te verhogen en de zorg te verbeteren.

Versteviging
Tineke Abma werkt als hoogleraar Participatie & Diversiteit aan Amsterdam UMC (VU Medisch Centrum) en werd eind 2019 aangesteld als directeur-bestuurder van Leyden Academy. Ze hoopt met haar benoeming als bijzonder hoogleraar in het LUMC de samenwerking tussen beide Leidse organisaties verder te versterken. “Mijn doel is om samen met andere hoogleraren in het LUMC onderzoek en onderwijs uit te bouwen. Ik kijk uit naar een plezierige samenwerking.”

De Telegraaf: Wie wil nog naar een verpleeghuis?

De Telegraaf: Wie wil nog naar een verpleeghuis?

Hoe kijken ouderen naar een overstap naar het verpleeghuis? En is dit beeld veranderd door de coronacrisis? In dagblad De Telegraaf worden deze vragen vandaag verkend.

Margreet (81) uit Leiden en Cor (87) uit Den Haag wonen beiden nog zelfstandig en zien zo’n verhuizing absoluut niet zitten: “Ik ben heel erg gehecht aan mijn vrijheid”. Ervaringsdeskundige Wouter van Fessem (97) woont in woonzorgcentrum Roomburgh en zorgt voor een positief tegengeluid: “Ik had wel in mijn huis kunnen blijven, niet zo ver hier vandaan. Maar ik wilde toch liever hier naartoe, waar ik niet alleen ben.”

Hoogleraar Tineke Abma legt namens Leyden Academy uit dat de beeldvorming over wonen in het verpleeghuis al langer negatief is, mede door enkele incidenten die breed werden uitgemeten in de media. Maar er is in de sector al jarenlang een brede beweging gaande gericht op het leefplezier van bewoners en persoonsgerichte zorg: “Er is meer aandacht voor de bewoners en hun familie, voor persoonlijk contact, een praatje en leuke activiteiten zoals een muziekavond. De individuele wensen en verlangens van de bewoner en een betekenisvol einde van het leven staan nu voorop.”

Het Telegraaf-artikel ‘Wie wil nog naar een verpleeghuis?’ is geschreven door Arianne Mantel en Chris Ververs. U kunt het artikel lezen op de website van de Telegraaf of via deze link.

Cor deelde eerder zijn ervaringen in coronatijd op ons verhalenplatform Wij & corona. Wouter komt ook aan het woord in onze videoserie Vraag het onze wetenschappers. En wellicht herkent u Margreet als het ‘gezicht’ van Leyden Academy in 2021?

Eén van de initiatieven gericht op het verleggen van de aandacht van de medische behoeften van verpleeghuisbewoners naar hun wensen en verlangens, is ons onderzoek Leefplezierplan voor de zorg. U leest er hier meer over.

Vraag het onze wetenschappers: over participatie van ouderen

Vraag het onze wetenschappers: over participatie van ouderen

In de videoserie Vraag het onze wetenschappers beantwoorden we ingezonden vragen over vitaal en betekenisvol ouder worden. In de derde aflevering geeft hoogleraar Participatie en Diversiteit Tineke Abma antwoord op de vraag die Sabriye Karacan ons stuurde: ‘Hoe belangrijk is de participatie van ouderen voor hun kwaliteit van leven?’.

U kunt de video (4 minuten) bekijken op YouTube. Hieronder vindt u meer achtergrondinformatie en lees- en kijktips.

Sociale participatie van ouderen
Veel mensen zijn en blijven actief na hun pensionering en willen zeggenschap en regie behouden over hun leven. Dat wordt ‘sociale participatie’ genoemd. Actieve deelname aan de samenleving varieert van het oppassen op de kleinkinderen tot aan theaterbezoek, lid zijn van een vereniging en het doen van vrijwilligerswerk. Uit een studie van het CBS in 2018 bleek dat 9 op de 10 ouderen actief blijft. Dit geeft aan dat het overgrote deel van de ouderen middenin de samenleving staat, en ontkracht het stereotiepe beeld dat ouderen inactief zouden zijn en zich terugtrekken uit de samenleving.

Participatie en gezondheid
Er zijn veel studies gedaan naar het verband tussen sociale participatie en hoe mensen hun gezondheid en welbevinden ervaren. Het patroon dat daarin naar voren komt, is dat er een positieve relatie is: oftewel, het deelnemen aan sociale activiteiten hangt samen met een goede ervaren gezondheid en welbevinden. Uit een omvangrijke Canadese studie komt naar voren dat naarmate het aantal sociale activiteiten toenam, er een sterkere relatie was met de ervaren gezondheid en tevredenheid over het leven. Ouderen geven aan een sterke behoefte te hebben om te blijven deelnemen. Ertoe doen, erbij horen en sociale ondersteuning spelen hierin een belangrijk rol.

Participatie vraagt om ruimte
Participatie is als een tango-dans, het is een tweezijdig proces. Het vraagt niet alleen iets van degene die deelneemt, maar ook van de omgeving die participatie al dan niet mogelijk maakt. Het ruimte geven en maken voor de participatie van ouderen is nog voor verbetering vatbaar, blijkt telkens weer. Te vaak wordt er nog gedacht voor ouderen, en worden beslissingen genomen zonder hen daarin te betrekken. Dit gebeurde ook bij het bepalen van de coronamaatregelen, stelde Tineke Abma in april 2021 vast in het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken. Stereotiepe beeldvorming over de ouderdom, met een beeld van de oudere als passief en niet in staat om richting te geven aan het eigen leven, speelt hierin een rol. Hoe kom je tot een echte dialoog met ouderen, bijvoorbeeld tussen professional en bewoner in de ouderenzorg? Ruimte maken voor het verschil in perspectief en ervaring tussen ouderen en professionals is daarbij de sleutel, zo schreven Tineke Abma en Susan Woelders eind 2020 in tijdschrift Gerōn.

Van formele inspraak naar directe zeggenschap
Participatie omvat ook beleidsbeïnvloeding door inspraak en medezeggenschap. Deze inspraak heeft zich de afgelopen jaren sterk ontwikkeld: van formele zeggenschap gebaseerd op de Wet van de medezeggenschap via cliëntenraden naar aanvullende, eigentijdse vormen van meer directe en rechtstreekse vormen van zeggenschap. U zag in de video bijvoorbeeld de innovatieve tool Tante Co voorbij komen. Tijdens de conferentie ‘Een nieuwe generatie ouderen langer thuis’ op 25 november 2020 vertelde Tineke Abma over deze ontwikkeling, waarna zij erover in gesprek ging met Marilyn Haimé (Raad van Ouderen) en bestuurder Anke Huppertz en bewoner Broeder Gait (De Beyart, Maastricht). U kunt deze sessie (47 min.) hier terugzien. Op 30 november 2020 ging Abma over dit onderwerp in gesprek met Jet Bussemaker, voorzitter Raad voor Volksgezondheid en Samenleving, tijdens het Landelijk Congres Cliëntenraden. Dit gesprek (21 min.) kun u hier bekijken.

SamenStem-methode
Ouderen nemen steeds meer het initiatief en formuleren zelf een agenda met thema’s die hen raken. Samen met andere stakeholders maken ze een actieplan ter verbetering van hun kwaliteit van leven. Anke Heijsman, Susan Woelders en Tineke Abma beschreven dit proces in tijdschrift Gerōn aan de hand van een voorbeeld in wooncomplex De Leeuwenhoek van Stichting Humanitas Rotterdam. Meer informatie over de SamenStem-methode om de zeggenschap en inspraak van cliënten te vergroten, vindt u op onze website.

Heeft u nog vragen of suggesties? Neem dan gerust contact op met Tineke Abma.

De eerder verschenen video’s in deze serie kunt u hier terugkijken. Wilt u de volgende afleveringen graag direct na verschijning in uw mailbox ontvangen? Stuur dan een e-mail met onderwerp ‘Aanmelding videoserie’ naar Jacqueline Leijs. Uw abonnement stopt automatisch nadat de laatste aflevering is verschenen (22 juni 2021). U kunt zich ook abonneren op ons YouTube-kanaal.

Essay ‘Erfgoed als middel’

Essay ‘Erfgoed als middel’

Behoud van erfgoed is een belangrijk doel op zichzelf, maar erfgoed kan ook een middel zijn om andere maatschappelijke doelen te bereiken, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheid, welzijn, scholing, werk, veiligheid, buurtgericht werken, burgerinitiatief, de verbonden samenleving en democratie. In het essay Erfgoed als middel (april 2021) verkent socioloog Frans Soeterbroek de maatschappelijke rol van erfgoed en welke aanknopingspunten er zijn om erfgoed in te zetten voor sociaal-maatschappelijke doelen. Het essay is geschreven voor het Faro-programma van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en is mede gebaseerd op interviews met twaalf experts, waaronder schrijver Abdelkader Benali, Jet Bussemaker (hoogleraar LUMC en voorzitter RVS), Hans Boutellier (bijzonder hoogleraar Polarisatie & Veerkracht, VU Amsterdam) en Tineke Abma, directeur Leyden Academy.

Waarde van erfgoed
De erfgoedwereld heeft volgens Soeterbeek veel te winnen bij het hervinden van zijn maatschappelijke basis. De nadruk ligt nog vooral op het behoud van historische gebouwen, objecten en tradities, maar erfgoed kan ook een middel zijn om andere doelen te behalen. Denk bijvoorbeeld aan ruimtelijke ontwikkelingen waarbij erfgoed zorgt voor kwaliteit van de leefomgeving, maar ook bij sociale en maatschappelijke vraagstukken kan erfgoed van waarde zijn en de kwaliteit van leven van mensen helpen verbeteren. Initiatieven in de praktijk laten zien dat deze benadering kansrijk is en op veel enthousiasme kan rekenen. Zo wordt erfgoed in Tilburg gebruikt om armoede te bestrijden en wordt in Amsterdam een brug geslagen tussen de stadshistorie en integratie van migranten. Wel zijn er nog veel vragen: welk effect heeft het erfgoed op de gezondheid en het welzijn van mensen? Is daar al wetenschappelijk bewijs voor? Wat werkt wel en wat werkt niet?

Nieuwe allianties
Het Faro-programma van de RCE is een verkennend programma naar de vraag hoe de uitgangspunten van het Verdrag van Faro, over de waarde van cultureel erfgoed voor de samenleving (2005) van de Raad van Europa een vertaling kunnen krijgen in de Nederlandse erfgoedpraktijk. Demissionair minister Van Engelshoven (OCW) heeft onlangs in een brief aan de Tweede Kamer aangegeven dat zij het belangrijk vindt dat de uitgangspunten van het Verdrag meer bekendheid en uitwerking krijgen, zoals het ondersteunen van burgerinitiatieven en het inzetten van de sociale waarde van erfgoed. In 2021 wordt een uitvoeringsagenda opgesteld in co-creatie met overheden, erfgoedinstellingen, maatschappelijke organisaties en erfgoedgemeenschappen. De bevindingen in het essay bieden hierbij aanknopingspunten om nieuwe allianties aan te gaan.

U vindt het essay op de website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Gelukkig oud worden is zinvol oud worden

Gelukkig oud worden is zinvol oud worden

Wat is de waarde van kunst en cultuur in de langdurige zorg en ondersteuning? En hoe kunnen cultuurdeelname en kunstbeoefening bijdragen aan de kwaliteit van leven van ouderen? Crétien van Kampen en Sanne Scholten, beiden met ruime kennis op dit vlak, delen hun visie vandaag in een e-magazine op de website van ZonMw: ‘Zorg gaat ook om zingeving, om een waardevol leven.’ Met een reflectie van Tineke Abma namens Leyden Academy.

Zorg en kunst kunnen elkaar nog veel meer versterken
De 80-jarige meneer Pamuk brengt zijn dagen veelal alleen door. Echt thuis in deze tijd voelt hij zich niet. Wat mist hij? Hoe krijgt hij meer zin in het leven? Dit is de rode draad in het essay ‘Gelukkig ouder worden in een veranderende samenleving. Een pleidooi voor zingeving en creativiteit’ van Crétien van Campen, wetenschappelijk onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en voorzitter van de ZonMw-programmacommissie Kunst en cultuur in de Langdurige zorg en ondersteuning.

‘Rapporten staan vaak bol van cijfers en trends, terwijl het uiteindelijk gaat om mensen en hun levensverhalen. Om ons daarvan bewust te zijn, heb ik ervoor gekozen deze – weliswaar fictieve, maar gebaseerd op onderzoeksresultaten – meneer Pamuk centraal te stellen’, licht Van Campen zijn keuze toe. In het essay verkent hij welke aspecten van het leven bijdragen aan gelukkig ouder worden.

Kunst en cultuur als motor
Volgens Van Campen zijn drie zaken daarbij van groot belang: ‘Actief blijven, niet alleen fysiek maar ook mentaal en sociaal. Betrokken blijven, jezelf onderdeel voelen van de samenleving dus. En van betekenis zijn, het gevoel hebben dat je ertoe doet. Die aspecten maken dat een mens zin heeft in het leven.’ Kunst en cultuur kunnen op al deze facetten positieve impact hebben. ‘Als een soort motor kan het uitdagen om in actie te komen. Iets creëren of ergens aan bijdragen, wellicht voor een publiek, zorgt voor betrokkenheid en geeft betekenis.’

Toch is er volgens Van Campen nog niet altijd genoeg aandacht voor de rol die kunst en cultuur binnen de langdurige zorg en ondersteuning kan spelen. ‘De verbinding tussen die werelden kan sterker. Er worden nog verschillende talen gesproken. De zorgverlener kan heel goed helpen, maar kijkt nog te vaak vanuit beperkingen. Of heeft een vast protocol om oplossingen te bieden. Voor kunst en cultuur is er geen formule of vast recept. De vorm moet aansluiten bij mensen, hun levenssituatie en biografie. De kunstenaar ziet die persoon en denkt: Hoe kan ik die uitdagen? Hoe kan ik plezier brengen?’

Wereld te winnen
Ook volgens Sanne Scholten, directeur van het LKCA (Landelijk Kennisinstituut voor Cultuureducatie en Amateurkunsten) en vicevoorzitter van de ZonMw-programmacommissie Kunst en cultuur in de Langdurige zorg en ondersteuning, is er nog een wereld te winnen op het gebied van deze verbinding. ‘Decentralisatie maakt een steviger connectie op gemeentelijk niveau mogelijk. Hoe kun je door inzet van kunst en cultuur voorkomen dat zwaardere zorg nodig is?’

Toch komt het nu in de uitvoering vaak neer op losse projecten en subsidies. ‘Enthousiastelingen die ervan zijn doordrongen dat zorg ook gaat om zingeving, om een waardevol leven, zorgen wel dat kunst en cultuur een plek krijgt. Maar daar zou het niet afhankelijk van moeten zijn. Wetenschappelijke onderzoeksresultaten kunnen het inzicht dat dit een levensbehoefte is, nog verder versterken.’

Onderwijs
Scholten hoopt dan ook dat de uitkomst van het participatief actieonderzoek ‘Kunst in de Zorg’ van Leyden Academy on Vitality and Ageing en Amsterdam UMC naar 19 kunstprojecten en programma’s zal bijdragen aan een meer structurele borging van kunst en cultuur in de langdurige zorg en ondersteuning. Daarnaast ziet zij een grotere rol voor het onderwijs. ‘Deze kennis moet niet alleen naar beleidsmakers en instellingen, maar verdient ook een plek in het onderwijs. Professionals moeten weten welke effecten kunst en cultuur hebben op welzijn en gezondheid van ouderen.’

In haar studententijd zag Scholten die effecten voor het eerst met eigen ogen. Tijdens het Smartlappenfestival zongen ouderen in een verzorgingshuis. ‘Het plezier straalde ervan af’, blikt ze terug. ‘Daar heb je eigenlijk geen onderzoek voor nodig. Bij ouderen ligt de nadruk vaak op wat niet meer lukt. Maar bij kunst gaat het om mogelijkheden.’ Ze noemt het voorbeeld van  een project voor mensen met Alzheimer. ‘Een man die altijd muziek maakte, kan dat niet meer. Maar hij kan wel samen zingen met een buddy.’

Wat kan er wél?
Van Campen beaamt het belang van kijken naar wat er wél kan met behulp van kunst en cultuur in langdurige zorg en ondersteuning. ‘Kunstenaars zijn gericht op de eigen kracht van mensen, waar liggen de mogelijkheden? Hoe kan iemand meedoen? Het aanbieden van een rollator is ook belangrijk, maar levert iets heel anders op dan meezingen in een zangkoor.’ Hij ziet creatieve oplossingen voortkomen uit samenwerkingen van kunstenaars met zorgprofessionals. ‘Zij kunnen elkaar aanvullen en helpen vanuit hun eigen kennis. Zo versterken ze elkaar. Deze kruisbestuiving mag nog een stuk intensiever.’

En nee, natuurlijk zijn kunst en cultuur  niet dé oplossingen voor alle problemen. ‘Nee, we zien het niet als het volgende medicijn. Het is juist iets heel anders. Een prikkel, en als je het mij vraagt een levensbehoefte. Niet voor niks hebben 6,4 miljoen Nederlanders er affiniteit mee. Bij eenzaamheid denken we vaak aan een gebrek aan sociale contacten, maar het gaat om betekenisvolle contacten. Kunst en cultuur kan helpen betekenis te vinden en daaruit kunnen die contacten voortkomen.’

Voldoening
Meneer Pamuk komt er in zijn essay achter dat hij het ontzettend leuk vindt weer met techniek bezig te zijn. ‘Het gaat erom iets te vinden dat zin geeft in het leven. Voor meneer Pamuk was dat techniek, voor vele anderen is kunst en cultuur onderdeel van de essentie’, stelt Van Campen. En nee, daarbij moeten we niet alleen maar denken aan het Rijksmuseum of Concertgebouw. ‘Het gaat om alles dat creatieve vaardigheden aanspreekt. Dat kan ook taarten bakken zijn, of stamboomonderzoek, als het maar voldoening geeft.’

Reflectie prof. dr. Tineke Abma, directeur Leyden Academy en hoogleraar Amsterdam UMC: “En niet onbelangrijk: kunst ráákt je”
‘In een participatief actieonderzoek onderzoeken wij – Leyden Academy en Amsterdam UMC – samen met ouderen, kunstenaars, zorgmedewerkers en vrijwilligers sinds maart 2020 de impact van kunst in de zorg op individueel, sociaal en maatschappelijk niveau. De kunstvormen lopen uiteen van theater, tot dans, muziek en beeldend werk. Inmiddels hebben we 472 micro-narratieven (korte verhaalfragmenten) verzameld bij 109 deelnemers, verspreid over 15 kunstinitiatieven en vier programma’s. Uit de eerste analyses blijkt dat kunst bijdraagt aan: a) positieve gevoelens; b) zinvol bezig zijn en blijven leren; en c) de kwaliteit van sociale interacties. Ouderen geven aan dat zij plezier hebben en vrolijk worden, en dat kunst hen helpt om zich beter te voelen. Het bezig zijn met een betekenisvolle activiteit verschaft zin, en stimuleert mensen om zich te blijven ontwikkelen. Een zanger met dementie van een Participatiekoor vertelde hoe hij aanvankelijk dacht dat hij de Erbarme Dich partituur van Bach niet kon zingen, maar vol trots ontdekte dat hij dit weldegelijk in de vingers kreeg. En een ‘mantelzanger’ ervoer zelf ook hoe betekenisvol haar rol als buddy was: ‘Je doet het met zijn allen … Ja de blijheid van de mensen. Ook na afloop! Het kan alleen maar als je verbinding met elkaar hebt.” We kijken nu naar de vraag waarom het bezig zijn met kunst impact heeft. Wat zijn de werkzame principes? Het lijkt erop dat vooral de actieve participatie belangrijk is. En niet onbelangrijk: kunst ráákt je, zoals een traan die opkomt bij een muziekstuk. Dan ervaar je dat je leeft.’

HAN-Centre for Creativity presenteert webinar Tineke Abma

HAN-Centre for Creativity presenteert webinar Tineke Abma

“Je doet het met zijn allen… Ja de blijheid van de mensen. Ook na afloop! Het kan alleen maar als je verbinding met elkaar hebt.”

Ouderen die meedoen aan culturele activiteiten zijn vaak razend enthousiast. Er zijn dan ook veel mooie initiatieven en programma’s, maar het aanbod is versnipperd en de positieve effecten en werkzame principes zijn nog nauwelijks onderzocht. Wat kunnen kunst en cultuur betekenen voor de gezondheid en het welbevinden van ouderen? In een participatief actieonderzoek onderzoeken Leyden Academy on Vitality and Ageing en Amsterdam UMC samen met ouderen, kunstenaars, zorgmedewerkers en vrijwilligers sinds maart 2020 de impact van kunst in de zorg op individueel, sociaal en maatschappelijk niveau. Inmiddels zijn er 472 micro-narratieven (korte verhaalfragmenten) verzameld bij 109 deelnemers, verspreid over vijftien kunstinitiatieven en vier programma’s.

In een webinar deelt hoogleraar Tineke Abma op donderdag 18 maart van 15.00-16.00 uur tussentijdse bevindingen vanuit wetenschappelijk onderzoek, geïllustreerd door aansprekende voorbeelden uit de praktijk. Zoals de Participatiekoren waarin mensen met dementie en ‘mantelzangers’ samen zingen. Klik hier om u in te schrijven voor deze gratis webinar.

Sociale Vraagstukken: ouderenzorg in internationaal perspectief

Sociale Vraagstukken: ouderenzorg in internationaal perspectief

Op 8 februari 2021 publiceerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) de working paper ‘Houdbare ouderenzorg – Ervaringen en lessen uit andere landen’. Deze landenstudie, uitgevoerd door een team van onderzoekers van Leyden Academy, IQ healthcare Radboudumc en Erasmus School of Health Policy & Management, brengt in kaart wat we kunnen leren van de ervaringen uit Engeland, Denemarken, Duitsland en Japan om onze ouderenzorg toekomstbestendig te houden.

Rondgang langs vier landen
Tineke Abma, samen met Elena Bendien namens Leyden Academy betrokken bij het onderzoek, schreef op verzoek van het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken het artikel ‘Hebben Engeland, Japan, Denemarken of Duitsland hun ouderenzorg beter georganiseerd?’. In dit artikel, dat vandaag is verschenen, maakt Abma een rondgang langs de vier onderzochte landen, met achtereenvolgens de Engelse focus op marktwerking, de Deense consistente visie op zorg thuis, het Japanse streven naar ‘re-familisering’ en de Duitse responsiviteit voor sentimenten uit de samenleving. En ten slotte de Hollandse zuinigheid.

Drie lessen voor Nederland
Uiteindelijk destilleert Abma uit deze rondgang drie lessen voor Nederland, met het voorbehoud dat zo’n taai vraagstuk zich niet zomaar laat oplossen: “Onze landenstudie biedt geen quick fixes. Wel laat onze studie zien dat alleen een langetermijnvisie, in een open dialoog met alle partijen besproken en ontwikkeld, voor een stabiel maatschappelijk draagvlak van het ouderenbeleid kan zorgen.”

Het artikel ‘Hebben Engeland, Japan, Denemarken of Duitsland hun ouderenzorg beter georganiseerd?’ is op 26 februari 2021 gepubliceerd op de website van het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken. Het persbericht n.a.v. de WRR working paper vindt u hier.

Landenvergelijking: houdbare ouderenzorg vereist langetermijnvisie en maatschappelijk draagvlak

Landenvergelijking: houdbare ouderenzorg vereist langetermijnvisie en maatschappelijk draagvlak

Leiden/Nijmegen/Rotterdam, 8 februari 2021 – Om de langdurige zorg voor ouderen in Nederland toekomstbestendig te maken moet de overheid een realistische langetermijnvisie ontwikkelen, in dialoog met alle belanghebbenden, als voorwaarde voor een stabiel maatschappelijk draagvlak. Dit is de belangrijkste conclusie uit de working paper ‘Houdbare ouderenzorg – Ervaringen en lessen uit andere landen’ dat vandaag is gepubliceerd door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). De landenstudie is uitgevoerd door onderzoekers van Leyden Academy on Vitality and Ageing, IQ healthcare Radboudumc en Erasmus School of Health Policy & Management (ESHPM), en vormt een achtergrondstudie bij het lopende WRR-adviestraject Houdbare Zorg.

Aanleiding en opzet onderzoek
De houdbaarheid van de langdurige zorg voor ouderen staat in Nederland al geruime tijd op de beleidsagenda. Hoe houden we deze zorg betaalbaar (financiële houdbaarheid), hoe zorgen we voor voldoende goed opgeleid personeel, ook om de kwaliteit van zorg te waarborgen (personele houdbaarheid) en hoe behouden we het draagvlak in de samenleving (maatschappelijke houdbaarheid)? Ook andere landen worstelen hiermee en hebben verschillende beleidskeuzes gemaakt om hiermee om te gaan. Door middel van literatuur- en documentonderzoek in combinatie met interviews met experts uit Denemarken, Duitsland, Engeland en Japan, hebben de onderzoekers in het rapport ervaringen uit die landen in kaart gebracht om daaruit lessen te trekken voor Nederland. Deze vier landen kennen vergelijkbare uitdagingen, zoals een vergrijzende bevolking en personeelstekorten in de zorg.

Geen pasklare oplossingen
De onderzoekers concluderen dat geen van de onderzochte landen dé oplossing heeft. Alle landen zoeken naar de ideale balans tussen financiële, personele (en kwaliteit in bredere zin) en maatschappelijke houdbaarheid. Lijken zij het op één of twee vlakken goed te doen, dan belemmert dit tegelijkertijd een andere dimensie van houdbaarheid. Zo hebben de lage lonen in de langdurige zorg in Duitsland, Engeland en Japan geleid tot slechtere kwaliteit van zorg en grotere maatschappelijke onvrede. Het duurzaam organiseren van de langdurige zorg voor ouderen blijkt een complex en taai vraagstuk waarin verschillende belangen, waarden en perspectieven gezien en gewogen moeten worden. Het hangt ook nauw samen met de culturele, historische en normatieve context, aldus onderzoeker Patrick Jeurissen (IQ healthcare): “Wat werkt in Duitsland hoeft bijvoorbeeld niet per se in Nederland te werken, en vice versa. Er zijn geen pasklare oplossingen.”

Eerst draagvlak, dan daadkracht
Uit de landenvergelijking komt naar voren dat het essentieel is om een realistische langetermijnvisie op de langdurige zorg te ontwikkelen. Er moet eerst worden geïnvesteerd in maatschappelijk draagvlak, door beleid te maken dat is geworteld in de culturele en normatieve kaders van de samenleving en daarmee de politieke waan van de dag overstijgt. Die langetermijnvisie zou in een open dialoog met alle belanghebbenden moeten worden besproken en ontwikkeld, ook om samen tot nieuwe oplossingsrichtingen te komen. Onderzoeker Tineke Abma (Leyden Academy): ”De opdracht voor beleidsmakers wordt daarmee: eerst draagvlak, dan daadkracht! En niet omgekeerd, zoals al te vaak gebeurt. We moeten met elkaar in gesprek over wat voor samenleving we met elkaar willen, zeker in de wetenschap dat in de toekomst de betaalbaarheid van de zorg nog verder onder druk komt te staan. Zo’n dialoog kan mensen ook aan het denken zetten over hoe zij zelf eigenlijk oud willen worden. Mensen denken daar nu vaak pas over na als het zover is.”

Verbeter de condities voor mantelzorg
In alle onderzochte landen, en ook in Nederland, is ‘langer thuis wonen’ het streven, zowel vanuit het oogpunt van kwaliteit als het toegankelijk houden van zorg. Hierbij wordt steeds meer inzet verwacht van mantelzorgers. Onderzoeker Iris Wallenburg (ESHPM): “Ook in Nederland hebben we daarop ingezet vanuit het ordeningsprincipe van decentralisatie, maar daar ervaren we op dit moment wel knelpunten, onder andere omdat vrouwen steeds meer zijn gaan werken. We zien dat in Denemarken de condities voor ‘langer thuis’ beter zijn geregeld, daar zouden we als Nederland van kunnen leren. Langer thuis blijft wenselijk, maar dan moeten we er wel de randvoorwaarden voor scheppen. Je kunt dit niet alleen aan de mantelzorgers overlaten.”

De working paper ‘Houdbare ouderenzorg – Ervaringen en lessen uit andere landen’ door Florien Kruse, Patrick Jeurissen (IQ healthcare Radboudumc), Tineke Abma, Elena Bendien (Leyden Academy), Iris Wallenburg en Hester van de Bovenkamp (ESHPM) is op 8 februari 2021 gepubliceerd op de website van de WRR.

Neem voor meer informatie contact op met Niels Bartels, manager communicatie Leyden Academy, via tel. (06) 3461 4817 of via e-mail.

Oudere deelnemers en participatief actieonderzoek: van uitvoeren naar initiatief nemen

Oudere deelnemers en participatief actieonderzoek: van uitvoeren naar initiatief nemen

Wat zijn de positieve effecten van participatief actieonderzoek (PAR) voor oudere deelnemers? Elena Bendien, Barbara Groot en Tineke Abma (Leyden Academy en Amsterdam UMC) deden er onderzoek naar in samenwerking met de Zeeuwse vrijwilligersorganisatie Feest van Herkenning. Eind 2020 zijn hun bevindingen gepubliceerd in het artikel Circles of impacts within and beyond participatory action research with older people in wetenschappelijk tijdschrift Ageing & Society. Het artikel focust op de diverse typen impact die het kan hebben op de deelnemende ouderen, en hun onderlinge wisselwerking.

Aanleiding en aanpak
Onderzoekers praten al lang over het positieve effect van PAR op de deelnemers en de gemeenschappen waar zij wonen en werken, maar de impact is lastig te ‘meten’. Een succesvol PAR-project brengt in eerste instantie subtiele verschuivingen teweeg in de levensopvattingen van de deelnemers. Deze verschuivingen zorgen er vervolgens voor dat de deelnemende ouderen geleidelijk aan hun mening durven te uiten, initiatief (over)nemen, van elkaar willen leren en in staat zijn op het eigen handelen als team te reflecteren. Wanneer een PAR-project succesvol is, wordt de verandering ten slotte de norm; de ouderen voeren zelfstandig acties. Dit betekent dat na het vertrek van de onderzoeker het proces van actieve participatie doorgaat.

Er zijn voorbeelden van PAR-projecten in de literatuur, maar slechts in weinig projecten waren ouderen als co-onderzoekers betrokken. Het artikel in Ageing & Society beschrijft en analyseert een project in Zeeland dat door en met ouderen is geïnitieerd en uitgevoerd. De analyse is gericht op het identificeren van de verschillende vormen van impact, namelijk de impact op het persoonlijke niveau, de impact op het teamniveau en ten slotte op het niveau van de gemeenschap waar het project is uitgevoerd.

Feest van Herkenning
Het artikel is gebaseerd op een onderzoeksproject dat in 2017 en 2018 in de provincie Zeeland werd uitgevoerd, met behulp van een subsidie van vermogensfonds FNO. De vrijwilligersorganisatie Feest van Herkenning was de onderzoekspartner. Zij zijn al zeven jaar bezig met ‘reminiscentiewerk’: met voorwerpen uit het verleden gaan vrijwilligers, vrijwel altijd oudere mensen, naar instellingen waar mensen met dementie wonen. Aan de hand van deze koffertjes met voorwerpen, zoals ouderwetse schoolspullen of kledingstukken, komen ze met mensen in gesprek, zelfs met mensen die nog maar moeizaam kunnen praten. Bekijk deze video voor een introductie. Feest van Herkenning benaderde de onderzoekers met de vraag hoe het de duurzaamheid van de organisatie kan waarborgen door meer vrijwilligers te betrekken en meer reminiscentiesessies te organiseren, ook voor thuiswonende ouderen.

Van uitvoeren naar initiatief nemen
Dankzij het participatief onderzoeksproject ontstond binnen deze organisatie een hecht team van ouderen dat in anderhalf jaar een indrukwekkend proces heeft doorgemaakt. Van de positie van voornamelijk uitvoerende vrijwilligers, groeiden zij in de rol van initiatiefnemers van projecten die vandaag in de hele provincie Zeeland bekend zijn. Zo zijn er herinneringssessies voor alle ouderen in alle regio’s van Zeeland georganiseerd, zijn nieuwe verbanden opgebouwd met andere vrijwilligersorganisaties en is de gratis herinneringskrant Zeeuws Weerzien in de provincie geïntroduceerd, een initiatief dat volledig door de vrijwilligers van dit project is ontwikkeld en uitgevoerd.

Impact op drie niveaus
In het artikel in Ageing & Society is de ontwikkeling van dit project op twee manieren gevolgd. Er wordt een narratief account gegeven van de belangrijkste fasen, vergezeld van een analyse van de impact die PAR heeft op de individuele deelnemers, op het team als geheel en op de gemeenschap waar het vrijwilligerswerk wordt uitgevoerd. In elke fase geven we voorbeelden van de complexe interactie tussen de deelnemers, het onderlinge leerproces, de kracht van een individueel voorbeeld en de co-creatie die naar aanleiding van de groeiende betrokkenheid en het gevoel van verantwoordelijkheid tot bloei is gekomen. In de discussie wordt stilgestaan bij de wijze waarop deze typen van impact elkaar kruisen en versterken, maar ook bij de hindernissen die de deelnemende ouderen ondervinden, waaronder de aangeleerde genderrollen en de fragiele gezondheid.

“De ultieme burgerparticipatie”
Onze analyse toont aan dat de impact van PAR zowel op individueel niveau als op gemeenschappelijk niveau plaatsvindt, maar belangrijker nog, dat de diverse typen impact niet los van elkaar staan en elkaar zelfs beïnvloeden. Het feit dat de impact op diverse niveaus plaatsvindt, waarborgt tevens de duurzaamheid van de positieve veranderingen. Onderzoeker Elena Bendien: “Het uitvoeren van PAR projecten met oudere co-onderzoekers vraagt veel tijd, maar het is zeer de moeite waard. De co-onderzoekers nemen op den duur de rol van community-leiders op zich. Dit is de hoogst mogelijke stap in burgerparticipatie en de allermooiste beloning voor ons als onderzoekers.”

Het artikel Circles of impacts within and beyond participatory action research with older people door Elena Bendien, Barbara Groot en Tineke Abma is op 26 oktober 2020 verschenen in het wetenschappelijke tijdschrift Ageing & Society.

Neem voor meer informatie contact op met Elena Bendien.