Samenwerking clown en zorgmedewerker

Het welbevinden van mensen met dementie wordt sterk bepaald door de kwaliteit van het contact dat zij nog hebben met mensen in hun omgeving. Beperkingen in cognitie en taal kunnen als belemmerend worden ervaren, waardoor iemand zich niet meer gezien en verbonden voelt. Er zijn inmiddels veel wetenschappelijke publicaties die aantonen dat clowns hierbij uitkomst kunnen bieden, zowel voor de ouderen, hun naasten als voor zorgmedewerkers. Door zorgverleners en clowns nauw samen te laten werken, komt het contact het beste tot zijn recht. Deze samenwerking is echter niet altijd vanzelfsprekend: over clownerie bestaan veel misverstanden en er is niet altijd een gedeeld begrip van wat de waarde van de interventie precies is. De kern van clown zijn is niet lollig doen, maar waarachtig en kwetsbaar durven zijn. Want de clown stelt al spelend regels ter discussie, en dat maakt het werk spannend en gedurfd. Want hoe kijken mensen ernaar die buiten het spel staan?

Ons onderzoek richt zich op het verbeteren van de samenwerking tussen zorgmedewerkers en clowns in de context van een verpleeghuis (zorgorganisatie Amsta in Amsterdam, locatie ZuidOostZorg). Het onderzoeksproject is ontwikkeld in samenwerking met en wordt financieel mogelijk gemaakt door Stichting CliniClowns en Red Noses International.

Neem voor meer informatie contact op met Barbara Groot.

WRR: kiezen voor houdbare (ouderen)zorg

WRR: kiezen voor houdbare (ouderen)zorg

De Nederlandse zorg presteert over het algemeen goed, maar de financiële, personele en maatschappelijke houdbaarheid staan onder druk door ontwikkelingen als de vergrijzing, de opkomst van nieuwe zorgtechnologie en de toename van het aantal chronisch zieken. Het ontbreekt aan scherpe en duidelijke keuzes van de overheid, concludeert de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) vandaag in het rapport Kiezen voor Houdbare Zorg. Mensen, middelen en maatschappelijk draagvlak. Om verdere groei van de zorg te begrenzen, moeten volgens de WRR prioriteiten worden gesteld vanuit twee uitgangspunten: waar kunnen we de meeste gezondheidswinst behalen? En in welke delen van de zorg moeten kwaliteit en toegankelijkheid versterkt worden?

Houdbare ouderenzorg
Om de inzichten en analyses in dit rapport te ondersteunen, is een aantal achtergrondstudies uitgevoerd die eerder als zelfstandige publicaties zijn verschenen. Een van deze studies betreft het rapport Houdbare ouderenzorg – Ervaringen en lessen uit andere landen, dat in februari 2021 is gepubliceerd. Deze landenstudie, die de ervaringen en geleerde lessen in kaart brengt in Denemarken, Duitsland, Engeland en Japan, is uitgevoerd door onderzoekers van Leyden Academy on Vitality and Ageing, IQ Healthcare Radboudumc en Erasmus School of Health Policy & Management (ESHPM).

Wensen en verlangens verpleeghuisbewoners
In het WRR-rapport wordt ook ingegaan op de houdbaarheid van de ouderenzorg. Als verbeterpunt wordt het systematisch bewaken en verbeteren van de kwaliteit van de zorg genoemd, met als kanttekening dat de veiligheidsnormen die op de gehele zorg worden toegepast, wellicht te rigide zijn voor verpleeg- en verzorgingshuizen. Het project Leefplezierplan voor de zorg van Leyden Academy ondersteund door het Ministerie van VWS, wordt in dit kader genoemd als voorbeeld om de wensen en verlangens van de verpleeghuisbewoners als uitgangspunt te nemen.

U vindt het rapport Kiezen voor Houdbare Zorg. Mensen, middelen en maatschappelijk draagvlak op de website van de WRR.

Samenwerken aan liefdevolle zorg


Als iemand in het verpleeghuis komt wonen, staan medewerkers klaar om de zorg van de naasten over te nemen. Om dit zo goed mogelijk te kunnen doen, is het belangrijk om de behoeften, wensen en verlangens van de bewoner goed te leren kennen. De naasten – familie, vrienden of andere belangrijke anderen – zijn onmisbaar als bron van informatie én in het streven naar leefplezier. Want voor elk mens zijn liefdevolle relaties een belangrijke bron van welbevinden. Aandacht voor de (veranderende) relatie tussen bewoners en hun naasten is dan ook voor beiden van groot belang. In de praktijk blijkt echter dat veel zorgmedewerkers nog weinig gericht zijn op de (samenwerkings)relatie met de naasten, en dat zij zich onvoldoende toegerust voelen om hiermee aan de slag te gaan.

Onder de noemer ‘Samenwerken aan liefdevolle zorg’ doen Leyden Academy en zorgorganisatie Topaz gezamenlijk onderzoek naar liefdevolle zorg in de ‘driehoek’ tussen bewoners met dementie, hun naasten en zorgmedewerkers. Dit praktijkonderzoek wordt van juni 2021 tot juni 2023 uitgevoerd binnen de locatie Zuydtwijck en bestaat uit interviews en focusgroepen. Doel is de onderlinge wisselwerking en interactie beter te begrijpen en zo de kwaliteit van zorg te kunnen verbeteren. Uit ervaringen van zorgmedewerkers blijkt namelijk dat goede afstemming en samenwerking met naasten kan bijdragen aan het welbevinden van de bewoner én van de naasten. Bovendien dragen een fijne samenwerking en goede afspraken met naasten bij aan het werkplezier van de zorgmedewerkers zelf.

“Als we iemand opnemen in het verpleeghuis, vind ik het belangrijk om de mantelzorger uit de rol van hulpverlener te halen en weer ‘naaste’ te laten zijn. Dat is moeilijk, de mantelzorger had voorheen vaak 24 uur per dag zorg. Beiden hebben we andere verwachtingen. Het is belangrijk om die uit te spreken, want soms hebben we een ander oordeel over goede zorg.”
(teamleider)

Onderzoek in en met de praktijk
Het betreft een participatief actieonderzoek, uitgevoerd in de zorgpraktijk en in nauwe samenwerking met de mensen over wie het gaat. Op basis van ervaringen van en gesprekken met zorgmedewerkers, naasten en bewoners gaan we aan de slag met de onderzoeksvraag: Hoe kunnen zorgmedewerkers en naasten samen werken aan liefdevolle zorg voor de bewoner? We onderzoeken hoe zorgmedewerkers en naasten de huidige (samenwerkings)relatie ervaren en hoe zij de gewenste situatie zien. Bewoners worden gevraagd naar hun perspectief op de zorg en de relatie met de zorgmedewerkers en hun naasten. Vervolgens zullen we zorgmedewerkers en naasten begeleiden in het gezamenlijk ontwikkelen van manieren om de samenwerking te verbeteren en werkwijzen om dit te ondersteunen. Hiermee is het onderzoek een lerend proces in de praktijk, waarbij zorgmedewerkers en naasten tijdens het onderzoek al samen werken aan verbeteringen van de (samenwerkings)relatie. Bovendien wordt in een klankbordgroep met vertegenwoordigers vanuit bewoners, naasten en zorgmedewerkers, maar ook geïnteresseerden van andere locaties van Topaz, regionale en landelijke partners en het onderwijs, een lerend proces op gang gebracht.

“Ik heb het gevoel dat ik een verschil kan maken als mantelzorger. Maar ik ben bang om irritatiepunten te benoemen richting de zorg, ik ben bang dat het zijn weerslag heeft op de zorg.”
(naaste van bewoner)

Praktijkgericht
Het onderzoek ‘Samen werken aan liefdevolle zorg’ wordt mede mogelijk gemaakt door het Zorgondersteuningsfonds, dat de toekenning van de subsidie als volgt toelichtte: “De programmacommissie vindt dit een zinvolle, sympathieke aanvraag. Er is sprake van co-creatie en het is zeer praktijkgericht. Door de gekozen methodologie implementeer je direct de resultaten uit het onderzoek. Goed aspect vindt de commissie dat de onderzoeker gespecialiseerd verzorgende is, die de gelegenheid krijgt om haar onderzoeksvaardigheden te ontwikkelen.” Binnen het onderzoek wordt ook samengewerkt met het CIV Welzijn & Zorg en Radicale Vernieuwing Waarde-vol Onderwijs, om te zorgen dat de geleerde lessen ook hun weg vinden naar het onderwijs van toekomstige zorgmedewerkers.

Neem voor meer informatie contact op met Marleen Dohmen.

Interview: ‘Stereotype benadering migrantenouderen doet geen recht aan diversiteit’

Interview: ‘Stereotype benadering migrantenouderen doet geen recht aan diversiteit’

De specifieke culturele achtergrond van ouderen met een migratieachtergrond blijkt niet bepalend te zijn voor hun zorgwensen en -behoeften. De onderlinge diversiteit is groot, waardoor wensen en behoeften heel persoonlijk zijn en mede afhangen van hoe iemand in Nederland heeft geleefd. Ook ervaren migrantenouderen problemen rondom het verkrijgen van formele basiszorg en de kwaliteit daarvan. Nina Conkova (Leyden Academy) en Marina Jonkers (Kenniscentrum Zorginnovatie, Hogeschool Rotterdam) gingen erover in gesprek met Movisie, kennisinstituut voor een samenhangende aanpak van sociale vraagstukken.

Ieder mens is anders
Het eenzijdige stereotype beeld van oudere migranten – waar ook nog steeds beleid op wordt gemaakt – klopt niet, stellen de onderzoekers. Dit geldt ook voor de ouderenzorg, waar nog vaak wordt aangenomen dat cultuurspecifieke voorzieningen veel beter zijn voor ouderen met een migratieachtergrond, omdat zo meer rekening zou worden gehouden met hun specifieke wensen en behoeften. Nina: “Wij zagen daarentegen dat er te veel wordt uitgegaan van uniformiteit en stereotype aannames, terwijl de groep ouderen heel divers is. Dat leidt vervolgens weer tot onrealistische verwachtingen over specifieke zorg voor vader of moeder, die er niet is. Het blijft gewoon een Nederlandse setting met een paar cultuurspecifieke aanpassingen, zoals halal eten of een ruimte die anders is ingericht. En dat werkt niet. Het gaat om persoonlijke aandacht en maatwerk. Ieder mens is anders.”

Sushi in het verpleeghuis
Het artikel wordt geïllustreerd door sprekende voorbeelden en treffende uitspraken. Zoals de Marokkaanse moslim die aangaf dat hij later in een verpleeghuis graag zijn religieuze gewoontes wil kunnen blijven uitvoeren, maar ook graag sushi zou willen eten. Of de Turkse meneer met dementie die een cultuurspecifieke dagbesteding bezocht waar mensen werden ingedeeld in groepen naar nationaliteit. De man werd ingedeeld bij de Turkse groep, maar ging steeds aan de wandel naar de in Nederland geboren ouderen. Meneer bleek eigenaar van een nachtclub te zijn geweest en had altijd in de horeca geleefd, tussen de Rotterdammers. Een wijze les voor de coördinator van de dagbesteding, die voortaan doorvraagt bij de intake naar hoe iemands leven eruit heeft gezien en wat iemand prettig vindt.

Lees het volledige artikel ‘Stereotype benadering van migrantenouderen doet geen recht aan diversiteit in de praktijk’ van 8 juli 2021 op de website van Movisie.

Zomervisite: betekenisvol vakantiewerk in de ouderenzorg

Zomervisite: betekenisvol vakantiewerk in de ouderenzorg

Als er al behoefte was om jong en oud in contact te brengen door iets gezelligs met elkaar te ondernemen dan is nu wel het moment. Met Zomervisite willen het Jo Visser fonds en Leyden Academy on Vitality and Ageing voor wat lichtpuntjes zorgen. We nodigen dan ook graag 16- tot 25-jarigen uit om in juli en augustus samen met een bewoner van een zorgorganisatie iets gezelligs te ondernemen.

Een klein gebaar, een groot plezier
Zomervisite is in 2017 opgezet om jongeren op een laagdrempelige manier in contact te brengen met ouderen en hun woon- en leefwereld. Tijdens 1-op-1-contact ligt de focus op welzijn en niet op zorg. Met alleen al een wandelingetje maken, koffiedrinken, een ijsje eten, een spelletje spelen, of foto’s bekijken en kletsen wordt men al erg blij. Het positieve effect is op meerdere vlakken zichtbaar: de ervaring levert jongeren voldoening en een vergoeding, het geeft de ouderen persoonlijke aandacht en interactie met jongeren, en het ondersteunt de zorgprofessionals en geeft hoop dat meer jongeren de weg naar de ouderenzorg weten te vinden. Dat alle betrokkenen het initiatief enorm waarderen, blijkt uit de vele positieve reacties en mooie verhalen die we de afgelopen jaren hebben ontvangen. “Zomervisite was heel verrassend. Het was fantastisch om te zien hoe gelukkig ik de ouderen kon maken met iets simpels als een gebakje eten.” Klik hier voor meer ervaringen.

Meer ouderen maar minder zorgprofessionals
Over het algemeen hebben jongeren een vrij negatief beeld van ouderen. Ook als het gaat om werken in de ouderenzorg. En met het groeiende aantal ouderen is dat zorgwekkend. De sleutel ligt in ontmoetingen tussen jong en oud: in persoonlijk contact ontstaat waardering en worden beelden bijgesteld. Zomervisite draagt hieraan bij, zo blijkt ook uit de ervaring van Sietske: “Aan het begin van mijn studie riep ik dat ik nooit met ouderen zou willen werken. Mijn beeld is door Zomervisite echt totaal anders.” Wat de jongeren, naast een vakantiewerkvergoeding van 6,50 euro per uur, terugkrijgen is enthousiasme en waardering. Zo verdienen ze wat bij en leren ze tegelijkertijd meer over ouderen en hun leefomgeving. Een win-winsituatie!

Samenwerking met stichting JOW!
Dit jaar worden jongeren en ouderen gekoppeld middels een door stichting JOW! ontwikkelde app. Deze app verzorgt reeds dagelijks matches en wordt goed ontvangen. We willen met deze samenwerking nog meer waardevolle, en wie weet blijvende, contacten realiseren.

Deelnemende zorgorganisaties
Dit jaar hebben zorglocaties in Amstelveen, Leiden, Naaldwijk en Vlaardingen zich aangemeld. Natuurlijk kunnen andere geïnteresseerde zorgorganisaties zich ook aanmelden. Vol is echter vol.

Ga voor meer informatie of om aan te melden naar de website van Zomervisite of mail stichting JOW!.

Executive leergang: over de organisatie van de ouderenzorg

Executive leergang: over de organisatie van de ouderenzorg

In de afgelopen week stond het derde collegeblok van onze executive leergang Goed leven, goede zorg voor ouderen in het teken van de organisatie van de ouderenzorg. Is het huidige stelsel toekomstbestendig? Hoe kan er in de zorg meer rekening worden gehouden met de individuele wensen en verlangens van cliënten en bewoners? Hoe ziet goede kwaliteit van zorg eruit, thuis en in het verpleeghuis?

Het online collegeblok omvatte onder meer een openhartige bijdrage van Jet Bussemaker, hoogleraar LUMC en voorzitter Raad voor Volksgezondheid en Samenleving, over de afstemming tussen de informele en formele zorg: “Ik was nog maar acht weken minister af toen ik fulltime mantelzorger werd.”

Patrick Jeurissen, hoogleraar Betaalbaarheid van zorg aan het Radboudumc, sprak over de houdbaarheid van de ouderenzorg in internationaal perspectief, waarna Tineke Abma het recente gezamenlijke working paper ‘Houdbare ouderenzorg – Ervaringen en lessen uit andere landen’ toelichtte.

Emeritus hoogleraar Jenny Gierveld, zelf inmiddels 82 jaar oud, gaf een college over eenzaamheid. Naast vele onderzoeksresultaten bracht ze haar ervaringen in zoals de ‘sociaal konvooi’-gedachte: het belang van het vergaren en behouden van vrienden gedurende het leven, zodat je later niet eenzaam hoeft te zijn.

Job Kievit, emeritus hoogleraar medische besliskunde, deelde zijn rijke kennis en ervaring over wat passende zorg is, en hoogleraar Anne Stiggelbout (LUMC) vertelde over shared decision-making. Bestuurder Ronald Schmidt (Cordaan) bracht een mooi gesprek op gang over de kwaliteit van zorg, en hoe om te gaan met toezichthouders. Ondernemer Jan Willem Stellingwerf nam de deelnemers ten slotte mee in de filosofie van franchiseformule De Herbergier.

De deelnemers, een twaalftal bestuurders vanuit de ouderenzorg en aanverwante sectoren, waardeerden de dagen met kwalificaties als “stof tot nadenken”, “afwisselend” en “persoonlijk geraakt”.

Het volgende collegeblok in mei heeft als thema ‘de laatste fase van het leven’. Kijk voor meer informatie over de executive leergang op de cursuspagina.

Zorg- en welzijnsprofessionals werken samen aan betere zorg voor ouderen

Zorg- en welzijnsprofessionals werken samen aan betere zorg voor ouderen

Gezondheid is meer dan een fysieke beperking. Het betekent ook lekker in je vel zitten en in balans zijn. Het zorglandschap is daarmee niet alleen de huisarts, maar bijvoorbeeld ook de fysiotherapie, de welzijnsorganisatie en de ergotherapeut. Voor ouderen kan het soms lastig zijn om hun weg in dit complexe zorglandschap te vinden. Vandaag, op Wereldgezondheidsdag, presenteren verschillende zorg- en welzijnsprofessionals de resultaten van twee pilots met als doel het verbeteren van de zorg voor ouderen in Maarssen Dorp: het geriatrisch spreekuur en het project ‘Kennisdelers’. In een actie-onderzoek samen met de betrokkenen, heeft Leyden Academy onderzocht wat de wensen, verlangens en behoeften zijn van oudere inwoners en zorgprofessionals rondom multidisciplinaire samenwerking in de eerstelijnszorg. Op basis van de positieve resultaten worden beide pilots voortgezet.

Samenwerking zorg en welzijn
Daphne de Vette, adviseur welzijn, vertelt: “De zorg voor ouderen gaat verder dan alleen medische zorg. Het gaat namelijk ook over welbevinden. In een tijd als deze, waarin onzekerheid, angst en eenzaamheid heersen, is een project waar zorg en welzijn samenkomen heel belangrijk.’’ De samenwerking heeft ook een positieve impact op de zorg- en welzijnsprofessionals zelf: ‘’Professionals werken zo efficiënter, doordat je direct met elkaar in contact staat. Je leert elkaar en elkaars werkwijzen beter kennen en daardoor neemt het werkplezier toe!’’, vertelt ergotherapeut Rinske Rebel. Huisarts Eugenie Hodes onderschrijft dat: “We maken nu veel sneller concrete plannen. Het levert een breed beeld op door met verschillende gezondheidsprofessionals te kijken naar het probleem van een patiënt.’’ Corine van Maar, projectleider, vult aan: “Met dit project willen we de samenwerking tussen zorg- en welzijnsprofessionals verder versterken. Ouderen worden hierbij actief betrokken, zodat duidelijk wordt waar hun wensen en behoeften liggen. Het zorgproject is dus voor én door ouderen.’’

Eén spreekuur
Leyden Academy deed onderzoek naar een spreekuur waarin verschillende zorgprofessionals – zoals de huisarts, de fysiotherapeut, de dementieconsulent, de thuiszorg, de praktijkondersteuner en de ergotherapeut – in één consult samen met de patiënt een behandelplan opstellen. Er blijkt onder andere uit dat patiënten zich meer gehoord voelen en daardoor ook meer openstaan voor verdere behandeling. Eén van de deelnemers, een 84-jarige dame, vertelt: “In het spreekuur vertelde ik over mijn lichamelijke beperkingen. Samen met de huisarts, de fysiotherapeut en de ergotherapeut stelde ik een behandelplan op waar ergotherapie deel van uitmaakte. Ik kreeg hulpmiddelen voor in huis, zoals een speciale stoel voor in de keuken. Daardoor kan ik mij weer vrij bewegen. Zonder het spreekuur was ik niet uitgekomen bij ergotherapie!’’

‘Kennisdelers’
De andere pilot is het project ‘Kennisdelers’. Uit onderzoek blijkt dat er bij ouderen de behoefte is om anderen te ontmoeten én ook iets te leren. Kennisdelers bestaat uit een reeks lezingen voor ouderen over onder andere gezondheidsthema’s. Daphne de Vette, adviseur welzijn, vertelt: “Ontmoeten draagt bij aan plezier en zingeving. Zorg en welzijn komen samen in dit project.”

Dit initiatief is een samenwerking van Medisch Centrum Maarssen Dorp, zorgorganisatie Careyn, Welzijn Stichtse Vecht, Centrum voor Fysiotherapie & Manuele Therapie Maarssen, Gemeente Stichtse Vecht en bewoners uit Maarssen Dorp. Het project is mogelijk gemaakt vanuit het ZonMw programma Langdurige zorg en ondersteuning voor ouderen. Het onderzoek is uitgevoerd door Leyden Academy on Vitality and Ageing.

Wilt u op de hoogte blijven, neem dan contact op met Daphne de Vette. Voor meer informatie over het onderzoek van Leyden Academy kunt u contact opnemen met Lucia Thielman.

Sociale Vraagstukken: ouderenzorg in internationaal perspectief

Sociale Vraagstukken: ouderenzorg in internationaal perspectief

Op 8 februari 2021 publiceerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) de working paper ‘Houdbare ouderenzorg – Ervaringen en lessen uit andere landen’. Deze landenstudie, uitgevoerd door een team van onderzoekers van Leyden Academy, IQ healthcare Radboudumc en Erasmus School of Health Policy & Management, brengt in kaart wat we kunnen leren van de ervaringen uit Engeland, Denemarken, Duitsland en Japan om onze ouderenzorg toekomstbestendig te houden.

Rondgang langs vier landen
Tineke Abma, samen met Elena Bendien namens Leyden Academy betrokken bij het onderzoek, schreef op verzoek van het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken het artikel ‘Hebben Engeland, Japan, Denemarken of Duitsland hun ouderenzorg beter georganiseerd?’. In dit artikel, dat vandaag is verschenen, maakt Abma een rondgang langs de vier onderzochte landen, met achtereenvolgens de Engelse focus op marktwerking, de Deense consistente visie op zorg thuis, het Japanse streven naar ‘re-familisering’ en de Duitse responsiviteit voor sentimenten uit de samenleving. En ten slotte de Hollandse zuinigheid.

Drie lessen voor Nederland
Uiteindelijk destilleert Abma uit deze rondgang drie lessen voor Nederland, met het voorbehoud dat zo’n taai vraagstuk zich niet zomaar laat oplossen: “Onze landenstudie biedt geen quick fixes. Wel laat onze studie zien dat alleen een langetermijnvisie, in een open dialoog met alle partijen besproken en ontwikkeld, voor een stabiel maatschappelijk draagvlak van het ouderenbeleid kan zorgen.”

Het artikel ‘Hebben Engeland, Japan, Denemarken of Duitsland hun ouderenzorg beter georganiseerd?’ is op 26 februari 2021 gepubliceerd op de website van het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken. Het persbericht n.a.v. de WRR working paper vindt u hier.

Landenvergelijking: houdbare ouderenzorg vereist langetermijnvisie en maatschappelijk draagvlak

Landenvergelijking: houdbare ouderenzorg vereist langetermijnvisie en maatschappelijk draagvlak

Leiden/Nijmegen/Rotterdam, 8 februari 2021 – Om de langdurige zorg voor ouderen in Nederland toekomstbestendig te maken moet de overheid een realistische langetermijnvisie ontwikkelen, in dialoog met alle belanghebbenden, als voorwaarde voor een stabiel maatschappelijk draagvlak. Dit is de belangrijkste conclusie uit de working paper ‘Houdbare ouderenzorg – Ervaringen en lessen uit andere landen’ dat vandaag is gepubliceerd door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). De landenstudie is uitgevoerd door onderzoekers van Leyden Academy on Vitality and Ageing, IQ healthcare Radboudumc en Erasmus School of Health Policy & Management (ESHPM), en vormt een achtergrondstudie bij het lopende WRR-adviestraject Houdbare Zorg.

Aanleiding en opzet onderzoek
De houdbaarheid van de langdurige zorg voor ouderen staat in Nederland al geruime tijd op de beleidsagenda. Hoe houden we deze zorg betaalbaar (financiële houdbaarheid), hoe zorgen we voor voldoende goed opgeleid personeel, ook om de kwaliteit van zorg te waarborgen (personele houdbaarheid) en hoe behouden we het draagvlak in de samenleving (maatschappelijke houdbaarheid)? Ook andere landen worstelen hiermee en hebben verschillende beleidskeuzes gemaakt om hiermee om te gaan. Door middel van literatuur- en documentonderzoek in combinatie met interviews met experts uit Denemarken, Duitsland, Engeland en Japan, hebben de onderzoekers in het rapport ervaringen uit die landen in kaart gebracht om daaruit lessen te trekken voor Nederland. Deze vier landen kennen vergelijkbare uitdagingen, zoals een vergrijzende bevolking en personeelstekorten in de zorg.

Geen pasklare oplossingen
De onderzoekers concluderen dat geen van de onderzochte landen dé oplossing heeft. Alle landen zoeken naar de ideale balans tussen financiële, personele (en kwaliteit in bredere zin) en maatschappelijke houdbaarheid. Lijken zij het op één of twee vlakken goed te doen, dan belemmert dit tegelijkertijd een andere dimensie van houdbaarheid. Zo hebben de lage lonen in de langdurige zorg in Duitsland, Engeland en Japan geleid tot slechtere kwaliteit van zorg en grotere maatschappelijke onvrede. Het duurzaam organiseren van de langdurige zorg voor ouderen blijkt een complex en taai vraagstuk waarin verschillende belangen, waarden en perspectieven gezien en gewogen moeten worden. Het hangt ook nauw samen met de culturele, historische en normatieve context, aldus onderzoeker Patrick Jeurissen (IQ healthcare): “Wat werkt in Duitsland hoeft bijvoorbeeld niet per se in Nederland te werken, en vice versa. Er zijn geen pasklare oplossingen.”

Eerst draagvlak, dan daadkracht
Uit de landenvergelijking komt naar voren dat het essentieel is om een realistische langetermijnvisie op de langdurige zorg te ontwikkelen. Er moet eerst worden geïnvesteerd in maatschappelijk draagvlak, door beleid te maken dat is geworteld in de culturele en normatieve kaders van de samenleving en daarmee de politieke waan van de dag overstijgt. Die langetermijnvisie zou in een open dialoog met alle belanghebbenden moeten worden besproken en ontwikkeld, ook om samen tot nieuwe oplossingsrichtingen te komen. Onderzoeker Tineke Abma (Leyden Academy): ”De opdracht voor beleidsmakers wordt daarmee: eerst draagvlak, dan daadkracht! En niet omgekeerd, zoals al te vaak gebeurt. We moeten met elkaar in gesprek over wat voor samenleving we met elkaar willen, zeker in de wetenschap dat in de toekomst de betaalbaarheid van de zorg nog verder onder druk komt te staan. Zo’n dialoog kan mensen ook aan het denken zetten over hoe zij zelf eigenlijk oud willen worden. Mensen denken daar nu vaak pas over na als het zover is.”

Verbeter de condities voor mantelzorg
In alle onderzochte landen, en ook in Nederland, is ‘langer thuis wonen’ het streven, zowel vanuit het oogpunt van kwaliteit als het toegankelijk houden van zorg. Hierbij wordt steeds meer inzet verwacht van mantelzorgers. Onderzoeker Iris Wallenburg (ESHPM): “Ook in Nederland hebben we daarop ingezet vanuit het ordeningsprincipe van decentralisatie, maar daar ervaren we op dit moment wel knelpunten, onder andere omdat vrouwen steeds meer zijn gaan werken. We zien dat in Denemarken de condities voor ‘langer thuis’ beter zijn geregeld, daar zouden we als Nederland van kunnen leren. Langer thuis blijft wenselijk, maar dan moeten we er wel de randvoorwaarden voor scheppen. Je kunt dit niet alleen aan de mantelzorgers overlaten.”

De working paper ‘Houdbare ouderenzorg – Ervaringen en lessen uit andere landen’ door Florien Kruse, Patrick Jeurissen (IQ healthcare Radboudumc), Tineke Abma, Elena Bendien (Leyden Academy), Iris Wallenburg en Hester van de Bovenkamp (ESHPM) is op 8 februari 2021 gepubliceerd op de website van de WRR.

Neem voor meer informatie contact op met Niels Bartels, manager communicatie Leyden Academy, via tel. (06) 3461 4817 of via e-mail.

Tineke Abma in Trouw: niet beschuldigen maar empathie tonen

Tineke Abma in Trouw: niet beschuldigen maar empathie tonen

Bewoners, familieleden en personeel van verpleeghuizen proberen de draad weer op te pakken na een traumatische periode. Zij ervoeren gevoelens van verdriet, angst en rouw en zagen zich met ingewikkelde morele dilemma’s geconfronteerd. We moeten die gevoelens niet onder het tapijt vegen maar bespreekbaar maken, bepleit Tineke Abma vandaag in de opinierubriek van dagblad Trouw.

We moeten niet op zoek gaan naar fouten of schuldigen, meent Abma, “maar juist empathie en mededogen tonen voor de mensen die onder heel moeilijke omstandigheden tot een afweging moesten komen, die nooit optimaal kon zijn.” Het aangaan van deze gesprekken en ‘waardenwerk’ is helpend en helend voor de toekomst.

Lees de opiniebijdrage van Tineke Abma op de website van Trouw.