Executive leergang: over de organisatie van de ouderenzorg

Executive leergang: over de organisatie van de ouderenzorg

In de afgelopen week stond het derde collegeblok van onze executive leergang Goed leven, goede zorg voor ouderen in het teken van de organisatie van de ouderenzorg. Is het huidige stelsel toekomstbestendig? Hoe kan er in de zorg meer rekening worden gehouden met de individuele wensen en verlangens van cliënten en bewoners? Hoe ziet goede kwaliteit van zorg eruit, thuis en in het verpleeghuis?

Het online collegeblok omvatte onder meer een openhartige bijdrage van Jet Bussemaker, hoogleraar LUMC en voorzitter Raad voor Volksgezondheid en Samenleving, over de afstemming tussen de informele en formele zorg: “Ik was nog maar acht weken minister af toen ik fulltime mantelzorger werd.”

Patrick Jeurissen, hoogleraar Betaalbaarheid van zorg aan het Radboudumc, sprak over de houdbaarheid van de ouderenzorg in internationaal perspectief, waarna Tineke Abma het recente gezamenlijke working paper ‘Houdbare ouderenzorg – Ervaringen en lessen uit andere landen’ toelichtte.

Emeritus hoogleraar Jenny Gierveld, zelf inmiddels 82 jaar oud, gaf een college over eenzaamheid. Naast vele onderzoeksresultaten bracht ze haar ervaringen in zoals de ‘sociaal konvooi’-gedachte: het belang van het vergaren en behouden van vrienden gedurende het leven, zodat je later niet eenzaam hoeft te zijn.

Job Kievit, emeritus hoogleraar medische besliskunde, deelde zijn rijke kennis en ervaring over wat passende zorg is, en hoogleraar Anne Stiggelbout (LUMC) vertelde over shared decision-making. Bestuurder Ronald Schmidt (Cordaan) bracht een mooi gesprek op gang over de kwaliteit van zorg, en hoe om te gaan met toezichthouders. Ondernemer Jan Willem Stellingwerf nam de deelnemers ten slotte mee in de filosofie van franchiseformule De Herbergier.

De deelnemers, een twaalftal bestuurders vanuit de ouderenzorg en aanverwante sectoren, waardeerden de dagen met kwalificaties als “stof tot nadenken”, “afwisselend” en “persoonlijk geraakt”.

Het volgende collegeblok in mei heeft als thema ‘de laatste fase van het leven’. Kijk voor meer informatie over de executive leergang op de cursuspagina.

Zorg- en welzijnsprofessionals werken samen aan betere zorg voor ouderen

Zorg- en welzijnsprofessionals werken samen aan betere zorg voor ouderen

Gezondheid is meer dan een fysieke beperking. Het betekent ook lekker in je vel zitten en in balans zijn. Het zorglandschap is daarmee niet alleen de huisarts, maar bijvoorbeeld ook de fysiotherapie, de welzijnsorganisatie en de ergotherapeut. Voor ouderen kan het soms lastig zijn om hun weg in dit complexe zorglandschap te vinden. Vandaag, op Wereldgezondheidsdag, presenteren verschillende zorg- en welzijnsprofessionals de resultaten van twee pilots met als doel het verbeteren van de zorg voor ouderen in Maarssen Dorp: het geriatrisch spreekuur en het project ‘Kennisdelers’. In een actie-onderzoek samen met de betrokkenen, heeft Leyden Academy onderzocht wat de wensen, verlangens en behoeften zijn van oudere inwoners en zorgprofessionals rondom multidisciplinaire samenwerking in de eerstelijnszorg. Op basis van de positieve resultaten worden beide pilots voortgezet.

Samenwerking zorg en welzijn
Daphne de Vette, adviseur welzijn, vertelt: “De zorg voor ouderen gaat verder dan alleen medische zorg. Het gaat namelijk ook over welbevinden. In een tijd als deze, waarin onzekerheid, angst en eenzaamheid heersen, is een project waar zorg en welzijn samenkomen heel belangrijk.’’ De samenwerking heeft ook een positieve impact op de zorg- en welzijnsprofessionals zelf: ‘’Professionals werken zo efficiënter, doordat je direct met elkaar in contact staat. Je leert elkaar en elkaars werkwijzen beter kennen en daardoor neemt het werkplezier toe!’’, vertelt ergotherapeut Rinske Rebel. Huisarts Eugenie Hodes onderschrijft dat: “We maken nu veel sneller concrete plannen. Het levert een breed beeld op door met verschillende gezondheidsprofessionals te kijken naar het probleem van een patiënt.’’ Corine van Maar, projectleider, vult aan: “Met dit project willen we de samenwerking tussen zorg- en welzijnsprofessionals verder versterken. Ouderen worden hierbij actief betrokken, zodat duidelijk wordt waar hun wensen en behoeften liggen. Het zorgproject is dus voor én door ouderen.’’

Eén spreekuur
Leyden Academy deed onderzoek naar een spreekuur waarin verschillende zorgprofessionals – zoals de huisarts, de fysiotherapeut, de dementieconsulent, de thuiszorg, de praktijkondersteuner en de ergotherapeut – in één consult samen met de patiënt een behandelplan opstellen. Er blijkt onder andere uit dat patiënten zich meer gehoord voelen en daardoor ook meer openstaan voor verdere behandeling. Eén van de deelnemers, een 84-jarige dame, vertelt: “In het spreekuur vertelde ik over mijn lichamelijke beperkingen. Samen met de huisarts, de fysiotherapeut en de ergotherapeut stelde ik een behandelplan op waar ergotherapie deel van uitmaakte. Ik kreeg hulpmiddelen voor in huis, zoals een speciale stoel voor in de keuken. Daardoor kan ik mij weer vrij bewegen. Zonder het spreekuur was ik niet uitgekomen bij ergotherapie!’’

‘Kennisdelers’
De andere pilot is het project ‘Kennisdelers’. Uit onderzoek blijkt dat er bij ouderen de behoefte is om anderen te ontmoeten én ook iets te leren. Kennisdelers bestaat uit een reeks lezingen voor ouderen over onder andere gezondheidsthema’s. Daphne de Vette, adviseur welzijn, vertelt: “Ontmoeten draagt bij aan plezier en zingeving. Zorg en welzijn komen samen in dit project.”

Dit initiatief is een samenwerking van Medisch Centrum Maarssen Dorp, zorgorganisatie Careyn, Welzijn Stichtse Vecht, Centrum voor Fysiotherapie & Manuele Therapie Maarssen, Gemeente Stichtse Vecht en bewoners uit Maarssen Dorp. Het project is mogelijk gemaakt vanuit het ZonMw programma Langdurige zorg en ondersteuning voor ouderen. Het onderzoek is uitgevoerd door Leyden Academy on Vitality and Ageing.

Wilt u op de hoogte blijven, neem dan contact op met Daphne de Vette. Voor meer informatie over het onderzoek van Leyden Academy kunt u contact opnemen met Lucia Thielman.

Sociale Vraagstukken: ouderenzorg in internationaal perspectief

Sociale Vraagstukken: ouderenzorg in internationaal perspectief

Op 8 februari 2021 publiceerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) de working paper ‘Houdbare ouderenzorg – Ervaringen en lessen uit andere landen’. Deze landenstudie, uitgevoerd door een team van onderzoekers van Leyden Academy, IQ healthcare Radboudumc en Erasmus School of Health Policy & Management, brengt in kaart wat we kunnen leren van de ervaringen uit Engeland, Denemarken, Duitsland en Japan om onze ouderenzorg toekomstbestendig te houden.

Rondgang langs vier landen
Tineke Abma, samen met Elena Bendien namens Leyden Academy betrokken bij het onderzoek, schreef op verzoek van het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken het artikel ‘Hebben Engeland, Japan, Denemarken of Duitsland hun ouderenzorg beter georganiseerd?’. In dit artikel, dat vandaag is verschenen, maakt Abma een rondgang langs de vier onderzochte landen, met achtereenvolgens de Engelse focus op marktwerking, de Deense consistente visie op zorg thuis, het Japanse streven naar ‘re-familisering’ en de Duitse responsiviteit voor sentimenten uit de samenleving. En ten slotte de Hollandse zuinigheid.

Drie lessen voor Nederland
Uiteindelijk destilleert Abma uit deze rondgang drie lessen voor Nederland, met het voorbehoud dat zo’n taai vraagstuk zich niet zomaar laat oplossen: “Onze landenstudie biedt geen quick fixes. Wel laat onze studie zien dat alleen een langetermijnvisie, in een open dialoog met alle partijen besproken en ontwikkeld, voor een stabiel maatschappelijk draagvlak van het ouderenbeleid kan zorgen.”

Het artikel ‘Hebben Engeland, Japan, Denemarken of Duitsland hun ouderenzorg beter georganiseerd?’ is op 26 februari 2021 gepubliceerd op de website van het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken. Het persbericht n.a.v. de WRR working paper vindt u hier.

Landenvergelijking: houdbare ouderenzorg vereist langetermijnvisie en maatschappelijk draagvlak

Landenvergelijking: houdbare ouderenzorg vereist langetermijnvisie en maatschappelijk draagvlak

Leiden/Nijmegen/Rotterdam, 8 februari 2021 – Om de langdurige zorg voor ouderen in Nederland toekomstbestendig te maken moet de overheid een realistische langetermijnvisie ontwikkelen, in dialoog met alle belanghebbenden, als voorwaarde voor een stabiel maatschappelijk draagvlak. Dit is de belangrijkste conclusie uit de working paper ‘Houdbare ouderenzorg – Ervaringen en lessen uit andere landen’ dat vandaag is gepubliceerd door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). De landenstudie is uitgevoerd door onderzoekers van Leyden Academy on Vitality and Ageing, IQ healthcare Radboudumc en Erasmus School of Health Policy & Management (ESHPM), en vormt een achtergrondstudie bij het lopende WRR-adviestraject Houdbare Zorg.

Aanleiding en opzet onderzoek
De houdbaarheid van de langdurige zorg voor ouderen staat in Nederland al geruime tijd op de beleidsagenda. Hoe houden we deze zorg betaalbaar (financiële houdbaarheid), hoe zorgen we voor voldoende goed opgeleid personeel, ook om de kwaliteit van zorg te waarborgen (personele houdbaarheid) en hoe behouden we het draagvlak in de samenleving (maatschappelijke houdbaarheid)? Ook andere landen worstelen hiermee en hebben verschillende beleidskeuzes gemaakt om hiermee om te gaan. Door middel van literatuur- en documentonderzoek in combinatie met interviews met experts uit Denemarken, Duitsland, Engeland en Japan, hebben de onderzoekers in het rapport ervaringen uit die landen in kaart gebracht om daaruit lessen te trekken voor Nederland. Deze vier landen kennen vergelijkbare uitdagingen, zoals een vergrijzende bevolking en personeelstekorten in de zorg.

Geen pasklare oplossingen
De onderzoekers concluderen dat geen van de onderzochte landen dé oplossing heeft. Alle landen zoeken naar de ideale balans tussen financiële, personele (en kwaliteit in bredere zin) en maatschappelijke houdbaarheid. Lijken zij het op één of twee vlakken goed te doen, dan belemmert dit tegelijkertijd een andere dimensie van houdbaarheid. Zo hebben de lage lonen in de langdurige zorg in Duitsland, Engeland en Japan geleid tot slechtere kwaliteit van zorg en grotere maatschappelijke onvrede. Het duurzaam organiseren van de langdurige zorg voor ouderen blijkt een complex en taai vraagstuk waarin verschillende belangen, waarden en perspectieven gezien en gewogen moeten worden. Het hangt ook nauw samen met de culturele, historische en normatieve context, aldus onderzoeker Patrick Jeurissen (IQ healthcare): “Wat werkt in Duitsland hoeft bijvoorbeeld niet per se in Nederland te werken, en vice versa. Er zijn geen pasklare oplossingen.”

Eerst draagvlak, dan daadkracht
Uit de landenvergelijking komt naar voren dat het essentieel is om een realistische langetermijnvisie op de langdurige zorg te ontwikkelen. Er moet eerst worden geïnvesteerd in maatschappelijk draagvlak, door beleid te maken dat is geworteld in de culturele en normatieve kaders van de samenleving en daarmee de politieke waan van de dag overstijgt. Die langetermijnvisie zou in een open dialoog met alle belanghebbenden moeten worden besproken en ontwikkeld, ook om samen tot nieuwe oplossingsrichtingen te komen. Onderzoeker Tineke Abma (Leyden Academy): ”De opdracht voor beleidsmakers wordt daarmee: eerst draagvlak, dan daadkracht! En niet omgekeerd, zoals al te vaak gebeurt. We moeten met elkaar in gesprek over wat voor samenleving we met elkaar willen, zeker in de wetenschap dat in de toekomst de betaalbaarheid van de zorg nog verder onder druk komt te staan. Zo’n dialoog kan mensen ook aan het denken zetten over hoe zij zelf eigenlijk oud willen worden. Mensen denken daar nu vaak pas over na als het zover is.”

Verbeter de condities voor mantelzorg
In alle onderzochte landen, en ook in Nederland, is ‘langer thuis wonen’ het streven, zowel vanuit het oogpunt van kwaliteit als het toegankelijk houden van zorg. Hierbij wordt steeds meer inzet verwacht van mantelzorgers. Onderzoeker Iris Wallenburg (ESHPM): “Ook in Nederland hebben we daarop ingezet vanuit het ordeningsprincipe van decentralisatie, maar daar ervaren we op dit moment wel knelpunten, onder andere omdat vrouwen steeds meer zijn gaan werken. We zien dat in Denemarken de condities voor ‘langer thuis’ beter zijn geregeld, daar zouden we als Nederland van kunnen leren. Langer thuis blijft wenselijk, maar dan moeten we er wel de randvoorwaarden voor scheppen. Je kunt dit niet alleen aan de mantelzorgers overlaten.”

De working paper ‘Houdbare ouderenzorg – Ervaringen en lessen uit andere landen’ door Florien Kruse, Patrick Jeurissen (IQ healthcare Radboudumc), Tineke Abma, Elena Bendien (Leyden Academy), Iris Wallenburg en Hester van de Bovenkamp (ESHPM) is op 8 februari 2021 gepubliceerd op de website van de WRR.

Neem voor meer informatie contact op met Niels Bartels, manager communicatie Leyden Academy, via tel. (06) 3461 4817 of via e-mail.

Tineke Abma in Trouw: niet beschuldigen maar empathie tonen

Tineke Abma in Trouw: niet beschuldigen maar empathie tonen

Bewoners, familieleden en personeel van verpleeghuizen proberen de draad weer op te pakken na een traumatische periode. Zij ervoeren gevoelens van verdriet, angst en rouw en zagen zich met ingewikkelde morele dilemma’s geconfronteerd. We moeten die gevoelens niet onder het tapijt vegen maar bespreekbaar maken, bepleit Tineke Abma vandaag in de opinierubriek van dagblad Trouw.

We moeten niet op zoek gaan naar fouten of schuldigen, meent Abma, “maar juist empathie en mededogen tonen voor de mensen die onder heel moeilijke omstandigheden tot een afweging moesten komen, die nooit optimaal kon zijn.” Het aangaan van deze gesprekken en ‘waardenwerk’ is helpend en helend voor de toekomst.

Lees de opiniebijdrage van Tineke Abma op de website van Trouw.