Open training gespreksinstrument LAVA

Open training gespreksinstrument LAVA

In nauwe samenwerking met ouderen ontwikkelde Leyden Academy het Life and Vitality Assessment (LAVA), een gespreksinstrument dat ouderen helpt om inzicht te krijgen in de thema’s die zij belangrijk vinden en in de kwaliteit van leven zoals zij die zelf ervaren. Om een indruk te krijgen kunt u de video hieronder bekijken, waarin ouderenconsulente Joannemie aan de hand van het LAVA in gesprek gaat met de 95-jarige mevrouw Wolbersen uit Den Haag.

In 2018 hebben wij een samenwerkingsovereenkomst gesloten met bureau Van Loveren & Partners. Zij verzorgen trainingen met het gespreksinstrument, zowel op locatie bij zorg- en welzijnsorganisaties als individueel. Het bureau merkt dat de vraag toeneemt en biedt daarom in het najaar van 2021 een training aan op basis van open inschrijving. Een training waarin leren van en met elkaar centraal staat, waarin deelnemers inzicht krijgen in en zelf ervaren wat het LAVA kan betekenen, voor jezelf en voor de cliënt. De training is onder meer interessant voor wijk-, regie- en kwaliteitsverpleegkundigen, professionals met een focus op welzijn/welbevinden, geestelijk verzorgers en vrijwilligers.

Bent u geïnteresseerd in het werken met dit instrument, schrijf u dan op tijd in!

Kijk voor meer informatie op de website van Van Loveren & Partners.

Samen werken aan liefdevolle zorg


Als iemand in het verpleeghuis komt wonen, staan medewerkers klaar om de zorg van de naasten over te nemen. Om dit zo goed mogelijk te kunnen doen, is het belangrijk om de behoeften, wensen en verlangens van de bewoner goed te leren kennen. De naasten – familie, vrienden of andere belangrijke anderen – zijn onmisbaar als bron van informatie én in het streven naar leefplezier. Want voor elk mens zijn liefdevolle relaties een belangrijke bron van welbevinden. Aandacht voor de (veranderende) relatie tussen bewoners en hun naasten is dan ook voor beiden van groot belang. In de praktijk blijkt echter dat veel zorgmedewerkers nog weinig gericht zijn op de (samenwerkings)relatie met de naasten, en dat zij zich onvoldoende toegerust voelen om hiermee aan de slag te gaan.

Onder de noemer ‘Samen werken aan liefdevolle zorg’ doen Leyden Academy en zorgorganisatie Topaz gezamenlijk onderzoek naar liefdevolle zorg in de ‘driehoek’ tussen bewoners met dementie, hun naasten en zorgmedewerkers. Dit praktijkonderzoek wordt van juni 2021 tot juni 2023 uitgevoerd binnen de locatie Zuydtwijck en bestaat uit interviews en focusgroepen. Doel is de onderlinge wisselwerking en interactie beter te begrijpen en zo de kwaliteit van zorg te kunnen verbeteren. Uit ervaringen van zorgmedewerkers blijkt namelijk dat goede afstemming en samenwerking met naasten kan bijdragen aan het welbevinden van de bewoner én van de naasten. Bovendien dragen een fijne samenwerking en goede afspraken met naasten bij aan het werkplezier van de zorgmedewerkers zelf.

“Als we iemand opnemen in het verpleeghuis, vind ik het belangrijk om de mantelzorger uit de rol van hulpverlener te halen en weer ‘naaste’ te laten zijn. Dat is moeilijk, de mantelzorger had voorheen vaak 24 uur per dag zorg. Beiden hebben we andere verwachtingen. Het is belangrijk om die uit te spreken, want soms hebben we een ander oordeel over goede zorg.”
(teamleider)

Onderzoek in en met de praktijk
Het betreft een participatief actieonderzoek, uitgevoerd in de zorgpraktijk en in nauwe samenwerking met de mensen over wie het gaat. Op basis van ervaringen van en gesprekken met zorgmedewerkers, naasten en bewoners gaan we aan de slag met de onderzoeksvraag: Hoe kunnen zorgmedewerkers en naasten samen werken aan liefdevolle zorg voor de bewoner? We onderzoeken hoe zorgmedewerkers en naasten de huidige (samenwerkings)relatie ervaren en hoe zij de gewenste situatie zien. Bewoners worden gevraagd naar hun perspectief op de zorg en de relatie met de zorgmedewerkers en hun naasten. Vervolgens zullen we zorgmedewerkers en naasten begeleiden in het gezamenlijk ontwikkelen van manieren om de samenwerking te verbeteren en werkwijzen om dit te ondersteunen. Hiermee is het onderzoek een lerend proces in de praktijk, waarbij zorgmedewerkers en naasten tijdens het onderzoek al samen werken aan verbeteringen van de (samenwerkings)relatie. Bovendien wordt in een klankbordgroep met vertegenwoordigers vanuit bewoners, naasten en zorgmedewerkers, maar ook geïnteresseerden van andere locaties van Topaz, regionale en landelijke partners en het onderwijs, een lerend proces op gang gebracht.

“Ik heb het gevoel dat ik een verschil kan maken als mantelzorger. Maar ik ben bang om irritatiepunten te benoemen richting de zorg, ik ben bang dat het zijn weerslag heeft op de zorg.”
(naaste van bewoner)

Praktijkgericht
Het onderzoek ‘Samen werken aan liefdevolle zorg’ wordt mede mogelijk gemaakt door het Zorgondersteuningsfonds, dat de toekenning van de subsidie als volgt toelichtte: “De programmacommissie vindt dit een zinvolle, sympathieke aanvraag. Er is sprake van co-creatie en het is zeer praktijkgericht. Door de gekozen methodologie implementeer je direct de resultaten uit het onderzoek. Goed aspect vindt de commissie dat de onderzoeker gespecialiseerd verzorgende is, die de gelegenheid krijgt om haar onderzoeksvaardigheden te ontwikkelen.” Binnen het onderzoek wordt ook samengewerkt met het CIV Welzijn & Zorg en Radicale Vernieuwing Waarde-vol Onderwijs, om te zorgen dat de geleerde lessen ook hun weg vinden naar het onderwijs van toekomstige zorgmedewerkers.

Neem voor meer informatie contact op met Marleen Dohmen.

Verantwoorden of deelgenoot maken?

Naar aanleiding van twee indringende en inspirerende bijeenkomsten met de stuurgroep van het project Leefplezierplan op locatie in juni 2021, schreef projectleider Annet van Harten deze reflectie voor de nieuwsbrief Leefplezier voor de ouderenzorg. Centraal stond de vraag hoe we omgaan met de druk om kwaliteit te verantwoorden vanuit wettelijke kaders, vooral wanneer die knellen en schuren met het streven naar persoonsgerichte zorg en het werken met het Leefplezierplan. Annet: “Mensen deelgenoot maken en open de dialoog aangaan, gaan hand in hand bij het inzicht krijgen in of er goede zorg verleend is. Doel is hierbij niet primair verantwoording afleggen, maar anderen actief betrekken bij het creëren van goede zorg. Daarmee wint een locatie vertrouwen en creëert zij partners en meedenkers.”

Sinds juni 2019 werkt Leyden Academy met Stichting Azora en Zorggroep Elde Maasduinen aan het project Leefplezierplan op locatie, in samenwerking met de zorgkantoren van Menzis en VGZ. We onderzoeken hoe een gehele zorglocatie kan werken volgens het leefplezier-gedachtegoed, wat dit oplevert en welke barrières je mogelijk tegenkomt. Een belangrijke rol is in dit project weggelegd voor de stuurgroep [zie kader], met daarin vertegenwoordigers vanuit instanties die betrokken zijn bij de inrichting van de verantwoording van de kwaliteit van de zorg, zoals de zorgkantoren, de inspectie en het Ministerie van VWS. De stuurgroep buigt zich over vragen als: in hoeverre zit de verantwoordingsinformatie die wordt gevraagd vanuit het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg, het werken volgens de Leefplezierplan-benadering op de locaties in de weg? En als dat zo is, kunnen we daar iets aan doen? Eenvoudige vragen, waar een hele denkwereld en historie achter schuilgaan.

Kwaliteitskader en leefplezier
De ouderenzorgorganisaties hebben al veel bereikt in het verleggen van de focus op fysieke zorg, naar het leefplezier, welbevinden en thuisgevoel van bewoners. Die verschuiving heeft volgens Stichting Azora en Zorggroep Elde Maasduinen plaatsgevonden ondanks de verantwoordingsplichten zoals zij die ervaren vanuit het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg. Zij ervaren die plichten als belastend omdat het verzamelen van de vereiste informatie veel tijd kost en omdat die inspanning door de zorgverleners als weinig zinvol wordt ervaren. Want wie kan er wat mee, en wie doet er wat mee? Bovendien gaat er volgens de zorgorganisaties een verkeerd signaal vanuit, namelijk: we willen controleren of jullie zorg voldoet aan de kwaliteitsnorm en zo niet, dan willen we daar sancties op kunnen zetten. De verleiding ligt dan op de loer om vooral te voldoen aan de normatieve, voor iedereen gelijke, indicatoren in plaats van zelf te blijven nadenken en de vraag te blijven stellen: “Wat is in deze situatie, voor deze persoon goede zorg?”

Kwaliteit is meervoudig en contextgebonden
Elke organisatie en zelfs locatie heeft haar eigen sterke punten: zoals veel saamhorigheid en contact, veel privacy, een nieuwe, mooie en grote persoonlijke ruimte, veel gezamenlijke voorzieningen, lekker eten en drinken, veel activiteiten, veel ruimte voor naasten, veel aandacht voor fysieke veiligheid, aparte afdelingen voor bewoners van gelijke identiteit (qua afkomst, levensovertuiging, opleiding, beroep of seksuele geaardheid), om maar wat voorbeelden te noemen. Gelukkig maar, want zo is er voor elk wat wils. Maar een dergelijke variëteit staat op gespannen voet met een uniform kader – gelijk voor iedereen. En op microniveau kunnen er ook nog verschillende ideeën bestaan bij bewoner, familielid, verzorgende of zorgkantoor over wat het goede is om te doen in de specifieke situatie van die ene cliënt. Dit maakt kwaliteit ook ongrijpbaar: het is subjectief, altijd afhankelijk van de context, en laat zich niet altijd ‘tellen’ of normeren.

Kwaliteitskader als overgangsdocument
Kwaliteit is dus meervoudig en laat zich niet zomaar vangen in cijfers en afvinklijstjes. En toch is ooit in gezamenlijkheid besloten om allerlei normatieve informatie te verzamelen. Waarom eigenlijk? Hier helpt enige historisch context. Verpleeghuizen zijn ooit ontstaan als plekken voor vanuit het ziekenhuis verplaatste zorg en hebben van daaruit de gewoontes van de ziekenhuiszorg meegenomen. Als je het huidige Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg vergelijkt met de verplichte indicatoren voor ziekenhuizen, dan worden er nog maar heel weinig indicatoren uitgevraagd en zijn er dus al grote stappen gezet. Maar vergeleken met de gehandicaptenzorg, die een meer agogische ontstaansgeschiedenis heeft, zijn het er nog steeds méér dan waarschijnlijk nodig en wenselijk is. Het Kwaliteitskader kan dan ook worden beschouwd als een overgangsdocument naar een andere zienswijze, waarin (nog) minder nadruk ligt op tellen en verantwoorden en meer op vertellen en verantwoordelijkheid op lokaal niveau.

‘Ruimtevrees’
Tegelijkertijd is er aan de kant van de zorgorganisaties sprake van ‘ruimtevrees’. Zij hebben veel meer ruimte om de verantwoordingslast te beperken, dan ze in de praktijk benutten. Die ruimte opzoeken, vraagt moed van bestuurders: moed om de onzekerheid te verdragen dat de inspectie of het zorgkantoor misschien een tik op de vingers geeft of financiële kortingen oplegt. De vraag is hoe de informatievragende partijen hierin meer comfort kunnen bieden. Een vergelijkbaar mechanisme zien we overigens binnen de hiërarchie van de eigen organisatie, waarin interne regels en verantwoording ontstaan en medewerkers ruimtevrees ervaren. Steeds opnieuw moeten zij zichzelf de vragen stellen: “Waarom moet dat eigenlijk? Van wie moet dat? En wat zou er gebeuren er als we het niet doen?”

Deelgenoot maken en dialoog aangaan
Interessant genoeg zien wij dat zorgorganisaties heel veel informatie delen die niet verplicht is, maar die ze wel zinvol vinden. Ze doen dit bijvoorbeeld door foto’s en verhalen te delen met familie en omwonenden, door nieuwsbrieven te versturen en informatieavonden te organiseren. Of door het zorgkantoor uit te nodigen om locaties te bezoeken en kennis te nemen van mooie resultaten op projecten, nieuwbouw en innovaties. Maar informatie wordt ook onbedoeld gedeeld doordat betrokkenen ter plekke zien hoe het personeel met elkaar omgaat, wat het voorzieningenniveau is, in welke staat het gebouw en de tuin verkeren, en doordat naasten ervaren dat zij betrokken worden bij de zorg. Dergelijke informatie helpt om cliënten, naasten, bestuurders en toezichthouders deelgenoot te maken van de goede zorg die op de locaties verleend wordt. Daarmee weet een ieder wat hij of zij vanuit de eigen rol kan doen om die zorg goed te houden, aan te passen aan veranderende omstandigheden en waar mogelijk nog verder te verbeteren. Het aangaan van een dialoog over wat je waarneemt, heeft hierbij een belangrijke meerwaarde. Informatie moet immers worden geduid en juist door met verschillende partijen in gesprek te gaan over wat je waarneemt, ontstaat zicht op de meervoudigheid en het ongrijpbare karakter van kwaliteit. Mensen deelgenoot maken en open de dialoog aangaan, gaan dan ook hand in hand bij het inzicht krijgen in of er goede zorg verleend is. Doel is hierbij dus niet primair verantwoording afleggen (normerend en sanctionerend), maar anderen actief betrekken bij het creëren van goede zorg. Daarmee wint een locatie vertrouwen en creëert zij partners en meedenkers.

Neem voor meer informatie contact op met Annet van Harten.

 

In de stuurgroep van het project Leefplezierplan op locatie zijn vertegenwoordigd:

  • Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ)
  • Leyden Academy on Vitality and Ageing
  • Menzis Zorgkantoor
  • Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)
  • Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)
  • Stichting Azora
  • VGZ Zorgkantoor
  • Zorggroep Elde Maasduinen
  • Zorginstituut Nederland (ZIN)

 

 

Waarde van kunst in de zorg wetenschappelijk onderbouwd

Waarde van kunst in de zorg wetenschappelijk onderbouwd

Vandaag, een roerige anderhalf jaar na de start, vond de interactieve afsluitende manifestatie plaats van het participatief actieonderzoek naar de waarde van kunst in de langdurige zorg. ZonMw financierde dit eerste grootschalige landelijke onderzoek naar Kunst in de Zorg vanuit het perspectief van ouderen zelf, maar ook van kunstenaars, zorgmedewerkers en beleidsmakers. Het voornaamste resultaat is dat kunst plezier, positiviteit en diepgaand contact brengt, en dat het uitdaagt. Leyden Academy en Amsterdam UMC geven een stevige wetenschappelijke onderbouwing en versterken hiermee de plaats van kunst binnen de zorgpraktijk én dragen bij aan de kwaliteit van leven van ouderen.

Plezier, diepgaand contact en uitdaging
In het onderzoek is vooral gekeken naar de waarde die kunstactiviteiten zoals dans, tekenen, muziek, zang, poëzie, theater en beeldende vorming in de langdurige zorg voor ouderen hebben. Hiertoe heeft het onderzoeksteam 470 verhalen opgehaald van deelnemende ouderen aan bestaande kunstinitiatieven en -programma’s en zijn er 40 observaties uitgevoerd. Hoogleraar Tineke Abma: “Deze studie laat zien dat kunst en creativiteit in de zorg heel waardevol kunnen zijn: om jezelf te kunnen uiten, je verbonden te voelen met anderen, even je beperkingen te vergeten en benaderd te worden vanuit wat je nog wél kunt. Naast ouderen onderstrepen ook zorgmedewerkers, mantelzorgers en kunstenaars de waarde van de activiteiten voor henzelf. Zij ervaren plezier, diepgaand contact en worden uitgedaagd in hun vak.”

“Pas achteraf hoorde ik dat dit een van de deelnemers had geholpen om uit de neerslachtigheid te komen. Die middagen betekenden zoveel voor hen. Het gaf ze iets heel anders om zich op te concentreren.” – Theatermaker De Rimpel

Kunst in tijden van corona
De beperkingen die de coronapandemie en de bijbehorende maatregelen met zich meebrachten, zorgden al snel voor een koerswijziging in het onderzoeksproject. Toch hebben de kunstenaars binnen de diverse programma’s en initiatieven een alternatieve, maar evengoed waardevolle, invulling aan de activiteiten kunnen geven. Want juist in deze moeilijke tijd hebben ouderen behoefte aan afleiding, inspiratie, troost en contact.

“Nu met corona komen er nog heel veel problemen natuurlijk. En je zou bijna denken voordat mensen straks een psychiater of een psycholoog nodig hebben, breng er maar een doek naartoe en een hoop penselen en verf, en laat mensen daar gewoon van genieten.” – Deelnemer aan één van de kunstinitiatieven

Publicatie voor de zintuigen
Je kunt vertellen over kunstparticipatie, maar je kunt het pas écht begrijpen als je het ervaart. Daarom is in samenwerking met kunstenaar Janine Schrijver de publicatie ‘Kunst is goud waard’ gemaakt. Dit is veel meer dan een geschreven verslag van de onderzoeksresultaten, het doet een beroep op de zintuigen en laat de lezer ervaren wat kunst kan doen. Zo kom je bijvoorbeeld via QR-codes bij de ervaringen van deelnemers. Benieuwd naar de publicatie? Klik dan hier.

Middag van beleving
Tijdens de slotmanifestatie nam theatermaker Mieke de Wit vanmiddag de digitaal aanwezigen ‘de drempel over’ in een denkbeeldig museum en danseres Floortje Rous liet de aanwezigen de waarde van dans ervaren. Vervolgens gingen de deelnemers in dialoog over foto’s van ‘voor’ en ‘na’ deelname aan een kunstactiviteit. Wat zie je? Welk gevoel roept het bij je op? Een unieke fotoreeks van ouderen uit allerlei delen van het land, van mensen met dementie, Parkinson tot ouderen die nog zelfstandig wonen. Ook de aanwezige ZonMw-directeur Véronique Timmerhuis is blij met de resultaten: “Met deze wetenschappelijke onderbouwing staan we nog sterker in onze gezamenlijke ambitie om kunst en cultuur integraal onderdeel te maken van het aanbod van zorg, ondersteuning en welzijn.” Ten slotte presenteerde Abma de bevindingen van het onderzoek en keek onder andere RVS-voorzitter Jet Bussemaker naar de toekomst van kunst in de zorg.

“In het beleid ligt vaak het accent op dat wat mensen niet meer kunnen, in tegenstelling tot bij kunst in de zorg. Laten we elkaar inspireren en deze beweging in co-creatie voortzetten.” – Jet Bussemaker

Verduurzaming
Er lijkt een momentum te zijn voor kunstprojecten voor ouderen: in de zorg is behoefte aan creativiteit, om buiten de lijntjes te kleuren, aan het ondersteunen van de bevlogenheid van medewerkers en aan vraaggericht werken. In het sociaal domein is er vraag naar het bevorderen van participatie en verbinding tussen burgers, en de cultuursector wil meer verbinding met de samenleving. “Participatieve kunst kan hierin een rol spelen! Dit alles vraagt om betere samenwerking tussen het rijk, gemeenteambtenaren, fondsen, bestuurders in zorg en welzijn, projectleiders en kunstenaars”, aldus Abma.

Unieke samenwerking
Kunst in de Zorg is gefinancierd vanuit het ZonMw-programma Kunst en Cultuur in de Langdurige zorg en ondersteuning. Dit programma is een gezamenlijk initiatief van ZonMw, Stichting RCOAK, Fonds Sluyterman van Loo en de ministeries van OCW en VWS. Het onderzoeksteam bestaat naast Leyden Academy en Amsterdam UMC uit kunstenaar Janine Schrijver (Stichting B.a.d. Rotterdam), onderzoekers vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines en ouderen die erop toezien dat hun perspectief centraal staat. Ook de Hogeschool van Amsterdam en het Verwey-Jonker Instituut maken deel uit van het bredere consortium. Verder sluit het onderzoeksproject aan op de wereldwijde beweging voor meer kunst in de zorg, ondersteund door de Wereld Gezondheidsorganisatie.

Bezoek voor meer informatie over Kunst in de Zorg en de betrokken kunstinitiatieven en -programma’s de website.

In de media
Zorgvisie, 2 juli 2021: ‘Volwaardig leven reikt voorbij het medisch model’
Zorgvisie 9 juli 2021: ‘Kunst bij Vitalis: van lullig kersje op de taart naar vast onderdeel’
Leidsch Dagblad, 14 juli 2021: ‘Ouderen bloeien op door kunst’

Sociaal werk en de verpleeghuiszorg in één oogopslag

Sociaal werk en de verpleeghuiszorg in één oogopslag

De beroepsgroep van sociaal werkers wordt vaak vergeten als het gaat om het organiseren van kwaliteit van zorg en leven. Hierdoor wordt het sociale aspect in de verpleeghuizen minder benut dan mogelijk is. De zorg voor bewoners gaat namelijk veel verder dan alleen de medische zorg. Onze afstudeerstagiaire Sanne Spanjers maakte een infographic over de toegevoegde waarde van het sociaal werk in de verpleeghuiszorg. Om deze waarde breder bekend te maken, zal deze infographic door docenten Social Work en Verpleegkunde worden verspreid onder studenten en collega-docenten van de Hogeschool Utrecht.

Sanne verrichtte in de periode februari-juni 2021 bij Leyden Academy haar afstudeeronderzoek van de opleiding Social Work. Ze onderzocht op welke manieren verpleeghuisbewoners hun ervaringen kunnen (laten) vastleggen en ontdekte dat in deze ervaringen diverse talenten, wensen of behoeften verborgen kunnen zitten. Deze ontdekkingen kunnen ingezet worden om het leefplezier van bewoners te vergroten. Als sociaal werker ziet Sanne veel mogelijkheden om verder te gaan met het inzetten van ervaringen van de bewoners of andere betrokkenen. Uit een vastgelegde ervaring kan bijvoorbeeld blijken dat een naaste moeite heeft met het omgaan van het veranderende gedrag van een bewoner. De sociaal werker kan de naaste dan ondersteuning aanbieden op een manier die voor die persoon passend is.

In de infographic is te zien dat de sociaal werker een verbindende schakel kan zijn tussen de individuele bewoners, de netwerken en de samenleving. In elke context kan de sociale professional andere kwaliteiten inzetten, zoals het ondersteunen bij rouw en verlies van de naasten of het bevorderen van de zelfregie van de bewoner door diens krachten in te zetten. Verder kan de sociaal werker een rol spelen in het organiseren van verbindingen in de omgeving, waardoor het verpleeghuis meer onderdeel uitmaakt van de samenleving. Uiteindelijk gaat het bij het sociale aspect vooral om het ertoe doen en erbij horen van de bewoner in de samenleving.

Sanne is voor haar afstudeeronderzoek bij Leyden Academy beloond met een 9.

Gratis online workshops over woonplezier

Gratis online workshops over woonplezier

Bij het ouder worden kunnen de wensen en behoeftes met betrekking tot de woning en woonomgeving veranderen. In een samenleving die gericht is op zo lang mogelijk zelfstandig wonen, is het nodig om tijdig na te denken over de keuzes die dat met zich meebrengt en de mogelijkheden die er zijn om blijvend woonplezier te ervaren. Verhuizen of de woning aanpassen? Kleiner of groener wonen? In de eigen vertrouwde buurt blijven of juist liever dichter bij voorzieningen? Aanleiding voor Leyden Academy en ZorgSaamWonen om online workshops over woonplezier te ontwikkelen en gratis aan te bieden.

Woonwensen en thuisgevoel
Deze online workshops bestaat uit een reeks van vijf e-mails, waarin deelnemers aan de slag gaan met hun (toekomstige) woonwensen. Iedere editie biedt actuele informatie en praktische kijk- en doe-opdrachten over thuisgevoel en woongeluk, woonwensen en woonvormen, leefomgeving, innovaties en toekomstperspectief. De reeks start op woensdag 8 september en wordt op 11 oktober afgesloten met een vrijblijvende, online slotbijeenkomst, met inhoudelijke presentaties en interactie om ervaringen te delen en van elkaar te leren.

Positieve invloed van woonplezier op welbevinden
De meeste woningaanpassingen om generatie-proof te kunnen wonen, gaan in op de (veronderstelde) behoeften met betrekking tot toegankelijkheid, veiligheid en hulpmiddelen. Omdat deze standaardoplossingen vaak zijn bedacht vóór ouderen en niet dóór ouderen, deed Leyden Academy in 2018 onderzoek naar het concept woonplezier. Woonplezier heeft een positieve invloed op het welbevinden, het geeft energie en zelfvertrouwen en het draagt bij aan een goed humeur, geestelijke balans en fysieke gezondheid. Woonplezier heeft daarbij drie belangrijke kenmerken:

  • Persoonlijk – het betekent voor iedereen iets anders
  • Veranderlijk – het is onderhevig aan persoonlijke- en omgevingsveranderingen
  • Interactief – met een emotionele betrokkenheid en verbinding door visite en burencontact

Meer informatie en aanmelden
Bent u 50 jaar of ouder en heeft u interesse in het onderwerp woonwensen en woonplezier? Doe mee en schrijf u in. Een vooropleiding of voorkennis is niet nodig. We bieden eenzelfde reeks van vijf edities aan voor wijkprofessionals die te maken hebben met zaken rond (plezierig) wonen en wensen van langer thuiswonende ouderen. Bijvoorbeeld voor zorg-, welzijns-, thuiszorg-, sociale wijkteam- en beleidsmedewerkers, ouderen- en verhuisadviseurs, en verhuurmakelaars. De onderwerpen van de reeks voor professionals zijn vergelijkbaar, maar meer toegespitst op de praktijk.

Doet u mee? Klik hier voor het aanmeldformulier.

Neem in geval van vragen contact op met Jacqueline Leijs via e-mail of tel. (071) 524 0960.

Vraag het onze wetenschappers: over betekenisvol leven in het verpleeghuis

Vraag het onze wetenschappers: over betekenisvol leven in het verpleeghuis

In de videoserie Vraag het onze wetenschappers beantwoorden we ingezonden vragen over vitaal en betekenisvol ouder worden. In de zesde en laatste aflevering geeft onderzoeker en medisch antropoloog Sanne Schweers antwoord op de vraag die Geert Froyen ons stuurde: ‘Hoe geef je betekenis aan het leven als je in een verpleeghuis woont?’.

U kunt de video (4 minuten) bekijken op YouTube. Hieronder vindt u achtergrondinformatie en lees- en kijktips.

Leren kennen van de bewoner
Sanne vertelt in de video dat een betekenisvol leven voor iedereen anders is. Daarom is het belangrijk om de behoeften, verlangens, gewoonten en rituelen van de cliënt goed te leren kennen. In onze onderzoeken noemen we dat ook wel aandacht voor ‘leefplezier’ en hebben we het Leefplezierplan als werkwijze ontwikkeld: u leest er meer over in dit artikel in tijdschrift Geron (2020). Voor het beter leren kennen van de bewoner zijn verschillende methodieken beschikbaar. Kennisplein Zorg voor Beter biedt een handig overzicht met diverse instrumenten en tips.

Het belang van persoonlijke relaties
Voor bijna iedereen zijn persoonlijke relaties het allerbelangrijkste in het leven. Zeker in het verpleeghuis zijn warme relaties tussen bewoner, naasten en de zorgprofessionals onmisbaar. Dat stelt ons voor een uitdaging: hoe kan de zorg zich zoveel mogelijk inzetten voor betekenisvolle ontmoetingen? Voor antwoorden op deze vraag moeten we ons niet zozeer wenden tot de medische wetenschappen; we komen dan eerder uit bij de sociale wetenschappen, bij geestelijk verzorgers en bij filosofen. Hoogleraar Diversiteit en Integratie Halleh Ghorashi (VU Amsterdam) vertelt over het werk van filosoof Emmanuel Levinas als bron van inspiratie.

Het is daarbij belangrijk om je te realiseren hoe verstorend ziekte en aandoeningen kunnen zijn voor de relaties om je heen. Dit komt indringend tot uiting in dit artikel op De Correspondent (2017) waarin mensen met dementie hun ervaringen delen.

In de zorg voor iemand die in een verpleeghuis woont is het dus belangrijk om continu die relaties centraal te zetten. Maar een goede samenwerking tussen naasten, zorgverlener en bewoner is nog niet zo eenvoudig, weten we uit het promotieonderzoek van Antoinette Bolscher naar samenwerking vanuit moreel perspectief aan de Universiteit voor Humanistiek (2018).

Leefplezier in alledaagse dingen
Een betekenisvol leven hoeft niet altijd groots en meeslepend te zijn. Dat leefplezier soms in kleine, alledaagse dingen zit, maakt Sanne in de video duidelijk aan de hand van het voorbeeld van mevrouw Uijen die graag naar kleine beestjes (en pluisjes) kijkt. In onze videoreeks Liefdevolle zorg in de praktijk komen ook mooie voorbeelden langs, zoals bewoner Henk die stapelgek is op bloemen of een spontaan dansje in de huiskamer (zie foto, met dank aan zorgorganisatie Topaz).

Zorgen kan soms ook zingen zijn, zo blijkt uit dit artikel op de Correspondent (januari 2021).

Er zijn bij rouw en verdriet
Dat wat van betekenis is, hoeft niet alleen maar positief te zijn. Juist bij mensen aan het einde van hun leven, zijn er vaak gevoelens van rouw en verdriet. Longarts Sander de Hosson schrijft mooi over hoe hij met zijn team streeft naar de beste kwaliteit van leven en sterven voor de patiënt. Zijn columns zijn gebundeld in het boek Slotcouplet (2018) en u kunt ook zijn TEDx lezing bekijken uit 2017.

Er simpelweg met aandacht zijn voor iemand, is vaak al voldoende. Dit vormt de kern van de presentietheorie van theoloog en filosoof Andries Baart. Deze benadering draait om liefdevolle aandacht voor wat mensen eigenlijk vragen, voor wat echt belangrijk is voor hen. Het gaat hierbij om erkenning van hun waardigheid als mens, en om een menslievende benadering die onvoorwaardelijk is. Lees onder meer zijn artikel Presentie en palliatieve zorg in het tijdschrift Sociale Interventie (2007).

Een complimentje doet wonderen
Als afsluitende tip geeft Sanne het advies om te investeren in de relatie met mensen die u kent in het verpleeghuis, door een praatje te maken of een complimentje te geven. Dit is fijn voor de bewoner, maar ook voor u. Studies laten zien dat iets doen voor een ander, ook een positief effect heeft op het eigen geluksgevoel. Hoe dit werkt, werd in mei 2021 treffend verwoord door komiek Jochem Myjer in de Volkskrant: maak jezelf blij door anderen voorrang te geven.

Heeft u nog vragen of suggesties? Neem dan gerust contact op met Sanne Schweers.

U kunt de gehele serie van zes video’s hier terugvinden of als afspeellijst bekijken op ons YouTube-kanaal.

De Telegraaf: Wie wil nog naar een verpleeghuis?

De Telegraaf: Wie wil nog naar een verpleeghuis?

Hoe kijken ouderen naar een overstap naar het verpleeghuis? En is dit beeld veranderd door de coronacrisis? In dagblad De Telegraaf worden deze vragen vandaag verkend.

Margreet (81) uit Leiden en Cor (87) uit Den Haag wonen beiden nog zelfstandig en zien zo’n verhuizing absoluut niet zitten: “Ik ben heel erg gehecht aan mijn vrijheid”. Ervaringsdeskundige Wouter van Fessem (97) woont in woonzorgcentrum Roomburgh en zorgt voor een positief tegengeluid: “Ik had wel in mijn huis kunnen blijven, niet zo ver hier vandaan. Maar ik wilde toch liever hier naartoe, waar ik niet alleen ben.”

Hoogleraar Tineke Abma legt namens Leyden Academy uit dat de beeldvorming over wonen in het verpleeghuis al langer negatief is, mede door enkele incidenten die breed werden uitgemeten in de media. Maar er is in de sector al jarenlang een brede beweging gaande gericht op het leefplezier van bewoners en persoonsgerichte zorg: “Er is meer aandacht voor de bewoners en hun familie, voor persoonlijk contact, een praatje en leuke activiteiten zoals een muziekavond. De individuele wensen en verlangens van de bewoner en een betekenisvol einde van het leven staan nu voorop.”

Het Telegraaf-artikel ‘Wie wil nog naar een verpleeghuis?’ is geschreven door Arianne Mantel en Chris Ververs. U kunt het artikel lezen op de website van de Telegraaf of via deze link.

Cor deelde eerder zijn ervaringen in coronatijd op ons verhalenplatform Wij & corona. Wouter komt ook aan het woord in onze videoserie Vraag het onze wetenschappers. En wellicht herkent u Margreet als het ‘gezicht’ van Leyden Academy in 2021?

Eén van de initiatieven gericht op het verleggen van de aandacht van de medische behoeften van verpleeghuisbewoners naar hun wensen en verlangens, is ons onderzoek Leefplezierplan voor de zorg. U leest er hier meer over.

Barbara Groot: “Samen onderzoeken en samen leren!”

In elke kwartaalnieuwsbrief van Leyden Academy introduceren we één van onze wetenschappelijke stafleden aan de hand van een actueel onderzoek of nieuwsfeit. In deze editie stelt Barbara Groot zich voor. Zij is ons team per 1 mei 2021 komen versterken en werkt samen met collega’s en kunstenaars aan het onderzoek naar Kunst in de Zorg, waarvan eind juni de resultaten worden gedeeld.

Barbara, kun je iets meer over Kunst in de Zorg vertellen?
“Het onderzoeksproject maakt deel uit van het ZonMw-programma Kunst en Cultuur in de Langdurige Zorg en Ondersteuning. Samen met fotograaf Janine Schrijver (Stichting B.a.d. Rotterdam), kunstenaars in den lande en ouderen zelf kijken we naar de waarde die kunstactiviteiten zoals dans, tekenen, muziek, zang, poëzie, theater en beeldende vorming in de langdurige zorg kunnen hebben. Dit doen we door bestaande kunstinitiatieven en -programma’s te beschrijven, de impact te evalueren en op zoek te gaan naar de onderliggende principes. Hiermee hopen we kunst binnen de zorgpraktijk te versterken én bij te dragen aan de kwaliteit van leven van ouderen.”

Hoe is het de kunstinitiatieven en –programma’s in de coronatijd vergaan?
“De coronacrisis legde extra de nadruk op het belang van zorg en welzijn in onze samenleving. Tegelijkertijd bracht deze tijd aan het licht dat sommige vormen van zorg onzichtbaar blijven, of niet worden erkend als zorg. Zo ook de zorg die kunstenaars leveren wanneer zij ouderen begeleiden in actieve kunstparticipatie. Natuurlijk was het schakelen, maar de kunstenaars hebben binnen de diverse programma’s en initiatieven een alternatieve, maar evengoed waardevolle, invulling aan de activiteiten kunnen geven. Want juist in deze moeilijke tijd hebben ouderen behoefte aan afleiding, inspiratie, troost en contact. Zo liet een deelnemer ons weten dat een doek, verf en penselen meer doet dan een bezoek aan een psycholoog.”

Op dinsdag 29 juni a.s. delen jullie de bevindingen in een afsluitende bijeenkomst. Kun je alvast iets met ons delen?
“Nu, een roerige anderhalf jaar later, delen we de bevindingen en onderzoeksresultaten middels een interactieve Kunst in de Zorg-manifestatie voor betrokkenen en geïnteresseerden. Janine, de betrokken fotograaf, heeft een arts-based onderzoek gedaan. Dit is een andere manier van onderzoek doen die heel waardevol is, en in de zorg vaak wordt onderbenut. In co-creatie ontstond het idee dat je kunt vertellen over kunstparticipatie, maar dat je het pas écht gaat begrijpen als je het ervaart. Dit staat dan ook centraal tijdens de eindbijeenkomst. Helaas is het wel online. In een fysieke wereld had het echt een beleving kunnen worden met allerlei soorten kunstvormen.”

Waar houd je je bij Leyden Academy verder mee bezig?
“Ik zal mijn bijdrage leveren in bestaande projecten van Leyden Academy op het vlak van participatief actieonderzoek. Hoe werk je op een goede manier samen met ouderen, hoe leer je samen met alle betrokken die het leven van ouderen kunnen verbeteren, en hoe kom je samen tot verandering?”

Tot slot een persoonlijke vraag. Wat zou jij willen bijdragen aan deze wereld de komende jaren?
“Onlangs hoorde ik dat verpleeghuisbewoners gemiddeld maar anderhalve minuut per dag buiten komen. Daar schik ik van. Zelf geloof ik dat natuurbeleving, net als kunstparticipatie, kan bijdragen aan gezondheid en welzijn. Hier zou ik me graag meer in willen verdiepen de komende jaren. Ook geloof ik dat er veel kennis zit bij ouderen als we het hebben over duurzaamheid. Onder jongeren is het thema duurzaamheid zeer actueel. Ik zou het mooi vinden om jongeren en ouderen op dit thema te verbinden. Kunstenaars zouden hier volgens mij ook veel in kunnen bijdragen. Samen onderzoeken en samen leren!”

Gratis videoreeks Thuisgeluk

In het najaar van 2021 verschijnt een educatieve videoreeks voor thuiszorgmedewerkers, praktijkondersteuners en mantelzorgers. De korte films kunnen als gesprekinstrument benut worden, en de kijkers prikkelen tot nieuwsgierigheid, creativiteit en lef, om samen de kwaliteit van zorg te verbeteren.

In de ouderenzorg is er steeds meer aandacht voor geluk, zinvol en waardevol leven, sociale relaties, kwaliteit van leven en welbevinden. Thuiszorgmedewerkers en mantelzorgers spelen hierin een belangrijke rol. Zij hebben dagelijks te maken met diversiteit onder thuiswonende ouderen, hun wensen en verlangens en de daarbij horende keuzes en afwegingen. Iedereen heeft immers andere wensen en verlangens. Hoe gaan verzorgers om met deze diversiteit? De reeks videoportretten van thuiswonende ouderen die gebruik maken van thuiszorg laten voorbeelden zien over hoe zorgmedewerkers en mantelzorgers ruimte (kunnen) maken voor de unieke verlangens en identiteit van hun cliënt.

De ca. 20 korte video’s brengen elk een herkenbare praktijksituatie in beeld, die inspireert en aanzet tot een gesprek over goede zorg. Filmen start in het najaar van 2021, na een verkennend onderzoek bij thuiszorgorganisaties en -medewerkers, thuiswonende ouderen en hun naasten. De inhoud is dus nog niet vastomlijnd, maar we schetsen een aantal mogelijke onderwerpen:

  • Leren kennen van de cliënt: wat maakt dat iemand zich thuis voelt, graag thuis woont en wat zorgt voor welbevinden en leefplezier?
  • Welke anderen dragen bij aan thuisgeluk en leefplezier? Hoe doen zij dat en wat is belangrijk in de leefomgeving?
  • Hoe kunnen ouderen, hun mantelzorger(s) en thuiszorgmedewerker(s) samen optrekken en leren van elkaar?
  • Omgaan met dilemma’s: bijvoorbeeld het wel of niet langer thuis kunnen blijven wonen. Hoe kan bij een overgang naar een verpleeghuis dat toch als thuis voelen?

Microlearning als gespreksinstrument 
We kiezen voor microlearning, een manier om lesmateriaal aan te bieden in korte, hapklare leereenheden van maximaal 1,5 minuut. Microlearning gaat vaak hand-in-hand met mobiel en video-based leren en sluit daarbij naadloos aan bij de tijdsgeest en media-ervaringen van de doelgroep. Microlearning leent zich bij uitstek voor diverse leerdoelen en toepassingen, zoals instrueren, informeren, oefenen, etc. In dit geval laat iedere video een echte situatie zien uit de dagelijkse praktijk, een illustratie van liefdevol contact tussen bewoner, familie en zorgverlener. Ieder filmpje eindigt met een vraag die mantelzorgers en thuiszorgmedewerkers uitnodigt om ermee aan de slag te gaan, met elkaar in gesprek te gaan en te leren van elkaars ervaringen.

Gratis te gebruiken
Mede dankzij de financiële steun van het Jo Visser fonds, Fonds SGS (gelieerd aan zorgverzekeraar Zilveren Kruis) en Stichting Het R.C. Maagdenhuis kunnen we de video’s ontwikkelen en gratis beschikbaar stellen. Opleiders kunnen de complete afspeellijst gebruiken of losse filmpjes als lesmateriaal inbedden in bestaande curricula, trainingen en portfolio’s (door bijvoorbeeld de video’s in het eigen leerplatform te plaatsen). Denk bij opleiders bijvoorbeeld aan:

  • thuiszorgorganisaties;
  • onderwijsinstellingen, (zelfstandige) trainers en coaches in de zorgsector;
  • mantelzorgorganisaties;
  • educatieve uitgevers in zorgonderwijs.

Eerder maakte Leyden Academy de videoreeks ‘Liefdevolle zorg in de praktijk’ over o.a. leefplezier, omgaan met dilemma’s en het leren kennen van de bewoner in het verpleeghuis. Hier vindt u de afspeellijst op YouTube.

Heeft u suggesties of wilt u meer informatie? Of wilt u worden geïnformeerd als als de videoreeks gepubliceerd wordt? Neem dan contact op met Marie-Louise Kok via tel. (071) 524 0964 of via e-mail.