Samenwerking clown en zorgmedewerker

Het welbevinden van mensen met dementie wordt sterk bepaald door de kwaliteit van het contact dat zij nog hebben met mensen in hun omgeving. Beperkingen in cognitie en taal kunnen als belemmerend worden ervaren, waardoor iemand zich niet meer gezien en verbonden voelt. Er zijn inmiddels veel wetenschappelijke publicaties die aantonen dat clowns hierbij uitkomst kunnen bieden, zowel voor de ouderen, hun naasten als voor zorgmedewerkers. Door zorgverleners en clowns nauw samen te laten werken, komt het contact het beste tot zijn recht. Deze samenwerking is echter niet altijd vanzelfsprekend: over clownerie bestaan veel misverstanden en er is niet altijd een gedeeld begrip van wat de waarde van de interventie precies is. De kern van clown zijn is niet lollig doen, maar waarachtig en kwetsbaar durven zijn. Want de clown stelt al spelend regels ter discussie, en dat maakt het werk spannend en gedurfd. Want hoe kijken mensen ernaar die buiten het spel staan?

Ons onderzoek richt zich op het verbeteren van de samenwerking tussen zorgmedewerkers en clowns in de context van een verpleeghuis (zorgorganisatie Amsta in Amsterdam, locatie ZuidOostZorg). Het onderzoeksproject is ontwikkeld in samenwerking met en wordt financieel mogelijk gemaakt door Stichting CliniClowns en Red Noses International.

In Duitsland en Oostenrijk wordt een vergelijkbaar participatief actieonderzoek uitgevoerd met clowns, medewerkers en soms ook mensen met dementie en hun naasten. We wisselen periodiek kennis uit over de aanpak en geleerde lessen.

Neem voor meer informatie contact op met Barbara Groot.

Wetenschappelijke publicatie over onderzoek kunst in de zorg

Wetenschappelijke publicatie over onderzoek kunst in de zorg

Wat is de impact van actieve kunstparticipatie op de kwaliteit van leven van ouderen? Op 29 juni jl. deelden we de resultaten van de landelijke studie die wij hiernaar uitvoerden in samenwerking met Amsterdam UMC en met ondersteuning van ZonMw. In augustus 2021 is het eerste wetenschappelijke artikel gepubliceerd naar aanleiding van deze studie, in een special issue van het wetenschappelijke tijdschrift International Journal of Environmental Research and Public Health. Het artikel ‘The Value of Active Arts Engagement on Health and Well-Being of Older Adults: A Nation-Wide Participatory Study’ kunt u hier lezen.

Aanleiding voor de studie was dat steeds meer onderzoek uitwijst dat actieve kunstparticipatie de gezondheid en het welbevinden van ouderen kan verbeteren, maar dat het wetenschappelijk bewijs hiervoor nog gefragmenteerd was. Het ontbrak nog aan inzicht in de waarde van kunst vanuit het perspectief van ouderen en een holistische kijk op gezondheid en welzijn. Ons onderzoek had tot doel de bredere waarde te onderzoeken vanuit de perceptie van ouderen zelf, maar ook van kunstenaars, zorgmedewerkers en beleidsmakers. We bestudeerden hiertoe 18 participatieve kunstprojecten (dans, muziek, zang, theater, beeldende kunst, video en spoken word) voor thuiswonende ouderen en bewoners van verpleeghuizen. In deze studie hebben we een participatief design gevolgd met op verhalen en kunst gebaseerde methoden. We verzamelden microverhalen van ouderen en hun (in)formele verzorgers (n = 470).

De bevindingen tonen aan dat kunstparticipatie volgens de deelnemers resulteerde in (1) positieve gevoelens, (2) persoonlijke en artistieke groei, en (3) meer betekenisvolle sociale interacties. Hiermee is aangetoond dat op kunst gebaseerde praktijken het welbevinden en de kwaliteit van leven van ouderen bevorderen. Deze studie benadrukt de intrinsieke waarde van kunstparticipatie en heeft implicaties voor onderzoek en evaluatie.

Het artikel ‘The Value of Active Arts Engagement on Health and Well-Being of Older Adults: A Nation-Wide Participatory Study’ door Barbara de Groot, Lieke de Kock, Yosheng Liu, Christine Dedding, Janine Schrijver, Truus Teunissen, Margo van Hartingsveldt, Jan Menderink, Yvonne Lengams, Jolanda Lindenberg en Tineke Abma verscheen in augustus 2021 in het International Journal of Environmental Research and Public Health.

Bezoek voor meer informatie de website www.kunstindezorg.com en abonneer u op de nieuwsbrief.

Waarde van herinneringen in Zin magazine

Waarde van herinneringen in Zin magazine

“Herinneringen op latere leeftijd bouwen de brug tussen wie je was en wie je bent geworden. Het ophalen van herinneringen gaat ook over het accepteren van veranderingen in je identiteit, vrede en harmonie zoeken met je huidige levensfase en het accepteren van het feit dat je toekomstperspectief korter is geworden. Als je dit kan doen, zonder angst en pessimisme, dan kom je dichter bij het ‘goed ouder worden’.”

Sociaal en cultureel gerontoloog Elena Bendien vertelt in de nieuwe editie van Zin magazine over de waarde van herinneringen, samen met onder anderen psycholoog Charlotte van Schie (University of Wollongong), psycholoog Roosje Koninckx en uitvaartbegeleider Karen Admiraal. Het artikel is geschreven door Anna Deems, met fraaie illustraties van Nelleke Verhoeff. Bestel het magazine op Zin.nl of koop het in de kiosk.

WRR: kiezen voor houdbare (ouderen)zorg

WRR: kiezen voor houdbare (ouderen)zorg

De Nederlandse zorg presteert over het algemeen goed, maar de financiële, personele en maatschappelijke houdbaarheid staan onder druk door ontwikkelingen als de vergrijzing, de opkomst van nieuwe zorgtechnologie en de toename van het aantal chronisch zieken. Het ontbreekt aan scherpe en duidelijke keuzes van de overheid, concludeert de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) vandaag in het rapport Kiezen voor Houdbare Zorg. Mensen, middelen en maatschappelijk draagvlak. Om verdere groei van de zorg te begrenzen, moeten volgens de WRR prioriteiten worden gesteld vanuit twee uitgangspunten: waar kunnen we de meeste gezondheidswinst behalen? En in welke delen van de zorg moeten kwaliteit en toegankelijkheid versterkt worden?

Houdbare ouderenzorg
Om de inzichten en analyses in dit rapport te ondersteunen, is een aantal achtergrondstudies uitgevoerd die eerder als zelfstandige publicaties zijn verschenen. Een van deze studies betreft het rapport Houdbare ouderenzorg – Ervaringen en lessen uit andere landen, dat in februari 2021 is gepubliceerd. Deze landenstudie, die de ervaringen en geleerde lessen in kaart brengt in Denemarken, Duitsland, Engeland en Japan, is uitgevoerd door onderzoekers van Leyden Academy on Vitality and Ageing, IQ Healthcare Radboudumc en Erasmus School of Health Policy & Management (ESHPM).

Wensen en verlangens verpleeghuisbewoners
In het WRR-rapport wordt ook ingegaan op de houdbaarheid van de ouderenzorg. Als verbeterpunt wordt het systematisch bewaken en verbeteren van de kwaliteit van de zorg genoemd, met als kanttekening dat de veiligheidsnormen die op de gehele zorg worden toegepast, wellicht te rigide zijn voor verpleeg- en verzorgingshuizen. Het project Leefplezierplan voor de zorg van Leyden Academy ondersteund door het Ministerie van VWS, wordt in dit kader genoemd als voorbeeld om de wensen en verlangens van de verpleeghuisbewoners als uitgangspunt te nemen.

U vindt het rapport Kiezen voor Houdbare Zorg. Mensen, middelen en maatschappelijk draagvlak op de website van de WRR.

Open training gespreksinstrument LAVA

Open training gespreksinstrument LAVA

In nauwe samenwerking met ouderen ontwikkelde Leyden Academy het Life and Vitality Assessment (LAVA), een gespreksinstrument dat ouderen helpt om inzicht te krijgen in de thema’s die zij belangrijk vinden en in de kwaliteit van leven zoals zij die zelf ervaren. Om een indruk te krijgen kunt u de video hieronder bekijken, waarin ouderenconsulente Joannemie aan de hand van het LAVA in gesprek gaat met de 95-jarige mevrouw Wolbersen uit Den Haag.

In 2018 hebben wij een samenwerkingsovereenkomst gesloten met bureau Van Loveren & Partners. Zij verzorgen trainingen met het gespreksinstrument, zowel op locatie bij zorg- en welzijnsorganisaties als individueel. Het bureau merkt dat de vraag toeneemt en biedt daarom in het najaar van 2021 een training aan op basis van open inschrijving. Een training waarin leren van en met elkaar centraal staat, waarin deelnemers inzicht krijgen in en zelf ervaren wat het LAVA kan betekenen, voor jezelf en voor de cliënt. De training is onder meer interessant voor wijk-, regie- en kwaliteitsverpleegkundigen, professionals met een focus op welzijn/welbevinden, geestelijk verzorgers en vrijwilligers.

Bent u geïnteresseerd in het werken met dit instrument, schrijf u dan op tijd in!

Kijk voor meer informatie op de website van Van Loveren & Partners.

Samenwerken aan liefdevolle zorg


Als iemand in het verpleeghuis komt wonen, staan medewerkers klaar om de zorg van de naasten over te nemen. Om dit zo goed mogelijk te kunnen doen, is het belangrijk om de behoeften, wensen en verlangens van de bewoner goed te leren kennen. De naasten – familie, vrienden of andere belangrijke anderen – zijn onmisbaar als bron van informatie én in het streven naar leefplezier. Want voor elk mens zijn liefdevolle relaties een belangrijke bron van welbevinden. Aandacht voor de (veranderende) relatie tussen bewoners en hun naasten is dan ook voor beiden van groot belang. In de praktijk blijkt echter dat veel zorgmedewerkers nog weinig gericht zijn op de (samenwerkings)relatie met de naasten, en dat zij zich onvoldoende toegerust voelen om hiermee aan de slag te gaan.

Onder de noemer ‘Samenwerken aan liefdevolle zorg’ doen Leyden Academy en zorgorganisatie Topaz gezamenlijk onderzoek naar liefdevolle zorg in de ‘driehoek’ tussen bewoners met dementie, hun naasten en zorgmedewerkers. Dit praktijkonderzoek wordt van juni 2021 tot juni 2023 uitgevoerd binnen de locatie Zuydtwijck en bestaat uit interviews en focusgroepen. Doel is de onderlinge wisselwerking en interactie beter te begrijpen en zo de kwaliteit van zorg te kunnen verbeteren. Uit ervaringen van zorgmedewerkers blijkt namelijk dat goede afstemming en samenwerking met naasten kan bijdragen aan het welbevinden van de bewoner én van de naasten. Bovendien dragen een fijne samenwerking en goede afspraken met naasten bij aan het werkplezier van de zorgmedewerkers zelf.

“Als we iemand opnemen in het verpleeghuis, vind ik het belangrijk om de mantelzorger uit de rol van hulpverlener te halen en weer ‘naaste’ te laten zijn. Dat is moeilijk, de mantelzorger had voorheen vaak 24 uur per dag zorg. Beiden hebben we andere verwachtingen. Het is belangrijk om die uit te spreken, want soms hebben we een ander oordeel over goede zorg.”
(teamleider)

Onderzoek in en met de praktijk
Het betreft een participatief actieonderzoek, uitgevoerd in de zorgpraktijk en in nauwe samenwerking met de mensen over wie het gaat. Op basis van ervaringen van en gesprekken met zorgmedewerkers, naasten en bewoners gaan we aan de slag met de onderzoeksvraag: Hoe kunnen zorgmedewerkers en naasten samen werken aan liefdevolle zorg voor de bewoner? We onderzoeken hoe zorgmedewerkers en naasten de huidige (samenwerkings)relatie ervaren en hoe zij de gewenste situatie zien. Bewoners worden gevraagd naar hun perspectief op de zorg en de relatie met de zorgmedewerkers en hun naasten. Vervolgens zullen we zorgmedewerkers en naasten begeleiden in het gezamenlijk ontwikkelen van manieren om de samenwerking te verbeteren en werkwijzen om dit te ondersteunen. Hiermee is het onderzoek een lerend proces in de praktijk, waarbij zorgmedewerkers en naasten tijdens het onderzoek al samen werken aan verbeteringen van de (samenwerkings)relatie. Bovendien wordt in een klankbordgroep met vertegenwoordigers vanuit bewoners, naasten en zorgmedewerkers, maar ook geïnteresseerden van andere locaties van Topaz, regionale en landelijke partners en het onderwijs, een lerend proces op gang gebracht.

“Ik heb het gevoel dat ik een verschil kan maken als mantelzorger. Maar ik ben bang om irritatiepunten te benoemen richting de zorg, ik ben bang dat het zijn weerslag heeft op de zorg.”
(naaste van bewoner)

Praktijkgericht
Het onderzoek ‘Samen werken aan liefdevolle zorg’ wordt mede mogelijk gemaakt door het Zorgondersteuningsfonds, dat de toekenning van de subsidie als volgt toelichtte: “De programmacommissie vindt dit een zinvolle, sympathieke aanvraag. Er is sprake van co-creatie en het is zeer praktijkgericht. Door de gekozen methodologie implementeer je direct de resultaten uit het onderzoek. Goed aspect vindt de commissie dat de onderzoeker gespecialiseerd verzorgende is, die de gelegenheid krijgt om haar onderzoeksvaardigheden te ontwikkelen.” Binnen het onderzoek wordt ook samengewerkt met het CIV Welzijn & Zorg en Radicale Vernieuwing Waarde-vol Onderwijs, om te zorgen dat de geleerde lessen ook hun weg vinden naar het onderwijs van toekomstige zorgmedewerkers.

Neem voor meer informatie contact op met Marleen Dohmen.

Verantwoorden of deelgenoot maken?

Naar aanleiding van twee indringende en inspirerende bijeenkomsten met de stuurgroep van het project Leefplezierplan op locatie in juni 2021, schreef projectleider Annet van Harten deze reflectie voor de nieuwsbrief Leefplezier voor de ouderenzorg. Centraal stond de vraag hoe we omgaan met de druk om kwaliteit te verantwoorden vanuit wettelijke kaders, vooral wanneer die knellen en schuren met het streven naar persoonsgerichte zorg en het werken met het Leefplezierplan. Annet: “Mensen deelgenoot maken en open de dialoog aangaan, gaan hand in hand bij het inzicht krijgen in of er goede zorg verleend is. Doel is hierbij niet primair verantwoording afleggen, maar anderen actief betrekken bij het creëren van goede zorg. Daarmee wint een locatie vertrouwen en creëert zij partners en meedenkers.”

Sinds juni 2019 werkt Leyden Academy met Stichting Azora en Zorggroep Elde Maasduinen aan het project Leefplezierplan op locatie, in samenwerking met de zorgkantoren van Menzis en VGZ. We onderzoeken hoe een gehele zorglocatie kan werken volgens het leefplezier-gedachtegoed, wat dit oplevert en welke barrières je mogelijk tegenkomt. Een belangrijke rol is in dit project weggelegd voor de stuurgroep [zie kader], met daarin vertegenwoordigers vanuit instanties die betrokken zijn bij de inrichting van de verantwoording van de kwaliteit van de zorg, zoals de zorgkantoren, de inspectie en het Ministerie van VWS. De stuurgroep buigt zich over vragen als: in hoeverre zit de verantwoordingsinformatie die wordt gevraagd vanuit het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg, het werken volgens de Leefplezierplan-benadering op de locaties in de weg? En als dat zo is, kunnen we daar iets aan doen? Eenvoudige vragen, waar een hele denkwereld en historie achter schuilgaan.

Kwaliteitskader en leefplezier
De ouderenzorgorganisaties hebben al veel bereikt in het verleggen van de focus op fysieke zorg, naar het leefplezier, welbevinden en thuisgevoel van bewoners. Die verschuiving heeft volgens Stichting Azora en Zorggroep Elde Maasduinen plaatsgevonden ondanks de verantwoordingsplichten zoals zij die ervaren vanuit het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg. Zij ervaren die plichten als belastend omdat het verzamelen van de vereiste informatie veel tijd kost en omdat die inspanning door de zorgverleners als weinig zinvol wordt ervaren. Want wie kan er wat mee, en wie doet er wat mee? Bovendien gaat er volgens de zorgorganisaties een verkeerd signaal vanuit, namelijk: we willen controleren of jullie zorg voldoet aan de kwaliteitsnorm en zo niet, dan willen we daar sancties op kunnen zetten. De verleiding ligt dan op de loer om vooral te voldoen aan de normatieve, voor iedereen gelijke, indicatoren in plaats van zelf te blijven nadenken en de vraag te blijven stellen: “Wat is in deze situatie, voor deze persoon goede zorg?”

Kwaliteit is meervoudig en contextgebonden
Elke organisatie en zelfs locatie heeft haar eigen sterke punten: zoals veel saamhorigheid en contact, veel privacy, een nieuwe, mooie en grote persoonlijke ruimte, veel gezamenlijke voorzieningen, lekker eten en drinken, veel activiteiten, veel ruimte voor naasten, veel aandacht voor fysieke veiligheid, aparte afdelingen voor bewoners van gelijke identiteit (qua afkomst, levensovertuiging, opleiding, beroep of seksuele geaardheid), om maar wat voorbeelden te noemen. Gelukkig maar, want zo is er voor elk wat wils. Maar een dergelijke variëteit staat op gespannen voet met een uniform kader – gelijk voor iedereen. En op microniveau kunnen er ook nog verschillende ideeën bestaan bij bewoner, familielid, verzorgende of zorgkantoor over wat het goede is om te doen in de specifieke situatie van die ene cliënt. Dit maakt kwaliteit ook ongrijpbaar: het is subjectief, altijd afhankelijk van de context, en laat zich niet altijd ‘tellen’ of normeren.

Kwaliteitskader als overgangsdocument
Kwaliteit is dus meervoudig en laat zich niet zomaar vangen in cijfers en afvinklijstjes. En toch is ooit in gezamenlijkheid besloten om allerlei normatieve informatie te verzamelen. Waarom eigenlijk? Hier helpt enige historisch context. Verpleeghuizen zijn ooit ontstaan als plekken voor vanuit het ziekenhuis verplaatste zorg en hebben van daaruit de gewoontes van de ziekenhuiszorg meegenomen. Als je het huidige Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg vergelijkt met de verplichte indicatoren voor ziekenhuizen, dan worden er nog maar heel weinig indicatoren uitgevraagd en zijn er dus al grote stappen gezet. Maar vergeleken met de gehandicaptenzorg, die een meer agogische ontstaansgeschiedenis heeft, zijn het er nog steeds méér dan waarschijnlijk nodig en wenselijk is. Het Kwaliteitskader kan dan ook worden beschouwd als een overgangsdocument naar een andere zienswijze, waarin (nog) minder nadruk ligt op tellen en verantwoorden en meer op vertellen en verantwoordelijkheid op lokaal niveau.

‘Ruimtevrees’
Tegelijkertijd is er aan de kant van de zorgorganisaties sprake van ‘ruimtevrees’. Zij hebben veel meer ruimte om de verantwoordingslast te beperken, dan ze in de praktijk benutten. Die ruimte opzoeken, vraagt moed van bestuurders: moed om de onzekerheid te verdragen dat de inspectie of het zorgkantoor misschien een tik op de vingers geeft of financiële kortingen oplegt. De vraag is hoe de informatievragende partijen hierin meer comfort kunnen bieden. Een vergelijkbaar mechanisme zien we overigens binnen de hiërarchie van de eigen organisatie, waarin interne regels en verantwoording ontstaan en medewerkers ruimtevrees ervaren. Steeds opnieuw moeten zij zichzelf de vragen stellen: “Waarom moet dat eigenlijk? Van wie moet dat? En wat zou er gebeuren er als we het niet doen?”

Deelgenoot maken en dialoog aangaan
Interessant genoeg zien wij dat zorgorganisaties heel veel informatie delen die niet verplicht is, maar die ze wel zinvol vinden. Ze doen dit bijvoorbeeld door foto’s en verhalen te delen met familie en omwonenden, door nieuwsbrieven te versturen en informatieavonden te organiseren. Of door het zorgkantoor uit te nodigen om locaties te bezoeken en kennis te nemen van mooie resultaten op projecten, nieuwbouw en innovaties. Maar informatie wordt ook onbedoeld gedeeld doordat betrokkenen ter plekke zien hoe het personeel met elkaar omgaat, wat het voorzieningenniveau is, in welke staat het gebouw en de tuin verkeren, en doordat naasten ervaren dat zij betrokken worden bij de zorg. Dergelijke informatie helpt om cliënten, naasten, bestuurders en toezichthouders deelgenoot te maken van de goede zorg die op de locaties verleend wordt. Daarmee weet een ieder wat hij of zij vanuit de eigen rol kan doen om die zorg goed te houden, aan te passen aan veranderende omstandigheden en waar mogelijk nog verder te verbeteren. Het aangaan van een dialoog over wat je waarneemt, heeft hierbij een belangrijke meerwaarde. Informatie moet immers worden geduid en juist door met verschillende partijen in gesprek te gaan over wat je waarneemt, ontstaat zicht op de meervoudigheid en het ongrijpbare karakter van kwaliteit. Mensen deelgenoot maken en open de dialoog aangaan, gaan dan ook hand in hand bij het inzicht krijgen in of er goede zorg verleend is. Doel is hierbij dus niet primair verantwoording afleggen (normerend en sanctionerend), maar anderen actief betrekken bij het creëren van goede zorg. Daarmee wint een locatie vertrouwen en creëert zij partners en meedenkers.

Neem voor meer informatie contact op met Annet van Harten.

 

In de stuurgroep van het project Leefplezierplan op locatie zijn vertegenwoordigd:

  • Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ)
  • Leyden Academy on Vitality and Ageing
  • Menzis Zorgkantoor
  • Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)
  • Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)
  • Stichting Azora
  • VGZ Zorgkantoor
  • Zorggroep Elde Maasduinen
  • Zorginstituut Nederland (ZIN)

 

 

Waarde van kunst in de zorg wetenschappelijk onderbouwd

Waarde van kunst in de zorg wetenschappelijk onderbouwd

Vandaag, een roerige anderhalf jaar na de start, vond de interactieve afsluitende manifestatie plaats van het participatief actieonderzoek naar de waarde van kunst in de langdurige zorg. ZonMw financierde dit eerste grootschalige landelijke onderzoek naar Kunst in de Zorg vanuit het perspectief van ouderen zelf, maar ook van kunstenaars, zorgmedewerkers en beleidsmakers. Het voornaamste resultaat is dat kunst plezier, positiviteit en diepgaand contact brengt, en dat het uitdaagt. Leyden Academy en Amsterdam UMC geven een stevige wetenschappelijke onderbouwing en versterken hiermee de plaats van kunst binnen de zorgpraktijk én dragen bij aan de kwaliteit van leven van ouderen.

Plezier, diepgaand contact en uitdaging
In het onderzoek is vooral gekeken naar de waarde die kunstactiviteiten zoals dans, tekenen, muziek, zang, poëzie, theater en beeldende vorming in de langdurige zorg voor ouderen hebben. Hiertoe heeft het onderzoeksteam 470 verhalen opgehaald van deelnemende ouderen aan bestaande kunstinitiatieven en -programma’s en zijn er 40 observaties uitgevoerd. Hoogleraar Tineke Abma: “Deze studie laat zien dat kunst en creativiteit in de zorg heel waardevol kunnen zijn: om jezelf te kunnen uiten, je verbonden te voelen met anderen, even je beperkingen te vergeten en benaderd te worden vanuit wat je nog wél kunt. Naast ouderen onderstrepen ook zorgmedewerkers, mantelzorgers en kunstenaars de waarde van de activiteiten voor henzelf. Zij ervaren plezier, diepgaand contact en worden uitgedaagd in hun vak.”

“Pas achteraf hoorde ik dat dit een van de deelnemers had geholpen om uit de neerslachtigheid te komen. Die middagen betekenden zoveel voor hen. Het gaf ze iets heel anders om zich op te concentreren.” – Theatermaker De Rimpel

Kunst in tijden van corona
De beperkingen die de coronapandemie en de bijbehorende maatregelen met zich meebrachten, zorgden al snel voor een koerswijziging in het onderzoeksproject. Toch hebben de kunstenaars binnen de diverse programma’s en initiatieven een alternatieve, maar evengoed waardevolle, invulling aan de activiteiten kunnen geven. Want juist in deze moeilijke tijd hebben ouderen behoefte aan afleiding, inspiratie, troost en contact.

“Nu met corona komen er nog heel veel problemen natuurlijk. En je zou bijna denken voordat mensen straks een psychiater of een psycholoog nodig hebben, breng er maar een doek naartoe en een hoop penselen en verf, en laat mensen daar gewoon van genieten.” – Deelnemer aan één van de kunstinitiatieven

Publicatie voor de zintuigen
Je kunt vertellen over kunstparticipatie, maar je kunt het pas écht begrijpen als je het ervaart. Daarom is in samenwerking met kunstenaar Janine Schrijver de publicatie ‘Kunst is goud waard’ gemaakt. Dit is veel meer dan een geschreven verslag van de onderzoeksresultaten, het doet een beroep op de zintuigen en laat de lezer ervaren wat kunst kan doen. Zo kom je bijvoorbeeld via QR-codes bij de ervaringen van deelnemers. Benieuwd naar de publicatie? Klik dan hier.

Middag van beleving
Tijdens de slotmanifestatie nam theatermaker Mieke de Wit vanmiddag de digitaal aanwezigen ‘de drempel over’ in een denkbeeldig museum en danseres Floortje Rous liet de aanwezigen de waarde van dans ervaren. Vervolgens gingen de deelnemers in dialoog over foto’s van ‘voor’ en ‘na’ deelname aan een kunstactiviteit. Wat zie je? Welk gevoel roept het bij je op? Een unieke fotoreeks van ouderen uit allerlei delen van het land, van mensen met dementie, Parkinson tot ouderen die nog zelfstandig wonen. Ook de aanwezige ZonMw-directeur Véronique Timmerhuis is blij met de resultaten: “Met deze wetenschappelijke onderbouwing staan we nog sterker in onze gezamenlijke ambitie om kunst en cultuur integraal onderdeel te maken van het aanbod van zorg, ondersteuning en welzijn.” Ten slotte presenteerde Abma de bevindingen van het onderzoek en keek onder andere RVS-voorzitter Jet Bussemaker naar de toekomst van kunst in de zorg.

“In het beleid ligt vaak het accent op dat wat mensen niet meer kunnen, in tegenstelling tot bij kunst in de zorg. Laten we elkaar inspireren en deze beweging in co-creatie voortzetten.” – Jet Bussemaker

Verduurzaming
Er lijkt een momentum te zijn voor kunstprojecten voor ouderen: in de zorg is behoefte aan creativiteit, om buiten de lijntjes te kleuren, aan het ondersteunen van de bevlogenheid van medewerkers en aan vraaggericht werken. In het sociaal domein is er vraag naar het bevorderen van participatie en verbinding tussen burgers, en de cultuursector wil meer verbinding met de samenleving. “Participatieve kunst kan hierin een rol spelen! Dit alles vraagt om betere samenwerking tussen het rijk, gemeenteambtenaren, fondsen, bestuurders in zorg en welzijn, projectleiders en kunstenaars”, aldus Abma.

Unieke samenwerking
Kunst in de Zorg is gefinancierd vanuit het ZonMw-programma Kunst en Cultuur in de Langdurige zorg en ondersteuning. Dit programma is een gezamenlijk initiatief van ZonMw, Stichting RCOAK, Fonds Sluyterman van Loo en de ministeries van OCW en VWS. Het onderzoeksteam bestaat naast Leyden Academy en Amsterdam UMC uit kunstenaar Janine Schrijver (Stichting B.a.d. Rotterdam), onderzoekers vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines en ouderen die erop toezien dat hun perspectief centraal staat. Ook de Hogeschool van Amsterdam en het Verwey-Jonker Instituut maken deel uit van het bredere consortium. Verder sluit het onderzoeksproject aan op de wereldwijde beweging voor meer kunst in de zorg, ondersteund door de Wereld Gezondheidsorganisatie.

Bezoek voor meer informatie over Kunst in de Zorg en de betrokken kunstinitiatieven en -programma’s de website.

In de media
Zorgvisie, 2 juli 2021: ‘Volwaardig leven reikt voorbij het medisch model’
Zorgvisie 9 juli 2021: ‘Kunst bij Vitalis: van lullig kersje op de taart naar vast onderdeel’
Leidsch Dagblad, 14 juli 2021: ‘Ouderen bloeien op door kunst’

Sociaal werk en de verpleeghuiszorg in één oogopslag

Sociaal werk en de verpleeghuiszorg in één oogopslag

De beroepsgroep van sociaal werkers wordt vaak vergeten als het gaat om het organiseren van kwaliteit van zorg en leven. Hierdoor wordt het sociale aspect in de verpleeghuizen minder benut dan mogelijk is. De zorg voor bewoners gaat namelijk veel verder dan alleen de medische zorg. Onze afstudeerstagiaire Sanne Spanjers maakte een infographic over de toegevoegde waarde van het sociaal werk in de verpleeghuiszorg. Om deze waarde breder bekend te maken, zal deze infographic door docenten Social Work en Verpleegkunde worden verspreid onder studenten en collega-docenten van de Hogeschool Utrecht.

Sanne verrichtte in de periode februari-juni 2021 bij Leyden Academy haar afstudeeronderzoek van de opleiding Social Work. Ze onderzocht op welke manieren verpleeghuisbewoners hun ervaringen kunnen (laten) vastleggen en ontdekte dat in deze ervaringen diverse talenten, wensen of behoeften verborgen kunnen zitten. Deze ontdekkingen kunnen ingezet worden om het leefplezier van bewoners te vergroten. Als sociaal werker ziet Sanne veel mogelijkheden om verder te gaan met het inzetten van ervaringen van de bewoners of andere betrokkenen. Uit een vastgelegde ervaring kan bijvoorbeeld blijken dat een naaste moeite heeft met het omgaan van het veranderende gedrag van een bewoner. De sociaal werker kan de naaste dan ondersteuning aanbieden op een manier die voor die persoon passend is.

In de infographic is te zien dat de sociaal werker een verbindende schakel kan zijn tussen de individuele bewoners, de netwerken en de samenleving. In elke context kan de sociale professional andere kwaliteiten inzetten, zoals het ondersteunen bij rouw en verlies van de naasten of het bevorderen van de zelfregie van de bewoner door diens krachten in te zetten. Verder kan de sociaal werker een rol spelen in het organiseren van verbindingen in de omgeving, waardoor het verpleeghuis meer onderdeel uitmaakt van de samenleving. Uiteindelijk gaat het bij het sociale aspect vooral om het ertoe doen en erbij horen van de bewoner in de samenleving.

Sanne is voor haar afstudeeronderzoek bij Leyden Academy beloond met een 9.

Gratis online workshops over woonplezier

Gratis online workshops over woonplezier

Bij het ouder worden kunnen de wensen en behoeftes met betrekking tot de woning en woonomgeving veranderen. In een samenleving die gericht is op zo lang mogelijk zelfstandig wonen, is het nodig om tijdig na te denken over de keuzes die dat met zich meebrengt en de mogelijkheden die er zijn om blijvend woonplezier te ervaren. Verhuizen of de woning aanpassen? Kleiner of groener wonen? In de eigen vertrouwde buurt blijven of juist liever dichter bij voorzieningen? Aanleiding voor Leyden Academy en ZorgSaamWonen om online workshops over woonplezier te ontwikkelen en gratis aan te bieden.

Woonwensen en thuisgevoel
Deze online workshops bestaat uit een reeks van vijf e-mails, waarin deelnemers aan de slag gaan met hun (toekomstige) woonwensen. Iedere editie biedt actuele informatie en praktische kijk- en doe-opdrachten over thuisgevoel en woongeluk, woonwensen en woonvormen, leefomgeving, innovaties en toekomstperspectief. De reeks start op woensdag 8 september en wordt op 11 oktober afgesloten met een vrijblijvende, online slotbijeenkomst, met inhoudelijke presentaties en interactie om ervaringen te delen en van elkaar te leren.

Positieve invloed van woonplezier op welbevinden
De meeste woningaanpassingen om generatie-proof te kunnen wonen, gaan in op de (veronderstelde) behoeften met betrekking tot toegankelijkheid, veiligheid en hulpmiddelen. Omdat deze standaardoplossingen vaak zijn bedacht vóór ouderen en niet dóór ouderen, deed Leyden Academy in 2018 onderzoek naar het concept woonplezier. Woonplezier heeft een positieve invloed op het welbevinden, het geeft energie en zelfvertrouwen en het draagt bij aan een goed humeur, geestelijke balans en fysieke gezondheid. Woonplezier heeft daarbij drie belangrijke kenmerken:

  • Persoonlijk – het betekent voor iedereen iets anders
  • Veranderlijk – het is onderhevig aan persoonlijke- en omgevingsveranderingen
  • Interactief – met een emotionele betrokkenheid en verbinding door visite en burencontact

Meer informatie en aanmelden
Bent u 50 jaar of ouder en heeft u interesse in het onderwerp woonwensen en woonplezier? Doe mee en schrijf u in. Een vooropleiding of voorkennis is niet nodig. We bieden eenzelfde reeks van vijf edities aan voor wijkprofessionals die te maken hebben met zaken rond (plezierig) wonen en wensen van langer thuiswonende ouderen. Bijvoorbeeld voor zorg-, welzijns-, thuiszorg-, sociale wijkteam- en beleidsmedewerkers, ouderen- en verhuisadviseurs, en verhuurmakelaars. De onderwerpen van de reeks voor professionals zijn vergelijkbaar, maar meer toegespitst op de praktijk.

Doet u mee? Klik hier voor het aanmeldformulier.

Neem in geval van vragen contact op met Jacqueline Leijs via e-mail of tel. (071) 524 0960.