Manifest Leyden Academy: Ouderen en corona – vier lessen en kansen

Manifest Leyden Academy: Ouderen en corona – vier lessen en kansen

Onze missie is het verbeteren van de kwaliteit van leven van oudere mensen. Die staat sinds het uitbreken van de corona-pandemie ernstig onder druk. Ouderen vormen de belangrijkste risicogroep en de maatregelen om het virus in te dammen, grijpen diep in op het (sociale) leven van ons allen en van senioren in het bijzonder. De waardigheid van ouderen in al hun diversiteit, en de zorg voor kwetsbare ouderen in verpleeghuizen vragen meer dan ooit om onze aandacht.

De crisis legt pijnpunten en misvattingen bloot in de wijze waarop wij als samenleving, en zeker als beleidsmakers, kijken naar ouderen en hun positie in en bijdrage aan de maatschappij. Die zijn niet nieuw maar worden nu, onder hoogspanning, verder uitvergroot. We kunnen hier lessen uit trekken, en vooral ook de kansen benutten die deze periode ons aanreikt:

1. Er wordt veel over ouderen gesproken. Maar waar is hun eigen perspectief, bijvoorbeeld bij het bepalen van de coronamaatregelen? Neem de stem van ouderen serieus en betrek hen actiever bij het ontwikkelen van beleid en maatregelen, die tenslotte vooral henzelf (be)treffen. Waardeer hun kennis en ervaring en bouw met hen aan een duurzaam, gelijkwaardig partnerschap. Schat ook de ouderenzorg op waarde: niet omdat het economisch rendabel is, maar omdat deze zorg bijdraagt aan de waardigheid van ouderen en een goede laatste levensfase.

2. Ook in deze tijd hebben we de neiging om oudere mensen in hokjes in te delen, zoals ‘kwetsbaar’ of ‘eigenwijs’. Dit doet geen recht aan de grote diversiteit onder ouderen en het beperkt mensen in hun vrijheid en mogelijkheden. Deel ouderen niet langer in hokjes in en zie en waardeer ieder mens als een uniek individu, met eigen kracht en kwetsbaarheid. Laten we de bijzondere solidariteit van deze coronatijd vasthouden en ons best doen om ons meer in elkaar te verdiepen, beter naar elkaar te luisteren en niet te snel te oordelen.

3. Op latere leeftijd hechten mensen vooral veel waarde aan betekenisvolle relaties, en juist die zijn door de coronamaatregelen doorkruist. Geef zorgmedewerkers ruimte voor maatwerk, geef hen het vertrouwen om dilemma’s rondom behoeften en verlangens af te wegen. Ook in crisistijd geldt dat de medische behoeften en persoonlijke verlangens van verpleeghuisbewoners twee verschillende dingen zijn die in balans moeten worden benaderd. En dat betekenisvolle relaties onmisbaar zijn voor hun kwaliteit van leven.

4. Ongezonde mensen worden onevenredig hard door de crisis getroffen. Dat is niet hun eigen schuld, maar te wijten aan hoe we onze samenleving hebben ingericht. Pas de omgeving zo aan dat deze uitnodigt tot een gezondere leefstijl. We hebben bewezen dat we bereid en in staat zijn om winkels, kantoren, het openbaar vervoer en de publieke ruimte in korte tijd om te bouwen om de corona-epidemie het hoofd te bieden. We kunnen eenzelfde krachtsinspanning leveren om de stille epidemie van welvaartsziekten aan te pakken.

Laten we de handen ineenslaan om alle Nederlanders te helpen vitaler, betekenisvoller en in verbondenheid oud te worden, met oog voor de grote kansenongelijkheid die corona ook weer zichtbaar maakt. Laten we hoop putten uit de ongekende creativiteit en solidariteit die aan de oppervlakte zijn gekomen.

We zien een geweldige bereidheid om iets voor elkaar te betekenen: een vruchtbare basis om met elkaar onze samenleving vitaler, veerkrachtiger en inclusiever te maken. De kansen liggen er: dit is het moment om ze te grijpen.

Lees hier ons complete manifest Ouderen en corona, vier lessen en kansen.

Tineke Abma in de Volkskrant over bezoekverbod verpleeghuizen

Tineke Abma in de Volkskrant over bezoekverbod verpleeghuizen

Heel voorzichtig gaan de deuren in de ouderenzorg weer van het slot. Vanaf maandag 11 mei a.s. gaan de eerste 25 verpleeghuizen open voor bezoekers, zij het met mate en onder strikte voorwaarden. Voor veel familieleden, mantelzorgers en bewoners kan het niet snel genoeg gaan. Bij de afweging tussen veiligheid en kwaliteit van leven is het betrekken van familie en bewoners ver te zoeken, stelt Tineke Abma vandaag in De Volkskrant: ‘Het zijn heel moeilijke dilemma’s die je het liefst open zou bespreken. Pas dan kun je tot maatwerk komen, tot een afweging wat voor welke bewoner goede zorg is.’

De echtgenoot die al 65 jaar is getrouwd en niets liever doet dan knuffelen met zijn vrouw, snakt naar een versoepeling van het bezoekverbod. Er zijn ook bewoners voor wie het anders uitpakt. Zo vertelt Annemarie Zirkzee in het Volkskrant-artikel dat haar 90-jarige vader juist baat lijkt te hebben bij de rust op de afdeling: “De ‘triggers’ die agressie op konden roepen zijn verdwenen.” Ze deelde eerder haar verhaal op platform Wij & corona. Een herkenbare situatie voor Monique Cremers, bestuurder van De Zorgcirkel: “Ik begrijp heel goed dat de overheid kaders moet geven, maar ik hoop dat aan ons wordt toevertrouwd dat we die op maat toepassen.”

U vindt het volledige artikel op de website van de Volkskrant.

Geluk in het verpleeghuis in Gerōn

Geluk in het verpleeghuis in Gerōn

De nieuwste editie van Gerōn, tijdschrift over ouder worden & samenleving, staat in het teken van het begrip ‘geluk’. Geluk is kwetsbaar, dat blijkt nu eens te meer. In het tijdschrift, dat elk kwartaal verschijnt, wordt geluk vanuit verschillende invalshoeken bekeken. Hoe gelukkig zijn ouderen en welke factoren dragen bij aan hun geluksgevoel?

In de uitgave wordt ook aandacht besteed aan geluk bij oudere mensen die afhankelijk zijn van zorg, in het artikel Samen werken aan leefplezier in het verpleeghuis door Josanne Huijg en Niels Bartels. Zij vertellen over het pilot-project Leefplezierplan voor de zorg, gericht op het beter leren kennen van bewoners en inspelen op hun wensen en verlangens, om zo het welbevinden te vergroten. Uiteindelijk doel is dat het leefplezier van bewoners centraal staat in het dagelijks leven in het verpleeghuis en in het handelen van de zorgmedewerkers, en een belangrijke indicator is van de kwaliteit van de geleverde zorg.

U kunt het artikel hier teruglezen.

Leefplezier in tijden van corona

Leefplezier in tijden van corona

Veiligheid en leefplezier kunnen schuren in de praktijk. Dit komt nu ingrijpend tot uiting in de coronacrisis, zo schrijft Josanne Huijg in het voorwoord van de nieuwsbrief Leefplezier in de ouderenzorg. De terechte maatregelen om het virus in te dammen grijpen in op de relaties van kwetsbare ouderen, die onmisbaar zijn voor hun kwaliteit van leven. Hoe kun je toch vormen van betekenisvol contact tot stand brengen? Laten we goede ideeën met elkaar delen, zoals het voorbeeld van zorgorganisatie Topaz waar op elke afdeling een smartphone beschikbaar is gesteld om te kunnen videobellen en via WhatsApp foto’s en filmpjes te sturen naar de familie.

Zoals gebruikelijk bevat de nieuwsbrief ook inspirerende praktijkvoorbeelden van leefplezier, zoals Ilona van ActiVite die een romantisch nachtje mogelijk maakte voor twee bewoners. Of Cindy van Azora, die vertelt hoe zij met haar team van alles probeerde om een onrustige bewoner te bereiken – en daar uiteindelijk in slaagde: “Vroeger was deze vrouw waarschijnlijk aan de onrustmedicatie gezet. Ze wordt nu meer gezien, er wordt gekeken hoe we rust kunnen brengen in haar lijf en hoofd.”

U kunt de nieuwsbrief hier teruglezen. Wilt u deze voortaan elk kwartaal ontvangen, klik dan bovenaan op ‘Subscribe’. Heeft u ideeën voor de volgende editie, laat het ons vooral weten. Lees hier meer over ons project Leefplezierplan voor de zorg.

Jonge dokters op de bres voor beter onderwijs over levenseindezorg

Jonge dokters op de bres voor beter onderwijs over levenseindezorg

Op 27 december jl. verscheen in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG) het artikel Toekomstige artsen beter voorbereiden op levenseindezorg. De auteurs Josefien de Bruin, Mary-Joanne Verhoef, Joris Slaets en David van Bodegom roepen hierin de medische beroepsgroep op om ervoor te zorgen dat jonge artsen goede levenseindezorg kunnen verlenen, onder meer door dit te verankeren in de medische curricula en het Raamplan Artsopleiding dat op dit moment wordt herzien.

Een goed slot aan het leven
Voor De Bruin en Verhoef is het pleidooi persoonlijk gemotiveerd. Tijdens hun bijbanen in een verpleeghuis en hospice leerden zij hoe de laatste levensfase voor veel mensen verloopt en wat daarbij komt kijken. Deze leermomenten waren afwezig in hun geneeskundeopleiding, die is gericht op ziekten genezen en het leven verlengen. Verhoef: “Ook tijdens de coschappen was er nauwelijks aandacht voor, met als gevolg dat slechtnieuwsgesprekken op de werkvloer voor het eerst geoefend werden, dat ik coassistenten eronderdoor zag gaan vanwege de heftige eerste confrontatie met het levenseinde en dat zorgbehoeften niet werden herkend en dus ook niet behandeld.”
De Bruin: “In onze studie ontbrak een wezenlijk onderdeel: een goed slot aan het leven. Iedere patiënt sterft uiteindelijk en iedere arts krijgt hiermee te maken. Onbeantwoorde vragen waren voor ons onder meer: hoe sterft een mens? Hoe zorg ik voor een patiënt die niet meer beter wordt of niet meer behandeld wil worden? En hoe denk ik zelf eigenlijk over de dood en goede levenseindezorg?” Eenmaal afgestudeerd, besloten de twintigers in het kader van hun masteropleiding Vitality and Ageing te onderzoeken in hoeverre en op welke wijze de zorg rond het einde van het leven van patiënten aan bod komt in de Nederlandse geneeskundeopleidingen. De onderzoekers concludeerden dat het aanbod niet voldoet aan internationale criteria, dat de invulling sterk verschilt tussen de acht medische faculteiten en dat het onderwerp over de gehele linie onderbelicht blijft. Zij publiceerden hun bevindingen in september 2018 in het wetenschappelijke tijdschrift Perspectives on Medical Education.

Levenseindezorg in het Raamplan
Om te zorgen dat jonge dokters met vertrouwen passende levenseindezorg kunnen verlenen, is goed onderwijs cruciaal. In het Raamplan Artsopleiding 2009, dat op dit moment wordt herzien, wordt het levenseinde slechts summier benoemd. In hun artikel in het NTvG roepen de auteurs de commissies achter het nieuwe Raamplan dan ook op om alle vijf de domeinen van goed onderwijs over levenseindezorg expliciet in het verplichte curriculum op te nemen: psychologische, sociale, culturele en spirituele aspecten; communicatie en gespreksvaardigheden; pathofysiologie en behandeling van symptomen; juridische en ethische aspecten; en zelfreflectie op persoonlijke en professionele ervaringen met de dood en verlies. De Bruin: “We zijn ervan overtuigd dat al deze vaardigheden je sowieso een betere dokter maken. We moeten ons ook in de opleiding afvragen: als genezing niet (meer) aan de orde is, wat kun je dan nog voor de patiënt betekenen? Hoe zorg je voor een goed levenseinde? Ik heb als kind van dichtbij meegemaakt hoe heftig een sterfbed kan zijn en dat een arts in deze fase heel veel voor patiënten en hun naasten kan betekenen. Dit was voor mij de voornaamste reden om geneeskunde te studeren.”

Meer aandacht voor én na het genezen
Volgens mede-onderzoeker David van Bodegom, arts en verouderingswetenschapper bij Leyden Academy, is de geneeskundeopleiding nu vooral gericht op het genezen van zieke mensen. Maar wat erna én ervoor gebeurt, blijft in de studie onderbelicht: “We pleiten voor beter onderwijs over goede zorg als mensen niet meer beter worden. Maar ook de fase vóór de ziekte is nog onderbelicht in de geneeskundeopleidingen. De helft van de Nederlanders heeft overgewicht en dat aandeel zal nog verder stijgen. Dit is een van de voornaamste redenen waarom meer dan een miljoen Nederlanders diabetes type 2 hebben en we massaal pillen slikken tegen kwalen als hoge bloeddruk en hoog cholesterol. We bekwamen onze jonge dokters in het behandelen van deze symptomen, maar geven hen nauwelijks handvatten om mensen te helpen deze ziekten te voorkomen of vertragen door hun leefstijl te veranderen. In de politiek en het publieke domein is hier steeds meer aandacht voor, neem bijvoorbeeld het Nationale Preventieakkoord dat eind 2018 is gesloten en de leefstijlcoach die sinds dit jaar in het basispakket zit. Naast levenseindezorg zou dus ook preventie een prominentere plek moeten krijgen in het medische onderwijs.”

Het artikel ‘Toekomstige artsen beter voorbereiden op levenseindezorg’ door Josefien de Bruin, Mary-Joanne Verhoef, Joris P.J. Slaets en David van Bodegom is op 27 december 2019 gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde: https://www.ntvg.nl/artikelen/toekomstige-artsen-beter-voorbereiden-op-levenseindezorg

Neem voor meer informatie contact op met Niels Bartels, manager communicatie, via tel. (071) 524 0960 / (06) 3461 4817 of via e-mail.

Leyden Academy en Amsterdam UMC onderzoeken waarde kunst in de zorg

Leyden Academy en Amsterdam UMC onderzoeken waarde kunst in de zorg

Dans, tekenen, muziek, zang, poëzie, theater en beeldende vorming samen met een kunstenaar en andere senioren. Welke waarde heeft dat op individueel, sociaal en maatschappelijk niveau? Vanuit het programma Kunst en Cultuur in de Langdurige Zorg en Ondersteuning heeft ZonMw besloten een subsidie toe te kennen aan Leyden Academy en Amsterdam UMC om samen onderzoek te doen naar de waarde van kunst in de langdurige zorg. De onderzoekers gaan bestaande kunstinitiatieven in de zorg beschrijven, de impact evalueren en op zoek naar de onderliggende werkzame principes. Met als uiteindelijk doel deze voor een breder publiek inzichtelijk en bruikbaar te maken, om de zorgpraktijk te versterken én bij te dragen aan de kwaliteit van leven van oudere mensen. Het project sluit aan op een wereldwijde beweging voor meer kunst in de zorg, ondersteund door de Wereld Gezondheidsorganisatie.

Waarde van kunst en creativiteit
De programmacommissie van ZonMw ontving zes subsidieaanvragen, waarbij de aanvragers de gelegenheid kregen om hun voorstel te pitchen. De keuze viel op de inzending ‘Art for Senior Positive Health and Well-Being. Capturing the Impact of Art(s)- based Initiatives and Arts-based Program’ onder leiding van Tineke Abma, directeur van Leyden Academy en tevens hoogleraar Participatie & Diversiteit in Amsterdam UMC. Abma is verheugd met de toekenning: “Er zijn in Nederland veel kunstinitiatieven in de langdurige zorg en ook binnen zorgorganisaties zijn er diverse programma’s ontwikkeld. We voelen allemaal dat kunst en creativiteit in de zorg heel waardevol kunnen zijn: om jezelf te kunnen uiten, je verbonden te voelen met anderen, even je te beperkingen vergeten en benaderd te worden vanuit wat je nog wél kunt. Maar die waarde is best lastig om goed te meten. We willen ons graag inzetten om die waarde wetenschappelijk te onderbouwen en bestaande en nieuwe kunstprojecten in de zorg zo een steviger fundament te geven.”

Unieke samenwerking
Leyden Academy en Amsterdam UMC starten in 2020 met een participatief actieonderzoek waarbij wordt gezocht naar verhalen en beelden over de waarde van kunst in de zorg. Daarnaast biedt het onderzoek de mogelijkheid om samen te leren met betrokkenen in de diverse bestaande initiatieven en programma’s, wat direct kan leiden tot concrete acties met een positieve impact. Het team bestaat uit onderzoekers vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines en senioren die er als co-onderzoekers op toezien dat het perspectief van ouderen in alle fasen wordt meegenomen. Ook maakt kunstenares Janine Schrijver (Stichting B.a.d. Rotterdam) deel uit van het team, waarbij zij ook haar netwerk zal inzetten. De Hogeschool van Amsterdam en het Verwey-Jonker Instituut maken deel uit van het bredere consortium. Een unieke samenwerking, volgens Abma: “De directe betrokkenheid van ouderen en een ‘scholarly artist’, al vanaf de aanvraag, is heel bijzonder. Voor mij persoonlijk is de samenwerking tussen Leyden Academy en Amsterdam UMC speciaal, gezien mijn verbondenheid met beide instituten, maar deze combinatie is ook onmisbaar om dit project goed te kunnen doen. We hadden dit afzonderlijk nooit gekund.”

Veel enthousiasme
Betrokkenen vanuit de initiatieven en programma’s zijn enthousiast om mee te werken aan het project. Abma signaleert: “Mensen staan te popelen om te beginnen, liever gisteren dan vandaag. Ook ouderen met een passie voor kunst melden zich al bij ons, omdat ze een bijdrage willen leveren. Zo sprak ik gisteren met een oud-docente Kunst en Cultuur die na haar pensioen weer met glaskunst is begonnen en graag met ons meedenkt. We gaan in gesprek hoe deze betrokkenheid vorm te geven, zodat we ouderen een stem kunnen geven.”

Meer informatie over dit projectonderzoek? Bezoek de website van Kunst in de Zorg of neem contact op met Jolanda Lindenberg.

Ervaringen in de praktijk

Het project ‘Ervaringen in de praktijk’ vindt plaats binnen drie zorgorganisaties die ook deelnamen aan de eerste pilot Leefplezierplan voor de zorg: ActiVite, Respect Zorg en Topaz. We ontdekten in het pilot-project hoe belangrijk de reflectie op ervaringen is voor het denken over en het bevorderen van kwaliteit van zorg. Door positieve en negatieve ervaringen over gebeurtenissen in de zorg vast te leggen, met elkaar te delen en er samen lessen uit te trekken, kunnen we de ervaren kwaliteit van zorg in kaart brengen. Bij deze ervaringen gaat het vaak om kleine persoonlijke gebeurtenissen die mensen raken.

Doel van het project ‘Ervaringen in de praktijk’ is te ontdekken hoe organisaties in hun kwaliteitsdenken ruimte kunnen maken voor de ervaringen van zorgverleners, bewoners en belangrijke anderen. En om samen met medewerkers zorg en welzijn een proces op te zetten waarbij zij ervaringen delen in hun dagelijkse zorgpraktijk en daar vervolgens ook naar handelen. Samen met de drie locaties van Activite, RespectZorg en Topaz hebben we sinds het najaar van 2018 verschillende manieren gevonden om te werken met ervaringen. Hieronder vindt u een samenvatting van de resultaten.

Het belang van ervaringen
Allereerst de basisvraag: wat zijn ervaringen en waarom zijn ze belangrijk in de ouderenzorg? Om deze vraag te beantwoorden, zetten we eerst uiteen op welke twee manieren gekeken kan worden naar ‘goede zorg’, en hoe dit verantwoord kan worden.

Het normatieve kader
In de zorg kan tot een zekere hoogte informatie gemeten worden. Zo kunnen er cijfers bijgehouden worden van algemeenheden die voor iedereen van toepassing zijn. Zoals veiligheid (incidenten of risico’s), hygiëne (vuil en bacteriën) of biologie (werking van het lichaam). Het is duidelijk dat cijfers de dagelijkse realiteit in de zorg maar deels kunnen beschrijven. Ze zeggen vooral iets over algemene zaken en zorgen voor een bepaalde uniformiteit: iedereen krijgt dezelfde zorg. Om dit te waarborgen, zijn er protocollen en richtlijnen ontwikkeld waar toezichthouders op controleren. Dit geheel van meten in algemeenheden noemen we ook wel het normatieve kader. Dit kader is vaak overheersend in de zorg, ook omdat organisaties daar vaak streng op worden gecontroleerd door de toezichthouders.

Het normatieve kader heeft veel opgeleverd, maar het heeft ook een schaduwzijde. Wanneer er veel naar het algemene en de groep gekeken wordt, is er automatisch minder ruimte voor het individu. Je hoort hier dan ook een tegenreactie op. Mensen zeggen: ‘ik voel me een nummer, word ik wel gezien?’. Het normatieve kader wist eigenlijk iedere vorm van persoonlijke identiteit uit met daarmee het feit dat mensen verschillend van elkaar (willen) zijn. Dit stelt de zorg voor een uitdaging: hoe kan deze persoonlijke stem weer terugkomen in de zorg? Hoe kan er weer ruimte gemaakt worden voor diversiteit onder bewoners, de uniekheid van elk individu en voor creativiteit van medewerkers om af te wijken van richtlijnen en protocollen?

Het narratieve kader
In het Leefplezierplan hebben we daarom het narratieve kader geïntroduceerd. Ieders dagen zijn een optelsom van gebeurtenissen (ervaringen). Deze zijn voor iedereen uniek. Wanneer ze met anderen gedeeld worden, ontstaat er een vertelde ervaring van deze gebeurtenis. We geven er woorden aan, passen het aan, interpreteren het en geven er betekenis aan. Door de ervaring te delen, vormen ook anderen zich een beeld. Het is daarmee fundamenteel verbonden met onze identiteit: wie wil ik zijn, wie was ik, hoe wil ik dat anderen mij zien? Ervaringen zijn altijd uniek, ze passen bij die personen en bij dat moment. Het narratieve kader is fundamenteel anders dan het normatieve kader, waar elk subjectief aandeel zo klein mogelijk wordt gehouden.

Door aandacht te geven aan ervaringen wordt er automatisch aandacht gegeven aan het persoonlijke. Ze zeggen iets over hoe bijvoorbeeld een bewoner of een medewerker de zorg ervaart en daarmee de ervaren kwaliteit van zorg. Daarnaast kan de ervaring alleen bestaan wanneer een ander daar aandacht aan besteedt. Het legt daarmee de focus op de relatie en reflectie. Ervaringen van anderen helpen ons nadenken over onze eigen gebeurtenissen. Daarmee is er een duidelijke toegevoegde waarde in het gebruiken van ervaringen: het brengt de mate van persoonsgerichte zorg in kaart en het stimuleert ons om aandacht te geven aan iemands leefplezier. Het delen van ervaringen wordt daarom in het Leefplezierplan de ‘motor van leefplezier’ genoemd. Wat betekent dit voor de zorgpraktijk op afdelingsniveau?

Meerwaarde van het delen van ervaringen
Het delen van ervaringen lijkt op twee manieren een meerwaarde te geven. Ten eerste kunnen medewerkers via ervaringen aan anderen laten zien wat hun bijdrage is aan leefplezier (verantwoording). Zo vertelde een zorgmedewerker: “We hebben vanmiddag samen naar het WK vrouwenvoetbal gekeken. Daar hoorde natuurlijk ook een lekker drankje en bitterballen bij.” De uitdaging hierbij is dat leefplezier en positief welbevinden zich een stuk lastiger laten meten en vastleggen dan regels en protocollen.

Ten tweede kunnen medewerkers door ervaringen met elkaar te bespreken van elkaar leren. Zo deelde een zorgmedewerker het volgende voorbeeld: “Mevrouw heeft moeite om uit bed te komen. Als ik een muziekje opzet dan gaat het voor haar een stuk makkelijker.” Ook hierin zit een uitdaging. Vergadermomenten zoals overdracht, MDO of teamvergadering zijn vaak taakgericht en minder ervaringsgericht.

De meerwaarde van het delen van ervaringen op afdelingsniveau lijkt daarmee vooral te liggen in het elkaar inspireren en van elkaar leren. Hoe gaan de zorgpraktijken van Activite, Respectzorg en Topaz daarmee om?

Praktijkvoorbeelden vastleggen, delen en bespreken van ervaringen
Ruimte vinden voor ervaringen in de dagelijkse zorgpraktijk is niet altijd makkelijk. De belangrijkste momenten dat er informatie wordt vastgelegd en gedeeld – bijvoorbeeld in het ECD, tijdens de overdracht of in de teamvergaderingen –  zijn grotendeels normatief. Het ECD vraagt vooral om algemene informatie, de overdracht is taakgericht en de teamvergaderingen worden doorgaans gestuurd door een agenda. De medewerkers van de drie organisaties en hun teamleiders hebben met begeleiding van Leyden Academy nagedacht over wat voor hun de beste manier was om met ervaringen aan de slag te gaan. Welke ervaringen vinden we belangrijk? Wanneer en met wie kunnen we deze delen? Dit maakt dat er een grote diversiteit is ontstaan in de uitvoering.

Ervaringen kunnen zowel in beeld (foto’s) als in tekst (rapportage in het ECD) worden gebruikt. Foto’s worden vooral gebruikt wanneer het (positieve) ervaringen rondom leefplezier betreft. In het ECD worden ook negatieve ervaringen vastgelegd met als doel om met elkaar te blijven leren. We noemen hier enkele voorbeelden van het vastleggen, delen en bespreken van ervaringen:

  • In een van de organisaties bestond sterk de behoefte om ervaringen via beeld vast te leggen. Zo werd er een fotoworkshop georganiseerd waarin fotografen de zorgverleners leerden hoe ze goede foto’s kunnen maken van alledaagse ervaringen. Er werden tips gegeven om bijvoorbeeld op ooghoogte te fotograferen, dicht bij het licht te staan en te kijken naar de compositie. De bewoners genoten van de extra aandacht en bij sommigen kwam een waar fotomodel naar boven. De foto’s waren erg mooi geworden dus er werd nagedacht over hoe deze te delen. Intussen hangen de gemaakte foto’s ingelijst door het hele huis. Ook is er een fotoprinter aangeschaft zodat zorgverleners in de toekomst ervaringen kunnen blijven afdrukken. Het bespreken van de ervaringen gebeurt voornamelijk door middel van de fotolijsten. Wanneer bijvoorbeeld familieleden langslopen en vragen naar de ervaring.
  • In een andere organisatie is besloten een afdelingstelefoon aan te schaffen. Wanneer een medewerker een mooie ervaring spot, kan deze vastgelegd worden via de camera van de telefoon waarna deze via Whatsapp gedeeld wordt met de contactpersoon. Bijvoorbeeld het visje die een zorgverlener samen met een bewoner is gaan halen bij de lokale visboer. Hier komen mooie reacties op binnen van vrienden en familie waardoor het gesprek op gang komt over leefplezier.
  • De derde organisatie heeft een ervaringenmuur gemaakt in de woning. Mooie ervaringen worden vastgelegd via foto of tekst en vervolgens gedeeld via deze muur. Bij binnenkomst is deze gelijk zichtbaar dus het is een mooi gespreksinstrument tussen zorgverlener, belangrijke andere en bewoner.

Deze voorbeelden laten zien dat het gebruik van foto’s een goede manier is om aan anderen te laten zien hoe er binnen de locatie wordt gewerkt aan leefplezier. Dit inspireert dan weer om nog meer te werken aan leefplezier, daarom ook de uitspraak van ervaringen als ‘motor voor leefplezier’.

Ook hebben twee van de drie organisaties het ECD zodanig aangepast dat er ruimte is om ervaringen vast te leggen in de rapportage. Zo is er terug te lezen: “Bewoner houdt enorm van Rummikub dus we hebben een spelletje gespeeld vandaag, ze heeft ervan genoten”. Een collega heeft deze ervaring gelezen en de bewoner gelinkt met een andere bewoner die toevallig ook van Rummikub houdt. Door deze ervaring te delen wordt de bewoners benaderd op zijn of haar leefplezier. De mogelijkheid om ervaringen op te schrijven in het ECD stimuleert medewerkers om meer naar leefplezier van de bewoner te kijken.

Wat betreft het bespreken van ervaringen hebben we zien gebeuren dat teamleiders en medewerkers het als toegevoegde waarde zien om hiervoor tijd in te ruimen in de teamvergaderingen. Dit draagt bij aan een meer centrale rol voor reflectie en de aandacht van leefplezier binnen de dagelijkse zorg. Zo bespreekt een van de organisaties in het eerste half uur van de vergadering belangrijke ervaringen van de afgelopen periode. Positief, bijvoorbeeld dat een nieuwe medewerker zich zo welkom voelde op de afdeling. Maar ook negatief, bijvoorbeeld dat een bewoner zich buitengesloten voelde toen een groepje zorgverleners in een hoekje van de woonkamer koffie ging drinken. Juist in dit gesprek zit een lerend vermogen en het is daarmee heel waardevol. In overdrachtsmomenten kan het delen van ervaringen op een eenvoudige manier worden gestimuleerd door een vraag te stellen als: ‘wat heb je meegemaakt vandaag?’ te stellen. Dit doet ook een van de organisaties via een LEAN bord.

Deze voorbeelden laten zien dat er veel manieren mogelijk zijn om ervaringen vast te leggen, te delen en te bespreken. Hierdoor kunnen medewerkers hun bijdrage aan iemands leefplezier laten zien, zoals in de voorbeelden van de fotolijsten, de ervaringenmuur en WhatsApp. Hiermee kunnen anderen geïnspireerd worden en zich een beeld vormen van het leven in huis, in het geval van foto’s is dat vaak positief. Het delen van foto’s zorgt in de meeste gevallen voor waardering, een meerwaarde die gelijk voelbaar is voor de zorgverlener. Dit motiveert om vaker ervaringen van leefplezier te delen. Daarnaast laten de resultaten zien dat medewerkers van elkaars ervaringen kunnen leren. Dit is te zien in de voorbeelden van de overdracht bij het LEAN bord of tijdens de teamvergadering. Door ervaringen in groepsverband te bespreken, ontstaat er ruimte voor reflectie, zodat men zich kan blijven aanpassen aan de steeds veranderende werk- en zorgcontext.

Hoe nu verder?
Medewerkers vinden vooral het creatief bezig zijn met het vastleggen en delen van (positieve) ervaringen een leuk proces. Niet alleen om er zelf mee bezig te zijn, maar ook door de positieve reacties en de waardering die ze hierop krijgen van hun collega’s, belangrijke anderen en bewoners. Het bespreken van positieve ervaringen is om dezelfde reden vaak een leuke exercitie.

Uitdagingen
Hoewel ‘Ervaringen in de praktijk’ vooral veel positieve initiatieven heeft opgeleverd, zowel rond het vastleggen, delen en bespreken van ervaringen als rond het creëren van kansen voor leefplezier, zijn er ook uitdagingen te noemen.

Allereerst worden vooral positieve ervaringen vastgelegd en gedeeld. Dit is ook logisch, omdat het vastleggen en delen van positieve ervaringen direct iets oplevert, zoals positieve reacties en waardering. De uitdaging is om ook negatieve ervaringen vast te leggen en te delen. De verwachting omtrent het delen van negatieve ervaringen is misschien dat je naast het ervaren van een gebeurtenis ook nog een reactie krijgt die negatief is. Van het bespreken van negatieve ervaringen kunnen we natuurlijk heel veel leren, maar het bespreken gebeurt vaak pas op een later moment.

Ten tweede kost het vastleggen, delen en bespreken van ervaringen tijd. Tijd die bovenop de andere werkzaamheden komt. Tijd die er niet altijd is. De uitdaging is daarom om na te denken over welke dingen zouden kunnen worden vervangen door het werken met ervaringen: wat gaan we niet meer doen? Medewerkers geven aan dat het vastleggen, delen en bespreken van ervaringen weinig prioriteit heeft in tijden van drukte en stress. In deze gevallen valt men snel weer terug in de taakgerichte modus.

Nog veel te ontdekken
In het project ‘Ervaringen in de praktijk’ hebben we pionierswerk verricht en veel geleerd. Er zijn veel kleine stappen gezet, zo dicht als mogelijk op de dagelijkse zorgpraktijk, die grote veranderingen in perspectief hebben opgeleverd. Er is nog veel om te ontdekken omtrent het werken met ervaringen. Het proces van vastleggen, delen en bespreken van ervaringen is wellicht wel nooit af. Wat we in de teams hebben gezien is dat de grote meerwaarde zit in het delen van ervaringen. Leyden Academy moedigt u aan om dat te blijven doen. Samen weten we namelijk veel meer dan alleen.

Neem voor meer informatie contact op met Sanne Schweers.

Narratieve verantwoording in de praktijk

In januari 2020 is het 2-jarige project ‘Narratieve verantwoording in de praktijk’ van start gegaan bij zorgorganisaties Respect Zorg en ZZG Nijmegen. Het project, dat mede mogelijk wordt gemaakt door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, heeft als doel een concept-methode te ontwikkelen om vanuit talloze positieve en negatieve ervaringen in de dagelijkse zorgpraktijk te komen tot een betrouwbaar beeld van de kwaliteit van zorg.

Het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg uit 2017 benadrukt het belang van het ervaren welbevinden van bewoners, belangrijke anderen en zorgmedewerkers bij het in kaart brengen van de kwaliteit van zorg. Deze vorm van kwaliteit zit verborgen in de verhalen (narratieven) van deze mensen over hun ervaringen. Het Kwaliteitskader moedigt aan om deze ervaringen mee te wegen, maar omschrijft niet hoe dit moet gebeuren. We hebben een basis voor het werken met narratieven gelegd in de eerste pilot Leefplezierplan voor de zorg. In het vervolgproject ‘Narratieve verantwoording in de praktijk’ willen we een methode valideren en toepasbaar maken voor de werkvloer waarmee ervaringen structureel deel gaan uitmaken van de dagelijkse routine van zorgmedewerkers en het kwaliteitsbeleid van een locatie of organisatie.

Op 28 en 29 september 2020 zijn we in het kader van dit project in gesprek gegaan met zorgmedewerkers en managers van Respect Zorg. Welke kwaliteit schuilt er in dagelijkse ervaringen in de verpleeghuiszorg? Hoe leg je die ervaringen effectief vast, hoe kun je er betekenis aan geven en er met elkaar van leren? Lees onze tussentijdse bevindingen en achtergronden bij het project hier.

Neem voor meer informatie contact op met Josanne Huijg.

Leefplezierplan op locatie


Wat gebeurt er als je het leefplezier van bewoners als vertrekpunt neemt in de ouderenzorg? En hoe zorg je ervoor dat persoonlijke ervaringen een plek krijgen in de verantwoording van kwaliteit? Deze vragen stonden centraal in het project Leefplezierplan voor de zorg dat in april 2019 succesvol is geëvalueerd. Na deze eerste positieve ervaringen op teamniveau, is het vervolgproject ‘Leefplezierplan op locatie’ gestart, een experiment om ook op locatieniveau zo te werken en met de betrokken partijen te komen tot een werkbare verantwoording van kwaliteit waarbij leefplezier centraal staat. Het onderzoek wordt uitgevoerd door Leyden Academy in samenwerking met de zorgkantoren van Menzis en VGZ en ondersteund door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

Actieonderzoek op twee locaties
Van juni 2019 tot juni 2021 wordt het Leefplezierplan op twee complete locaties ingevoerd: bij verpleeghuis Den Es in Varsseveld (Gelderland) van Stichting Azora en locatie Vita in Rijen (Noord-Brabant) van Zorggroep Elde Maasduinen. Onderzoekers van Leyden Academy verzorgen tot de zomer van 2020 trainingen op deze locaties, om medewerkers vertrouwd te maken met het werken met het Leefplezierplan. Vervolgens wordt deze werkwijze in beide locaties doorgevoerd. Vragen die hierbij aan de orde kunnen komen, zijn bijvoorbeeld: hoe ziet een elektronisch cliëntendossier (ECD) eruit als je leefplezier centraal stelt? Welke gevolgen heeft deze werkwijze voor de aansturing van medewerkers, de zorginkoop en de besteding van middelen?

Alle relevante belanghebbenden aan tafel
Tijdens het actieonderzoek gaan de meest relevante belanghebbenden – naast het ministerie en de zorgkantoren ook de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en het Zorginstituut Nederland (ZIN) – samen op zoek naar de consequenties van een zorgverlening die uitgaat van leefplezier voor de in- en externe verantwoording van kwaliteit. Bij alle betrokken partijen leeft de overtuiging dat deze kwaliteit in de ouderenzorg niet alleen zit in goede medische zorg en een veilige en hygiënische leefomgeving, maar juist ook in het creëren van waardevolle ervaringen en betekenisvolle ontmoetingen voor bewoners in de laatste fase van hun leven. De vraag is alleen hoe je deze narratieve kwaliteit, die zich niet zomaar laat meten of tellen, kunt vastleggen en aantonen. Het Leefplezierplan doet een eerste aanzet.

Naar een werkwijze die in alle zorgorganisaties kan worden toegepast
Bijzonder aan het project Leefplezierplan op locatie is dat alle partijen meedoen die toezien op de kwaliteit van zorg. Elke instantie is vertegenwoordigd in de stuurgroep waarin uitdagingen die op de werkvloer boven water komen, worden besproken en waar mogelijk opgelost. Door samen na te denken over normatieve en narratieve verantwoordingskaders, wordt toegewerkt naar een werkwijze die in alle zorgorganisaties kan worden toegepast en waar een onmiskenbare stimulans vanuit gaat voor persoonsgerichte zorg met een focus op leefplezier. Het streven is hierbij om het voor zorgmedewerkers zo eenvoudig mogelijk te houden en de narratieve verantwoording niet te ‘stapelen’ bovenop de huidige registratielast.

Lees ook de artikelen die in oktober 2019 over het project verschenen op de websites van Zorgvisie en Waardigheid en Trots.

In oktober 2020 publiceerden we op basis van onze eerste ervaringen bij Zorggroep Elde Maasduinen en Stichting Azora een 10-stappenplan van zaken die belangrijk zijn om in ogenschouw te nemen bij het tot ontwikkeling brengen van leefplezier op een locatie of in een organisatie. Zeker niet bedoeld als blauwdruk, maar ter inspiratie en overdenking.

Neem voor meer informatie contact op met Jan Ravensbergen.

Jolanda Lindenberg met oudere ondernemers bij Pauw

Jolanda Lindenberg met oudere ondernemers bij Pauw

Gisteravond mocht Jolanda Lindenberg aanschuiven bij talkshow Pauw om te vertellen over Start-up Plus: het nieuwe, gratis onderwijsprogramma dat Leyden Academy en Aegon met ondersteuning van EIT Health hebben ontwikkeld voor oudere aspirant-ondernemers. De circa vijftig deelnemers doorlopen op dit moment een pittige cursus van acht weken en presenteren op donderdag 12 december a.s. hun business idee aan een kritische jury in het hoofdkantoor van Aegon in Den Haag. Jolanda ontzenuwde bij Pauw het heersende beeld dat succesvolle start-ups vooral door jongeren worden opgezet: “Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat oudere ondernemers vaak een grotere groei laten zien in omzet en aantal personeelsleden, en de onderneming blijft langer bestaan. Maar het beeld is heel anders. Dat is een van de redenen waarom we deze cursus zijn gestart.”

Ook Han van Doorn (82), deelnemer aan Start-up Plus, zat bij Pauw aan tafel om zijn idee toe te lichten: een slimme app waarmee mantelzorgers een oogje in het zeil kunnen houden, op basis van het stroomgebruik van hun naaste. Hij bedacht de app vanuit een eigen behoefte: “wie vindt mij als ik van de trap zou vallen, en hoe lang duurt dat?” Nu kan zijn zoon op afstand meekijken of alles OK is, zonder dat Han camera’s of sensoren in zijn huis moet ophangen of een alarmknop moet dragen. Ondernemer Evert van Voorst vertelde over zijn succesvolle onderneming: hij bracht op 85-jarige leeftijd de ‘druppelbril’ op de markt en heeft er in twee jaar al 20.000 van verkocht.

De uitzending van Pauw op woensdag 4 december 2019 is door bijna 1 miljoen mensen bekeken. U kunt het fragment van Jolanda, Han en Evert hier terugkijken.