Hoe ervaren ouderen met een Marokkaanse achtergrond de coronatijd?

Hoe ervaren ouderen met een Marokkaanse achtergrond de coronatijd?

Het gemis van een praatje in de moskee of het theehuis, zorgen over de familie in Marokko, over waar je begraven zou worden, het Nederlandse nieuws dat moeilijk te volgen is…

Door de specifieke woon- en leefsituatie van migrantenouderen kunnen de gevolgen van het coronavirus en de genomen maatregelen anders, en in sommige opzichten ernstiger, zijn dan voor ouderen die in Nederland zijn geboren. Dit geldt zeker ook voor Marokkaanse migrantenouderen.

Onderzoekers Nina Conkova, Samya Harroui en Tineke Fokkema gingen in gesprek met 17 thuiswonende ouderen (60+) met een Marokkaanse achtergrond in Leiden en schreven over hun bevindingen in Geron, tijdschrift over ouder worden & samenleving.

Lees hier hoe ouderen met een Marokkaanse achtergrond de coronatijd ervaren.

Coronamaatregelen vergroten kans op eenzaamheid migrantenouderen

Coronamaatregelen vergroten kans op eenzaamheid migrantenouderen

Van de talloze spontane, hartverwarmende initiatieven voor oudere mensen tijdens de coronacrisis, is er maar een handjevol gericht op ouderen met een migratieachtergrond. Terwijl dit een kwetsbare groep is die relatief hard wordt geraakt door de maatregelen, zo betogen Tineke Fokkema en Nina Conkova in vakblad Sociale Vraagstukken. Zij onderscheiden vijf factoren waarom de gevolgen van de corona-uitbraak en de genomen maatregelen om deze te beteugelen, anders voor hen uitpakken dan voor ouderen die in Nederland zijn geboren.

Dr. Nina Conkova is senior onderzoeker bij Leyden Academy on Vitality and Ageing. Tineke Fokkema is senior onderzoeker bij het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut en bijzonder hoogleraar ‘Ageing, Families and Migration’ aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

U kunt het artikel in Sociale Vraagstukken hier lezen.

“De oudere migrant bestaat niet”

“De oudere migrant bestaat niet”

Leiden, 17 oktober 2019 – Hoe ervaren ouderen met een niet-Nederlandse achtergrond het ouder worden in Nederland? Er blijken grote verschillen te zijn tussen én binnen groepen oudere migranten, en deze verschillen zijn niet alleen te begrijpen vanuit de etnische achtergrond. Dit concluderen onderzoekers van Leyden Academy on Vitality and Ageing op basis van kwalitatief onderzoek. Zij pleiten dan ook voor een persoonsgerichte, cultuursensitieve benadering. De bevindingen worden beschreven in het artikel ‘The Experience of Aging and Perceptions of “Aging Well” Among Older Migrants in the Netherlands’ dat deze maand verschijnt in de speciale uitgave ‘Immigration and Aging’ van wetenschappelijk tijdschrift The Gerontologist.

Acht focusgroepen
In wetenschappelijk onderzoek naar oudere migranten ligt de nadruk vooral op thema’s als gezondheid en zorggebruik. Hun sociaal welbevinden blijft nog onderbelicht, zo concludeerden de auteurs vorig jaar in een literatuurstudie. Maar hoe zien deze mensen een goede oude dag? Om deze vraag te beantwoorden, zijn in het voorjaar van 2018 acht groepsgesprekken gehouden met ouderen met een Nederlands-Indische en Molukse, Europese, Surinaamse, Antilliaanse, Turkse en Marokkaanse achtergrond. Bij de laatste twee groepen zijn aparte gesprekken gehouden met mannen en vrouwen. De deelnemers waren relatief gezonde, zelfstandig wonende ouderen in de leeftijd van 54 tot 88 jaar oud. Het betrof open gesprekken; wel kwamen vaste thema’s aan bod zoals het ouder worden, dagelijkse activiteiten, sociale contacten, de leefomgeving en zelfredzaamheid en verantwoordelijkheid.

Positiever beeld
Uit de groepsgesprekken concluderen de onderzoekers dat oudere migranten positiever zijn over het ouder worden in Nederland dan je zou verwachten vanuit de (wetenschappelijke) literatuur. Over het algemeen gaven de deelnemers aan behoorlijk tevreden te zijn met hun leven, vooral wat betreft hun fysieke en sociale leefomgeving en sociale voorzieningen, zoals de kwaliteit van de gezondheidszorg. Zo legden twee Marokkaanse heren uit dat in Nederland “de arts beter is”, dat “het veilig is” en dat “het een vrij land is waar niets moet”. Door alle groepen heen bestaat de wens om gezond, onafhankelijk en sociaal betrokken te blijven. Er zijn ook negatieve aspecten genoemd van het ouder worden, waarbij er verschillen zijn te onderscheiden per groep. Zo maken Turkse ouderen zich wat meer zorgen over wie er voor hen zal zorgen als zij kwetsbaarder worden, en wat zij hierin van de overheid mogen verwachten. Ouderen met een Surinaamse, Nederlands-Indische en Molukse achtergrond noemen in dit kader hun afnemende gezondheid. Onderzoeker dr. Nina Conkova: “Misschien is het dominante beeld van ouderen met een migratie-achtergrond wel gekleurd door problematisering van de eerste generatie migranten. Het wordt tijd dat we dit beeld bijstellen en niet alleen kijken naar ziekte en zorg, maar ook naar het ouder worden in meer algemene zin. Laten we de kennis en talenten van deze mensen meer laten zien en aanspreken.”

Naar een cultuursensitieve benadering
Het onderzoek laat zien dat er grote verschillen zijn in hoe het ouder worden wordt ervaren tussen én binnen de groepen oudere migranten en dat deze verschillen niet alleen te begrijpen zijn vanuit de etnische achtergrond. Het generaliseren van problemen en benaderingen doet geen recht aan deze diversiteit, vindt Conkova: “Net zomin als ‘de oudere’ bestaat, bestaat de ‘oudere migrant’. Vergelijkbaar met ouderen die in Nederland zijn geboren, zijn er binnen de groepen ouderen met een niet-Nederlandse achtergrond grote verschillen in opleiding, inkomen en kennis van het Nederlandse systeem en beleid. Maar ook op basis van hun persoonlijke migratiegeschiedenis en taalvaardigheden.”

Gezien deze bevindingen en de toenemende diversiteit onder ouderen in het algemeen, is het belangrijk om groepen niet over één kam te scheren en in zorg en welzijn vooral in te zetten op een persoonsgerichte, cultuursensitieve benadering. Conkova: “In deze benadering is er ruimte voor de wensen en behoeftes van elk individu en voor de individuele beleving van en betekenisgeving aan iemands (migratie)achtergrond, zonder klakkeloos aan te nemen dat deze de identiteit bepaalt.”

Het artikel The Experience of Aging and Perceptions of “Aging Well” Among Older Migrants in the Netherlands door Nina Conkova en Jolanda Lindenberg is op 30 september jl. online gepubliceerd en verschijnt in de speciale uitgave ‘Immigration and Aging’ van wetenschappelijk tijdschrift The Gerontologist.

In geval van vragen kunt u contact opnemen met Niels Bartels, manager communicatie, via tel. (071) 524 0960 / tel. (06) 3461 4817 of via e-mail.

Eenzaamheid onder Turkse en Marokkaanse ouderen

Diverse studies laten relatief grote verschillen in eenzaamheid zien tussen senioren met en zonder migratieachtergrond. Cijfers uit de gezondheidsmonitoren van de vier grote steden (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) laten zien dat eenzaamheid het vaakst voorkomt onder niet-westerse ouderen. Terwijl in 2012 39% van de Nederlandse 65-plussers kampte met gevoelens van matige eenzaamheid, gaf 42% van de Surinaamse, 46% van de Marokkaanse en 48% van de Turkse ouderen aan matig eenzaam te zijn. Turkse 65-plussers zijn met 21% het vaakst (zeer) ernstig eenzaam, gevolgd door Marokkanen en Surinamers (18%). Eenzelfde patroon is zichtbaar in de meest recente dataverzameling, uit 2012-2014, van de Longitudinal Aging Study Amsterdam (LASA) onder Turken en Marokkanen van 55 tot 65 jaar en hun in Nederland geboren leeftijdsgenoten. Van de Turkse en Marokkaanse LASA-respondenten is respectievelijk 54 en 58% matig eenzaam, tegenover 21% van de Nederlandse LASA-respondenten. Een op de vier Turkse 55-64 jarigen voelt zich ernstig eenzaam, terwijl dit geldt voor 12% van hun Marokkaanse en 4% van hun Nederlandse leeftijdsgenoten. De gemiddelde eenzaamheid onder vooral de Turkse ouderen is alarmerend hoog en verdient daarom speciale aandacht.

Hoe verklaren we de hogere eenzaamheid onder Turkse ouderen?
Enkele studies proberen het verschil in eenzaamheid tussen oudere migranten en niet-migranten, en tussen migrantengroepen onderling, te verklaren. Een constante bevinding is dat oudere migranten vooral een verhoogde kans op eenzaamheid hebben vanwege hun ongunstige situatie met betrekking tot bekende risicofactoren voor eenzaamheid, zoals gezondheid, sociaaleconomische status, en sociale participatie. Met uitzondering van gezondheid, lijkt dit tevens een verklaring te geven waarom Surinaamse ouderen minder vaak (ernstig) eenzaam zijn dan hun Marokkaanse en Turkse leeftijdsgenoten. Het biedt echter geen verklaring voor het verschil in eenzaamheid tussen Marokkanen en Turken, zij hebben immers een vergelijkbare migratiegeschiedenis en positie in de Nederlandse samenleving (mate van integratie, gezondheid, sociaaleconomische status).

Kennelijk spelen bij Turkse ouderen andere factoren een rol, of spelen bekende factoren een zwaardere rol bij het ontwikkelen van eenzaamheidsgevoelens. Hierbij valt te denken aan andere ingewikkelde factoren als gevolg van de migratie (zoals heimwee, zorgen over de situatie in het land van herkomst, spanningen binnen het gezin rond de keuze ‘blijven, pendelen of terugkeren’), meer belang hechten aan het hebben van een partnerrelatie, onrealistisch hoge verwachtingen van de (klein)kinderen (bijvoorbeeld verwachtingen ten aanzien van contacten en steunuitwisseling), een meer pessimistische kijk op het leven, en een grotere gevoeligheid voor discriminatie en sociale uitsluiting.

Sociale relaties
In dit project onderzoeken we zowel de sociale relaties en de verwachtingen van (klein)kinderen, als het verband met het herkomstland. Op dit moment houden wij interviews met ouderen met een Turkse en Marokkaanse achtergrond. De interviews worden in verschillende grote steden in Nederland gedaan. Het project wordt uitgevoerd in samenwerking met Erasmus Universiteit Rotterdam en Xtra Welzijn.

Publicatie

  1. ‘Turkse en Marokkaanse ouderen in Nederland en België: een sociaal-demografisch profiel’, Gēron, 1 juni 2018

Heeft u vragen, suggesties of wilt u op de hoogte worden gehouden van dit onderzoek, neem dan contact op met Nina Conkova.

IMISCOE-congres ‘Zorg voor en sociaal welbevinden van oudere migranten’

IMISCOE-congres ‘Zorg voor en sociaal welbevinden van oudere migranten’

Vandaag vond bij Leyden Academy in het Poortgebouw in Leiden het drukbezochte congres over de zorg voor en het sociale welbevinden van oudere migranten plaats.

In Nederland neemt het aantal ouderen met een migratieachtergrond snel toe. Vanwege culturele, sociaaleconomische en demografische verschillen hebben zij andere zorgvragen, alsook specifieke behoeften aan nieuwe welzijnsinterventies en -voorzieningen, vergeleken met ouderen zonder een migratieachtergrond. Tot nu toe houden wetenschap en praktijk zich hier elk afzonderlijk mee bezig, waardoor vragen als ‘wat kunnen we van elkaar leren?’ en ‘hoe kunnen we samen werken aan een betere oude dag voor ouderen migranten?’ onbeantwoord zijn gebleven.

Het doel van dit congres was om wetenschappelijk onderzoek en praktijkervaringen rondom de zorg voor en het sociaal welbevinden van oudere migranten dichter bij elkaar te brengen.

Tijdens de ochtendsessie kwam de complexe relatie tussen verschillende vormen van zorg en ondersteuning aan bod, die worden aangeboden op lokaal niveau (in woonzorgcentra, wijken en bij mensen thuis). Nu gemeenten verantwoordelijk zijn voor langdurige zorg voor ouderen, ontstaan er nieuwe combinaties van professionele zorg, vrijwilligerswerk, informele hulp en mantelzorg. Op basis van recent onderzoek uit Nederland en Zwitserland werd in kaart gebracht wat de gevolgen van deze ontwikkeling zijn voor oudere migranten, reguliere en gespecialiseerde zorgaanbieders en beleidsmakers.

In de middagsessie stonden verschillende aspecten van het sociaal welbevinden van oudere migranten in Nederland centraal. Hoewel sociaal welbevinden een belangrijke dimensie is van kwaliteit van leven, krijgen thema’s als gezondheid, kwaliteit van zorg en toeleiding naar zorg meer de aandacht. De sessie onderzocht welke aspecten van welbevinden onderwerp zijn van lopend wetenschappelijk onderzoek en discussie in de praktijk. In het bijzonder werden de volgende drie thema’s uitgelicht: eenzaamheid, sociale participatie en transnationale relaties.

Dit congres werd mede mogelijk gemaakt door Roos Pijpers (Radboud Universiteit Nijmegen), Eva Soom Ammann (Hogeschool Bern, Zwitserland), Tineke Fokkema (Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut/Erasmus Universiteit Rotterdam) en Nina Conkova (Leyden Academy on Vitality and Ageing).

WHO richtlijnen voor de gezondheid van oudere migranten en vluchtelingen

WHO richtlijnen voor de gezondheid van oudere migranten en vluchtelingen

In november 2018 is de Technical guidance Health of older refugees and migrants uitgebracht door de World Health Organization (WHO) Regional Office for Europe. Deze richtijnen hebben als doel de beleidsontwikkeling en praktijk te ondersteunen gericht op de verbetering van de gezondheid en het welbevinden van oudere vluchtelingen en migranten in Europa. Veroudering en migratie zijn op zichzelf complexe, veelzijdige processen die worden beïnvloed door een scala aan factoren op micro-, meso- en macroniveau gedurende de levensloop van een individu. Inspelen op de behoeften van oudere vluchtelingen en migranten moet dan ook worden ingebed in alle facetten van het beleid en de werkwijzen gericht op oudere mensen. Auteur van het rapport is Maria Kristiansen, associate professor bij het Center for Healthy Aging en de afdeling Public Health van de Universiteit van Kopenhagen.

Gesprekstool voor oudere migranten
Het WHO-rapport met richtlijnen bevat ook enkele ‘veelbelovend voorbeelden’, waaronder een project van Leyden Academy (op pagina 21) met betrekking tot het persoonsgericht werken in zorg en welzijn. Het betreft de Life and Vitality Assessment (LAVA), een gespreksinstrument om samen in kaart te brengen en te bespreken wat een oudere persoon belangrijk vindt in zijn of haar leven. Op dit moment wordt gewerkt aan een variant van de LAVA gesprekstool voor oudere migranten, mede gebaseerd op inzichten vanuit een serie focusgroepen die we in 2018 organiseerden met oudere afgevaardigden van de grootste groepen niet-Westerse migranten in Nederland.

Bezoek voor meer informatie de website van het WHO Regional Office for Europe.

‘Wie zorgt er voor ons?’ Promotie Nina Conkova

‘Wie zorgt er voor ons?’ Promotie Nina Conkova

Wanneer we hulp nodig hebben of langer thuis willen blijven wonen, kunnen we dan rekenen op familie, vrienden/buren, of professionals? In Nederland, maar ook in andere Europese landen, trekt de verzorgingsstaat zich steeds verder terug, terwijl van familie- en niet-familieleden vaker en meer hulp wordt verwacht. Maar of de familie, en in het bijzonder vrienden en buren daartoe bereid en in staat zijn, is de vraag. Want het betrekken van niet-familieleden in de ondersteuning bij praktische zaken en zorg blijkt minder eenvoudig dan in de ideale participatiesamenleving gewenst is. Dat stelt sociologe dr. Nina Conkova in haar proefschrift “Non-kin ties as a source of support in Europe: On the role of context”. Ze verdedigde haar proefschrift op donderdag 24 januari met succes aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Voorkeur
Uit grootschalige enquêtegegevens uit meerdere Europese landen concludeert Conkova dat er een volgorde van voorkeur bestaat waarbij familieleden de meest belangrijke en professionals de minst belangrijke bron van hulp zijn. Niet-familieleden nemen een tussenpositie in. Deze volgorde verschilt echter per soort hulp en per land.

Soort hulp
In sociologisch onderzoek worden vier vormen van hulp onderscheiden: zorg, praktische, financiële en emotionele steun. Uit het promotieonderzoek van Conkova blijkt dat familieleden geschikt zijn om alle soorten hulp te bieden, terwijl niet-familieleden vooral inspringen als het gaat om hulp bij het vinden van een baan en emotionele steun. Dit bevestigt de theoretische aanname dat vrienden en buren beter in staat zijn om emotionele ondersteuning te bieden dan instrumentele hulp omdat praktische steun en zorg betrokkenheid vereisen die verder reikt dan de relatie tussen vrienden, buren en collega’s.

Beleid aanpassen
Het activeren van niet-familieleden in de ondersteuning bij praktische zaken en zorg lijkt minder eenvoudig dan wordt gesuggereerd door het concept van de participatiesamenleving. In de gevallen waarin vrienden en buren praktische steun en zorg al verlenen, is het dus belangrijk om sociaal beleid in te voeren dat de druk van de steun- en zorg kan verlichten. Bijvoorbeeld buitengewoon verlof om zorg te bieden aan niet-familieleden, financiële vergoeding voor het helpen van een buur of vriend, belastingverlaging en flexibele werkafspraken.

Landenverschillen
Eerder onderzoek toont aan dat in Zuid-Europese landen de sterkste mate van familie-afhankelijkheid bestaat terwijl in Noord- en West-Europa mensen vaker kiezen voor hulp van professionals. Op basis van hulp van niet-familieleden laat Conkova zien dat veel van hulp buiten de familie ook in enkele landen in Zuid- en Oost-Europa is te vinden, zoals Italië voor emotionele steun en Bulgarije, Estland, en Letland voor hulp bij het vinden van een baan. Normen rondom de familie en individualistische waarden op landniveau en algemeen vertrouwen op individueel niveau verklaren deze landsverschillen in hulp van niet-familieleden.

Neem voor meer informatie contact op met de afdeling persvoorlichting van Erasmus University Rotterdam via tel. (010) 408 1216 en e-mail.

Welbevinden oudere migranten onderbelicht in de wetenschap

Welbevinden oudere migranten onderbelicht in de wetenschap

Leiden, 20 november 2018 – Ouderen vormen een snelgroeiende groep in de Nederlandse samenleving. Van een steeds groter deel van deze ouderen stond de wieg buiten Nederland. Door factoren als hun persoonlijke verleden, migratie en sociaaleconomische positie, zijn deze ouderen vaak minder weerbaar dan hun leeftijdsgenoten die in Nederland geboren zijn. Voor deze problematiek is in de afgelopen jaren steeds meer wetenschappelijke aandacht, waarbij de nadruk sterk ligt op thema’s als ziekte en zorggebruik. Het welbevinden van oudere migranten blijft onderbelicht, zo concluderen onderzoekers van Leyden Academy on Vitality and Ageing op basis van een literatuurstudie waarover op 12 november jl. online is gepubliceerd en die in december 2018 verschijnt in de speciale uitgave ‘Gezondheid, zorggebruik en sociaal welbevinden van oudere migranten in Nederland’ van het Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie.

Onderzoeksopzet
De onderzoekers Nina Conkova en Jolanda Lindenberg hebben in totaal 104 publicaties over ouderen met een niet-Nederlandse achtergrond onder de loep genomen op het gebied van gezondheid en welbevinden, bestaande uit 69 gepubliceerde artikelen in (inter)nationale wetenschappelijke tijdschriften en 35 rapporten in het Nederlands en Engels. Dit narratieve literatuuroverzicht laat zien dat het leeuwendeel van het bestaande onderzoek is gericht op Surinaamse, Turkse en Marokkaanse ouderen, in absolute aantallen de drie grootste groepen niet-westerse migranten in Nederland. Volgens het CBS telde Nederland begin 2018 in totaal 312.000 migranten van niet-Westerse origine in de leeftijd van 55 jaar en ouder. Ongeveer twee derde van alle artikelen en rapporten is gewijd aan gezondheid en zorg en slechts een derde aan aspecten van welbevinden. Studies binnen het domein gezondheid zijn bovendien vaker grootschalig en kwantitatief van opzet en internationaal gepubliceerd dan die in het domein van welbevinden.

Aandacht voor wensen en verlangens
Jolanda Lindenberg van Leyden Academy pleit naar aanleiding van de inventarisatie voor meer aandacht in wetenschappelijk onderzoek voor de wensen en verlangens van oudere migranten. Lindenberg: “De nadruk in het onderzoek ligt nog sterk op negatieve aspecten, zoals het in kaart brengen van risicofactoren voor bepaalde ziektes, zorggebruik en cultuur-sensitieve en persoonsgerichte behandeling en zorg. Wat nog ontbreekt, is een bredere sociaal-maatschappelijke benaderingswijze die verder gaat dan een ziekte- en probleemgerichte benadering. Welke wensen en verlangens hebben ouderen met een niet-Nederlandse achtergrond, naast hun eventuele ziekte of beperking? Hoe ziet een goede oude dag er voor hun uit? En hoe kunnen we hun leven zo plezierig mogelijk maken?”

Grote onderlinge verschillen
Ook blijkt er in het huidige onderzoek weinig oog voor de diversiteit onder oudere migranten, hoewel eerder onderzoek aantoont dat de verschillen tussen en binnen migrantengroepen relatief groot zijn. Dit beeld werd bevestigd in de acht focusgroepen die Leyden Academy in 2018 organiseerde onder ouderen van Westerse, Surinaamse, Antilliaanse, Indonesische, Turkse en Marokkaanse afkomst. Lindenberg: “Een Surinaamse oudere heer kan meer gemeen hebben met zijn buurman die in Nederland is geboren, dan met een leeftijdsgenoot met Turkse wortels. Toch zien we dat groepen ouderen met een niet-Nederlandse achtergrond nog vaak in dezelfde onderzoeken worden samengenomen. Er is meer verklarend onderzoek nodig dat verder gaat dan herkomstland en sociaaleconomische status.”

Het artikel ‘Gezondheid en welbevinden van oudere migranten in Nederland: Een narratieve literatuurstudie’ door Nina Conkova en Jolanda Lindenberg is op 12 november jl. online gepubliceerd en verschijnt in december 2018 in de speciale uitgave ‘Gezondheid, zorggebruik en sociaal welbevinden van oudere migranten in Nederland’ van het Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie: https://link.springer.com/article/10.1007/s12439-018-0268-2

Neem voor meer informatie contact op met Niels Bartels, manager communicatie, via e-mail of tel. (071) 524 0960.

Zorg voor en sociaal welbevinden van oudere migranten

Zorg voor en sociaal welbevinden van oudere migranten

In Nederland neemt het aantal ouderen met een migratieachtergrond snel toe. Vanwege culturele, sociaaleconomische en demografische verschillen in vergelijking met ouderen zonder een migratieachtergrond, hebben zij specifieke zorgvragen, evenals behoeften aan nieuwe welzijnsinterventies en -voorzieningen.

In dit kader zal op dinsdag 19 februari 2019 bij Leyden Academy het IMISCOE-congres ‘Zorg voor en sociaal welbevinden van oudere migranten’ plaatsvinden. Het congres staat in het teken van kennisuitwisseling tussen onderzoekers en professionals en beleidsmakers in zorg en welzijn. De onderzoekers gaan graag in discussie over praktische toepassingen van recent onderzoek naar lokale aspecten van zorg voor oudere migranten (ochtend), waaronder wijkgericht werken en mantelzorg, en aspecten van sociaal welbevinden (middag), waaronder eenzaamheid, sociale participatie en transnationale relaties. Ook is er volop ruimte voor het aandragen van suggesties voor vervolgonderzoek en om de verbinding tussen onderzoek en praktijk verder te versterken. Klik hier voor het volledige programmaDe voertaal van het congres is Engels.

Organisatie
Nina Conkova (Leyden Academy on Vitality and Ageing)
Tineke Fokkema (Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut/Erasmus Universiteit Rotterdam)
Roos Pijpers (Radboud Universiteit Nijmegen)
Eva Soom Ammann (Hogeschool Bern, Zwitserland)

Aanmelden
Deelname is gratis. Wilt u het congres bijwonen, meld u zich dan aan bij Jacqueline Leijs via e-mail: leijs@leydenacademy.nl of tel. (071) 524 0960.

 

Welbevinden van ouderen met een niet-Nederlandse achtergrond

Ouderen met een niet-Nederlandse achtergrond zijn een snel groeiende groep. Volgens het CBS telde Nederland begin 2017 in totaal 800.000 migranten van 55 jaar en ouder. Ongeveer de helft van deze mensen is boven de 65 jaar oud, van hen zijn er 117.000 van niet-Westerse en 305.000 van Westerse origine. In de afgelopen twintig jaar is het aandeel 65 plussers binnen migrantengroepen gestegen naar 5,4 procent onder niet-Westerse migranten en 18,1 procent onder Westerse migranten. Onder de 75-plussers telde het CBS 37.000 mensen van niet-Westerse en 130.000 mensen van Westerse origine. De vier grootste groepen niet-Westerse oudere migranten in Nederland in absolute aantallen zijn ouderen uit Suriname, Turkije, Marokko en de Nederlandse Antillen en Aruba. De grootste groepen Westerse migranten omvatten Duitsers, mensen uit het voormalige Nederlands-Indië en het huidige Indonesië en Belgen.

Aandacht voor sociaal welbevinden
Door deze ontwikkelingen komen ouderen met een migratieachtergrond steeds meer in het vizier van beleidsmakers en onderzoekers. Echter, uit onze literatuurstudie waarover in december 2018 is gepubliceerd in het Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie blijkt dat thema’s die vaak aan orde komen zich nog vooral richten op gezondheid, zoals zorggebruik en -kwaliteit. Wat nog ontbreekt is een bredere sociaal-maatschappelijke benaderingswijze die verder gaat dan een ziektegerichte, probleemgerichte benadering. Net als ouderen die in Nederland geboren zijn, krijgen oudere migranten vooral te maken met chronische ziekten waarmee ze langdurig leven. Kwaliteit van leven en welzijn worden belangrijker. Voor medewerkers in zorg en welzijn is dit een grote uitdaging: een andere taal, laaggeletterdheid (die overigens ook rond de 30% ligt onder ouderen die in Nederland geboren zijn) en andere verwachtingen ten opzichte van de professional. Centrale vragen die nog niet beantwoord zijn, zijn onder andere: hoe kunnen we het leven van ouderen met een migratieachtergrond zo prettig mogelijk maken? Welke wensen en verlangens hebben zij naast of met hun ziekte? Wat betekent voor hen een goede oude dag?

In gesprek met oudere migranten
Om deze vragen te kunnen beantwoorden zijn we begin 2018 in gesprek gegaan met ouderen met een migratieachtergrond. Omdat we op zoek waren naar zoveel mogelijk veelzijdigheid met betrekking tot de ervaringen en zienswijzen van ouderen met een niet-Nederlandse afkomst, hebben we acht groepsgesprekken met leden van zes migrantengroepen gehouden, namelijk Nederlands-Indisch en Moluks, en ouderen met een Europese (incl. Britse, Belgische, Hongaarse en Deense), Surinaamse (Creools), Antilliaanse, Turkse (mannen en vrouwen gescheiden) en Marokkaanse (man en vrouw gescheiden) achtergrond. De eerste resultaten van de focusgroepen zijn op 19 februari 2019 gepresenteerd op het IMISCOE-congres ‘Zorg voor en welbevinden van oudere migranten’ in Leiden. Thema’s die besproken werden omvatten percepties van ouderdom, de ervaring van ouder worden, sociale netwerken, familie, land van herkomst en leefomgeving. Drie hoofdconclusies uit dit onderzoek:

  1. Oudere migranten lijken het ouder worden in Nederland positiever te ervaren dan vaak wordt aangenomen.
  2. Er is een grote diversiteit tussen en binnen migrantengroepen.
  3. Er zijn drie gemeenschappelijke wensen voor de oude dag: gezond, onafhankelijk en betrokken zijn; en een aantal specifieke wensen per groep zoals reizen, rust en voorzieningen voor sociale activiteiten.

Diverse publicaties
De resultaten en conclusies van dit onderzoek zijn beschreven in een aantal studies:

  1. ‘Ouderdom komt voor migranten met kansen en beperkingen’, Sociale Vraagstukken, 24 mei 2019
  2. Onderzoeksverslag ‘Ouder worden in Nederland: ervaringen en een kijk op een goede oude dag onder ouderen met een migratieachtergrond‘, september 2019
  3. ‘The experience of aging and perceptions of “aging well” among older migrants in the Netherlands’, The Gerontologist, oktober 2019 (klik hier voor het persbericht)

Heeft u vragen, suggesties of wilt u op de hoogte worden gehouden van dit onderzoek, neem dan contact op met Nina Conkova.