Honours Course ‘Innovating Health and Well-Being’ in het teken van COVID-19

Honours Course ‘Innovating Health and Well-Being’ in het teken van COVID-19

Vandaag is de Honours Course ‘Innovating Health and Well-Being through Entrepreneurship’ van start gegaan, een co-productie van Leyden Academy en PLNT Leiden. De Honours Class maakt onderdeel uit van de speciale extra-curriculaire vakken voor talentvolle masterstudenten, die in multidisciplinaire teams werken aan innovatieve oplossingen voor uitdagingen rondom gezondheid en welbevinden. Gezien de bijzondere tijd waarin we ons bevinden, zijn deze opgaven gerelateerd aan de uitdagingen waarvoor de coronacrisis ons stelt. In de komende tien weken zullen vijftig bachelor- en masterstudenten van Universiteit Leiden zich via een virtuele leerervaring vastbijten in complexe vraagstukken als:

  • Hoe blijven we in contact met zelfstandig wonende ouderen die niet beschikken over digitale middelen?
  • Hoe leggen we de maatregelen uit aan kinderen, jongeren, mensen die laaggeletterd zijn of mensen met een verstandelijke beperking?
  • Hoe houden we (het beperkte aantal) hulpverleners gezond, terwijl ze voor kwetsbare mensen zorgen en thuis een gezin hebben?
  • Hoe kunnen we in deze tijd omgaan met eenzaamheid onder studenten, jongeren en senioren?
  • Hoe moeten we omgaan met ‘social distancing’ in de laatste fase van iemands leven?

Het curriculum start met het definiëren en analyseren van het probleem, gevolgd door design thinking-processen (creativiteit en innovatie), het beter begrijpen van de eindgebruiker en testen met MVP’s (minimum viable product of service), en sluit af met het toetsen of de oplossing levensvatbaar is, via business modeling en value proposition. We hopen dat uiteindelijk de innovaties positief zullen bijdragen aan de vraagstukken waarmee we ons in deze deze onwerkelijke tijd geconfronteerd zien.

Kijk voor meer informatie op Studiegids Universiteit Leiden.

Hoe kan techniek bijdragen aan woonplezier?

Hoe kan techniek bijdragen aan woonplezier?

Langer thuis wonen gaat niet alleen over het wegnemen van drempels of rekening houden met de draaicirkel van een rollator… Je thuis blijven voelen in je woning is minstens zo belangrijk. Hoe kan techniek bijdragen aan woonplezier? U kunt erover in gesprek in de inspiratiesessie ‘Woonplezier en technologie: hoe maken we een slimme, empathische woning?’ tijdens de conferentie Een nieuwe generatie ouderen(zorg) op 27 november a.s. in congrescentrum NBC te Nieuwegein. De sessie wordt geleid door Lex van Delden en Coosje Hammink, docent-onderzoeker van het lectoraat Architecture in Health, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen.

Leyden Academy is partner van de conferentie en verzorgt onder meer inspiratiesessies over leefplezier in de ouderenzorg (Josanne Huijg en Friso Gosliga), peer coaching voor vitale bewoners en medewerkers (David van Bodegom) en wat we kunnen leren van de zorg voor ouderen in Zweden en Denemarken (Marieke van der Waal en Henk Nies, Vilans). Komt u ook? Meer informatie over het programma en inschrijving vindt u op de website.

Blog Skipr: Vier tips voor beweging in verpleeghuis

Blog Skipr: Vier tips voor beweging in verpleeghuis

Bewegen is gezond, ook voor de bewoners van verpleeghuizen. Beweegactiviteiten kunnen het risico op valincidenten en depressie verkleinen en kunnen bovenal veel plezier geven. Lex van Delden van Leyden Academy deed in de periode 2017-2019 drie verschillende onderzoeken naar beweging in de ouderenzorg, bij in totaal tien verschillende zorgorganisaties. Wat doen de bewoners gedurende de dag en komt dit overeen met het beleid? Wat zijn de ervaringen van medewerkers? Lex ziet volop kansen om bewoners te activeren en vatte deze samen in vier tips voor de lezers van zorgblog Skipr.

De blog is op 31 juli 2019 gepubliceerd op Skipr. U kunt deze hier teruglezen.

Bewegen in het verpleeghuis

Voldoende beweging is gezond voor iedereen. Ook voor de bewoners van verpleeghuizen is het belangrijk om actief te blijven: het heeft een positief effect op de gezondheid en verkleint het risico op valincidenten en depressie. Bewegen kan ook veel plezier geven. Toch zijn in de Nederlandse verpleeghuizen negen van de tien bewoners inactief, terwijl zij vaak graag nog willen en kunnen deelnemen aan activiteiten en algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL). De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd doet dan ook een beroep op de zorgsector om structureel bewegen op te nemen in het zorgaanbod. Voordat we ons als Leyden Academy richten op eventuele interventies en programma’s om bewoners van zorginstellingen te activeren, wilden we onderzoeken hoe het eraan toe gaat in diverse organisaties voor ouderenzorg en van de medewerkers horen wat hun ervaringen zijn. Wat doen bewoners in een zorginstelling gedurende de dag, komt dat overeen met het beleid, welke belemmeringen liggen op de loer en waar liggen kansen om bewoners te activeren?

We hebben de volgende drie onderzoeken in zorgorganisaties uitgevoerd:

  1. Beweeginterventie ActiVite
    Dit betrof een experiment in 2017 en 2018 bij twee locaties van ActiVite, gericht op het stimuleren van meer bewegen op basis van de interesses, wensen en verlangens van bewoners. De activiteit werd gemeten met een activity-tracker. Bewoners die activiteiten kregen aangeboden die aansloten op hun persoonlijke voorkeuren werden actiever, terwijl bewoners die het reguliere aanbod voorgeschoteld kregen juist minder actief werden. Klik hier voor het rapport.
  2. Bewegen in de zorginstelling
    Dit onderzoek omvatte een serie observaties en interviews in 2017 en 2018 in negen zorginstellingen waar verpleeghuiszorg geboden wordt (psychogeriatrie en somatiek) om het beleid en de daadwerkelijke (in)activiteit, de ervaringen van zorgpersoneel en eventuele knelpunten in kaart te brengen. Klik hier voor het rapport.
  3. Roomburgh Actief
    Ook in dit onderzoek bij zorgcentrum Roomburgh in 2019 is ingezet op het verleiden van bewoners tot meer deelname aan activiteiten op basis van hun interesses, wensen en verlangens, maar dan gericht op somatiek. In dit onderzoek lag de nadruk meer op de methode van het inspelen op de voorkeuren van individuele bewoners. Klik hier voor het rapport.


Vier kansen voor verbetering
Uit ons onderzoek blijkt dat er veel kansen zijn om verpleeghuisbewoners te stimuleren om meer in beweging te komen. Om dit te bereiken, kunnen vier belemmeringen worden weggenomen:

  • De (fysieke en sociale) omgeving in een verpleeghuis stimuleert vaak niet of nauwelijks tot activiteit. Dat zien we vooral bij kleinschalig wonen binnen de psychogeriatrie. Hier wonen ouderen die nog best actief zouden kunnen zijn, maar vaak duttend in de gedeelde ruimte worden aangetroffen. Logisch, want in die ruimte staan vooral stoelen en banken en alles staat netjes opgeborgen in de kast. Wat er buiten de ruimte te doen is, is niet zichtbaar of de route naar buiten is niet duidelijk voor de bewoners. Een verzorgende uit ons onderzoek: “Als je de woonkamer binnenkomt, dan zie je sowieso al vijf á zes mensen slapen. Dat is dan ook wel weer een punt waar we iets aan kunnen doen.”
  • De (de perceptie van) tijdgebrek bij medewerkers beperkt de activiteit bij bewoners. Hoewel bewoners in veel gevallen (een deel van) de ADL-taken en andere activiteiten zelf zouden kunnen en willen uitvoeren, worden deze vaak uit handen genomen. Vooral bij het wassen en aan- en uitkleden wordt omwille van de tijd veel door de medewerkers gedaan. Rond de maaltijden worden bewoners vaak niet betrokken bij het boodschappen doen, de (voor)bereiding van de maaltijd, het tafel dekken en afruimen en de afwas. Een verzorgende: “Er is een dagschema waar we ons aan moeten houden. Als mensen zichzelf gaan wassen, duurt het allemaal te lang.”
  • Een strikte taakopvatting belemmert de integrale aanpak van inactiviteit. Hoewel veel organisaties zeggen de oudere bewoner centraal te stellen, zijn zorg, therapie en activiteiten vaak nog niet goed op elkaar afgestemd. Medewerkers voelen zich vooral verantwoordelijk voor hun primaire taken, waardoor deze centraal komen te staan in plaats van de bewoner. Integratie van taken kan leiden tot meer activiteit, die bovendien beter kan worden afgestemd op de mogelijkheden, interesses, wensen en verlangens van de bewoner. Een fysiotherapeut: “Ik heb op school gezeten om mensen te behandelen en niet om activiteiten te begeleiden.”
  • Door het onvoldoende kennen van de bewoner kan niet goed worden ingespeeld op hun individuele interesses en verlangens met betrekking tot activiteiten. Die vinden nu vaak plaats op vaste dagen, tijden en locaties en zijn niet altijd passend voor elke bewoner. Soms is bij de intake aandacht voor de (oude) voorkeuren van bewoners, maar er worden zelden activiteiten aangeboden die hierop ingaan. Ook wordt hier na de intake geen structurele aandacht meer aan besteed, terwijl de interesses, wensen en verlangens in de loop van de tijd kunnen veranderen. Hier liggen veel kansen voor organisaties en hun medewerkers om een betekenisvolle bijdrage te leveren aan het leefplezier van hun bewoners. Een activiteitenbegeleider: “Ik zou leefplezier voorop willen zetten. Iemand wilde bijvoorbeeld naar IKEA. Wie denkt daar nou aan? Dan moeten we eigenlijk lekker naar IKEA en daar samen gaan rondlopen.

Conclusie
Er kan veel bewegingswinst worden behaald door een andere inrichting van de (fysieke en sociale) omgeving. Bijvoorbeeld door zicht te bieden op ruimtes waar men vrij naartoe kan gaan door open of transparante deuren, of door spelletjes op tafel in het zicht te laten staan. Ook kan er beter worden ingespeeld op de interesses en verlangens van bewoners. Medewerkers kunnen hun taken onderling beter integreren en afstemmen op de individuele bewoner. Ten slotte mag er meer aandacht komen voor de kansen om bewoners te betrekken bij (I)ADL-taken. Bewegen wordt zo veel meer onderdeel van het dagelijks leven van de bewoner en komt los te staan van de taakopvatting van de medewerkers over zorg en welzijn.

Meer weten over dit onderzoek? Neem contact op met Lex van Delden. Lees ook zijn blog op Skipr van 31 juli 2019.

Leidse Ouderengeneeskundedagen: vitaliteit of seks, drugs en rock-’n-roll?

Leidse Ouderengeneeskundedagen: vitaliteit of seks, drugs en rock-’n-roll?

Op 19 en 20 september 2019 vindt in de Stadsgehoorzaal in Leiden de vierde editie plaats van de Leidse Ouderengeneeskundedagen. Specialisten ouderengeneeskunde, huisartsen, internisten ouderengeneeskunde en geriaters krijgen er de laatste relevante ontwikkelingen en inzichten gepresenteerd vanuit ziekenhuis, verpleeghuis én eerstelijn.

Namens Leyden Academy worden er presentaties verzorgd door David van Bodegom (Vitaliteit of seks, drugs en rock-’n-roll?), Lex van Delden (Kansen voor meer activiteit en minder zorg in het verpleeghuis) en Joris Slaets (Behandeldilemma’s rond het levenseinde: een euthanasiecasus). Andere thema’s die tijdens deze veelzijdige, interdisciplinaire bijeenkomst aan de orde komen zijn o.a. farmacotherapie, samenwerking in de zorg voor kwetsbare ouderen, endocriene veroudering, dilemma’s rond dementie en technologische ontwikkelingen zoals de toepassing van kunstmatige intelligentie in de zorg voor ouderen, Transcatheter Aortaklep Implantatie (TAVI), wearables en 24-uurs monitoring na een myocardinfarct.

De Leidse Ouderengeneeskundedagen komen tot stand in een samenwerking van Leyden Academy, de afdelingen Ouderengeneeskunde en Public Health & Eerstelijnsgeneeskunde van het LUMC, Laego en zorgorganisaties Topaz en Marente.

Voor meer informatie over het programma, accreditatie etc. kunt u terecht op de website van Boerhaave Nascholing. U kunt zich hier ook inschrijven.

Woonplezier

Wat is belangrijk voor het woonplezier van zelfstandig wonende ouderen in Nederland? Langer zelfstandig thuis wonen is het huidige devies van zowel de Rijksoverheid als de meerderheid van de ouderen zelf. Je kan dan de huidige woning aanpassen of tijdig verhuizen naar een woning die past bij de volgende levensfase. Er zijn reeds veel ideeën bedacht om invulling te geven aan deze mogelijkheden en zo ouderen langer thuis te laten wonen. De meeste van de ideeën betreffen functionele ontwerpen, die ingaan op de (veronderstelde) behoeften, bijvoorbeeld met betrekking tot toegankelijkheid, veiligheid en ruimte voor hulpmiddelen in huis. Een dergelijke functionele benadering is te begrijpen, maar er is meer.

Dóór en vóór ouderen
Leyden Academy vindt woonplezier minstens zo belangrijk als functionaliteit. We richten ons daarom vooral op woonplezier, naast woonbehoeftes. Bovendien zijn de huidige oplossingen bedacht vóór ouderen, en niet dóór ouderen. Het betreffen vooral standaardoplossingen; er wordt weinig rekening gehouden met de verschillen tussen ouderen, zoals hun verschillen in (woon)geschiedenis, familiesituatie, buurtcontext, (zorg)behoeften en individuele woonwensen. In dit project ontwikkelen we een instrument, waarmee ouderen een veel grotere en belangrijkere rol krijgen. Zij kunnen zelf bepalen welke woonthema’s zij belangrijk vinden in de woning, de buurt en in contact met de buren. En ze kunnen aangeven hoe tevreden zij op dit moment hiermee zijn, zodat voor zowel de oudere zelf als de architect, projectontwikkelaar, woningcorporatie en/of gemeente duidelijk is op welke thema’s in te spelen om het woonplezier te vergroten. Op deze manier kunnen we samen met ouderen, in plaats van vóór ouderen, komen tot een ontwerp voor de woonomgeving.

Activiteiten
Het woonplezier-project – dat mede door Serviceflat Schouwenhove, Hofje Codde en Van Beresteyn en De Carolusgulden wordt mogelijk gemaakt – bestaat uit de volgende activiteiten:

  • Onderzoek naar woonplezier met ouderen in verschillende woonomgevingen: een serviceflat, koopwoningen, sociale huurwoningen, een woongroep en een hofje. De deelnemers maken foto’s van belangrijke onderwerpen voor woonplezier in de woning, in de buurt en over contact met buurtbewoners. De foto’s bespreken we tijdens een groepsinterview. Naar aanleiding van deze fase hebben we een rapport gemaakt, waarin aan bod komt wat woonplezier is, waarom het belangrijk is en hoe het verandert als we ouder worden.
  • Samen met een ontwerper, architect en ouderen ontwerpen we een gespreksinstrument. De uitkomsten van deze poll vormen een top 3 waar we verder mee aan de slag gaan!
  • We delen onze resultaten met oudere bewoners in de vijf woonomgevingen tijdens ‘Woongelukscafe’s’. Naast de deelnemers zijn ook buurtbewoners welkom om met elkaar in gesprek te gaan over woonplezier.
  • Ouderen in de serviceflat visualiseren samen met een architect een ontwerp voor de gezamenlijke ruimte in de serviceflat.
  • Het ontwikkelde instrument wordt getest in de verschillende woonomgevingen en het project wordt geëvalueerd.

Wat maakt een huis een thuis?
In samenwerking met de ANBO hebben we een onderzoek naar ouderen en hun woning en hun woonomgeving uitgevoerd. De 3.300 respondenten geven hun huis gemiddeld een 8,3. Verder geeft de meerderheid aan te willen blijven wonen in hun huidige woning. Klik hier voor meer uitkomsten van het onderzoek.

Ook hebben we in opdracht van stichting Radius en gemeente Leiden onder bijna 7.500 Leidse 75-plussers onderzoek gedaan naar de huidige woonsituatie en woonwensen. Bijna alle geïnterviewde 75-plussers zijn tevreden zijn met de eigen woning (98%), de woonomgeving (96%) en de veiligheid thuis (98%). Aanbevelingen betreffen het beschikbaar maken van meer gelijkvloerse woningen, alsook het creëren van groenvoorzieningen en mogelijkheden tot ontmoeten. Het is van groot belang dat ouderen niet gesegregeerd van andere leeftijdsgroepen wonen, maar dat juist sociale cohesie en deelname van ouderen aan de maatschappij worden bevorderd. Bekijk voor meer informatie het complete rapport ‘Ouderenhuisvesting in Leiden’.

Voor meer informatie en/of vragen kunt u contact opnemen met Lex van Delden.

Woonplezier in de media

 

Jong Geleerd: experiment met zit/sta-tafeltjes in de klas

Te lang zitten is ongezond. Toch laten we onze kinderen nog steeds de hele dag op stoeltjes zitten in de klas, een gewoonte die zij zich voor hun hele leven aanleren. Wat gebeurt er als we basisschoolleerlingen de keuze geven om zitten af te wisselen met staan? Welk effect heeft dit op hun leerprestaties en hun fysieke fitheid? Leyden Academy onderzoekt het gedurende drie jaar in het project ‘Jong Geleerd’. Op de Lorentzschool in Leiden hebben alle leerlingen van groep 5 in 2017 zit/sta-tafeltjes gekregen; in een andere klas (ook groep 5) wordt het reguliere schoolmeubilair gebruikt. De twee klassen worden drie jaar lang gevolgd; het is wereldwijd voor het eerst dat een dergelijk langlopend onderzoek is opgezet. Tweemaal per jaar worden metingen verricht: in januari/februari en in juni. Eind 2019 wordt het project afgerond en worden de resultaten bekendgemaakt. Het onderzoek wordt mede mogelijk gemaakt door gemeente Leiden en Presikhaaf Schoolmeubelen en is goedgekeurd door de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO).

In het experiment Jong Geleerd wordt getracht leerlingen in beweging te krijgen door de omgeving te veranderen. De kinderen kunnen met deze tafeltjes gemakkelijk zelf de werkhoogte bepalen en afwisselen tussen zitten en staan. Ook de leerkracht heeft een zit/sta-bureau. Op lange termijn is het ons doel om de norm te veranderen en een gezonde leefstijl met meer staan en bewegen vanzelfsprekender te maken. Eerdere onderzoeken op basisscholen in de VS en Australië lieten zien dat kinderen minder zitten en meer energie verbruiken, ook waren er aanwijzingen dat staan en bewegen gunstig is voor de schoolprestaties. Dit betrof echter relatief kortdurend onderzoek van beperkte omvang. Het project Jong Geleerd is ambitieuzer van opzet. Met activity trackers wordt gemeten of leerlingen met zit/sta-tafeltjes meer staan en bewegen dan leerlingen met ouderwetse schoolbankjes. Ook worden de Cito-scores bijgehouden om de schoolprestaties tussen de klassen te vergelijken en wordt er gemeten op factoren als fitheid, slaap, stoelgang, kwaliteit van leven en tevredenheid met de schoolomgeving.

Enkele leerlingen van de Lorentzschool worden ook na 2019 gevolgd. Met tussenpozen van zeven jaar zullen deze leerlingen tests ondergaan en vragenlijsten aangeboden krijgen tot zij ongeveer 30 jaar oud zijn: dit is de periode waarin leefstijl en gedrag voor het volwassen leven voor een groot deel bepaald worden. Zo kan worden gemeten of zowel de verandering in leefstijl als in de norm (meer staan en bewegen) duurzaam hun effect hebben kunnen uitoefenen.

Bekijk ook het persbericht van 12 maart 2018. Het NOS Jeugdjournaal besteedde aandacht aan het onderzoek, evenals het Algemeen Dagblad, Leidsch Dagblad en Omroep West.

Neem voor meer informatie contact op met Lex van Delden.

Jong Geleerd: experiment met zit/sta-tafeltjes op Leidse basisschool

Jong Geleerd: experiment met zit/sta-tafeltjes op Leidse basisschool

Leiden, 12 maart 2018 – Te lang zitten is ongezond. Toch laten we onze kinderen nog steeds de hele dag op stoeltjes zitten in de klas, een gewoonte die zij zich voor hun hele leven aanleren. Wat gebeurt er als we basisschoolleerlingen de keuze geven om zitten af te wisselen met staan? Welk effect heeft dit op hun leerprestaties en hun fysieke fitheid? Leyden Academy on Vitality and Ageing onderzoekt het gedurende drie jaar in het project ‘Jong Geleerd’. Op de Lorentzschool in Leiden hebben alle leerlingen van groep 6 zit/sta-tafeltjes gekregen; in een andere klas (ook groep 6) wordt het reguliere schoolmeubilair gebruikt. De twee klassen worden drie jaar lang gevolgd; het is wereldwijd voor het eerst dat een dergelijk langlopend onderzoek is opgezet. Het onderzoek wordt mede mogelijk gemaakt door gemeente Leiden en Presikhaaf Schoolmeubelen.

Meer bewegen door aanpassen omgeving
In het experiment Jong Geleerd wordt getracht leerlingen in beweging te krijgen door de omgeving te veranderen. Leerlingen kunnen met deze tafeltjes gemakkelijk zelf de werkhoogte bepalen en afwisselen tussen zitten en staan. Ook de leerkracht heeft een zit/sta-bureau. Projectleider Lex van Delden van Leyden Academy: “Nederlanders zijn zitkampioenen. We zitten op kantoor, in de auto en thuis voor de tv. Maar ook op school, de plek waar kinderen van jongs af aan leren wat de norm is. Terwijl we weten wat de langetermijngevolgen zijn van veelvuldig en langdurig zitten: overgewicht, hart- en vaatziekten en diabetes. Door de context te veranderen – andere tafeltjes – hopen we dat de leerlingen als vanzelf in beweging komen. Op lange termijn is het ons doel om de norm te veranderen en een leefstijl met meer staan en bewegen vanzelfsprekender te maken.”

Metingen en verwachtingen
Tweemaal per jaar worden metingen verricht: in januari/februari en in juni. In najaar 2019 wordt het project afgerond en worden de resultaten bekendgemaakt. Eerdere onderzoeken op basisscholen in de VS en Australië geven een hoopvol beeld: die lieten zien dat kinderen minder zitten en meer energie verbruiken. Ook waren er aanwijzingen dat staan en bewegen tijdens het leren gunstig is voor de schoolprestaties. Dit betrof echter relatief kortdurend onderzoek van beperkte omvang. Het project Jong Geleerd is ambitieuzer van opzet. Met activity trackers wordt gemeten of leerlingen met zit/sta-tafeltjes meer staan en bewegen dan leerlingen met ouderwetse schoolbankjes. Ook worden de Cito-scores bijgehouden om de schoolprestaties tussen de klassen te vergelijken en wordt er gemeten op factoren als fitheid, slaap, stoelgang, kwaliteit van leven en tevredenheid met de schoolomgeving. Directe gezondheidswinst zal binnen het project Jong Geleerd lastiger te meten zijn: daarvoor is de projectduur vermoedelijk te kort, de variantie onder de kinderen te groot, zijn de vergelijkingsgroepen te klein en de effecten van groei en ontwikkeling te divers.

Lange termijn: staan en bewegen als norm
Enkele leerlingen van de Lorentzschool worden ook na 2019 gevolgd. Met tussenpozen van zeven jaar zullen deze leerlingen tests ondergaan en vragenlijsten aangeboden krijgen tot zij ongeveer 30 jaar oud zijn: dit is de periode waarin leefstijl en gedrag voor het volwassen leven voor een groot deel bepaald worden. Zo kan worden gemeten of zowel de verandering in leefstijl als in de norm (meer staan en bewegen) duurzaam hun effect hebben kunnen uitoefenen.

Het project Jong Geleerd is goedgekeurd door de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO).

Neem voor meer informatie contact op met Niels Bartels, manager communicatie, via e-mail of tel. (071) 524 0960.

Online cursus Gezond ouder worden in 6 stappen

Online cursus Gezond ouder worden in 6 stappen

Op dinsdag 1 mei 2018 is een nieuwe online cursus van start gegaan: Gezond ouder worden in 6 stappen. Laat uw omgeving het werk doen. In deze gratis cursus krijgen deelnemers in zes wekelijkse modules wetenschappelijke inzichten en handige tips aangereikt voor een gezonder lang leven. De cursus biedt videocolleges van docenten als David van Bodegom, Lex van Delden en professor Rudi Westendorp, virtuele excursies naar Kopenhagen en Gent, interactieve opdrachten en quizvragen. Meer informatie over de inhoud vindt u hier.

De online cursus, ontwikkeld door Leyden Academy in samenwerking met TU Delft en de Universiteit van Kopenhagen, is gebaseerd op de succesvolle Engelstalige versie Healthy Ageing in 6 Steps. Let your environment do the work. Deze ‘massive open online course’ (MOOC) op leerplatform edX is sinds de lancering in december 2016 al door meer dan 13.000 mensen uit 152 landen gevolgd.

Startdatum: 1 mei 2018
Duur: 6 weken. De cursus blijft langer beschikbaar zodat u eenvoudig lessen kunt inhalen als u bijvoorbeeld op vakantie bent geweest
Studiebelasting: 2 tot 3 uur per week
Taal: Nederlands
Voorkennis: niet vereist
Kosten: gratis te volgen

NB: inschrijven voor deze cursus is niet meer mogelijk. U kunt nog wel de gratis Engelstalige cursus volgen, die is tot de zomer van 2019 beschikbaar. Of bestel het boek Oud worden in de praktijk, waarop deze cursus is gebaseerd.

 

Leyden Academy ontvangt pre-med studenten Union College

Leyden Academy ontvangt pre-med studenten Union College

Voor het vierde jaar op rij verwelkomde Leyden Academy vandaag een twintigtal nieuwsgierige pre-medical studenten van Union College in New York. De studenten maken een toer door de Verenigde Staten, Canada, Groot-Brittannië en Nederland om een beeld te krijgen van hoe de gezondheidszorg in de verschillende landen is georganiseerd. In ons land voerde de rondreis langs ziekenhuizen, gezondheidscentra, een instelling voor geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg.

Bij Leyden Academy kwamen verschillende thema’s aan de orde met betrekking tot vitaliteit en veroudering. Lex van Delden van de wetenschappelijk staf vroeg de studenten naar hun associaties bij het ouder worden en ontkrachtte het algemene beeld van oudere mensen als hulpeloos en ongelukkig. Uit onderzoek blijkt dat ouderen in Nederland, ondanks lichamelijke klachten en kwetsbaarheid, hun eigen gezondheid als goed ervaren (rapport Grijs is niet zwart-wit) en hun kwaliteit van leven een 8 als rapportcijfer geven (Leiden 85-plus studie). Lex introduceerde ook de Life and Vitality Assessment, een nieuw instrument ontwikkeld door Leyden Academy om ouderen te helpen hun welbevinden in kaart te brengen.

We bespraken ook hoe zogenoemde ‘verouderingsziekten’ kunnen worden vertraagd of voorkomen en hoe we langer en gezonder kunnen leven door kleine aanpassingen te maken in onze dagelijkse routines en leefomgeving  – het onderwerp van de online cursus Healthy Ageing in Six Steps. Ten slotte mochten studenten Vanesha en Julian (zie foto) ervaren hoe het voelt om ouder te zijn, door het ‘verouderingspak’ aan te trekken. Inclusief trillende handen, wiebelige voeten en beperkt zicht als gevolg van glaucoom of diabetische retinopathie – afhankelijk van welke bril je opzet. Een echte eye-opener…