Bijeenkomst ‘Eenzaamheid: bijproduct van migratie?’

Bijeenkomst ‘Eenzaamheid: bijproduct van migratie?’

Tijdens de landelijke Week tegen Eenzaamheid van 30 september tot en met 7 oktober jl., organiseerde Coalitie Erbij op dinsdag 5 oktober de bijeenkomst ‘Eenzaamheid: bijproduct van migratie?’. Nina Conkova was één van de sprekers tijdens deze bijeenkomst die mede werd georganiseerd door IDEM Rotterdam, Netwerk NOOM, Samen Kerk In Nederland (SKIN), Stichting Platform Islamitische Organisaties Rijnmond (SPIOR) en Sol.

Nina’s bijdrage ging over de beeldvorming rondom oudere migranten en vereenzaming. Zij liet zien dat er veel stereotype beelden bestaan ten aanzien van oudere mensen met een migratieachtergrond. Zij worden vaak ook gecategoriseerd naar westers of niet-westers, of naar de reden waarom zij naar Nederland zijn gekomen. “Door al die manieren van categoriseren komen deze mensen op een hoop terecht, terwijl hun verhaal en behoeften afhankelijk zijn van de persoon zelf en niet van de groep waartoe ze zouden behoren.” (Lees ook: ‘Stereotiepe benadering van migrantenouderen doet geen recht aan diversiteit in de praktijk’, juli 2021)

U vindt het verslag van deze bijeenkomst op de website van IDEM Rotterdam. Het artikel is geschreven door Wilke Martens, de foto’s zijn van Tom Pilzecker.

Leyden Academy heeft zich aangesloten bij de Nationale Coalitie tegen Eenzaamheid.

Portretten van oudere migranten

Er bestaan in onze maatschappij veel vooroordelen over en stereotypen van ouderen en van mensen met een migratieachtergrond. Dit geldt nog eens extra voor de combinatie van beide: oudere migranten. Ten onrechte, want deze ‘groep’ is heel divers en omvat ouderen uit talloze landen van herkomst. En zelfs binnen groepen ouderen met een gedeelde culturele achtergrond zijn de onderlinge verschillen groot. Ook blijft vaak onderbelicht dat veel van deze ouderen een betekenisvolle maatschappelijke bijdrage leveren en veel veerkracht bezitten. In het project ‘Portretten in dialoog’ willen we de beeldvorming van oudere migranten positief beïnvloeden aan de hand van een reeks persoonlijke portretten waarin de verscheidenheid en (veer)kracht van deze mensen tot uiting komt.

Media-analyse
We zijn gestart met een exploratief onderzoek naar de beeldvorming van ouderen met een migratieachtergrond in de media, door een analyse van de vijf grootste Nederlandse dagbladen in de periode 1991-2021. Hieruit komt een beperkt, eenzijdig en overwegend negatief beeld naar voren. Zo wordt bijna uitsluitend geschreven over ouderen met een Turkse, Marokkaanse of Surinaamse achtergrond en gaan veruit de meeste artikelen over onderwerpen die samenhangen met kwetsbaarheid zoals zorg, ziekte, armoede en taalachterstand. De bevindingen van de media-analyse zijn beknopt samengevat in deze infographic (augustus 2021).

Serie portretten
Op dit moment vinden er verkennende interviews plaats met een groot aantal ouderen met een niet-Nederlandse achtergrond, met als doel uiteindelijk een selectie te maken van circa 10 tot 15 portretten die samen een divers beeld laten zien dat recht doet aan de verscheidenheid en levensverhalen van deze mensen. De portretten, in beeld en tekst, worden gebundeld in een boek, gepubliceerd in een serie podcasts en zullen onderdeel uitmaken van een campagne op sociale media.

Portretten in dialoog wordt ondersteund door Jo Visser fonds en het Hofje Codde en Van Beresteyn.

Neem voor meer informatie contact op met Nina Conkova.

Interview: ‘Stereotype benadering migrantenouderen doet geen recht aan diversiteit’

Interview: ‘Stereotype benadering migrantenouderen doet geen recht aan diversiteit’

De specifieke culturele achtergrond van ouderen met een migratieachtergrond blijkt niet bepalend te zijn voor hun zorgwensen en -behoeften. De onderlinge diversiteit is groot, waardoor wensen en behoeften heel persoonlijk zijn en mede afhangen van hoe iemand in Nederland heeft geleefd. Ook ervaren migrantenouderen problemen rondom het verkrijgen van formele basiszorg en de kwaliteit daarvan. Nina Conkova (Leyden Academy) en Marina Jonkers (Kenniscentrum Zorginnovatie, Hogeschool Rotterdam) gingen erover in gesprek met Movisie, kennisinstituut voor een samenhangende aanpak van sociale vraagstukken.

Ieder mens is anders
Het eenzijdige stereotype beeld van oudere migranten – waar ook nog steeds beleid op wordt gemaakt – klopt niet, stellen de onderzoekers. Dit geldt ook voor de ouderenzorg, waar nog vaak wordt aangenomen dat cultuurspecifieke voorzieningen veel beter zijn voor ouderen met een migratieachtergrond, omdat zo meer rekening zou worden gehouden met hun specifieke wensen en behoeften. Nina: “Wij zagen daarentegen dat er te veel wordt uitgegaan van uniformiteit en stereotype aannames, terwijl de groep ouderen heel divers is. Dat leidt vervolgens weer tot onrealistische verwachtingen over specifieke zorg voor vader of moeder, die er niet is. Het blijft gewoon een Nederlandse setting met een paar cultuurspecifieke aanpassingen, zoals halal eten of een ruimte die anders is ingericht. En dat werkt niet. Het gaat om persoonlijke aandacht en maatwerk. Ieder mens is anders.”

Sushi in het verpleeghuis
Het artikel wordt geïllustreerd door sprekende voorbeelden en treffende uitspraken. Zoals de Marokkaanse moslim die aangaf dat hij later in een verpleeghuis graag zijn religieuze gewoontes wil kunnen blijven uitvoeren, maar ook graag sushi zou willen eten. Of de Turkse meneer met dementie die een cultuurspecifieke dagbesteding bezocht waar mensen werden ingedeeld in groepen naar nationaliteit. De man werd ingedeeld bij de Turkse groep, maar ging steeds aan de wandel naar de in Nederland geboren ouderen. Meneer bleek eigenaar van een nachtclub te zijn geweest en had altijd in de horeca geleefd, tussen de Rotterdammers. Een wijze les voor de coördinator van de dagbesteding, die voortaan doorvraagt bij de intake naar hoe iemands leven eruit heeft gezien en wat iemand prettig vindt.

Lees het volledige artikel ‘Stereotype benadering van migrantenouderen doet geen recht aan diversiteit in de praktijk’ van 8 juli 2021 op de website van Movisie.

Nina Conkova: “Eenzaamheid is een bijproduct van migratie”

 

In elke kwartaalnieuwsbrief van Leyden Academy introduceren we één van onze wetenschappelijke stafleden aan de hand van een actueel onderzoek of nieuwsfeit. In deze editie vertelt Nina Conkova over haar onderzoek naar het welbevinden van oudere mensen met een migratie-achtergrond en haar persoonlijke drijfveren.

Nina, je doet bij Leyden Academy vooral onderzoek naar migranten ouderen. Kun je iets vertellen over deze doelgroep?
“De groep ouderen met een migratieachtergrond is heel divers. Als we het over oudere migranten hebben, hebben mensen vaak snel de associatie met ouderen met een ‘niet-westerse’ achtergrond, met name ouderen van Turkse, Marokkaanse en Surinaamse afkomst. Maar de grootste groep migrantenouderen in Nederland is eigenlijk van Duitse origine. En er zijn ook veel ouderen uit andere niet-westerse landen, denk aan Chinezen en vluchtelingen uit het Midden-Oosten. Er zijn ook nog mensen uit de zogenoemde MOE landen (Midden- en Oost-Europa). Ze komen vaak op jongere leeftijd naar Nederland, maar ze worden allemaal hier ouder. We moeten ook niet vergeten dat er grote verschillen zijn binnen de groepen. Om een voorbeeld te geven: binnen de Turkse groep vind je ten minste vier etnische achtergronden – etnische Turken, Koerden, Zazas en Bulgaarse Turken – en twee religieuze stromingen – Soennieten en Alevieten. Uit eigen onderzoek weten we dat er ook binnen die al groepen verschillen zijn in hoe mensen het ouder worden ervaren. Het is daarom altijd belangrijk om mensen niet over één kam te scheren en klakkeloos aan te nemen dat iemands (migratie)achtergrond de identiteit bepaalt.”

Kun je voorbeelden geven van onderzoeksprojecten waarbij je betrokken bent?
“Ons werk rondom oudere migranten is bijna net zo divers als de groep zelf. We zijn druk bezig met onderzoeken, de ontwikkeling van maatschappelijke projecten en we geven ook onderwijs. We benaderen ook verschillende onderwerpen: van de ervaring van het ouder worden, via eenzaamheid tot zorg. Een interessant project dat we vorig jaar in samenwerking met Attifa in Utrecht uitvoerden, ging over het verbeteren van de digitale vaardigheden van dames met een Marokkaanse achtergrond. We hebben heel veel geleerd van dit project maar wat nog belangrijker is, is dat deze cursus veel van de deelnemers heeft geholpen om zelfstandiger te worden. Attifa heeft de cursus dit jaar zelf voortgezet met oudere heren. We zijn blij en trots op alle deelnemers!”

Waarom heeft dit onderzoeksthema jouw persoonlijke interesse?
“Dat is niet moeilijk te raden… Ik ben zelf van Bulgaarse afkomst en zal oud worden in Nederland. Ik ben nieuwsgierig en wil nu al weten wat me te wachten staat. Niet voor niets blijf ik mij bijvoorbeeld bezig houden met ouderen uit andere Europese landen. Uit onderzoek weten we dat zij zich, ondanks hun kleinere culturele afstand tot de Nederlandse samenleving, relatief eenzaam voelen. Dit is gewoon een bijproduct van migratie: je sociale netwerk wordt verstoord, je familie is er vaak niet bij. Ik ben op zoek naar oplossingen voor deze (en andere) problemen, want net als alle andere mensen wil ik hier in Nederland graag een goede oude dag hebben.”

Lees ook Nina’s blogs Hier is de dokter beter dan in Marokko en Digitale inhaalslag: de ervaring van migrantenouderen

Hoe ervaren ouderen met een Marokkaanse achtergrond de coronatijd?

Hoe ervaren ouderen met een Marokkaanse achtergrond de coronatijd?

Het gemis van een praatje in de moskee of het theehuis, zorgen over de familie in Marokko, over waar je begraven zou worden, het Nederlandse nieuws dat moeilijk te volgen is…

Door de specifieke woon- en leefsituatie van migrantenouderen kunnen de gevolgen van het coronavirus en de genomen maatregelen anders, en in sommige opzichten ernstiger, zijn dan voor ouderen die in Nederland zijn geboren. Dit geldt zeker ook voor Marokkaanse migrantenouderen.

Onderzoekers Nina Conkova, Samya Harroui en Tineke Fokkema gingen in gesprek met 17 thuiswonende ouderen (60+) met een Marokkaanse achtergrond in Leiden en schreven over hun bevindingen in Geron, tijdschrift over ouder worden & samenleving.

Lees hier hoe ouderen met een Marokkaanse achtergrond de coronatijd ervaren.

Coronamaatregelen vergroten kans op eenzaamheid migrantenouderen

Coronamaatregelen vergroten kans op eenzaamheid migrantenouderen

Van de talloze spontane, hartverwarmende initiatieven voor oudere mensen tijdens de coronacrisis, is er maar een handjevol gericht op ouderen met een migratieachtergrond. Terwijl dit een kwetsbare groep is die relatief hard wordt geraakt door de maatregelen, zo betogen Tineke Fokkema en Nina Conkova in vakblad Sociale Vraagstukken. Zij onderscheiden vijf factoren waarom de gevolgen van de corona-uitbraak en de genomen maatregelen om deze te beteugelen, anders voor hen uitpakken dan voor ouderen die in Nederland zijn geboren.

Dr. Nina Conkova is senior onderzoeker bij Leyden Academy on Vitality and Ageing. Tineke Fokkema is senior onderzoeker bij het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut en bijzonder hoogleraar ‘Ageing, Families and Migration’ aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

U kunt het artikel in Sociale Vraagstukken hier lezen.

“De oudere migrant bestaat niet”

“De oudere migrant bestaat niet”

Leiden, 17 oktober 2019 – Hoe ervaren ouderen met een niet-Nederlandse achtergrond het ouder worden in Nederland? Er blijken grote verschillen te zijn tussen én binnen groepen oudere migranten, en deze verschillen zijn niet alleen te begrijpen vanuit de etnische achtergrond. Dit concluderen onderzoekers van Leyden Academy on Vitality and Ageing op basis van kwalitatief onderzoek. Zij pleiten dan ook voor een persoonsgerichte, cultuursensitieve benadering. De bevindingen worden beschreven in het artikel ‘The Experience of Aging and Perceptions of “Aging Well” Among Older Migrants in the Netherlands’ dat deze maand verschijnt in de speciale uitgave ‘Immigration and Aging’ van wetenschappelijk tijdschrift The Gerontologist.

Acht focusgroepen
In wetenschappelijk onderzoek naar oudere migranten ligt de nadruk vooral op thema’s als gezondheid en zorggebruik. Hun sociaal welbevinden blijft nog onderbelicht, zo concludeerden de auteurs vorig jaar in een literatuurstudie. Maar hoe zien deze mensen een goede oude dag? Om deze vraag te beantwoorden, zijn in het voorjaar van 2018 acht groepsgesprekken gehouden met ouderen met een Nederlands-Indische en Molukse, Europese, Surinaamse, Antilliaanse, Turkse en Marokkaanse achtergrond. Bij de laatste twee groepen zijn aparte gesprekken gehouden met mannen en vrouwen. De deelnemers waren relatief gezonde, zelfstandig wonende ouderen in de leeftijd van 54 tot 88 jaar oud. Het betrof open gesprekken; wel kwamen vaste thema’s aan bod zoals het ouder worden, dagelijkse activiteiten, sociale contacten, de leefomgeving en zelfredzaamheid en verantwoordelijkheid.

Positiever beeld
Uit de groepsgesprekken concluderen de onderzoekers dat oudere migranten positiever zijn over het ouder worden in Nederland dan je zou verwachten vanuit de (wetenschappelijke) literatuur. Over het algemeen gaven de deelnemers aan behoorlijk tevreden te zijn met hun leven, vooral wat betreft hun fysieke en sociale leefomgeving en sociale voorzieningen, zoals de kwaliteit van de gezondheidszorg. Zo legden twee Marokkaanse heren uit dat in Nederland “de arts beter is”, dat “het veilig is” en dat “het een vrij land is waar niets moet”. Door alle groepen heen bestaat de wens om gezond, onafhankelijk en sociaal betrokken te blijven. Er zijn ook negatieve aspecten genoemd van het ouder worden, waarbij er verschillen zijn te onderscheiden per groep. Zo maken Turkse ouderen zich wat meer zorgen over wie er voor hen zal zorgen als zij kwetsbaarder worden, en wat zij hierin van de overheid mogen verwachten. Ouderen met een Surinaamse, Nederlands-Indische en Molukse achtergrond noemen in dit kader hun afnemende gezondheid. Onderzoeker dr. Nina Conkova: “Misschien is het dominante beeld van ouderen met een migratie-achtergrond wel gekleurd door problematisering van de eerste generatie migranten. Het wordt tijd dat we dit beeld bijstellen en niet alleen kijken naar ziekte en zorg, maar ook naar het ouder worden in meer algemene zin. Laten we de kennis en talenten van deze mensen meer laten zien en aanspreken.”

Naar een cultuursensitieve benadering
Het onderzoek laat zien dat er grote verschillen zijn in hoe het ouder worden wordt ervaren tussen én binnen de groepen oudere migranten en dat deze verschillen niet alleen te begrijpen zijn vanuit de etnische achtergrond. Het generaliseren van problemen en benaderingen doet geen recht aan deze diversiteit, vindt Conkova: “Net zomin als ‘de oudere’ bestaat, bestaat de ‘oudere migrant’. Vergelijkbaar met ouderen die in Nederland zijn geboren, zijn er binnen de groepen ouderen met een niet-Nederlandse achtergrond grote verschillen in opleiding, inkomen en kennis van het Nederlandse systeem en beleid. Maar ook op basis van hun persoonlijke migratiegeschiedenis en taalvaardigheden.”

Gezien deze bevindingen en de toenemende diversiteit onder ouderen in het algemeen, is het belangrijk om groepen niet over één kam te scheren en in zorg en welzijn vooral in te zetten op een persoonsgerichte, cultuursensitieve benadering. Conkova: “In deze benadering is er ruimte voor de wensen en behoeftes van elk individu en voor de individuele beleving van en betekenisgeving aan iemands (migratie)achtergrond, zonder klakkeloos aan te nemen dat deze de identiteit bepaalt.”

Het artikel The Experience of Aging and Perceptions of “Aging Well” Among Older Migrants in the Netherlands door Nina Conkova en Jolanda Lindenberg is op 30 september jl. online gepubliceerd en verschijnt in de speciale uitgave ‘Immigration and Aging’ van wetenschappelijk tijdschrift The Gerontologist.

In geval van vragen kunt u contact opnemen met Niels Bartels, manager communicatie, via tel. (071) 524 0960 / tel. (06) 3461 4817 of via e-mail.

EL alumnibijeenkomst cultuursensitieve zorg: “In het Wereldhuis is altijd wel wat te vieren”

EL alumnibijeenkomst cultuursensitieve zorg: “In het Wereldhuis is altijd wel wat te vieren”

Hoe ziet een goede oude dag eruit voor iemand die niet in Nederland is geboren? Hoe kunnen we in zorg en welzijn optimaal inspelen op hun wensen en behoeften? Interessante en relevante vragen, want Nederland wordt steeds diverser en dit geldt ook voor onze ouderen. Op maandag 7 oktober jl. gingen we erover in gesprek tijdens de jaarlijkse alumnibijeenkomst van de executive leergang Veroudering en Gezondheidszorg.

Scheer groepen niet over één kam
Jolanda Lindenberg en Nina Conkova van Leyden Academy zetten eerst uiteen wat (inter)nationaal wetenschappelijk onderzoek ons leert over oudere migranten. Wat weten we over goede zorg voor deze mensen en hoe kijken zij naar het ouder worden in Nederland? Lindenberg en Conkova vertelden onder meer over hun eigen onderzoek naar het welbevinden van ouderen met een niet-Nederlandse achtergrond en de uitkomsten van acht focusgroepen in 2018 met ouderen met een Nederlands-Indische en Molukse, Europese, Surinaamse, Antilliaanse, Turkse en Marokkaanse achtergrond. Een belangrijke conclusie is dat ‘dé oudere migrant’ niet bestaat: er zijn grote verschillen in de beleving van het ouder worden tussen, en zeker ook binnen deze groepen. Verschillen die niet zomaar te verklaren zijn door de etnische achtergrond. De aanbeveling van Lindenberg en Conkova: scheer groepen oudere migranten niet over één kam en kies in plaats daarvan voor een cultuursensitieve, persoonsgerichte benadering. Zoals die onder meer in de verpleeghuiszorg wordt toegepast in het experiment Leefplezierplan voor de zorg.

Eenheid in verscheidenheid
Na de theorie, was het aan Jan Kees Metz om de vertaalslag naar de praktijk te maken. Metz is als directeur bij Zorggroep Elde Maasduinen onder meer verantwoordelijk voor het Wereldhuis (voorheen Şefkat) in Boxtel waarover NRC Handelsblad onlangs berichtte. Deze video geeft ook een goed beeld van het Wereldhuis, dat in 1972 is opgericht voor paters en zusters die veelal vanuit missiewerk over de hele wereld “terugkeerden als vreemden in hun eigen land”. Vanuit die oorsprong is de filosofie ontstaan van ‘eenheid in verscheidenheid’, met ruimte voor ieders levensgewoonten en religieuze beleving. Het Wereldhuis is in de huidige vorm in 2017 opgericht en biedt een thuis aan 124 mensen, met onder meer afdelingen voor bewoners uit de voormalige koloniën en mensen met een migratieachtergrond uit bijvoorbeeld Turkije, Marokko en Irak. De samenstelling van het huis wordt weerspiegeld in het team, bestaande uit verpleegkundigen en verzorgenden met diverse culturele achtergronden. “Er zijn geen tolken meer nodig”, aldus Metz. Het team is hecht en zeer gemotiveerd, het personeelsverloop is laag.

Vrij bewegen binnen leefcirkels
Hoewel het Wereldhuis afdelingen heeft die specifiek op bepaalde doelgroepen zijn gericht, worden bewoners gestimuleerd om elkaar te ontmoeten. Zo doet iedereen gezellig mee met de tai chi en er is altijd wel wat te vieren, of het nu Suikerfeest, Lichtjesfeest of Carnaval is. Binnen persoonlijke ‘leefcirkels’, begrensd door slimme technologie, kan elke bewoner zich vrij bewegen binnen en buiten het Wereldhuis. Dit geeft een leuke dynamiek en soms ook bijzondere contacten, zoals tussen Algerijnse bewoners en oudere missiezusters, die Frans met elkaar spreken. Jan Kees Metz vertelde ook eerlijk over de knelpunten. Zo was het in het begin een uitdaging om voldoende aanwas te krijgen, om zo de business case rond te krijgen. Ook kost de intake van nieuwe bewoners van Marokkaanse en Turkse afkomst relatief veel tijd: het vergt vaak meerdere afspraken, dagjes meelopen en sfeer proeven, voordat de familie moeder of vader aan de zorg van het Wereldhuis toevertrouwt. Ze hebben vaak ook langer met deze stap gewacht. Metz: “Deze mensen komen eigenlijk altijd te laat binnen”.

Na afloop van de presentaties en tijdens de afsluitende borrel was er alle ruimte om met elkaar over het onderwerp van gedachten te wisselen.

De volgende editie van de executive leergang gaat van start op 9 januari 2020. Voor meer informatie en inschrijving kunt u hier terecht.

Samen tegen eenzaamheid

Eenzaamheidsinterventie voor ouderen met een migratieachtergrond
De bestrijding van eenzaamheid staat in Nederland hoog op de agenda van het sociale beleid. “Eenzaamheid oplossen kan niemand, maar iemands eenzaamheid doorbreken kunnen we allemaal” is hierbij een veelgebruikt motto. Tot op heden blijkt een effectieve aanpak voor gemeenten echter lastig. Met name bepaalde groepen, zoals mensen met een migratieachtergrond, blijken minder betrokken bij de samenleving en voelen zich over het algemeen eenzamer dan de gemiddelde Nederlander. Bekende risicofactoren zijn een lage gezondheids- en sociaaleconomische status, gebrek aan Nederlandse taalvaardigheden en een minder actieve sociale participatie. Daarentegen werken sociale steun en inbedding in de eigen gemeenschappen juist weer positief voor mensen met een migratieachtergrond.

In gesprek over eenzaamheid en het dagelijkse leven, samen dansen, zingen of knutselen: “Van alleen thuis zitten wordt je ziek”

In dit project richten we ons op vrouwen van Marokkaanse afkomst in de Utrechtse wijken Kanaleneiland en Overvecht, met als doel een geschikte interventie tegen eenzaamheid te co-creëren. Samen met de betrokkene activiteitbegeleiders en de deelnemers zelf zijn er coronaproof activiteiten ontwikkelt, zoal picknicken, koken en foto’s maken in de buurt, welke in het voorjaar en de zomer van 2021 zullen worden uitgevoerd. Tijdens de activiteiten zullen onderwerpen als eenzaamheid, verbinding en samen zijn op een informele manier aan bod komen. Tijdens de activiteiten gaan we met hulp van participerende observaties op zoek naar de succesvolle elementen van de interventie en (eventuele) verandering in de gevoelens van eenzaamheid. We verwachten de resultaten eind 2021 kenbaar te kunnen maken.

Dit project wordt in samenwerking met Stichting Al-Amal en Dock Utrecht naar aanleiding van onderstaand eerder onderzoek van Leyden Academy (in samenwerking met Erasmus Universiteit Rotterdam en Xtra Welzijn) uitgevoerd. 

Eenzaamheid onder Turkse en Marokkaanse ouderen
Diverse studies laten relatief grote verschillen in eenzaamheid zien tussen senioren met en zonder migratieachtergrond. Cijfers uit de gezondheidsmonitoren van de vier grote steden (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) laten zien dat eenzaamheid het vaakst voorkomt onder ouderen met een migratie-achtergrond. Terwijl in 2012 39% van de Nederlandse 65-plussers kampte met gevoelens van matige eenzaamheid, gaf 42% van de Surinaamse, 46% van de Marokkaanse en 48% van de Turkse ouderen aan matig eenzaam te zijn. Turkse 65-plussers zijn met 21% het vaakst (zeer) ernstig eenzaam, gevolgd door Marokkanen en Surinamers (18%). Eenzelfde patroon is zichtbaar in de meest recente dataverzameling, uit 2012-2014, van de Longitudinal Aging Study Amsterdam (LASA) onder Turken en Marokkanen van 55 tot 65 jaar en hun in Nederland geboren leeftijdsgenoten. Van de Turkse en Marokkaanse LASA-respondenten is respectievelijk 54 en 58% matig eenzaam, tegenover 21% van de Nederlandse LASA-respondenten. Een op de vier Turkse 55-64 jarigen voelt zich ernstig eenzaam, terwijl dit geldt voor 12% van hun Marokkaanse en 4% van hun Nederlandse leeftijdsgenoten. De gemiddelde eenzaamheid onder vooral de Turkse ouderen is alarmerend hoog en verdient daarom speciale aandacht.

Sociale relaties
Enkele studies proberen het verschil in eenzaamheid tussen oudere migranten en niet-migranten, en tussen migrantengroepen onderling, te verklaren. Een constante bevinding is dat oudere migranten vooral een verhoogde kans op eenzaamheid hebben vanwege hun ongunstige situatie met betrekking tot bekende risicofactoren voor eenzaamheid, zoals gezondheid, sociaaleconomische status, en sociale participatie. Met uitzondering van gezondheid, lijkt dit tevens een verklaring te geven waarom Surinaamse ouderen minder vaak (ernstig) eenzaam zijn dan hun Marokkaanse en Turkse leeftijdsgenoten. Het biedt echter geen verklaring voor het verschil in eenzaamheid tussen Marokkanen en Turken, zij hebben immers een vergelijkbare migratiegeschiedenis en positie in de Nederlandse samenleving (mate van integratie, gezondheid, sociaaleconomische status). Kennelijk spelen bij Turkse ouderen andere factoren een rol, of spelen bekende factoren een zwaardere rol bij het ontwikkelen van eenzaamheidsgevoelens. Hierbij valt te denken aan andere ingewikkelde factoren als gevolg van de migratie (zoals heimwee, zorgen over de situatie in het land van herkomst, spanningen binnen het gezin rond de keuze ‘blijven, pendelen of terugkeren’), meer belang hechten aan het hebben van een partnerrelatie, onrealistisch hoge verwachtingen van de (klein)kinderen (bijvoorbeeld verwachtingen ten aanzien van contacten en steunuitwisseling), een meer pessimistische kijk op het leven, en een grotere gevoeligheid voor discriminatie en sociale uitsluiting. In dit project hebben we de sociale relaties en de verwachtingen van (klein)kinderen, als het verband met het herkomstland middels interviews met ouderen met een Turkse en Marokkaanse achtergrond onderzocht.

Publicatie

  1. ‘Turkse en Marokkaanse ouderen in Nederland en België: een sociaal-demografisch profiel’, Gēron, 1 juni 2018

Heeft u vragen, suggesties of wilt u op de hoogte worden gehouden van de activiteiten in het kader van Samen tegen eenzaamheid, neem dan contact op met Nina Conkova.

Connect@Health

In 2019 is Connect@Health van start gegaan. Dit project richt zich op het verbeteren van de online gezondheidsvaardigheden (eHealth) van Marokkaanse senioren. Om dit te bereiken is een innovatieve digitale leermethode ontwikkeld, die zal worden geïmplementeerd en geëvalueerd aan de hand van een eenjarig onderzoeksproject.

Achtergrond
Net als voor bank- of overheidszaken, moeten we steeds vaker het internet op als het gaat om onze gezondheid. eHealth-toepassingen zoals het online maken van een afspraak, apps die je conditie bijhouden of chatgesprekken met je huisarts, zijn mooie ontwikkelingen binnen de gezondheidszorg. Helaas kan lang niet iedereen hiervan profiteren. Zo zijn veel online toepassingen of digitale trainingen moeilijk te volgen voor mensen met bijvoorbeeld laaggeletterdheid, beperkte gezondheidsvaardigheden of een taalbarrière. Uit onderzoek is gebleken dat senioren met een migratie-achtergrond vaak achterblijven op de huidige digitale ontwikkelingen omdat ze kampen met een combinatie van bovengenoemde factoren (Milard et al. 2018).

Het onderzoek
Gezien het toenemende aantal ouderen met een Marokkaanse achtergrond (Fokkema en Conkova 2018) en hun vaak lagere sociaaleconomische positie en gezondheidssituatie (Schellingerhout 2004) willen we voor én met senioren met een migratie-achtergrond een geschikte computertraining ontwikkelen. Hiervoor werkt Leyden Academy samen met Attifa, een zorgorganisatie voor oudere migranten in de Utrechtse wijken Kanaleneiland en Overvecht. De deelnemers aan het onderzoek (zowel mannen als vrouwen) zijn allemaal bezoekers van de dagbesteding van Attifa en ouder dan 55 jaar.

Connect@Health bestaat uit een drietal fasen:

  • Fase 1: begin 2019 hebben we focusgroepen georganiseerd om de huidige kennis en leerwensen van de senioren te inventariseren.
  • Fase 2: gedurende de zomermaanden is aan de hand van de verzamelde informatie een computertraining ontwikkeld die de mensen die aan het onderzoek hebben meegewerkt, in oktober 2019 gratis kunnen volgen.
  • Fase 3: vervolgens worden via interviews de training, persoonlijke ervaringen en opgedane vaardigheden geëvalueerd.

De trainingsmethode
De computertraining die tijdens dit project zal worden ingezet, maakt gebruik van een geïndividualiseerde aanpak (de deelnemers volgen hun eigen snelheid en schema) en zelf bestuurbaar audiovisueel materiaal en inhoud op basis van de behoeften en voorkeuren van de deelnemers. Hierbij wordt rekening gehouden met culturele aspecten, taal- en beeldgebruik en moeilijkheidsgraad.

Connect@Health wordt uitgevoerd in samenwerking met de Polytechnic Universiteit van Madrid, SERMAS en E-Seniors, en gefinancierd door EIT Health.

Lees ook de blog Digitale inhaalslag: de ervaring van migrantenouderen van Nina Conkova op de website van de Koepel Adviesraden Sociaal Domein (september 2020).

Neem voor meer informatie contact op met Miriam Verhage.