Wat kunnen we leren van de doodgraver?

In bovenstaande figuur staan de sterfgevallen in Nederland van de afgelopen 150 jaar weergegeven, gerangschikt naar leeftijd. De rode lijn van 1850 geeft aan dat in dat jaar de meeste sterfgevallen jonge kinderen waren. Wie in de negentiende eeuw doodgraver was, moest dus vooral kleine graven uitspitten.

Vanaf begin vorige eeuw kwam daar verandering in: de oranje en groene lijnen, behorende bij de jaren 1910 en 1930, laten de start van een nieuwe trend zien. Langzaam nam de kindersterfte af en verschoof de sterfte naar hogere leeftijd. De grijze en blauwe lijnen geven weer hoe deze trend zich na de oorlog voortzette. Wie na de Tweede Wereldoorlog doodgraver was, moest meer grote graven, dan kleine graven uitspitten. De paarse lijn geeft weer hoe de jaarlijkse verdeling van sterfgevallen over de leeftijd er in 2009 uit zag.

Gelukkig is kindersterfte in Nederland tegenwoordig zeldzaam en zijn kleine graven een uitzondering geworden. Wat overheerst, zijn sterfgevallen op hoge leeftijd. Nederland heeft de dood voor het zestigste levensjaar bijna geheel weten terug te dringen; het succes van onze welvaart. We hebben allemaal een grotere kans op een langer en gezonder leven. Het beroep van de doodgraver is veranderd, van iemand die kinderen begraaft naar iemand die ouderen begraaft.

Maar niet alleen het beroep van de doodgraver is veranderd. Ook het beroep van de dokter. Waar de zorg zich vroeger met name op kinderen richtte, is zij nu vooral op de ouderengeneeskunde gericht.

Archief 2013



Archief
2020
2019
2018
2017
2016
2015
2014
2012
2011
2010
2009