Zweedse kanttekening bij ‘zo lang mogelijk thuis’

Op woensdag 13 juli 2016 verscheen op Zorgvisie.nl een opiniebijdrage van Joris Slaets, geïnspireerd door een studiereis naar Stockholm in het kader van de executive leergang Veroudering en Gezondheidszorg. In Zweden zagen de deelnemers aan de leergang onder meer dat je de zorg thuis uitstekend kunt regelen, maar dat vooral de informele zorg bepalend is voor het ervaren welbevinden van kwetsbare ouderen. Waarbij we eigen huis en haard niet bij voorbaat heilig moeten verklaren.

Het artikel op Zorgvisie vindt u hier. De volledige tekst is hieronder weergegeven.

Zweedse kanttekening bij ‘zo lang mogelijk thuis’

‘Zo lang mogelijk thuis’ is het nieuwe mantra in de Nederlandse ouderenzorg. Wie kan daar nu op tegen zijn? Dit is wat ouderen zelf willen. De verzorgingshuizen hebben we al gesloten en alle zorg die we in een verpleeghuis leveren, kan in beginsel toch ook thuis? Weg met die dure en vrijheidsberovende instituten! Iedereen doet zijn best, maar zo gezellig als thuis wordt het daar toch niet.

In mei was ik met de executive leergang van Leyden Academy op studiereis in Zweden. Daar hebben ze al in de jaren zeventig besloten om ouderen zo lang mogelijk in hun eigen huis te laten wonen. Het is indrukwekkend wat er in Zweden allemaal thuis geregeld wordt: een heel sociaal zorgstelsel met uitgebreide basispakketten, vrijwel geheel inkomstenonafhankelijk. De gemiddelde opnameduur in een verpleeghuis in Stockholm is minder dan zes maanden (zowel voor dementie als lichamelijke beperkingen) en op een geriatrie ziekenhuisbed zeven dagen. Wat wij geriatrische revalidatie noemen, is in Zweden bijna helemaal thuis georganiseerd. Na een heupfractuur ga je als oudere niet naar een verpleeghuis, maar ben je binnen een week weer in je eigen huis met intensieve thuishulp, fysio- en ergotherapie. Daar valt veel voor te zeggen en het is ook met onderzoek onderbouwd: de revalidatie thuis is veel specifieker, het gebeurt in de eigen context en mensen zijn beter gemotiveerd.

Weer een lofzang op het Zweedse zorgmodel? Niet helemaal. Want ondanks de geavanceerde zorg thuis, gaat het niet goed met vele kwetsbare ouderen in Zweden. Gezondheid wordt vaak op één lijn gesteld met geluk, maar dit zijn verschillende dimensies. De zorg voorziet in behoeften, het beperken van narigheid. Maar dit gaat voorbij aan het verlangen: erbij horen, liefdevolle relaties, betekenis verlenen aan elkaar. Daar is ook in Zweden nog bar weinig aandacht voor. De mensen die we spraken die verantwoordelijk zijn voor ontmoetingsplaatsen en het ondersteunen van mantelzorgers, vertellen dat haarscherp. Zij hebben hun eigen ‘beroep’ moeten uitvinden en werken zich een slag in de rondte om zeer geïsoleerde ouderen weer bij de gemeenschap te betrekken. Ze zijn nog met weinigen en krijgen een fooi vergeleken met de circa 12 miljard euro die er in Zweden omgaat in de ouderenzorg. Ze hebben wel iets heel belangrijks bereikt: Zweden heeft sinds 2009 een sociale wet die regionale overheden verplicht om de informele zorg te erkennen en te ondersteunen. Er zijn mensen aangesteld die de specifieke taak hebben om mantelzorgers te informeren en te helpen hun weg te vinden in de regionale voorzieningen en regels. Er zijn ook mensen die de behoeftes van de mantelzorg vaststellen en allerlei vormen van hulp indiceren. Het is het informele circuit, en wellicht alléén dit informele circuit, dat kan zorgen voor het herstellen van de sociale integratie van kwetsbare ouderen. En het is een misvatting dat onze samenleving dit zonder publieke middelen en expliciete steun vanuit de overheid kan realiseren.

Laten we tot slot niet doorschieten in ‘zo lang mogelijk thuis’. Er zijn mensen voor wie de geborgenheid, veiligheid en kleine gemeenschappen in een instituut veel beter zijn dan zo lang mogelijk binnen de eigen bakstenen te blijven. Wij bezochten in Stockholm het woonzorgcentrum Brommagården, kleinschalig wonen voor mensen met lichamelijke beperkingen en dementie, in een buitenwijk met een parkje en bos. Het gebouw, de omgeving, de houding van het personeel: alles is er gericht op maximale keuze- en bewegingsvrijheid. Geen deur is op slot, iedereen kan naar buiten. Loopt er eens iemand verloren, dan brengen buurtbewoners of de wijkagent de bewoner weer thuis. In de winter valt er soms iemand; dat risico neemt men voor lief. Mensen krijgen individueel de vraag wat ze willen eten en drinken en hoe ze hun dag willen doorbrengen. Kunnen kiezen zoals thuis vereist een fysieke omgeving waarin dat kan. Ik doe een oproep aan architecten en planologen om een andere inhoud te geven aan het begrip ‘thuis’, als een plek waar mensen zich thuis voelen, maximaal de persoon kunnen zijn die ze graag willen (of kunnen) zijn en waar ze nog het gevoel hebben bij een gemeenschap te horen. Dat hoeft niet altijd het ‘oorspronkelijke’ huis te zijn en ook geen instituut geïsoleerd van de samenleving. Lever maatwerk in dorpen en stadsdelen.

In Zweden is echt niet alles beter geregeld. Maar laten we leren waar we kunnen: koester en ondersteun de informele zorg en verklaar eigen huis en haard niet bij voorbaat heilig.

Bent u geïnteresseerd in de executive leergang Veroudering en Gezondheidszorg? Kijk voor meer informatie op de website of meld u aan voor de voorlichtingsavond op 31 oktober a.s.

Archief 2016



Archief
2017
2015
2014
2013
2012
2011
2010
2009