Welbevinden van ouderen met een niet-Nederlandse achtergrond

In de afgelopen jaren ontwikkelde Leyden Academy samen met ouderen het Life and Vitality Assessment (LAVA). Dit instrument helpt oudere mensen om inzicht te krijgen in hun persoonlijke welbevinden. Maar wat weten we eigenlijk over het welbevinden van ouderen met een niet-Nederlandse achtergrond, een snelgroeiende en relatief kwetsbare groep in de Nederlandse samenleving? Hoe ervaren zij het ouder worden, wat zijn hun wensen en behoeften en hoe zien zij hun rol in de maatschappij? Om hier beter zicht op te krijgen, organiseerden we in het voorjaar van 2018 acht focusgroepen onder ouderen van Westerse, Surinaamse, Antilliaanse, Indonesische, Turkse en Marokkaanse afkomst. De eerste resultaten worden in de zomer van 2018 verwacht.

Steeds meer oudere migranten
Ouderen met een niet-Nederlandse achtergrond zijn een snel groeiende groep. Volgens het CBS telde Nederland begin 2017 in totaal 800.000 migranten van 55 jaar en ouder. Ongeveer de helft van deze mensen is boven de 65 jaar oud, van hen zijn er 117.000 van niet-Westerse en 305.000 van Westerse origine. Onder de 75-plussers telde het CBS 37.000 mensen van niet-Westerse en 130.000 mensen van Westerse origine. In de afgelopen twintig jaar is het aandeel ouderen binnen deze bevolkingsgroepen gestegen naar 5,4 procent onder niet-Westerse migranten en 18,1 procent onder Westerse migranten. De vier grootste groepen niet-Westerse oudere migranten in Nederland in absolute aantallen zijn ouderen uit Suriname, Turkije, Marokko en de Nederlandse Antillen en Aruba.

Een relatief kwetsbare groep
Door een combinatie van factoren, zoals hun persoonlijke verleden, migratie en sociaaleconomische positie, zijn ouderen met een niet-Nederlandse achtergrond kwetsbaarder dan leeftijdsgenoten die in Nederland geboren zijn. Zij krijgen op dit moment al relatief jong te maken met ouderdomsaandoeningen. Daarnaast hebben zij te maken met veranderde sociaal-maatschappelijke en familiare verwachtingen en omstandigheden. Families worden kleiner, de woonruimte is vaak beperkt en de afstanden tussen hen en hun familieleden worden groter. Ook de verwachtingen rondom de oude dag lijken te veranderen. Het is niet altijd meer vanzelfsprekend, en soms zelfs niet gewenst, dat de familie voor hen zorgt. Tegelijkertijd is er binnen de bestaande maatschappelijke regelingen weinig ruimte voor de diversiteit die deze veranderingen met zich meebrengen.

Aandacht voor welbevinden
Voor deze problematiek is steeds meer aandacht, maar nog met name vanuit het zorgperspectief, zoals het in kaart brengen van risicofactoren voor bepaalde ziektes en cultuur-sensitieve en persoonsgerichte behandeling en zorg. Wat nog ontbreekt is een bredere sociaal-maatschappelijke benaderingswijze die verder gaat dan een ziektegerichte, probleemgerichte benadering. Net als ouderen die in Nederland geboren zijn, krijgen oudere migranten vooral te maken met chronische ziekten waarmee ze langdurig leven. Kwaliteit van leven en welzijn worden belangrijker. Voor medewerkers in zorg en welzijn een grote uitdaging, omdat zij de nodige uitdagingen tegenkomen: een andere taal, laaggeletterdheid (die overigens ook rond de 30% ligt onder ouderen die in Nederland geboren zijn) en andere verwachtingen ten opzichte van de professional. Centrale vragen die nog niet beantwoord zijn, zijn onder andere: hoe kunnen we hun leven zo prettig mogelijk maken? Welke wensen en verlangens hebben zij naast of met hun ziekte? Wat betekent voor hen een goede oude dag?

Acht groepsgesprekken
In februari, maart en april 2018 gingen we in gesprek met groepen ouderen met een niet-Nederlandse achtergrond om een beter beeld te krijgen van hoe zij het ouder worden ervaren, wat hun wensen en behoeften zijn en hoe zij hun rol zien in de maatschappij. Onze eerste indrukken uit de gesprekken? Ouderen met een Westerse achtergrond blijken relatief gelukkig en tevreden met hun leven in Nederland. In de focusgroepen met ouderen van Surinaamse, Antilliaanse, Indonesische, Turkse en Marokkaanse afkomst gingen de gesprekken onder meer over goede zorg, medicijnen en fit blijven. Maar ook over familie, over lekker eten en over de landen van herkomst, waar ook veel veranderd is. De acht groepsgesprekken worden nu uitgewerkt, de eerste resultaten worden in de zomer van 2018 verwacht.

Heeft u vragen, suggesties of wilt u op de hoogte worden gehouden van dit onderzoek, neem dan contact op met Nina Conkova.