Het leefplezierplan krijgt vorm

De wensen en verlangens van verpleeghuisbewoners als vertrekpunt nemen van de dagelijkse zorg en ondersteuning, dat doen we in het pilot-project Leefplezierplan voor de zorg. Leyden Academy is in april 2017 gestart met dit experiment in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Gedurende twee jaar doen in totaal tien zorgorganisaties mee, verspreid over heel Nederland. In elke organisatie trainen we een team om hun bewoners beter te leren kennen en om naast de medische en praktische behoeften vooral ook ruimte te maken voor individuele wensen – van vertrouwde dagelijkse rituelen tot diep gekoesterde verlangens. En als je de dagelijkse zorg meer dan nu afstemt op de persoonlijke wensen en verlangens van mensen, kun je dan als zorgmedewerker ook laten zien wat je toevoegt aan hun kwaliteit van leven?

We zijn inmiddels halverwege het experiment: vijf instellingen hebben alle trainingen doorlopen, de volgende vijf zijn komend jaar aan de beurt. Wat kunnen we al vertellen over onze ervaringen?

1. We zien de kwaliteit van zorg echt verbeteren
Hier is het ons en VWS om te doen: meer leefplezier voor de bewoners, tevreden familieleden en naasten, medewerkers die met meer plezier hun werk doen. Merken zij al verschil? We durven te stellen dat dit zo is. We proeven het enthousiasme in de teams en zien talloze mooie voorbeelden van persoonsgerichte zorg op basis van een (door medewerkers zelf ontwikkeld) leefplezierplan. Geen incidentele ervaringen, maar een brede positieve beweging. Dit valt niet te staven met harde cijfers; het gaat hier om een andere dimensie van kwaliteit. Niet de kwaliteit zoals je die terugziet in lijstjes, op basis van indicatoren die je kunt tellen, meten en afvinken (het normatieve kader). Wij kijken juist naar de kwaliteit die blijkt uit de ervaringen en verhalen van de betrokkenen die meestal ontstaan in relaties met anderen (het narratieve kader). Kwaliteit maak je in dit kader bijvoorbeeld zichtbaar met een persoonlijk verhaal over een ervaring die bewoner, naaste en medewerker met elkaar delen of een foto van een bowlingavondje: het team ontdekte dat een bewoner dit altijd zo graag deed, waarop ze weer eens met hem naar de bowlingbaan gingen. Dit is de kwaliteit van zorg die we in de pilot zichtbaar willen maken.

2. Het leefplezierplan krijgt vorm
We hebben in het afgelopen jaar een concept-leefplezierplan ontwikkeld dat een eenvoudig format kent van zes onderdelen. Het omvat het kennen van de persoon aan de normatieve kant (beperkingen, behoeften, zorg) en aan de narratieve kant (wie is deze persoon, wat is nu belangrijk en wie zijn nu belangrijk voor hem of haar?). En wat deze kennis betekent voor wat je nu wel en niet (meer) doet. Ten slotte is er ruimte in het leefplezierplan voor de dilemma’s die je in de praktijk kunt tegenkomen, als (normatieve en narratieve) waarden met elkaar botsen. En voor het vastleggen van ervaringen die iets zeggen over kwaliteit van zorg. De deelnemende zorgorganisaties hebben het plan mede vormgegeven zodat het nu al goed blijkt te werken. Het is ook handzaam: zes compacte onderdelen in plaats van een dossier of zorgleefplan dat bestaat uit 64 vellen. Het staat ook de volgende vijf instellingen vrij om het format van het leefplezierplan aan te passen, we hopen dat deze basis ook voor hun plezierig blijkt te werken.

3. De trainingen staan inhoudelijk goed in de steigers
De trainingen worden door de teams tot dusver als waardevol en nuttig ervaren, zo blijkt uit de feedback. Dit geldt zowel voor de trainingen die de teams krijgen in het beter leren kennen van de bewoners, het werken met het leefplezierplan en het betrekken van de belangrijke anderen van de bewoners, als voor de groepstrainingen die we geven om het gedachtegoed te verbreden in de organisatie. Er kunnen in het komende jaar bij de volgende vijf instellingen ongetwijfeld nog blokken bij komen en accenten worden verschoven, maar de trainingen staan inhoudelijk goed in de steigers. Het hoe kan nog wel veranderen, zeker als straks grote groepen zorgprofessionals de trainingen gaan volgen. Hoe kunnen we die effectief trainen? Kunnen we bepaalde modules online aanbieden? Wat we al wel merken, is dat het goed bevalt om meteen met de teams aan de slag te gaan. We steken al vanaf de eerste sessie de handen uit de mouwen, in plaats van de nadruk te leggen op kennisoverdracht.

4. Met dingen stoppen is moeilijker dan nieuwe dingen starten
Wat we ook ervaren in de pilot tot dusver, is dat het niet zo eenvoudig blijkt om ruimte te bevechten voor activiteiten die aansluiten bij de wensen en verlangens van bewoners. Dit komt deels omdat we dit experiment uitvoeren terwijl zorgmedewerkers ook nog de bestaande procedures volgen. Hun reactie is vaak dat zij meer tijd of personeel nodig hebben als zij uitgaan van de verlangens van bewoners in hun dagelijkse zorg. Dat is begrijpelijk vanuit het gevoel dat onze werkwijze bovenop de huidige werkwijze komt. Wij hebben echter ook gezien dat er ruimte vrij kan komen wanneer zorgmedewerkers minder tijd besteden aan werkzaamheden die niet bijdragen aan het leefplezier van bewoners. Alleen blijkt het in de praktijk veel moeilijker om dingen niet meer te doen dan nieuwe dingen te ondernemen.

Hoe nu verder?
In april organiseren we een besloten conferentie in Leiden voor de deelnemende organisaties en direct betrokkenen en in mei een kleinschalig overleg met beleidsmatig betrokkenen over de toekomst van het leefplezierplan. Het pilot-project zetten we voort bij de volgende vijf zorgorganisaties, dit wordt naar verwachting begin 2019 afgerond. Beoogd eindproduct is een minimale standaard leefplezierplan, dat volgens alle deelnemende organisaties geschikt is voor een brede implementatie. In een eindrapport delen we onze bevindingen over de randvoorwaarden voor een succesvolle invoering van het werken aan het leefplezier van bewoners. Voor de toekomst zetten we in op zowel een opschaalbaar trainings- en implementatietraject als een nieuwe methodiek van verantwoording van kwaliteit.

Wilt u op de hoogte blijven van het pilot-project Leefplezierplan voor de zorg? Stuur een e-mail naar Ellen Plasmeijer.